Staatsrecht 2024-2025
Week 6: Decentralisatie
10 - 14 maart 2025
Voorgeschreven literatuur:
Heringa e.a., Staatsrecht 2022:
- nr. 123, p. 358-361 (gemeenschappelijke regelingen) (3 p.)
- nrs. 125-130, p. 362-374 (autonomie en medebewind) (13 p.)
- nrs. 143-148 p. 393-403 (verhouding tot de centrale overheid: bandbreedtes) (11 p.)
- nr. 154b, p. 424-425 (bestuursinrichting Bonaire, Sint-Eustatius, Saba) (2 p.)
Jurisprudentie en overige leesstof:
- HR 4 maart 1952, Emmense Baliekluivers, ECLI:NL:HR:1952:AG1979 (Canvas)
- Rb. Amsterdam 31 oktober 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:7934, AB 2018, 35 m.nt. J.G. Brouwer en
A.E. Schilder (Bierfietsverbod Amsterdam)(zelf opzoeken)
- Besluit van 29 november 2021 tot vernietiging van het besluit van de gemeenteraad van de
gemeente Westland strekkende tot intrekking van het Plan van Scholen basisonderwijs 2021–2024,
Stcrt. 2021, 47964 (https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2021-47964.html) (zelf opzoeken)
Inhoudelijke leerdoelen
Na het bestuderen van het onderwijsmateriaal en het volgen van de colleges:
(A) heb je kennis van de organen van de gemeente, de provincie, de waterschappen, en de
openbare lichamen van de BES-eilanden, van de onderlinge verhouding tussen de organen,
en van de wijze waarop ze worden ingesteld; en kun je hierover kritisch reflecteren, onder
meer vanuit de uitgangspunten van de democratische rechtsstaat;
(B) kun je aangeven welke invulling op provinciaal en gemeentelijk niveau wordt gegeven aan de
begrippen verantwoording en vertrouwen, alsmede op welke punten deze invulling verschilt
van die op centraal niveau, en kun je hierop kritisch reflecteren, onder meer vanuit de
uitgangspunten van de democratische rechtsstaat;
(C) heb je inzicht in de verhouding tussen de centrale en decentrale overheid wat betreft het
maken van verordeningen, uitvoering van wet- en regelgeving en toezicht;
(D) ken je de betekenis van de begrippen autonomie en medebewind; en ben je vertrouwd met
de voornaamste vormen van toezicht op decentrale besturen, en kun je deze toepassen in
een casus;
(E) weet je welke grenzen aan de gemeentelijke en provinciale verordening worden gesteld
(zijgrens-benedengrens-bovengrens) en kun je de geldende criteria toepassen in een casus;
(F) heb je kennis van recente decentraliseringsoperaties, en kun je deze evalueren in het licht
van de beoogde doelen en eventuele nadelen en risico’s; en ben je vertrouwd met de
zogenaamde ‘decentralisatieparadox’;
(G) heb je kennis van gemeenschappelijke regelingen, en kan je deze kritisch evalueren vanuit
de uitgangspunten van de democratische rechtsstaat.
1
, Voorbereiding
Voorafgaand aan het werkgroeponderwijs heb je de verplichte literatuur en jurisprudentie gelezen.
Uiterlijk om 16.00u. op de dag vóórdat je werkgroep volgt, lever je je antwoorden op alle vragen in
via Canvas (d.w.z.: zowel de opfris- en opzoekvragen, als de overige werkgroepvragen).
ALS ER STAAT “DE WET REGELT” DELEGATIE MOGELIJK
Opzoek- en opfrisvragen
1. Kan de gemeenteraad de burgemeester ontslaan? Leg uit en verwijs naar de relevante artikelen
in de Gemeentewet. Nee, dit wordt gedaan bij koninklijk besluit (art 61b Gemeentewet)
2. Geldt ten aanzien van wethouders in hun verhouding tot de gemeenteraad de vertrouwensregel
op dezelfde manier waarop die geldt in de relatie tussen ministers en het parlement? Zo nee,
benoem de verschillen in je antwoord. Vermeld de relevante wetsbepaling(en).
Ministers ontlenen hun positie direct aan het vertrouwen van de Tweede Kamer en moeten aftreden
als dat vertrouwen ontbreekt (art. 42 en 50 Grondwet).
Wethouders worden benoemd door de gemeenteraad en zijn verantwoording schuldig aan de raad
(art. 35 Gemeentewet). De gemeenteraad kan hen niet direct dwingen af te treden via een motie van
wantrouwen. In plaats daarvan kan de raad een wethouder ontslaan (art. 49 Gemeentewet), maar
dit vergt een expliciet besluit en is niet automatisch gekoppeld aan een vertrouwensregel zoals op
rijksniveau.
3. Gemeenten kunnen samenwerken op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr).
De auteurs van het Handboek stellen dat de kritiek bestaat op samenwerkingen die gemeenten op
grond van deze wet aangaan. Waaruit bestaat die kritiek?
Democratische legitimiteit: Gemeenteraden hebben vaak beperkte invloed op besluiten die binnen
samenwerkingsverbanden worden genomen.
Transparantie: Besluitvorming binnen gemeenschappelijke regelingen is soms moeilijk te controleren
door lokale volksvertegenwoordigers.
Verlies van autonomie: Gemeenten geven een deel van hun beleidsvrijheid uit handen, wat kan
botsen met de wens om maatwerk te leveren voor hun inwoners.
4. Wat is de ‘decentralisatieparadox’? De decentralisatieparadox houdt in dat decentralisatie,
hoewel bedoeld om beleidsvrijheid voor lagere overheden te vergroten, paradoxaal genoeg vaak
gepaard gaat met meer controle en regelgeving vanuit de centrale overheid. Dit komt doordat het
Rijk toch sturend wil blijven optreden en voorwaarden stelt aan de uitvoering, wat de autonomie van
gemeenten of provincies beperkt.
Vraag 1
a. In welke mate is de gemeenteraad betrokken bij de benoeming van (A) de burgemeester; en (B)
wethouders? Noem de relevante artikelen in de Gemeentewet.
a) de raad mag een aanbeveling doen op grond van artikel 61 lid 5 gemeentwet, maar het
uiteindelijke besluit tot benoeming ligt bij de Koning ogv artikel 131 Gw.
b) de raad benoemt de wethouders ogv artikel 35 lid 1 Gemw, besluit ook het aantal in art 36 Gemw
2
Week 6: Decentralisatie
10 - 14 maart 2025
Voorgeschreven literatuur:
Heringa e.a., Staatsrecht 2022:
- nr. 123, p. 358-361 (gemeenschappelijke regelingen) (3 p.)
- nrs. 125-130, p. 362-374 (autonomie en medebewind) (13 p.)
- nrs. 143-148 p. 393-403 (verhouding tot de centrale overheid: bandbreedtes) (11 p.)
- nr. 154b, p. 424-425 (bestuursinrichting Bonaire, Sint-Eustatius, Saba) (2 p.)
Jurisprudentie en overige leesstof:
- HR 4 maart 1952, Emmense Baliekluivers, ECLI:NL:HR:1952:AG1979 (Canvas)
- Rb. Amsterdam 31 oktober 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:7934, AB 2018, 35 m.nt. J.G. Brouwer en
A.E. Schilder (Bierfietsverbod Amsterdam)(zelf opzoeken)
- Besluit van 29 november 2021 tot vernietiging van het besluit van de gemeenteraad van de
gemeente Westland strekkende tot intrekking van het Plan van Scholen basisonderwijs 2021–2024,
Stcrt. 2021, 47964 (https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2021-47964.html) (zelf opzoeken)
Inhoudelijke leerdoelen
Na het bestuderen van het onderwijsmateriaal en het volgen van de colleges:
(A) heb je kennis van de organen van de gemeente, de provincie, de waterschappen, en de
openbare lichamen van de BES-eilanden, van de onderlinge verhouding tussen de organen,
en van de wijze waarop ze worden ingesteld; en kun je hierover kritisch reflecteren, onder
meer vanuit de uitgangspunten van de democratische rechtsstaat;
(B) kun je aangeven welke invulling op provinciaal en gemeentelijk niveau wordt gegeven aan de
begrippen verantwoording en vertrouwen, alsmede op welke punten deze invulling verschilt
van die op centraal niveau, en kun je hierop kritisch reflecteren, onder meer vanuit de
uitgangspunten van de democratische rechtsstaat;
(C) heb je inzicht in de verhouding tussen de centrale en decentrale overheid wat betreft het
maken van verordeningen, uitvoering van wet- en regelgeving en toezicht;
(D) ken je de betekenis van de begrippen autonomie en medebewind; en ben je vertrouwd met
de voornaamste vormen van toezicht op decentrale besturen, en kun je deze toepassen in
een casus;
(E) weet je welke grenzen aan de gemeentelijke en provinciale verordening worden gesteld
(zijgrens-benedengrens-bovengrens) en kun je de geldende criteria toepassen in een casus;
(F) heb je kennis van recente decentraliseringsoperaties, en kun je deze evalueren in het licht
van de beoogde doelen en eventuele nadelen en risico’s; en ben je vertrouwd met de
zogenaamde ‘decentralisatieparadox’;
(G) heb je kennis van gemeenschappelijke regelingen, en kan je deze kritisch evalueren vanuit
de uitgangspunten van de democratische rechtsstaat.
1
, Voorbereiding
Voorafgaand aan het werkgroeponderwijs heb je de verplichte literatuur en jurisprudentie gelezen.
Uiterlijk om 16.00u. op de dag vóórdat je werkgroep volgt, lever je je antwoorden op alle vragen in
via Canvas (d.w.z.: zowel de opfris- en opzoekvragen, als de overige werkgroepvragen).
ALS ER STAAT “DE WET REGELT” DELEGATIE MOGELIJK
Opzoek- en opfrisvragen
1. Kan de gemeenteraad de burgemeester ontslaan? Leg uit en verwijs naar de relevante artikelen
in de Gemeentewet. Nee, dit wordt gedaan bij koninklijk besluit (art 61b Gemeentewet)
2. Geldt ten aanzien van wethouders in hun verhouding tot de gemeenteraad de vertrouwensregel
op dezelfde manier waarop die geldt in de relatie tussen ministers en het parlement? Zo nee,
benoem de verschillen in je antwoord. Vermeld de relevante wetsbepaling(en).
Ministers ontlenen hun positie direct aan het vertrouwen van de Tweede Kamer en moeten aftreden
als dat vertrouwen ontbreekt (art. 42 en 50 Grondwet).
Wethouders worden benoemd door de gemeenteraad en zijn verantwoording schuldig aan de raad
(art. 35 Gemeentewet). De gemeenteraad kan hen niet direct dwingen af te treden via een motie van
wantrouwen. In plaats daarvan kan de raad een wethouder ontslaan (art. 49 Gemeentewet), maar
dit vergt een expliciet besluit en is niet automatisch gekoppeld aan een vertrouwensregel zoals op
rijksniveau.
3. Gemeenten kunnen samenwerken op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr).
De auteurs van het Handboek stellen dat de kritiek bestaat op samenwerkingen die gemeenten op
grond van deze wet aangaan. Waaruit bestaat die kritiek?
Democratische legitimiteit: Gemeenteraden hebben vaak beperkte invloed op besluiten die binnen
samenwerkingsverbanden worden genomen.
Transparantie: Besluitvorming binnen gemeenschappelijke regelingen is soms moeilijk te controleren
door lokale volksvertegenwoordigers.
Verlies van autonomie: Gemeenten geven een deel van hun beleidsvrijheid uit handen, wat kan
botsen met de wens om maatwerk te leveren voor hun inwoners.
4. Wat is de ‘decentralisatieparadox’? De decentralisatieparadox houdt in dat decentralisatie,
hoewel bedoeld om beleidsvrijheid voor lagere overheden te vergroten, paradoxaal genoeg vaak
gepaard gaat met meer controle en regelgeving vanuit de centrale overheid. Dit komt doordat het
Rijk toch sturend wil blijven optreden en voorwaarden stelt aan de uitvoering, wat de autonomie van
gemeenten of provincies beperkt.
Vraag 1
a. In welke mate is de gemeenteraad betrokken bij de benoeming van (A) de burgemeester; en (B)
wethouders? Noem de relevante artikelen in de Gemeentewet.
a) de raad mag een aanbeveling doen op grond van artikel 61 lid 5 gemeentwet, maar het
uiteindelijke besluit tot benoeming ligt bij de Koning ogv artikel 131 Gw.
b) de raad benoemt de wethouders ogv artikel 35 lid 1 Gemw, besluit ook het aantal in art 36 Gemw
2