naam geven: God
Het Griekse denken – existentialisme
existentialisme: uit latijn afgeleid(uitstaan), beschouwt mens als
existentie: De mens is een wezen dat uit zichzelf gericht is, dat m.a.w.
naar buiten uit gericht is op het andere dan zichzelf. De mens bestaat
dus maar in en door zijn betrokkenheid op het andere dan zichzelf.
De grondstructuur van het menszijn is betrokkenheid, relatie. Het is
in deze directe betrokkenheid dat dingen hun werkelijkheid openbaren
zoals ze zijn.
-> Dingen zijn wat ze zijn juist in en door deze betrokkenheid van het
menselijk bewustzijn
De essentialistische mensvisie: eeuwige menselijke natuur, buiten en
boven de individuen, waarvan het ‘ik’ slechts een individuele
verbijzondering is. Het ‘ik’ is slechts een individualisering van een
universeel soortbegrip. (Plato)
De existentialistische mensvisie: Elke mens kan & mag zijn menszijn
realiseren zoals hij dat zelf kiest, er ligt niks vast,
‘Er zijn evenveel juiste manier om mens te zijn als er mensen zijn.’
De zin van het bestaan (volgens klassieke denken, Plato): Er
bestaat ‘DE ZIN’ van het menselijk bestaan. Deze zin is eeuwig en
onveranderlijk en vormt het ultieme streefdoel van elk menselijk wezen.
KB: De zin van het bestaan = mythe, bestaat enkel de concrete zin van
MIJN bestaan die IKZELF realiseer in mijn directe betrokkenheid tot de
werkelijkheid zelf.
‘Er zijn evenveel zinnen in het leven als er mensen zijn’
Kritiek vanuit existentialisme op Plato (essentialisme):
Eeuwige onveranderlijke ideeën bestaan niet, en verhinderen dingen te
kennen zoals ze werkelijk zijn. Ze vormen ‘een matrix’
Zowel existentialisme als essentialisme: leggen allebei andere
aspecten van menselijk kennen bloot, moeten stromingen niet
uitsluiten, maar een plaats geven.
Implicaties kennis God:
, - Griekse denken: God vatten in eeuwige en onveranderlijke ideëen
waar in eens en voor vastgelegd werd wat maakt dat God God is ->
Rationeel te doorgronden
- Existentiefilosofie: 2 denkrichtingen
o God behoort niet tot de orde van de dingen die rechtsreeks
ervaarbaar/ waarneembaar en dus kenbaar zijn, geen
mogelijkheid om tot een aanschouwelijk vatten van God te
komen -> leidt tot Atheïsme of meer bepaald agnosticisme
(=Ik geloof niet in god want we kunnen hem nt kennen)
o Het is wel mogelijk om tot de goddelijkheid van God door te
dringen. In de geloofsbetrokkenheid op God manifesteert
of openbaart zich de goddelijke werkelijkheid. -> Laat ruimte
voor ‘ een kennis van God’ maar vereist geloof als
betrokkenheid.
Het godsverstaan
Een filosofische tegenstelling: een tegenstelling in verband met het
denken over de werkelijkheid.
Theologisch vlak: in verband met het denken over God.
Bij de vergelijking tussen Plato en existentialisme merken we op hoe een
filosofische tegenstelling terugkeert naar het theologisch vlak.
Griekse Denken:
Is een conceptueel denken, gekenmerkt door de goddelijkheid van God te
willen vatten via de rede. Voor Aristotoles is God de Onbewogen
Beweger.
Theologisch:
God heeft het heelal in beweging gezet maar is onraakbaar door wat er
met de mens en wereld gebeurt.
Want: De gedachte dat dit wel zou kunnen is niet te verzoenen met de
idee van de volmaaktheid van God, die voor grieken
essentieel was.
Volmaaktheid: volkomen evenwicht en harmonie
Bovendien is god de onbewogen beweger, Hij kan dus niet begaan zijn.
De volmaaktheid en onbewogenheid is voor de Grieken een
Contradictio in terminis.
Onbewogenheid: ergens niet mee begaan zijn
KB: