Nederlandse verwerking van accountinggegevens (boekhouden)
1. Het Nederlandse boekhoudstelsel deelt grootboekrekeningen in met behulp van
rubrieken. Het eerste nummer van een grootboekrekening verwijst naar de rubriek
waarin die thuishoort.
Met gebruikmaking van een overboekingsrekening verwerkt u aan het einde van een
periode een resultaat in uw grootboek met de volgende journaalpost:
u debiteert een rekening in rubriek 0 en u crediteert een rekening in rubriek 9.
Welk resultaat heeft u overgeboekt?
a. het voordelige verkoopresultaat
b. het nadelige verkoopresultaat
c. de netto winst
d. het netto verlies
Antwoord d. is juist. In rubriek 9, waar een opstelling op hoofdlijnen plaatsvindt van de
resultaten van de periode, wordt het eindresultaat (winst of verlies) vastgesteld. Dat wordt
aan het einde van een periode verwerkt in het saldo van het eigen vermogen in rubriek 0.
Creditering van rubriek 9 betekent dat u een debetsaldo (de opbrengsten zijn lager dan de
kosten) weg boekt uit die rubriek door rekening 999 te crediteren en dat saldo in mindering
te brengen op het eigen vermogen in rubriek 0.
,2. Het Nederlandse boekhoudstelsel deelt grootboekrekeningen in met behulp van
rubrieken. Daarbij wordt op hoofdlijnen onderscheid gemaakt tussen rubrieken die
betrekking hebben op resultatenrekeningen en rubrieken die betrekking hebben op
balansrekeningen.
Hoeveel van de rubrieken in onderstaande opsomming hebben betrekking op
resultatenrekeningen:
• rubriek 1
• rubriek 4
• rubriek 7
• rubriek 8
• rubriek 9
a. een
b. twee
c. drie
d. vier
Antwoord c. is juist. Rubriek 1 op financiële rekeningen, rubriek 4 op kostensoorten
(resultatenrekeningen), rubriek 7 op voorraad gereed product / voorraad handelsgoederen,
rubriek 8 op verkoopresultaten (resultatenrekeningen) en rubriek 9 op het totale resultaat
van de onderneming (resultatenrekeningen).
, 3. In het verleden heeft u een obligatielening uitgegeven, die u heeft vermeld onder het
lang vreemd vermogen. Op een gegeven ogenblik mogen degenen die u dit vermogen
geleend hebben, hun obligaties één op één omzetten in aandelenkapitaal, wat behoort
tot het langdurige eigen vermogen.
Als u deze verandering in de vermogensstructuur van uw onderneming in uw
boekhouding verwerkt,
a. doen zich alleen veranderingen voor in rubriek 0
b. doen zich alleen veranderingen voor in rubriek 1
c. doet zich zowel een verandering voor in rubriek 0 als in rubriek 1
Antwoord a. is juist. Het lang vreemd vermogen en het eigen vermogen staan beide in
rubriek 0.
1. Het Nederlandse boekhoudstelsel deelt grootboekrekeningen in met behulp van
rubrieken. Het eerste nummer van een grootboekrekening verwijst naar de rubriek
waarin die thuishoort.
Met gebruikmaking van een overboekingsrekening verwerkt u aan het einde van een
periode een resultaat in uw grootboek met de volgende journaalpost:
u debiteert een rekening in rubriek 0 en u crediteert een rekening in rubriek 9.
Welk resultaat heeft u overgeboekt?
a. het voordelige verkoopresultaat
b. het nadelige verkoopresultaat
c. de netto winst
d. het netto verlies
Antwoord d. is juist. In rubriek 9, waar een opstelling op hoofdlijnen plaatsvindt van de
resultaten van de periode, wordt het eindresultaat (winst of verlies) vastgesteld. Dat wordt
aan het einde van een periode verwerkt in het saldo van het eigen vermogen in rubriek 0.
Creditering van rubriek 9 betekent dat u een debetsaldo (de opbrengsten zijn lager dan de
kosten) weg boekt uit die rubriek door rekening 999 te crediteren en dat saldo in mindering
te brengen op het eigen vermogen in rubriek 0.
,2. Het Nederlandse boekhoudstelsel deelt grootboekrekeningen in met behulp van
rubrieken. Daarbij wordt op hoofdlijnen onderscheid gemaakt tussen rubrieken die
betrekking hebben op resultatenrekeningen en rubrieken die betrekking hebben op
balansrekeningen.
Hoeveel van de rubrieken in onderstaande opsomming hebben betrekking op
resultatenrekeningen:
• rubriek 1
• rubriek 4
• rubriek 7
• rubriek 8
• rubriek 9
a. een
b. twee
c. drie
d. vier
Antwoord c. is juist. Rubriek 1 op financiële rekeningen, rubriek 4 op kostensoorten
(resultatenrekeningen), rubriek 7 op voorraad gereed product / voorraad handelsgoederen,
rubriek 8 op verkoopresultaten (resultatenrekeningen) en rubriek 9 op het totale resultaat
van de onderneming (resultatenrekeningen).
, 3. In het verleden heeft u een obligatielening uitgegeven, die u heeft vermeld onder het
lang vreemd vermogen. Op een gegeven ogenblik mogen degenen die u dit vermogen
geleend hebben, hun obligaties één op één omzetten in aandelenkapitaal, wat behoort
tot het langdurige eigen vermogen.
Als u deze verandering in de vermogensstructuur van uw onderneming in uw
boekhouding verwerkt,
a. doen zich alleen veranderingen voor in rubriek 0
b. doen zich alleen veranderingen voor in rubriek 1
c. doet zich zowel een verandering voor in rubriek 0 als in rubriek 1
Antwoord a. is juist. Het lang vreemd vermogen en het eigen vermogen staan beide in
rubriek 0.