Internationale betrekkingen: begrippenlijst
Les 1
Een theorie Een geheel van algemene abstracte beweringen of hypothesen
die de realiteit – in casu de internationale politiek - beschrijven,
verklaren en/of voorspellen met het oog op het meer begrijpbaar
maken van die realiteit
NAVO Politieke en militaire samenwerking tussen landen uit Europa en
Noord-Amerika om voor vrede en veiligheid te zorgen, toenmalig
opgericht om Westerse democratieën tegen Sovjet-Unie te
beschermen
Kenneth Waltz (n) (Neo)realistische politicoloog, auteur boek “man, the state and
war”: drie ‘beelden van analyse’ die worden gebruikt om
conflicten in internationale politiek te verklaren (internationale
systeem, de staat en het individu)
Uni- / bi- / multipolair Een staat domineert / twee staten domineren / verschillende
machtsblokken
Unilateralisme <-> multilateralisme Land beslist zelf <-> landen werken samen
Status-quo <-> expansionistisch Bestaande huidige structuren, verhoudingen of beleid behouden
<-> staten die willen uitbreiden en andermans territorium
inpalmen
Democratisch <-> autoritair Bestuursvorm waarin wil van het volk bron is van legitieme
machtsuitoefening <-> leider die alles zelf bepaalt en beslist
Anarchie Geen hiërarchische machtsstructuren, geen ‘wereldregering’ of
‘wereldparlement’ -> alle landen staan er alleen voor
Staten Entiteiten die volgens het internationaal recht zijn samengesteld
uit een bevolking, een grondgebied en een politieke en wettelijke
organisatie
Boek (p.172): politieke associatie die soevereine bevoegdheden
heeft binnen gedefinieerde territoriale grenzen. In politieke
theorie vaak gedefinieerd in tegenstelling tot
burgermaatschappij: omvat ‘publieke’ instellingen zoals
overheidsorganen, rechtbanken, leger en sociale voorzieningen,
gefinancierd door belastingen. In internationale politiek omvat
staat ook burgermaatschappij, gekenmerkt door 4 kenmerken:
grondgebied, permanente bevolking, overheid en soevereiniteit
(= land)
Soevereiniteit Staten die zelf beslissen wat er gebeurt op hun territorium, ‘baas
in eigen land’
Boek p.4 & p.171
Principe van absolute en onbeperkte macht; de afwezigheid van
een hogere autoriteit in binnenlandse of buitenlandse zaken
Externe soevereiniteit: alle staten zijn gelijk, autonoom, je gaat
een andere staat niet aanvallen
Definitie in boek (p.171): absolute en onbeperkte autoriteit van
de staat als een speler die een specifiek territorium en een
specifieke bevolking vertegenwoordigt op het wereldtoneel
Grenzen Scheidingslijn tussen twee landen of andere eenheden, die soms
, (n) = naam van een persoon (b) = begrip uit boek
de vorm van een fysieke grensbarrière aanneemt
Global politics (b) 1) Politiek die op mondiaal niveau wordt gevoerd i.p.v. lokaal of
nationaal, bv. UN of WTO
Focus on (p.3) 2) ! Verwijst naar alle elementen binnen een systeem, niet
Les 2 PPT alleen systeem als geheel: politieke interacties op mondiaal
niveau, maar dit wil niet zeggen dat politiek op nationaal,
lokaal of ander niveau is verworpen hierdoor
Staatscentrisme (b) Politieke benadering waarbij de staat een dominante rol speelt in
het bestuur, de economie en het sociale leven van een
samenleving
Statensysteem (b) Een systeem van staten die onderling relaties onderhouden (+
orde en voorspelbaarheid bieden) op basis van verdragen,
diplomatie en internationale samenwerking
‘Billiard ball’ model (b) Een manier om wereldpolitiek te zien, vooral onder 'realistische'
denkers, als een reeks interacties tussen territoriaal begrensde,
Les 3 PPT specifieke staten; het is een staatscentrisch model
Interdependentie (b) Een relatie tussen twee partijen waarbij elke partij wordt
beïnvloed door beslissingen die door de andere partij worden
genomen
Westfaalse statensysteem (b) Internationale orde die voortkwam uit de Vrede van Westfalen in
1648 (!), waarmee de Dertigjarige Oorlog werd beëindigd. Dit
Focus on (p.6) systeem legde de basis voor het moderne concept van soevereine
Les 2 PPT staten en staat centraal in de internationale betrekkingen. De
kernprincipes zijn:
- Soevereiniteit: Staten kregen de volledige zeggenschap over
hun eigen grondgebied
- Gelijke rechten van staten: juridisch als gelijk beschouwd
Globalisering (b) Het proces van toenemende wereldwijde verbondenheid en
interdependentie wat betekent dat ons leven steeds meer wordt
Les 2 PPT bepaald door gebeurtenissen en beslissingen die op grote afstand
van ons plaatsvinden
Transnationalisme (b) Politieke, sociale, economische of andere vormen van actie en
interactie die nationale grenzen overschrijden of doorsnijden
Machtsevenwicht (b) Een toestand waarin geen enkele staat de andere overheerst,
waardoor een algemeen evenwicht ontstaat en de hegemoniale
ambities van alle staten worden beperkt
Collectieve actieproblemen (b) Een probleem dat voortkomt uit de onderlinge afhankelijkheid
van staten, wat betekent dat elke oplossing internationale
samenwerking vereist in plaats van actie door een enkele staat
Non-gouvernementele organisaties (NGO’s) (b) Onafhankelijke organisaties die zich inzetten voor sociale,
culturele, milieu- of humanitaire doelen, zonder
Global actors (p.8) overheidscontrole
Bv.: Rode Kruis, Greenpeace
Twee soorten:
- Operational NGO’s: Focus op het uitvoeren van directe
projecten en programma's om sociale, economische of
humanitaire problemen op te lossen (bv. voedselpakket
uitdelen)
- Advocacy NGO’s: Gericht op het beïnvloeden van beleid,
bewustwording creëren en pleiten voor verandering op
, (n) = naam van een persoon (b) = begrip uit boek
sociaal, politiek of milieugebied (o.a. door bv. campagne te
voeren)
Worlding (b) Proces waarbij individuen of groepen hun identiteit en
betekenisgeving in de wereld vormgeven binnen hun sociale en
culturele context
Worldism (b) Een theorie van 'meervoudige werelden' - de verschillende
mondiale visies die zijn voortgekomen uit de verschillende lokale,
nationale en regionale processen van worlding
Positivisme (b) De theorie dat sociale en eigenlijk alle vormen van onderzoek
moeten voldoen aan de methoden van de natuurwetenschappen
Thomas Hobbes (n) (b) Hobbes stelt dat mensen zodanig ingesteld zijn om pijn te
vermijden en plezier na te streven, wat zorgt voor het zoeken van
“macht na macht”. Daarom zijn de soevereine macht van de staat
en de regering nodig om ons tegen onszelf en elkaar te
beschermen. Filosoof van realisten.
Immanuel Kant (n) (b) Kants politieke denken werd gevormd door centrale belang van
moraliteit en is nauw verbonden met ‘verlichting’ denken. In het
18e eeuw kort: Kant pleit voor recht, democratie en samenwerking als basis
voor duurzame vrede.
Democratische vrede (les 4): scheiding der machten, vreedzame
federatie tussen republieken en cosmopolitan law
Machtspolitiek (b) Een benadering van politiek gebaseerd op de aanname dat het
streven naar macht het belangrijkste menselijke doel is
Wereldorde (b) De waargenomen hiërarchie van staten in de wereld, die varieert
afhankelijk van wanneer, waar en wie de opdrachtgever is en die
meestal te maken heeft met waargenomen economische,
politieke, culturele en militaire macht
Veiligheid (b) Toestand die staten geacht worden te kunnen bieden aan hun
burgers
Macht (b) Kan op verschillende manieren worden opgevat, waaronder het
vermogen om anderen te laten doen wat wij willen, het
vermogen om politieke agenda's op te stellen en te bepalen wat
mogelijk wordt geacht, of als productieve 'empowerment' - in
staat zijn voor zichzelf te spreken en te handelen
Les 2
Geïnstitutionaliseerd samenlevingsverbanden Vormen van samenwerking tussen landen of internationale
actoren die formeel zijn vastgelegd in afspraken, verdragen of
organisaties. Voorbeelden hiervan zijn de Verenigde Naties (VN),
de Europese Unie (EU) of de NAVO, waar landen op basis van
regels en structuren langdurig samenwerken
Polis In de Griekse oudheid een stadstaat, bestaande uit een stad en
het omliggende gebied. De polis vormde het politieke,
economische en sociale centrum waar burgers zelfbestuur
hadden
Monopolie van geweld Staat is de enige die geweld mag gebruiken (intern: politie,
extern: leger)
Civil society (of burgermaatschappij) Netwerk van onafhankelijke organisaties en groepen die zich
inzetten voor de belangen van burgers en maatschappelijke
, (n) = naam van een persoon (b) = begrip uit boek
verbeteringen, los van de overheid en commerciële sector
Bv. VS
(Civil society in sterke staat als China is niet mogelijk)
Realisme Staten zijn de belangrijkste actoren, gedreven door nationale
belangen in een anarchisch systeem zonder centrale autoriteit.
Het benadrukt de rol van macht en competitie tussen staten
Liberalisme Theorie die samenwerking tussen staten benadrukt, evenals de
rol van internationale instellingen en economische
interdependentie. Niet-gouvernementele organisaties en
individuele rechten zijn belangrijk voor het bevorderen van vrede
en stabiliteit in de wereld
Idealisme (soms ‘utopianisme' genoemd) Theorie die stelt dat morele en ethische waarden principes de
politiek beïnvloeden. Het benadrukt internationale samenwerking
en de mogelijkheid van staten om vreedzaam samen te werken
voor wereldwijde vrede en veiligheid. Variant van liberaal
internationalisme
Rechtsstaat Een land waar de overheid zich aan de wet moet houden en waar
de rechten van mensen beschermd zijn door wetten die duidelijk,
consistent en rechtvaardig zijn
Nationalisme Het idee dat mensen sterk verbonden zijn met hun eigen land,
cultuur en volk, en streven naar de bevordering van hun nationale
identiteit en belangen
Natiestaten Een land met politieke soevereiniteit, waar de grenzen van een
natie (gemeenschappelijk volk: cultuur, taal, geschiedenis) en een
staat (politieke eenheid) samenvallen
Volkerenbond Voorloper VN
Global South Verwijst naar minder ontwikkelde landen in Afrika, Latijns-
Amerika en Azië, vaak gekenmerkt door economische en sociale
ongelijkheid in vergelijking met de "Global North, zoals Europa en
Noord-Amerika
Global governance Samenwerking tussen landen en internationale organisaties om
mondiale problemen aan te pakken en regels en beleid vast te
stellen die wereldwijde impact hebben
Cosmopolitan democracy Systeem waarin burgers wereldwijd invloed hebben op politieke
besluitvorming, waardoor globale problemen democratisch
worden aangepakt en rechtvaardigheid bevorderd wordt op
internationaal niveau
Populisme Politieke benadering die zich richt op de belangen en zorgen van
"gewone mensen" en vaak een tegenstelling schept tussen het
gewone volk en de elite
Relatieve armoede Situatie waarin mensen onvoldoende middelen hebben om in
hun basisbehoeften te voorzien in vergelijking met de
levensstandaard van de meerderheid in hun samenleving, wat
leidt tot sociale uitsluiting
Anti-globaliseringsbeweging Sociale en politieke beweging die zich verzet tegen de negatieve
effecten van globalisering. Activisten binnen deze beweging
pleiten voor eerlijkere handelspraktijken, duurzame ontwikkeling
en meer lokale autonomie
Naomi Klein (n) Schrijfster en activiste die sterk betrokken is bij de anti-
globaliseringsbeweging
Joseph Stiglitz (n) Econoom en Nobelprijswinnaar die kritisch is over effecten van