Toepassingen | Samenvatting en Uitleg voor Tentamenvoorbereiding
2025 Editie
Anterograde amnesia / anterograde amnesie /anterograad geheugenverlies
een vorm van geheugenverlies waarbij iemand een onvermogen heeft om nieuwe herinneringen te vormen vanaf
het moment van geheugenverlies.
association / associatie
verschillende dingen worden in je hoofd met elkaar in verband gebracht, je koppelt informatie als het ware aan
elkaar. Hierdoor wordt het ook opgenomen in het langetermijngeheugen.
Association by congitguity / associatie door contiguïteit
informatie dat met elkaar wordt geassocieerd, omdat ze eerder samen zijn voorgekomen.
association by similarity / associatie door gelijkheid
items die vanwege gemeenschappelijke eigenschappen aan elkaar zijn verbonden in het geheugen.
attention / aandacht
proces die beweging controleert van het werkgeheugen naar het langetermijngeheugen.
automatic processes / automatische processen
cognitieve processen die geen mentale inspanning vereisen voor de uitvoering en worden verondersteld dat ze
plaatsvinden zonder intentie en zonder bewustzijn. Wat niet andere processen verstoord, niet verbeterd kan
worden d.m.v. oefening en niet beïnvloed wordt door andere capaciteiten als intelligentie.
central executive / Baddeley's model van werkgeheugen
een model van het menselijk geheugen verantwoordelijk voor het coördineren van alle activiteiten in het
werkgeheugen en voor het overbrengen van informatie naar het werkgeheugen.
chunking
het onderverdelen van een lange brij letters/getallen in verschillende delen. (denk aan je telefoonnummer of
bankrekeningnummer)
consciousness / bewustzijn
het bewustzijn van wat je ervaart/ziet/voelt en dat kunt uitleggen en in woorden brengen.
consolidation
het proces waar een nieuwe herinnering wordt opgenomen in de hersenen die niet makkelijk te vergeten is.
control processes
de mentale processen werken op informatie in de geheugenopslag en verplaatsen informatie van het ene naar het
andere opslag.
,dual-processing theories / dual-process theorieën
cognitieve theorieën die ervan uitgaan dat mensen twee algemene manieren hebben van informatieverwerking.
Deze theorie stelt dat een manier van denken automatisch is, waar het verwerken snel, automatisch en onbewust
gebeurd. De tweede manier van denken is aan de moeizame kant, langzaam, inspanning vereisend en bewust.
echoic memory / echoisch geheugen
ander woord voor sensorisch (zintuiglijk geheugen).
effortful processes / effortful processen
cognitieve processen die een deel van de informatieverwerkingssysteem gebruikt. Waarbij je bewust bent, wat je
kunt verbeteren d.m.v. oefening en beïnvloed kan worden door individuele verschillen in intelligentie, motivatie
en opleiding.
elaboration / elaboratie
houdt in dat we nieuwe informatie verbinden aan informatie die al aanwezig is in het langetermijngeheugen.
Het doel van elaboratie is om de informatie te begrijpen, maar tegelijkertijd ook de meest effectieve manier om
informatie op te slaan in langetermijngeheugen.
encoding rehearsal / encoding herhaling
proces waarbij een persoon informatie in het langetermijngeheugen opslaat.
episodic memory / episodische geheugen
kennis van een persoon over zijn persoonlijke geschiedenis.
executive functions / executieve functies
hogere controlefuncties van de hersenen. De processen omvatten het reguleren van de aandacht en het bepalen
van wat er gebeurd met de informatie die zojuist is verzameld of opgehaald uit het langetermijngeheugen.
explicit memory / expliciet geheugen
geheugen waarvan men zich bewust is.
iconic memory / iconisch geheugen
ander woord voor visueel sensorisch geheugen.
implicit memory / impliciet geheugen
geheugen waarvan men zich niet bewust is.
infantile amnesia / infantiele amnesie
het niet kunnen herinneren van gebeurtenissen uit je jeugd.
long-term memory / langetermijngeheugen
informatie dat is opgeslagen in de geheugen voor langere tijd, meestal het hele leven. aandacht speelt geen rol
meer. de informatie is buiten het bewustzijn en verschijnt pas weer in het bewustzijn als deze wordt
teruggehaald in het kotertermijn- werkgeheugen.
,maintenance rehearsal
proces waarbij een persoon informatie in het werkgeheugen houdt voor een bepaalde periode.
memory / geheugen
het vermogen van de geest (mind) informatie in de loop van de tijd te bewaren.
memory stores
in cognitieve psychologie, hypothetische constructies die zijn bedacht als plekken waar informatie is opgeslagen
in het geheugen.
phonological loop / fonologische lus
in de theorie van Baddeley, een onderdeel van het werkgeheugen dat verantwoordelijk is voor het houden van
verbale informatie.
preattentive processing / pre-tentatieve verwerking
sensorisch input wordt vergeleken met informatie die al in het werkgeheugen of in het langetermijngeheugen is
opgeslagen. Brein filtert wat belangrijk is en wat niet. Hierdoor kan onbeheerde sensorische informatie van
invloed zijn op gedachten en gedrag.
Priming
Het sneller herkennen van, of reageren op een bepaalde stimulus als men deze eerder heeft waargenomen. Het
wordt beschouwd als één van de manifestaties van het impliciet geheugen.
Procedural memory/procedureel geheugen
De klasse van impliciet geheugen waarmee een persoon specifieke geleerde vaardigheden of gebruikelijke
antwoorden kan uitvoeren.
Prospective memory/prospectief geheugen
dingen herinneren die in de toekomst moeten gebeuren.
Retrieval/terughalen
Proces die de stroom informatie controleert van het langetermijngeheugen naar het werkgeheugen.
Retrieval cue
stimulus of gedachte die een bepaalde herinnering beter toegankelijk maakt.
Retrograde amnesia
Geheugenverlies van bepaalde gebeurtenissen voor de hersenbeschadiging.
Schema
Iemands gegeneraliseerde representatie of concept van een bepaalde groep objecten of gebeurtenissen.
Scripts/script
Een algemene mentale representatie van de logische opeenvolging van gebeurtenissen.
, Semantic memory/semantisch geheugen
expliciet geheugen dat niet gebonden is aan een bepaalde gebeurtenis in het verleden. bijv. kennis van
betekenissen van woorden
sensory memory/ sensorisch/zintuiglijk geheugen
ons geheugen voor recente zintuiglijke indrukken, hier is geen aandacht vereist. alles wordt opgenomen door je
zintuigen. grote capaciteit, maar zeer korte duur.
short-term memory span/ kortetermijngeheugen
Het geheugen dat informatie voor een korte termijn vasthoudt. Dit kan variëren tussen enkele seconden tot
enkele minuten. Het kan bovendien een beperkte hoeveelheid informatie bevatten. Hier is aandacht wel van
belang.
short-term memory span/kortetermijngeheugen opslag
Geheugenopslag die een beperkte hoeveelheid informatie enkele seconden kan bevatten.
Stroop interference effect/Stroop interferentie effect
Vernoemd naar J. Ridley Stroop, het effect waardoor een afgedrukt kleurenwoord (b.v. het woord rood)
interfereert met het vermogen van een persoon om de inktkleur te noemen waarin het woord wordt afgedrukt.
B.v. er staat in het rood, groen. dan lees je hoofd meestal automatisch rood.
Temporal-lobe amnesia/temporale-kwab geheugenverlies
Het verlies in geheugencapaciteiten dat optreedt als gevolg van schade aan structuren in het limbische systeem
die onder de temporale kwab van de hersenschors liggen.
visuospatial sketchpad
In Baddeley's theorie een onderdeel van het werkgeheugen dat verantwoordelijk is voor het vasthouden van
visuele en ruimtelijke informatie.
Working memory/werkgeheugen
Tijdelijke opslagplaats van taak-relevante informatie in de hersenen, speelt vooral een rol bij actieve
denkprocessen. Het kan verschillende vormen aannemen, zoals activatie van oude herinneren of het vasthouden
van een recente gebeurtenis.
Analogy/analogie
Gelijkenis in gedrag, functie of relatie, maar geen gelijkenis in de identiteit of verschijning zelf.
Availibitlity bias/beschikbaarheidsheuristiek/toegankelijkheid bias
Redeneren op basis van beschikbare informatie. We negeren informatie wat niet aanwezig is.
Confirmation bias/bevestigingsvooroordeel
Neiging om sneller informatie aan te nemen die hypotheses bevestigen, dan informatie die hun hypotheses
onderuit haalt.
crystallized intelligence/gekristalliseerde intelligentie