Hoofdstuk 4: Het gebruik van juridische literatuur
Wanneer is juridische literatuur nodig?
Bij het zoekproces naar de juiste rechterlijke uitspraken op een
bepaald rechtsgebied;
Bij het analyseren van deze uitspraken;
Bij het plaatsen van deze uitspraken in hun juridische context
(het toepasselijke juridische leerstuk);
Bij het innemen van een standpunt over deze uitspraak.
Juridische literatuur:
1) Het handboek;
2) De monografie;
3) De praktijkcommentaren;
4) Het (wetenschappelijke) artikel.
Het handboek:
Worden de belangrijkste onderwerpen die op het betreffende
rechtsgebied voordoen besproken.
Voetnoten en eindnoten zijn aanwezig (staan in een kleiner
lettertype afgedrukt dan de hoofdtekst en geven de bronnen aan
van de desbetreffende informatie).
Een aantal handboeken:
- Het Nederlandse Strafprocesrecht (door G.J.M. Corstens, over
strafrecht);
- Materieel Strafrecht (door J. de Hullu, over strafrecht);
- Ons Strafrecht / Strafprocesrecht (door prof. mr. B. Keulen,
over strafrecht);
- Schets van het Nederlandse Arbeidsrecht, 24e druk (door H.L.
Bakels & W.H.A.C.M. Bouwens, over arbeidsrecht);
- Arbeidsrechtelijke Themata, 5de druk 2015 (door A.R.
Houweling, G.W. van der Voet, J.H. Even & E. van Vliet).
Tussenvraag 4.1
a) De auteurs verwijzen naar een aantal arresten van de Hoge
Raad.
b) Welke werkzaamheden heb je via de uitzendovereenkomst
verricht en komen die werkzaamheden overeen met de
werkzaamheden die je nu krachtens de arbeidsovereenkomst
gaat verrichten?
, De monografie:
Juridische verhandeling over een enkel onderwerp.
Een boek dat een heel specifiek onderwerp op het betreffende
rechtsgebied behandelt.
Een aantal monografie:
- Het ontslag op staande voet (door mr. S.F. Sagel, Kluwer 2013,
over arbeidsrecht -> specifiek over het ontslaan op staande
voet);
Tussenvraag 4.2
Hoewel een ontslag op staande voet (ontslag wegens dringende
reden) onverwijld moet worden gegeven wordt de werkgever wel
enige tijd toegestaan om onderzoek te doen en bewijs te
vergaren. Hoeveel tijd een werkgever mag nemen hangt af van
de omstandigheden van het geval en de ingezette
onderzoeksmethoden. Er is een spanningsveld tussen enerzijds
de grondrechten van de werknemer en anderzijds de rechter van
de werkgever misstanden in zijn bedrijf aan te tonen. In zowel het
arrest Wennekes Lederwaren als de Hyatt-zaak blijkt dat de Hoge
Raad van mening is dat art. 8 EVRM (recht op bescherming van
de persoonlijke levenssfeer) zich ook uitstrekt tot de werkplek en
binnen de opsporingsbevoegdheid van de werkgever naar
mogelijk wangedrag. In het Hyatt-arrest heeft de Hoge Raad
uiteengezet welk toetsingskader moet worden gehanteerd bij de
beoordeling of een inbreuk door de werkgever op het in art. 8
EVRM verankerde grondrecht van de werknemer geoorloofd is.
De volgende vier punten moeten worden onderzocht:
1) Dient de inbreuk een legitiem doel?
2) Is de inbreuk geschikt om dat doel te bereiken?
3) Is de inbreuk proportioneel in verhouding tot het beoogde
doel?
4) Had wellicht met een minder ingrijpende maatregen kunnen
volstaan (subsidiariteitsvereiste).
Dit zijn de afwegingen die een werkgever zal moeten maken
voordat hij de methode inzet.
De praktijkcommentaren:
Handige naslagwerken voor juristen die ‘snel even iets moeten
opzoeken’:
1) Losbladig commentaar:
- Losse blaadjes die als boekwerk in een band zijn
samengebundeld;
- Er worden regelmatig nieuwe supplementen naar de
abonnes toegezonden, die makkelijk zijn in te voegen;
- Voorbeeld: Losbladige boek ‘Groene serie Personen- en
familierecht’
Wanneer is juridische literatuur nodig?
Bij het zoekproces naar de juiste rechterlijke uitspraken op een
bepaald rechtsgebied;
Bij het analyseren van deze uitspraken;
Bij het plaatsen van deze uitspraken in hun juridische context
(het toepasselijke juridische leerstuk);
Bij het innemen van een standpunt over deze uitspraak.
Juridische literatuur:
1) Het handboek;
2) De monografie;
3) De praktijkcommentaren;
4) Het (wetenschappelijke) artikel.
Het handboek:
Worden de belangrijkste onderwerpen die op het betreffende
rechtsgebied voordoen besproken.
Voetnoten en eindnoten zijn aanwezig (staan in een kleiner
lettertype afgedrukt dan de hoofdtekst en geven de bronnen aan
van de desbetreffende informatie).
Een aantal handboeken:
- Het Nederlandse Strafprocesrecht (door G.J.M. Corstens, over
strafrecht);
- Materieel Strafrecht (door J. de Hullu, over strafrecht);
- Ons Strafrecht / Strafprocesrecht (door prof. mr. B. Keulen,
over strafrecht);
- Schets van het Nederlandse Arbeidsrecht, 24e druk (door H.L.
Bakels & W.H.A.C.M. Bouwens, over arbeidsrecht);
- Arbeidsrechtelijke Themata, 5de druk 2015 (door A.R.
Houweling, G.W. van der Voet, J.H. Even & E. van Vliet).
Tussenvraag 4.1
a) De auteurs verwijzen naar een aantal arresten van de Hoge
Raad.
b) Welke werkzaamheden heb je via de uitzendovereenkomst
verricht en komen die werkzaamheden overeen met de
werkzaamheden die je nu krachtens de arbeidsovereenkomst
gaat verrichten?
, De monografie:
Juridische verhandeling over een enkel onderwerp.
Een boek dat een heel specifiek onderwerp op het betreffende
rechtsgebied behandelt.
Een aantal monografie:
- Het ontslag op staande voet (door mr. S.F. Sagel, Kluwer 2013,
over arbeidsrecht -> specifiek over het ontslaan op staande
voet);
Tussenvraag 4.2
Hoewel een ontslag op staande voet (ontslag wegens dringende
reden) onverwijld moet worden gegeven wordt de werkgever wel
enige tijd toegestaan om onderzoek te doen en bewijs te
vergaren. Hoeveel tijd een werkgever mag nemen hangt af van
de omstandigheden van het geval en de ingezette
onderzoeksmethoden. Er is een spanningsveld tussen enerzijds
de grondrechten van de werknemer en anderzijds de rechter van
de werkgever misstanden in zijn bedrijf aan te tonen. In zowel het
arrest Wennekes Lederwaren als de Hyatt-zaak blijkt dat de Hoge
Raad van mening is dat art. 8 EVRM (recht op bescherming van
de persoonlijke levenssfeer) zich ook uitstrekt tot de werkplek en
binnen de opsporingsbevoegdheid van de werkgever naar
mogelijk wangedrag. In het Hyatt-arrest heeft de Hoge Raad
uiteengezet welk toetsingskader moet worden gehanteerd bij de
beoordeling of een inbreuk door de werkgever op het in art. 8
EVRM verankerde grondrecht van de werknemer geoorloofd is.
De volgende vier punten moeten worden onderzocht:
1) Dient de inbreuk een legitiem doel?
2) Is de inbreuk geschikt om dat doel te bereiken?
3) Is de inbreuk proportioneel in verhouding tot het beoogde
doel?
4) Had wellicht met een minder ingrijpende maatregen kunnen
volstaan (subsidiariteitsvereiste).
Dit zijn de afwegingen die een werkgever zal moeten maken
voordat hij de methode inzet.
De praktijkcommentaren:
Handige naslagwerken voor juristen die ‘snel even iets moeten
opzoeken’:
1) Losbladig commentaar:
- Losse blaadjes die als boekwerk in een band zijn
samengebundeld;
- Er worden regelmatig nieuwe supplementen naar de
abonnes toegezonden, die makkelijk zijn in te voegen;
- Voorbeeld: Losbladige boek ‘Groene serie Personen- en
familierecht’