Uitgebreide samenvatting
Mens & Dier
PB1912
Kelsey Wolfs
Open Universiteit - 2025
,INHOUDSOPGAVE
Thema 1: Grondslagen van de Antrozoölogie .................................................................................. 2
1.1 Begripsbepaling ....................................................................................................................... 2
1.2 Disciplinaire kaders................................................................................................................... 6
Thema 2: Evolutionaire grondslagen ................................................................................................ 14
2.1 Mens en dier vanuit evolutionair perspectief ........................................................................ 14
2.2 Een speciale band met de hond ............................................................................................ 25
Thema 3: Denken, voelen en handelen in relatie tot dieren ......................................................... 37
3.1 Attitude tegenover dieren ....................................................................................................... 37
3.2 Mens-dierconflict en -coëxistentie .......................................................................................... 49
3.3 Emotie en cognitie in dieren ................................................................................................. 66
Thema 4: Dieren, mensen en welzijn ................................................................................................. 78
4.1 Huisdieren ................................................................................................................................... 78
4.2 Huisdieren en welbevinden ...................................................................................................... 90
4.3 Dierondersteunende interventies ............................................................................................ 97
Thema 5: Onderzoek in de Antrozoölogie ..................................................................................... 111
5.1 Inleiding in HAI-onderzoek ...................................................................................................... 111
5.2 Onderzoek interpreteren ........................................................................................................ 116
1
,THEMA 1: GRONDSLAGEN VAN DE ANTROZOÖLOGIE
1.1 BEGRIPSBEPALING
LEERDOELEN
• De belangrijkste kernbegrippen binnen de antrozoölogie benoemen en beschrijven
• De belangrijkste praktische toepassingen van de antrozoölogie benoemen en
beschrijven
• Deze kernbegrippen en toepassingen uit de antrozoölogie met elkaar in verband
brengen.
INTERACTIE, RELATIE EN BAND
Onze relatie met andere dieren is complex, dubbelzinnig en alomtegenwoordig. We delen
bijvoorbeeld onze omgeving met wilde dieren en houden dieren voor gezelschap, vermaak,
onderzoek, sport en voedsel, terwijl we hun producten gebruiken voor de productie van
schoenen, kleurpotloden, hormonen, biobrandstof en schoonheidsproducten. Terwijl we
enerzijds emotioneel en financieel investeren in dieren, exploiteren we dieren anderzijds voor
elke mogelijke hulpbron die hun aanwezigheid ons oplevert. Hoe kunnen we deze complexe,
dubbelzinnige en alomtegenwoordige relatie met andere dieren verklaren?
De studie van HAI gebruikt benaderingen uit de sociale en levenswetenschappen
(natuurwetenschappen), zoals diergeneeskunde, geneeskunde, biologie, psychologie en
antropologie, maar ook uit de geesteswetenschappen, zoals literatuur, geschiedenis, religie
en kunst. Antrozoölogie afgeleid van de Griekse concepten anthropos (mens) en zoion (dier).
Antrozoölogie wordt vaak gedefinieerd als ‘de wetenschappelijke studie van mens-
dierinteractie’
Interactie tussen mens en dier (HAI). HAI wordt gedefinieerd als een gebeurtenis tussen twee
individuen (mens en dier). Deze gebeurtenis kan een unidirectionele actie of gedrag zijn van
de ene individu naar de ander, of een bidirectionele actie wanneer beide individuen op
elkaar reageren. HAI is het basisniveau van interactie waaruit zowel HAR als HAB voortkomen.
Relatie tussen mens en dier (HAR). Herhaalde HAI resulteert in een relatie tussen mens en dier
(HAR), die eerdere interacties, huidige interacties en voorspelde reeksen van toekomstige
interacties omvat (d.w.z. anticiperen op wat de ander waarschijnlijk zal doen).
Band tussen mens en dier (HAB). Met herhaalde positieve HAI's kan de kwaliteit van de relatie
in de loop van de tijd verbeteren, wat kan leiden tot de ontwikkeling van een band tussen
mens en dier (HAB). Een HAB wordt daarom gedefinieerd als (1) een relatie tussen twee
individuen, een mens en een niet-menselijk dier (2) die wederkerig en aanhoudend is en (3)
een gevoel van welzijn bij beide partijen bevordert.
▌HAI: is het kernbegrip in de antrozoölogie en staat voor Human-Animal Interaction.
Hierbij gaat het om een gebeurtenis die plaatsvindt tussen een mens en een dier.
Deze gebeurtenis kan bestaan uit eenrichtingsverkeer van het ene wezen naar het
andere, of uit tweerichtingsverkeer waarbij de twee wezens op elkaar reageren. HAI
is dus de basale interactie tussen mens en dier.
2
, ▌HAR: staat vervolgens voor Human-Animal Relationship, oftewel de relatie tussen
mens en dier. Deze is het gevolg van herhaaldelijke interactie (HAI) tussen een mens
en een dier en omvat de interacties uit het verleden en het heden, en de manier
waarop beide individuen anticiperen op mogelijke interactie in de toekomst.
▌HAB: is tot slot de Human-Animal Bond, oftewel band, die ontstaat bij bestendiging
van de relatie (HAR) tussen mens en dier naarmate het aantal positieve interacties
(HAI) toeneemt. Hierbij baseren Maréchal & Van der Zee (2024) zich op Russow
(2002) als zij de HAB nauwkeurig definiëren als (1) de relatie tussen een specifiek
mens en een specifiek dier, die (2) wederkerig en blijvend is en (3) een gevoel van
welbevinden in beide bewerkstelligt.
INTERVENTIES MET DIEREN
De antrozoölogie is in sterke mate ontstaan als een toegepast veld waarin de interactie met
dieren initieel relatief ad hoc werd ingezet als middel bij de therapeutische behandeling van
klachten. Pas nadat bleek dat daarmee effect gesorteerd werd ontstond in toenemende
mate de behoefte om de effecten van deze toepassingen te onderzoeken. Deze opdracht
gaat in op de terminologie rondom deze toepassingsgebieden.
AAI kunnen allerlei interventies zijn voor verschillende doelen en doelgroepen, waarbij de
gemene deler is dat het om een planmatig ingerichte interventie gaat waarbij een dier
doelgericht wordt ingezet als onderdeel van de interventie. Deze AAI’s zijn ontstaan in de
jaren zestig van de vorige eeuw toen een kinderpsycholoog ontdekte dat de aanwezigheid
van zijn hond een positief effect kon hebben op therapiesessies met kinderen (Levinson,
1969). Sindsdien wordt in toenemende mate onderzoek gedaan naar de interactie tussen
mens en dier en de positieve uitwerking daarvan op gezondheid en welzijn bij kinderen,
volwassenen en ouderen.
▌AAI: animal-assisted intervention
AAI is een generieke term (paraplubegrip) = door dieren ondersteunde interventie. Dit
kunnen allerlei interventies zijn voor verschillende doelen en doelgroepen, waarbij de
gemene deler is dat het om een planmatig ingerichte interventie gaat waarbij een dier
doelgericht wordt ingezet als onderdeel van de interventie.
▌AAT/AAC/AAC: ▌AAE: ▌AAA:
animal-assisted animal-assisted education animal-assisted activity
therapy/coaching/counseling
Gestructureerde en Gestructureerde en Informele, doelgerichte
doelgerichte interventies voor doelgerichte interventies voor sessies. Minder gebonden aan
therapeutische, counseling- of therapeutische, adviserende vormeisen en
coachingdoeleinden. of coachende doeleinden. randvoorwaarden.
Sessies die van tevoren zijn Sessies die van tevoren zijn Sessies dienen weliswaar
gepland gepland planmatig en doelgericht te
3
Mens & Dier
PB1912
Kelsey Wolfs
Open Universiteit - 2025
,INHOUDSOPGAVE
Thema 1: Grondslagen van de Antrozoölogie .................................................................................. 2
1.1 Begripsbepaling ....................................................................................................................... 2
1.2 Disciplinaire kaders................................................................................................................... 6
Thema 2: Evolutionaire grondslagen ................................................................................................ 14
2.1 Mens en dier vanuit evolutionair perspectief ........................................................................ 14
2.2 Een speciale band met de hond ............................................................................................ 25
Thema 3: Denken, voelen en handelen in relatie tot dieren ......................................................... 37
3.1 Attitude tegenover dieren ....................................................................................................... 37
3.2 Mens-dierconflict en -coëxistentie .......................................................................................... 49
3.3 Emotie en cognitie in dieren ................................................................................................. 66
Thema 4: Dieren, mensen en welzijn ................................................................................................. 78
4.1 Huisdieren ................................................................................................................................... 78
4.2 Huisdieren en welbevinden ...................................................................................................... 90
4.3 Dierondersteunende interventies ............................................................................................ 97
Thema 5: Onderzoek in de Antrozoölogie ..................................................................................... 111
5.1 Inleiding in HAI-onderzoek ...................................................................................................... 111
5.2 Onderzoek interpreteren ........................................................................................................ 116
1
,THEMA 1: GRONDSLAGEN VAN DE ANTROZOÖLOGIE
1.1 BEGRIPSBEPALING
LEERDOELEN
• De belangrijkste kernbegrippen binnen de antrozoölogie benoemen en beschrijven
• De belangrijkste praktische toepassingen van de antrozoölogie benoemen en
beschrijven
• Deze kernbegrippen en toepassingen uit de antrozoölogie met elkaar in verband
brengen.
INTERACTIE, RELATIE EN BAND
Onze relatie met andere dieren is complex, dubbelzinnig en alomtegenwoordig. We delen
bijvoorbeeld onze omgeving met wilde dieren en houden dieren voor gezelschap, vermaak,
onderzoek, sport en voedsel, terwijl we hun producten gebruiken voor de productie van
schoenen, kleurpotloden, hormonen, biobrandstof en schoonheidsproducten. Terwijl we
enerzijds emotioneel en financieel investeren in dieren, exploiteren we dieren anderzijds voor
elke mogelijke hulpbron die hun aanwezigheid ons oplevert. Hoe kunnen we deze complexe,
dubbelzinnige en alomtegenwoordige relatie met andere dieren verklaren?
De studie van HAI gebruikt benaderingen uit de sociale en levenswetenschappen
(natuurwetenschappen), zoals diergeneeskunde, geneeskunde, biologie, psychologie en
antropologie, maar ook uit de geesteswetenschappen, zoals literatuur, geschiedenis, religie
en kunst. Antrozoölogie afgeleid van de Griekse concepten anthropos (mens) en zoion (dier).
Antrozoölogie wordt vaak gedefinieerd als ‘de wetenschappelijke studie van mens-
dierinteractie’
Interactie tussen mens en dier (HAI). HAI wordt gedefinieerd als een gebeurtenis tussen twee
individuen (mens en dier). Deze gebeurtenis kan een unidirectionele actie of gedrag zijn van
de ene individu naar de ander, of een bidirectionele actie wanneer beide individuen op
elkaar reageren. HAI is het basisniveau van interactie waaruit zowel HAR als HAB voortkomen.
Relatie tussen mens en dier (HAR). Herhaalde HAI resulteert in een relatie tussen mens en dier
(HAR), die eerdere interacties, huidige interacties en voorspelde reeksen van toekomstige
interacties omvat (d.w.z. anticiperen op wat de ander waarschijnlijk zal doen).
Band tussen mens en dier (HAB). Met herhaalde positieve HAI's kan de kwaliteit van de relatie
in de loop van de tijd verbeteren, wat kan leiden tot de ontwikkeling van een band tussen
mens en dier (HAB). Een HAB wordt daarom gedefinieerd als (1) een relatie tussen twee
individuen, een mens en een niet-menselijk dier (2) die wederkerig en aanhoudend is en (3)
een gevoel van welzijn bij beide partijen bevordert.
▌HAI: is het kernbegrip in de antrozoölogie en staat voor Human-Animal Interaction.
Hierbij gaat het om een gebeurtenis die plaatsvindt tussen een mens en een dier.
Deze gebeurtenis kan bestaan uit eenrichtingsverkeer van het ene wezen naar het
andere, of uit tweerichtingsverkeer waarbij de twee wezens op elkaar reageren. HAI
is dus de basale interactie tussen mens en dier.
2
, ▌HAR: staat vervolgens voor Human-Animal Relationship, oftewel de relatie tussen
mens en dier. Deze is het gevolg van herhaaldelijke interactie (HAI) tussen een mens
en een dier en omvat de interacties uit het verleden en het heden, en de manier
waarop beide individuen anticiperen op mogelijke interactie in de toekomst.
▌HAB: is tot slot de Human-Animal Bond, oftewel band, die ontstaat bij bestendiging
van de relatie (HAR) tussen mens en dier naarmate het aantal positieve interacties
(HAI) toeneemt. Hierbij baseren Maréchal & Van der Zee (2024) zich op Russow
(2002) als zij de HAB nauwkeurig definiëren als (1) de relatie tussen een specifiek
mens en een specifiek dier, die (2) wederkerig en blijvend is en (3) een gevoel van
welbevinden in beide bewerkstelligt.
INTERVENTIES MET DIEREN
De antrozoölogie is in sterke mate ontstaan als een toegepast veld waarin de interactie met
dieren initieel relatief ad hoc werd ingezet als middel bij de therapeutische behandeling van
klachten. Pas nadat bleek dat daarmee effect gesorteerd werd ontstond in toenemende
mate de behoefte om de effecten van deze toepassingen te onderzoeken. Deze opdracht
gaat in op de terminologie rondom deze toepassingsgebieden.
AAI kunnen allerlei interventies zijn voor verschillende doelen en doelgroepen, waarbij de
gemene deler is dat het om een planmatig ingerichte interventie gaat waarbij een dier
doelgericht wordt ingezet als onderdeel van de interventie. Deze AAI’s zijn ontstaan in de
jaren zestig van de vorige eeuw toen een kinderpsycholoog ontdekte dat de aanwezigheid
van zijn hond een positief effect kon hebben op therapiesessies met kinderen (Levinson,
1969). Sindsdien wordt in toenemende mate onderzoek gedaan naar de interactie tussen
mens en dier en de positieve uitwerking daarvan op gezondheid en welzijn bij kinderen,
volwassenen en ouderen.
▌AAI: animal-assisted intervention
AAI is een generieke term (paraplubegrip) = door dieren ondersteunde interventie. Dit
kunnen allerlei interventies zijn voor verschillende doelen en doelgroepen, waarbij de
gemene deler is dat het om een planmatig ingerichte interventie gaat waarbij een dier
doelgericht wordt ingezet als onderdeel van de interventie.
▌AAT/AAC/AAC: ▌AAE: ▌AAA:
animal-assisted animal-assisted education animal-assisted activity
therapy/coaching/counseling
Gestructureerde en Gestructureerde en Informele, doelgerichte
doelgerichte interventies voor doelgerichte interventies voor sessies. Minder gebonden aan
therapeutische, counseling- of therapeutische, adviserende vormeisen en
coachingdoeleinden. of coachende doeleinden. randvoorwaarden.
Sessies die van tevoren zijn Sessies die van tevoren zijn Sessies dienen weliswaar
gepland gepland planmatig en doelgericht te
3