Werkgroep 3
Ontplooiingsmodel
Omschrijf van elke tekst welk beeld hieruit naar voren komt van ‘vernieuwingsonderwijs’.
Van Kuijk en Emmelot
In de vernieuwingsscholen gaat het bijna nooit over vaststaande vakken of
vakgebieden met ontwikkelde leerlijnen of ontwikkelingslijnen. Er wordt gewerkt
vanuit een bepaalde visie op leerlingen, onderwijs en opvoeding. Deze visie wordt
gemeenschappelijk gedragen. Verschillende aandachtsgebieden zijn oriëntatie op
jezelf en de wereld, burgerschapsvorming, sociaal emotionele ontwikkeling, cultuur-/
kunstzinnige vorming en soms ook motorische /zintuiglijke ontwikkeling. De
behoeften en interesses van leerlingen spelen altijd een belangrijke rol. De leerkracht
heeft een begeleidende en sturende rol. De leerlingen moeten genoeg vertrouwen
krijgen om zich te kunnen ontwikkelen en om een volwaardig lid te worden van de
maatschappij. Kenmerken van de leeromgeving zijn levensecht en waarachtig (rijke
leeromgeving). Toetsing gebeurt d.m.v. logboeken en portfolio’s.
Joseph H6
Kinderen worden goede mensen doordat zij zich ontwikkelen. Hierdoor ontstaat een
goede wereld. De mens leert zijn hele leven lang door middel van intrinsieke
motivatie. Hierdoor is leren ook leuk. De rol van de leerkracht is de natuurlijke
ontwikkeling beschermen en ondersteunen. Dit gebeurt door het aansluiten bij de
behoeften en interesses van de leerlingen. De leerkracht staat met passie voor de
klas.
Voor vernieuwingsonderwijs moet er een breed aanbod van methoden zijn.
Samenwerken en zelfstandig werken zijn beide belangrijk. De leeromgeving moet
voelen als een veilige haven. Toetsing gebeurt door middel van portfolio’s.
Sins & van der Zee
Er moet een ruimere kijk zijn op de doelen van onderwijs en het onderwijs moet het
anders worden ingericht. De brede ontwikkeling van de leerlingen moet vooropstaan.
Er ontstaan vijf nieuwe richtingen in de didactiek:
- individualiseren/differentiëren
- activeren
- interactiveren
- socialiseren
- contextualiseren
Leerlingen moeten zelfstandig op eigen niveau en tempo kunnen werken, door ze zelf
de leerstof te laten ontdekken. Er moet gelegenheid zijn om elkaar te helpen en
groepswerk moet gestimuleerd worden. Het onderwijs moet aansluiten bij de leef- en
belevingswereld van de leerlingen.
Ouders zijn bij de Daltonscholen meer betrokken. Wat betreft reken- en taal
prestaties heeft vernieuwingsonderwijs geen toegevoegde waarde, leerlingen scoren
op beide scholen nagenoeg gelijk.
Ontplooiingsmodel
Omschrijf van elke tekst welk beeld hieruit naar voren komt van ‘vernieuwingsonderwijs’.
Van Kuijk en Emmelot
In de vernieuwingsscholen gaat het bijna nooit over vaststaande vakken of
vakgebieden met ontwikkelde leerlijnen of ontwikkelingslijnen. Er wordt gewerkt
vanuit een bepaalde visie op leerlingen, onderwijs en opvoeding. Deze visie wordt
gemeenschappelijk gedragen. Verschillende aandachtsgebieden zijn oriëntatie op
jezelf en de wereld, burgerschapsvorming, sociaal emotionele ontwikkeling, cultuur-/
kunstzinnige vorming en soms ook motorische /zintuiglijke ontwikkeling. De
behoeften en interesses van leerlingen spelen altijd een belangrijke rol. De leerkracht
heeft een begeleidende en sturende rol. De leerlingen moeten genoeg vertrouwen
krijgen om zich te kunnen ontwikkelen en om een volwaardig lid te worden van de
maatschappij. Kenmerken van de leeromgeving zijn levensecht en waarachtig (rijke
leeromgeving). Toetsing gebeurt d.m.v. logboeken en portfolio’s.
Joseph H6
Kinderen worden goede mensen doordat zij zich ontwikkelen. Hierdoor ontstaat een
goede wereld. De mens leert zijn hele leven lang door middel van intrinsieke
motivatie. Hierdoor is leren ook leuk. De rol van de leerkracht is de natuurlijke
ontwikkeling beschermen en ondersteunen. Dit gebeurt door het aansluiten bij de
behoeften en interesses van de leerlingen. De leerkracht staat met passie voor de
klas.
Voor vernieuwingsonderwijs moet er een breed aanbod van methoden zijn.
Samenwerken en zelfstandig werken zijn beide belangrijk. De leeromgeving moet
voelen als een veilige haven. Toetsing gebeurt door middel van portfolio’s.
Sins & van der Zee
Er moet een ruimere kijk zijn op de doelen van onderwijs en het onderwijs moet het
anders worden ingericht. De brede ontwikkeling van de leerlingen moet vooropstaan.
Er ontstaan vijf nieuwe richtingen in de didactiek:
- individualiseren/differentiëren
- activeren
- interactiveren
- socialiseren
- contextualiseren
Leerlingen moeten zelfstandig op eigen niveau en tempo kunnen werken, door ze zelf
de leerstof te laten ontdekken. Er moet gelegenheid zijn om elkaar te helpen en
groepswerk moet gestimuleerd worden. Het onderwijs moet aansluiten bij de leef- en
belevingswereld van de leerlingen.
Ouders zijn bij de Daltonscholen meer betrokken. Wat betreft reken- en taal
prestaties heeft vernieuwingsonderwijs geen toegevoegde waarde, leerlingen scoren
op beide scholen nagenoeg gelijk.