Natuuronderwijs periode 2A
H1: Waarover gaat natuuronderwijs?
De kern van natuuronderwijs bestaat uit:
Het gaat dus niet alleen om de ‘groene’ natuur, maar over ons hele omringende materiële
werkelijkheid. Dus levende organismen als dieren, planten en je eigen lichaam maar ook
weer en seizoenen, materialen voorwerpen, verschijnselen in de natuur en techniek,
omgeving. Kinderen moeten actief bezig zijn! Al doende leren zij het meest. Ontdekkende en
onderzoekende houdingen zijn ondenkbaar, verantwoordelijkheid voor jezelf, je medemens
en je omgeving.
H9: Structuur in de les
Om structuur in je les aan te bieden, is het 5-stappenplan ontwikkelt:
Er komt iets binnen… (introductie/confrontatie)
- Prikkelen van nieuwsgierigheid
- Oproepen van reacties
- Zorg voor materiaal dat voor gevarieerde waarnemingen en/of onderzoeken mogelijk
zijn.
Vrije exploratie of ‘aanrommelen’… (spontane verkenning)
- Belangstelling gewekt, ze raken vertrouwt met het onbekende. Ook kunnen ze bekende
eigenschappen oproepen, vragen oproepen naar nieuwe aspecten en meer
gemeenschappelijke ervaringen opdoen.
- Jij als leerkracht observeert, je luistert naar opmerkingen. Heb je de interesse goed
ingeschat? Gelegenheid bieden en belangstelling tonen.
Vraag het de … zelf maar… (onderzoek en vastleggen van resultaten)
- Objectief en doelgericht handelen
- Kinderen zelf laten onderzoeken is heel belangrijk, kauw ze niets voor!
Vertel het elkaar… (rapportage/communicatie over ontdekkingen)
- Onderzoek levert (als het goed is) een antwoord op, nabespreking
, - Samenvatten en conclusies trekken, verbanden bespreken
- Stel vragen
- Geef stap 2 een belangrijke plaats, zo leren kinderen ‘serieus’ aanrommelen!
Toepassing en de juf/meester vertelt – misschien – ook nog wat (verbreding of
verdieping)
- Meer vertellen over het onderwerp
- Deze stap kan extra leerwinst opleveren
Door deze 5-stappenplan kan je activiteiten structureren waarbij kinderen de concrete
werkelijkheid onderzoeken.
Vaak wordt deze 5-stappenplan gebruikt, alleen gebruikt men haar hypothese (wat je van
tevoren erover dacht) als antwoord, het onderzoek wordt slordig of nauwelijks uitgewerkt.
Bij onderzoek aan levende organismen moet je rekening houden met:
- Respectvolle omgang
- Rekening houden met de rol van het toeval
- Het langzame tempo van veranderingen, groeiprocessen.
Je moet voorzicht zijn met het trekken van conclusies. Organismen kunnen, ondanks in
dezelfde omstandigheden, toch verschillend reageren.
Andere twee didactische modellen:
Margadant, het doe-denk-doe-model. Dit model zorgt voor betrokkenheid van de leerlingen,
de kinderen hebben veel inbreng, dus bevordert het de natuurbeleving. Ook vergroten zij
hun woordenschat en denken serieus na. Dit model heeft 4 fasen:
Introductiefase
- Verkenning, interpretatie (onderwerp van de les), inventarisatie
Activiteitenfase
- Opdrachtuitvoering, voorlopige verslaglegging
Ordeningsfase
- Verslaggeving, explicitering (overeenstemming resultaten)
Afrondingsfase
- Concretisering, evaluatie
Margadant vindt dat reflectie op inhoud onmisbaar is, wil je kinderen nieuwe kennis laten
integreren.
H1: Waarover gaat natuuronderwijs?
De kern van natuuronderwijs bestaat uit:
Het gaat dus niet alleen om de ‘groene’ natuur, maar over ons hele omringende materiële
werkelijkheid. Dus levende organismen als dieren, planten en je eigen lichaam maar ook
weer en seizoenen, materialen voorwerpen, verschijnselen in de natuur en techniek,
omgeving. Kinderen moeten actief bezig zijn! Al doende leren zij het meest. Ontdekkende en
onderzoekende houdingen zijn ondenkbaar, verantwoordelijkheid voor jezelf, je medemens
en je omgeving.
H9: Structuur in de les
Om structuur in je les aan te bieden, is het 5-stappenplan ontwikkelt:
Er komt iets binnen… (introductie/confrontatie)
- Prikkelen van nieuwsgierigheid
- Oproepen van reacties
- Zorg voor materiaal dat voor gevarieerde waarnemingen en/of onderzoeken mogelijk
zijn.
Vrije exploratie of ‘aanrommelen’… (spontane verkenning)
- Belangstelling gewekt, ze raken vertrouwt met het onbekende. Ook kunnen ze bekende
eigenschappen oproepen, vragen oproepen naar nieuwe aspecten en meer
gemeenschappelijke ervaringen opdoen.
- Jij als leerkracht observeert, je luistert naar opmerkingen. Heb je de interesse goed
ingeschat? Gelegenheid bieden en belangstelling tonen.
Vraag het de … zelf maar… (onderzoek en vastleggen van resultaten)
- Objectief en doelgericht handelen
- Kinderen zelf laten onderzoeken is heel belangrijk, kauw ze niets voor!
Vertel het elkaar… (rapportage/communicatie over ontdekkingen)
- Onderzoek levert (als het goed is) een antwoord op, nabespreking
, - Samenvatten en conclusies trekken, verbanden bespreken
- Stel vragen
- Geef stap 2 een belangrijke plaats, zo leren kinderen ‘serieus’ aanrommelen!
Toepassing en de juf/meester vertelt – misschien – ook nog wat (verbreding of
verdieping)
- Meer vertellen over het onderwerp
- Deze stap kan extra leerwinst opleveren
Door deze 5-stappenplan kan je activiteiten structureren waarbij kinderen de concrete
werkelijkheid onderzoeken.
Vaak wordt deze 5-stappenplan gebruikt, alleen gebruikt men haar hypothese (wat je van
tevoren erover dacht) als antwoord, het onderzoek wordt slordig of nauwelijks uitgewerkt.
Bij onderzoek aan levende organismen moet je rekening houden met:
- Respectvolle omgang
- Rekening houden met de rol van het toeval
- Het langzame tempo van veranderingen, groeiprocessen.
Je moet voorzicht zijn met het trekken van conclusies. Organismen kunnen, ondanks in
dezelfde omstandigheden, toch verschillend reageren.
Andere twee didactische modellen:
Margadant, het doe-denk-doe-model. Dit model zorgt voor betrokkenheid van de leerlingen,
de kinderen hebben veel inbreng, dus bevordert het de natuurbeleving. Ook vergroten zij
hun woordenschat en denken serieus na. Dit model heeft 4 fasen:
Introductiefase
- Verkenning, interpretatie (onderwerp van de les), inventarisatie
Activiteitenfase
- Opdrachtuitvoering, voorlopige verslaglegging
Ordeningsfase
- Verslaggeving, explicitering (overeenstemming resultaten)
Afrondingsfase
- Concretisering, evaluatie
Margadant vindt dat reflectie op inhoud onmisbaar is, wil je kinderen nieuwe kennis laten
integreren.