Geneeskunde module 11
,Inhoudsopgave
Pag.
Acute Dyspnoe door cardiale en pulmonale problematiek (13.2, 13.6 en 13.7 leerboek 2
acute geneeskunde)
Shock (15.1 t/m 15.5 leerboek acute geneeskunde) 5
Acute buik (19.1 t/m 19.3 leerboek acute geneeskunde) 9
Leefstijlgeneeskunde (5.1 t/m 5.6 leerboek leefstijlgeneeskunde) 13
Acute psychiatrie-onbegrepen gedrag (hoofdstuk 1 leerboek Acute Psychiatrie en 16
hoofdstuk 47 leerboek Ambulance)
Traumatische en niet-traumatische afwijkingen van de extremiteiten (55.1 t/m 55.8 19
leerboek diagnostiek van alle daagse klachten en 34 leerboek acute geneeskunde)
Kleine kwalen in het dagelijkse praktijk (28.3 en 28.6, 37.3 en 37.6 en 54.3 en 54.6 29
leerboek diagnostiek van alledaagse klachten)
Stoornissen van de zintuigen (o.a. slechthorendheid, oogafwijkingen) (14 leerboek 37
Pathologie voor verpleegkundigen)
Immunologie en afweer (2 leerboek pathologie voor verpleegkundigen) 43
Verslavingsproblematiek (2.1 t/m 2.6 leerboek wat elke professioneel over 48
verslaving moet weten)
Infectieziekten (importziekten) (3 leerboek pathologie voor verpleegkundigen) 51
Voorplantingsstelsel (11 leerboek pathologie voor verpleegkundigen) 55
pag. 1 Kennis 3
,Acute Dyspnoe door cardiale en pulmonale problematiek (13.2, 13.6 en
13.7 leerboek acute geneeskunde)
- Herkennen en verwoorden wat de kenmerken van acute dyspnoe bij een zorgvrager
zijn
Acute dyspnoe is het plotseling ontstaan van kortademigheid, waarbij een zorgvrager in korte tijd
moeite krijgt met ademen. In de tekst (13.2 leerboek acute geneeskunde) wordt benoemd dat
dyspneu het subjectieve gevoel is van een moeilijke of onaangename ademhaling. De mate van
dyspneu is niet altijd gerelateerd aan de ernst van het onderliggen lijden, wat het klinisch
beoordelen complex maakt.
Kenmerkende signalen bij een zorgvrager met acute dyspneu zijn onder anderen:
- Het gevoel van benauwdheid of het niet genoeg lucht krijgen
- Verhoogde ademfrequentie
- Gebruik van hulpademhalingsspieren
- Onrust, angst of paniek als gevolg van zuurstoftekort
- Cyanose (blauwverkleuring) bij ernstige hypoxie
Er wordt benadrukt dat snelle herkenning van deze signalen essentieel is om erger te
voorkomen.
- Beargumenteren waaruit de eerste benadering en uiteindelijke behandeling van
acute dyspnoe bestaat.
De eerste benadering richt zich op stabilisatie van de ademhaling en het achterhalen van de
oorzaak van de dyspneu. (In 13.6 en 13.7 leerboek acute geneeskunde) komt duidelijk naar
voren dat:
- Er altijd gestart wordt met beoordeling van de vitale functies, zoals ademhaling,
circulatie en bewustzijn.
- Zuurstof wordt toegediend bij tekenen van hypoxie (lage saturatie)
- In acute situaties is het belangrijk om via anamnese en lichamelijk onderzoek
onderscheid te maken tussen cardiale of pulmonale oorzaken.
De uiteindelijke behandeling hangt af van de oorzaak:
- Bij COPD-exacerbatie: verneveling ban bronchodilatoren (salbutamol, ipatropium),
systemische corticosteroïden, zuurstof of bij infectie ook antibiotica.
- Bij hartfalen: behandeling met diuretica (zoals furosemide), nitraten, en zuurstof. Er kan
ook morfine worden gegeven om de ademarbeid te verminderen.
- Indien nodig: non-invasieve beademing zoals CPAP of BIPAP
Het is belangrijk dat verpleegkundigen snel signaleren, medische hulp inschakelen en
ondersteunen bij toediening van medicatie of beademing.
pag. 2 Kennis 3
, - Verklaren op welke manier cardiale en pulmonale problemen tot acute dyspneu
kunnen leiden.
Zowel hartproblemen als longproblemen kunnen leiden tot acute dyspneu:
Cardiaal (bv. Acuut linkszijdig hartfalen):
- Door een verminderde pompfunctie van het linker hart, komt er stuwing in de
longcirculatie, wat leidt tot longoedeem.
- Hierdoor ontstaat een acute, ernstige dyspneu, vaak in rust.
- Patiënten kunnen orthopneu (kortademig bij liggen) of nachtelijke dyspneu plaats
vinden.
- Er is sprake van koude extremiteiten, cyanose, tachycardie en crepitaties bij auscultatie.
Pulmonaal (bv. COPD):
- Bij een exacerbatie van COPD is er verslechtering door infectie of blootstelling aan
prikkels.
- Er ontstaat toename van slijm, bronchusvernauwing en ontsteking, wat de ademhaling
belemmert.
- De zorgvrager heeft moeite met uitademen, piepende ademhaling, gebruik van
hulpademhalingsspieren en teken van luchtwegobstructie.
- Bij ernstige exacerbatie ontstaat acute dyspneu, vaak met verhoogde CO2 (hypercapnie)
en mogelijk respiratoire acidose.
- Aanvullende informatie uit hoofdstuk 13.2, 13.6 en 13.7 leerboek acute
geneeskunde
13.2 dyspnoe algemeen
Dyspnoe is subjectief: het wordt door de patiënt ervaren en kan dus niet altijd objectief gemeten
worden. Sommige patiënten ervaren hevige dyspneu bij weinig afwijkingen; anderen juist weinig
klachten bij ernstige afwijkingen.
Chronisch vs. Acute dyspnoe: bovenstaand wordt de nadruk gelegd op acute dyspnoe, maar er
is ook een kans op chronisch verloop. Hier heb je vaak te maken met COPD of hartfalen.
Anamnese en observatie zijn cruciaal: denk aan hoelang de dyspneu bestaat, of het erger is bij
inspanning of in rust, welke bijkomende klachten zijn er en wat is het effect op het dagelijks
leven.
- Koorts
- Hoesten
- Sputum
- Pijn op de borst
13.6 COPD exacerbatie
Een exacerbatie is een acute verslechtering van de longfunctie bij COPD, gekenmerkt door
toename van hoesten, sputumproductie en kortademigheid.
Oorzaken van exacerbatie:
- Meestal door een respiratoire infectie (viraal of bacterieel)
- Soms door blootstelling aan rook of andere irriterende stoffen
- Zelden door longembolie of pneumothorax
pag. 3 Kennis 3