MK 1.1b leerdoelen 7e
De student kan:
1. De onderdelen van het urinaire stelsel benoemen en de drie belangrijkste functies
van het stelsel beschrijven.
De drie belangrijkste functies:
- Excretie, de verwijdering van organische afvalstoffen uit lichaamsvloeistoffen.
- Eliminatie, de lozing van deze afvalstoffen naar buiten
- Homeostatische regeling van het volume en de concentratie opgeloste stoffen
in het bloedplasma
2. De plaats en structurele kenmerken van de nieren beschrijven, de weg van het
bloed volgen naar de nier, in en uit een nier en de structuur van een nefron
beschrijven.
,3. De belangrijkste functies van elk bijeenkomst van het nefron beschrijven en de
processen beschrijven die een rol spelen bij de urinevorming.
, Drie afzonderlijke processen die elk in een nefron plaatsvinden:
- Filtratie: water wordt als gevolg van de bloeddruk door de filtratiemembraan in
het nierlichaampjes geperst. Opgeloste deeltjes die zo klein zijn dat ze door de
membraan heen kunnen, worden door de omringende watermoleculen
meegenomen en komen in de voorurine terecht.
- Reabsorptie: is het verwijderen van water en opgeloste deeltjes uit de tubulaire
vloeistof, via het tubulaire epitheel en naar de peritubulaire vloeistof. De
geabsorbeerde substanties in de tubulaire vloeistof gaan weer terug naar het
bloed in de peritubulaire capillairen. Reabsorptie vindt plaats nadat de voorurine
het nierlichaampjes heeft verlaten. Terwijl filtratie alleen op basis van omvang
plaatsvindt, is reabsorptie van de opgeloste deeltjes een selectief proces dat
plaatsvindt via diffusie of door dragereiwitten in het epitheel van de nierbuis. De
reabsorptie van water vindt passief plaats via osmose.
- Actieve excretie: is het transport van opgeloste deeltjes uit de peritubulaire
vloeistof, door het epitheel van de nierbuis en naar de tubulaire vloeistof. Dit
proces is noodzakelijk, omdat bij de filtratie niet alle opgeloste afvalstoffen uit
het bloed worden geperst. Door deze excretie kan de plasmaconcentratie van
ongewenste stoffen, met inbegrip van vele geneesmiddelen, verder worden
verlaagd.
4. De factoren beschrijven die van invloed zijn op de glomerulaire filtratiedruk en de
glomerulaire filtratiesnelheid.
- Filtratie is alleen mogelijk als de buitenwaartse kracht groter is dan de som van
alle tegengestelde krachten, zoals de osmotische druk van het bloed. De netto
kracht die filtratie bevordert, wordt de filtratiedruk genoemd. De filtratiedruk
bij de glomerulus is hoger dan de bloeddruk in de capillairen elders in het
lichaam.
- De productie van voorurine in de glomerulus wordt glomerulaire filtratie
genoemd. De glomerulaire filtratiesnelheid (GFS) is de hoeveelheid voorurine
die per minuut in de nieren wordt gevormd. Meer dan 99 procent wordt
geabsorbeerd terwijl de voorurine door de nierbuisjes loopt.
- Glomerulaire filtratie is de belangrijkste eerste stap die noodzakelijk is voor de
gehele nierfunctie. Als er geen filtratie plaatsvindt, worden er geen afvalstoffen
uitgescheiden, komt de regeling van de pH van het bloed in gevaar en werkt
, een belangrijk mechanisme voor het regelen van het bloedvolume niet meer.
De filtratie is alleen mogelijk als de bloedtoevoer naar de glomerulus en de
filtratie gehandhaafd blijven.
De student kan:
1. De onderdelen van het urinaire stelsel benoemen en de drie belangrijkste functies
van het stelsel beschrijven.
De drie belangrijkste functies:
- Excretie, de verwijdering van organische afvalstoffen uit lichaamsvloeistoffen.
- Eliminatie, de lozing van deze afvalstoffen naar buiten
- Homeostatische regeling van het volume en de concentratie opgeloste stoffen
in het bloedplasma
2. De plaats en structurele kenmerken van de nieren beschrijven, de weg van het
bloed volgen naar de nier, in en uit een nier en de structuur van een nefron
beschrijven.
,3. De belangrijkste functies van elk bijeenkomst van het nefron beschrijven en de
processen beschrijven die een rol spelen bij de urinevorming.
, Drie afzonderlijke processen die elk in een nefron plaatsvinden:
- Filtratie: water wordt als gevolg van de bloeddruk door de filtratiemembraan in
het nierlichaampjes geperst. Opgeloste deeltjes die zo klein zijn dat ze door de
membraan heen kunnen, worden door de omringende watermoleculen
meegenomen en komen in de voorurine terecht.
- Reabsorptie: is het verwijderen van water en opgeloste deeltjes uit de tubulaire
vloeistof, via het tubulaire epitheel en naar de peritubulaire vloeistof. De
geabsorbeerde substanties in de tubulaire vloeistof gaan weer terug naar het
bloed in de peritubulaire capillairen. Reabsorptie vindt plaats nadat de voorurine
het nierlichaampjes heeft verlaten. Terwijl filtratie alleen op basis van omvang
plaatsvindt, is reabsorptie van de opgeloste deeltjes een selectief proces dat
plaatsvindt via diffusie of door dragereiwitten in het epitheel van de nierbuis. De
reabsorptie van water vindt passief plaats via osmose.
- Actieve excretie: is het transport van opgeloste deeltjes uit de peritubulaire
vloeistof, door het epitheel van de nierbuis en naar de tubulaire vloeistof. Dit
proces is noodzakelijk, omdat bij de filtratie niet alle opgeloste afvalstoffen uit
het bloed worden geperst. Door deze excretie kan de plasmaconcentratie van
ongewenste stoffen, met inbegrip van vele geneesmiddelen, verder worden
verlaagd.
4. De factoren beschrijven die van invloed zijn op de glomerulaire filtratiedruk en de
glomerulaire filtratiesnelheid.
- Filtratie is alleen mogelijk als de buitenwaartse kracht groter is dan de som van
alle tegengestelde krachten, zoals de osmotische druk van het bloed. De netto
kracht die filtratie bevordert, wordt de filtratiedruk genoemd. De filtratiedruk
bij de glomerulus is hoger dan de bloeddruk in de capillairen elders in het
lichaam.
- De productie van voorurine in de glomerulus wordt glomerulaire filtratie
genoemd. De glomerulaire filtratiesnelheid (GFS) is de hoeveelheid voorurine
die per minuut in de nieren wordt gevormd. Meer dan 99 procent wordt
geabsorbeerd terwijl de voorurine door de nierbuisjes loopt.
- Glomerulaire filtratie is de belangrijkste eerste stap die noodzakelijk is voor de
gehele nierfunctie. Als er geen filtratie plaatsvindt, worden er geen afvalstoffen
uitgescheiden, komt de regeling van de pH van het bloed in gevaar en werkt
, een belangrijk mechanisme voor het regelen van het bloedvolume niet meer.
De filtratie is alleen mogelijk als de bloedtoevoer naar de glomerulus en de
filtratie gehandhaafd blijven.