Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting hoorcolleges PSBK

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
35
Geüpload op
24-06-2025
Geschreven in
2024/2025

Ik heb hier een 8,2 mee gehaald. Dit is een samenvatting van de stof van de hoorcolleges van PSBK, ook aangevuld met nodige stof uit het boek. Ik heb dit alleen geleerd. :)

Voorbeeld van de inhoud

Pedagogische Systemen in de Baby- en Kindertijd
Aantekeningen hoorcolleges 2024-2024


HC1 Donderdag 5 september (introductie)
Pedagogische Wetenschappen houdt zich bezig met de wetenschappelijke bestudering van de ontwikkeling en opvoeding van, en het onderwijs
aan kinderen en jongeren in een brede context, en preventie, diagnostiek en behandeling van de problemen die daarbij kunnen ontstaan.

De pedagogische relatie staat centraal en de invloed die de omgeving en genetische en neurobiologische aanlegfactoren daarop hebben speelt een
belangrijke rol.
Het terrein betreft het continuum van ‘normale’ tot problematische/pathologische ontwikkeling en opvoedingssituaties, op zowel individueel, groeps-,
als beleidsniveau.

Wat is dan opvoeding?
Gaat over het aanleren of onderwijzen van vaardigheden, gedrag, normen en waarden en het stimuleren van interesses opdat kinderen competent
kunnen functioneren binnen de cultuur en maatschappij waarin ze opgroeien.
Dit gebeurt niet alleen door de ouders maar ook door school, hobby etc.
Dit is sterk gelinkt aan socialisatie: het proces waardoor individuen de kennis, vaardigheden en kenmerken verkrijgen zodat ze effectief kunnen
participeren in de samenleving.

Ontwikkeld individu heeft interactie met:
- ouder
- vrienden
- docenten
- buurt
- overheid
- cultuur
- werk
- social media
Deze verschillende niveaus hangen met elkaar samen.

Cultuur sensitiviteit: het bewustzijn dat de eigen normen, waarden en behoeften niet voor iedereen gelden. Alles is gekleurd, je denkt vanuit je eigen
bubbel.
Weird: Western, Educated, Industrialized, Rich, Democratic (Westerse bril)

Wat doen pedagogen?
Pedagogen zijn betrokken bij een breed spectrum van ontwikkelings-, opvoedings-, en onderwijs gerelateerde vragen: van vragen over alledaagse
situaties tot situaties die bedreigend zijn voor een kind of zijn omgeving, op het vlak van zowel preventie als interventie.

De pedagoog heeft daarbij niet altijd direct contact met opvoeders en kinderen, maar kan ook ondersteuning bieden aan de professional die dat
directe contact wel heeft. In alle hoedanigheden leveren pedagogen een bijdrage aan de optimale ontwikkeling van het kind.

Verschillende stromingen binnen Pedagogische Wetenschappen
• Geesteswetenschappelijke stroming (na de WOll en is nu meer op de achtergrond geraakt)
• Empirisch analytische stroming (na jaren 60 en is nog steeds relevant)
• Kritisch emancipatorische stroming (meest recente stroming, kritiek op 1./2)

Geesteswetenschappelijke/personalistische stroming
Wat gebeurt er nou tussen dat kind en de opvoeder?
Ze wilden duiden wat daar gebeurt en waarom dat gebeurt.
Ze geven je geen advies, want ieder kind is uniek. Heel erg gericht op het individu.
Langeveld: Het kind begrijpen zoals het is.
Opvoeders zijn gids/begeleiders van het kind. Het doel van de opvoed situatie is om zichzelf op te heffen. > normatief en link met loso e
Hoe beleeft het kind dit?
Onderwijs: vrije scholen, montessori onderwijs

Empirisch analytische stroming
Gebaseerd op natuurwetenschappelijk onderzoek. Focussen op het gedrag van kinderen. Bewijs is belangrijk, dingen moet je kunnen meten. Alles
moet objectiveerbaar worden.
Deze stroming richt zich dus juist niet op het individu.
Adriaan de Groot “Als ik iets weet, kan ik iets voorspellen; kan ik niets voorspellen, dan weet ik niets.”
Hij is ook de grondlegger van Cito-toetsen.
Onderzoek: empirisch, kwantitatief onderzoek met statistische onderbouwing en hypotheses.
Iedereen langs dezelfde lat leggen.

Kritisch emancipatorische stroming
Kritiek op beide voorgaande stromingen.
GWS focust zich heel erg op het individu
EAS focust zich op grote groepen (opvoedingspsychologie)
Zij vragen zich af, waar is de maatschappij? Het gaat niet om het individu.
Onderzoek: hoe kun je onderwijsachterstanden verkleinen? Niet kijken naar het individu maar naar bijvoorbeeld factoren en iedereen hierbij helpen.
Onderwijs: Inclusief onderwijs alle talen, antiracisme campagnes)
Ook een taak voor pedagogen en onderzoekers: speek je uit!




fi fi

, Micha de Winter – Pedagogiek van Hoop
Hij ziet de rol van pedagogen echt als spreker over opvoedingsvraagstukken en en dat ze zich hier ook echt over moeten uitspreken.
Hij vond het ook belangrijk dat kinderen gestimuleerd worden, hoop en optimisme is hierbij heel belangrijk.
Hij had kritiek op de Geesteswetenschappelijke stroming en Empirisch analytische stroming, we zijn ons vooral op individuele problemen en
stoornissen gaan richten.
Beter; hoe willen wij samen, samenleven?

Invalshoeken: De cit Thinking en Medical model
De cit Thinking: is een denkwijze docenten/professionals; als er een gebrek of tekort is ligt dit bij een probleem van het individu.
“‘Kwetsbare kinderen hebben niet de mogelijkheid om te slagen op school’
- benadrukken van de tekortkomingen
- excuus om ongelijkheid in stand te houden; de oorzaak ligt bij het kind

Medical model: vaak binnen speciaal of passend onderwijs. Focus ligt op de stoornis of handicap, niet op de behoeften van het kind.,
‘Een kind met een leerstoornis kan het beste in een afgezonderde ruimte les krijgen’
Behandeling van speci ek de handicap/stoornis, meer niet
- kind wordt gereduceerd tot zijn/haar ‘gebreken’
- de omgeving/meerderheid hoeft niet te veranderen
We zouden moeten denken; hoe kunnen wij ons allemaal aanpassen zodat iedereen mee kan doen?

Nu: Positive Youth Development
Positieve blik op ontwikkeling en focus op diverse behoeften van kinderen, hun mogelijkheden en potenties.
Terminologie en interventies blijven nodig om groepen kinderen de juiste hulp te bieden.

Uitgangspunt: Alle kinderen en jongeren zouden optimaal moeten kunnen participeren in deze samenleving; hoe gaan we dat voor elkaar krijgen?

Het beste uit iedere stroming nemen we mee:
• Belangen van het kind zijn belangrijk (thema’s als kinderparticipatie)
• Degelijk onderzoek en goede theorieën zijn belangrijk
• Kwesties uit de maatschappij zijn belangrijk; hoe kan een kind participeren in deze maatschappij?

Micha de Winter: pedagogisch invalshoek verschuift in twee opzichten
Van problematiserend naar gerichtheid op groei
Van individueel naar sociaal

Grote nadruk op initiatief en participatie van kinderen en jongeren zelf”
Vreedzame School: programma voor sociale competentie én democratisch burgerschap. Ontwikkeld in 1999.

Optimisme: algemene verwachting van mensen over toekomstige uitkomsten
Hoop: vertrouwen in zichzelf ‘als we genoeg ons best doen dan’. Herkomst: geloof, biologie, samenleving. John dewey : hoop is instinctieve impuls tot
groei die bij kinderen zal zorgen voor juist gedrag om doel te bereiken.

H.O.O.P
- Handelingsperspectief cultiveren > gemeenschappelijk handelen ‘shared agency’, onderzoekende nieuwsgierige houding aanleren. Bvb: vreedzame
school, democr. burgerschapsvorming middelpunt
- Onderbreken van impulsieve oordelen en verlangens → pedagogisch onderbreken ‘stop, neem tijd om na te denken’. Verplaatsing in ander, collectief
voordelige oplossingen
- Optimisme: motivator voor hoop en samenwerking
- Participatie bevorderen: actieve participatie om kinderen tot actieve, verantwoordelijke burgers te maken. Niet alleen uitleg, preventie en interventie,
maar ook skills aanleren en leren vreedzaam te vechten.
Problemen dus samen met kinderen onderzoeken en oplossen om hoop te scheppen.




fi fi fi

,HC2: Dinsdag 10 september
Leerdoelen:
• Inzicht in het nature-nurture debat.
• Inzicht in de methode van gedragsgenetisch onderzoek.
• Inzicht in epigenese: genen x omgeving.
• Kennis van het Bronfenbrenner model.
• Begrip van het risico-cumulatiemodel.
• Inzicht in de werking van beleid op macroniveau.

The Nurture Assumption: het misverstand opvoeding
Judith Rich Harris schreef een boek; The Nurture Assumption, zij zei dat de persoonlijkheid niet door ouders wordt gevormd maar door
leeftijdsgenoten. Het gaat hierbij om de vraag of de ontwikkeling van een kind wordt bepaald door aanleg (zijn erfelijke eigenschappen) of door het
milieu waarin het kind opgroeit.
Kleine effecten van de gedeelde omgeving (gezin, klas) maar juist sterke effecten van erfelijkheid op uiteenlopende menselijke eigenschappen.

Gedragsgenetisch onderzoek met tweelingen en adoptiekinderen
• Eeneiige tweeling en twee-eiige tweelingen:
Twee soorten tweelingen; een-eiige (100% gemeenschappelijke genen) en twee-eiige.
Voor een onderzoek worden vaak twee-eiige tweelingen gekozen omdat de gezinsomstandigheden en genen precies hetzelfde zijn. Voor elk lid van
zo’n paar kan je een test afnemen. Je kunt de leden van die tweelingparen dan vergelijken. De eeneiige tweelingparen komen meer overeen. Er is dus
veel meer correlatie bij eeneiige tweelingen.
Erfelijkheid (h²): overeenkomst (‘correlatie’) een-eiige tweelingen min overeenkomst twee-eiige tweelingen → preciezer: h² = 2(r mono-r dizyg).


• Adoptiekinderen en hun biologisch niet-verwante broertjes en zusjes:
Paradigma: adoptiekinderen; bij adoptiekinderen is de genetische boodschap van hun adoptiegezin 0. Je kan je hierbij afvragen wat de rol is van een
gedeelde omgeving? Hoe komen adoptiekinderen overeen met niet verwante broertjes en zusjes in hun adoptiegezin? Of hoe komen
adoptiekinderen overeen met broertjes en zusjes die zijn achtergebleven in hun geboorte gezin?
• Gedeelde omgeving (c2): overeenkomst adoptiekinderen met biologisch niet-verwante broertjes-zusje in het adoptiegezin.
• Erfelijkheid (h²): overeenkomst geadopteerde kinderen met biologisch verwante maar niet-geadopteerde broertjes-zusjes.

h² staat voor de erfelijkheid van een eigenschap. Het geeft aan hoeveel van de verschillen tussen kinderen in bijvoorbeeld lezen of rekenen te maken
hebben met genetische factoren. Een h² van 0.73 voor technisch lezen betekent dat 73% van de verschillen tussen kinderen in hoe goed ze technisch
lezen, door genen komt.
De gedeelde omgeving (bijvoorbeeld je gezin, school, of klas) heeft volgens het onderzoek een kleinere invloed op verschillen in schoolprestaties.
Dus, hoeveel je scoort op school hangt minder af van die omgevingsfactoren dan van je genen.
In sommige landen worden kinderen op jonge leeftijd al gesplitst op niveau (zoals VMBO, HAVO, VWO in Nederland), terwijl andere landen leerlingen
langer samen houden. In systemen waar minder vroeg wordt gesplitst:

Spelen genen een grotere rol omdat alle kinderen een meer vergelijkbare omgeving hebben.
Wanneer kinderen al vroeg op niveau worden gescheiden, wordt de omgeving belangrijker en spelen genen een kleinere rol.
Dus, in systemen die minder vroeg selecteren, komt de invloed van genen sterker naar voren omdat de omgeving meer gelijk is voor iedereen.

Paradox: Hoe beter de school, leraren, etc hoe groter h² naar voren komt. Hoe gelijker en beter de omgeving, hoe meer de genetische verschillen (h²)
naar voren komen.

Dit gebeurt omdat een betere, gelijkere omgeving zorgt voor minder variatie door de omgeving. Als alle kinderen bijvoorbeeld op een goede school
zitten en vergelijkbare begeleiding krijgen, maakt dat de omgeving gelijker. Als de omgevingsverschillen kleiner worden, blijven de genetische
verschillen juist meer op de voorgrond.

Dus in een ideale omgeving, waar iedereen dezelfde goede kansen heeft (goede school, goede leraren, goed lesmateriaal), worden verschillen tussen
leerlingen vooral bepaald door hun individuele aanleg (genen). Daarom lijkt de erfelijkheid groter te worden.

Spoetnik effect
Rond 1957 tijdens het hoogtepunt van de Koude Oorlog, Russen brengen als eerste met succes een satelliet in een baan om de aarde. Dit schokte de
Verenigde Staten omdat het duidelijk maakte dat de Sovjet-Unie een technologische voorsprong had in de ruimtevaart. Als reactie hierop lanceerde de
Amerikaanse overheid verschillende initiatieven om hun positie te versterken; waaronder pedagogische programma’s . Een belangrijk aspect hiervan
was het vergroten van de educatieve kansen voor minderbedeelde groepen, met de nadruk op de arme en veelal zwarte bevolking. Dit werd gedaan
in de hoop de "nurture" (de omgevingsfactoren die de ontwikkeling van een individu beïnvloeden) te verbeteren. Dit voorbeeld vindt navolging in veel
landen.

Voorbeeld:
Head Start
Head Start is een groot programma, opgericht in 1965 in de Verenigde Staten als onderdeel van de "War on Poverty". Het doel was om jonge kinderen
uit arme gezinnen beter voor te bereiden op de basisschool door ze een paar dagen per week educatie en ondersteuning te bieden. Het programma
richtte zich vooral op het verhogen van het IQ en de taalvaardigheid van de kinderen, en het ondersteunde ook ouders bij de opvoeding.

In het begin leek het programma succesvol: het IQ van de kinderen steeg. Maar na een paar jaar bleek dat effect tijdelijk en zakte het IQ weer terug.
Dit toonde aan dat intelligentie niet de juiste focus was voor langdurig succes. Wel leerden kinderen andere belangrijke vaardigheden, zoals het
nemen van meer verantwoordelijkheid, wat hen op de lange termijn hielp. De uitvoering van het programma was echter niet altijd even professioneel,
wat ook invloed had op de resultaten.

, Arthur Jensen
Schreef het boek: G-factor. De conclusie van hem over Head Start was: Het kon NIET slagen, want intelligentie (g-factor) als eigenschap is grotendeels
erfelijk bepaald.
De Black-white gap was in de jaren 50 heel groot. Inmiddels is deze veel kleiner. De verschillen bestaan wel nog steeds.

Genetica & Intelligentie: een beladen debat
Sir Cyril Burt: Engelsman die al lang geleden begon met tweeling onderzoek bij eeneiige tweelingen die zijn opgegroeid in verschillende gezinnen.
Hij is beschuldigd van het vervalsen van tweelinggegevens om de erfelijkheid van intelligentie te bewijzen.

Herrnstein & Murray: waren psychologen en schreven een boek: The bell-curve. Zij zeiden; intelligentie is nou eenmaal bepaald; omgeving maakt
niet uit. Dit is waarom sociale ongelijkheid te rechtvaardigen is. Betekent dat er een reden of argument wordt aangedragen om te verklaren waarom
het bestaan van verschillen in welvaart, macht, status of kansen tussen verschillende groepen mensen in de samenleving acceptabel of begrijpelijk zou
kunnen zijn

Debat in Vlaanderen
Wouter Duyk, hoogleraar psychologie in Gent, ageert (actief handelen/optreden tegen iets) tegen het ideaal van gelijke kansen, is vóór vroege
selectie in het onderwijs en vóór elitescholen. Al deze standpunten tegen een beleid dat gaat voor gelijke kansen en latere selectie zijn argumenten dat
hij hierbij verwijst naar de erfelijkheid van intelligentie (en de vermeende ongelijke verdeling van intelligentie tussen bevolkingsgroepen.)

Kritiekpunten op gedrag genetische model
1. Geen ‘inhoudelijke’ theorie over manier waarop de genen (=genotype) worden omgezet in intelligentie (IQ), schoolprestaties, persoonlijkheid,
politieke voorkeur, gedrag… (=fenotype). Het model beschrijft niet hoe genen deze eigenschappen beïnvloeden.
2. Afwijkende bevindingen:
• Er is een sterk positief effect van adoptie op IQ, schoolprestaties, gedrag, enz. Dit laat zien dat omgeving een veel grotere rol kan spelen dan het
gedragsgenetisch model soms suggereert.
• Gemiddelde IQ van een populatie stijgt in de loop van de tijd (Flynn-effect). Dit wijst op de invloed van omgevingsfactoren; beter onderwijs/
gezondheidszorg, aangezien genen in zo’n korte periode niet kunnen veranderen.
• Minder sterk effect van erfelijkheid in deelpopulaties met een lagere sociaaleconomische status
3. Er zijn voorbeelden van succesvolle vroege interventies. (Denk aan Head Start)
4. Het negeert de Epigenese: het proces waardoor de genen tot uitdrukking komen in het fenotype → 2e deel van dit college (Bronfenbrenner).

Het Flynn effect (Flynn 1987)
Het Flynn-effect is een fenomeen waarbij het gemiddelde IQ van een populatie in de loop van de tijd stijgt. Over een periode van ongeveer 30 jaar
steeg het gemiddelde IQ met ongeveer 17 IQ-punten (of 1,3 standaarddeviaties). Dit is een aanzienlijk effect, en het betekent bijvoorbeeld het verschil
tussen kinderen die naar het VMBO of het VWO gaan, of tussen iemand met een normaal IQ en iemand die als zeer begaafd wordt beschouwd. (Dit
kan komen door een combinatie aan omgevingsfactoren; beter onderwijs, verbeterde voeding, verbeterde gezondheidszorg.)

Maar het Flynn-effect lijkt nu uit te doven. Dit kan verschillende verklaringen hebben:
- Geen grote culturele veranderingen
- Opkomst van technologie (social media)
- Differentiatie in het onderwijs

Verklaringen voor het Flynn effect:
- Geen verandering in de genenpool, het aantal jaar is hiervoor te kort (30-50 jaar)
- Stijgend IQ is ook gevonden van de ene op de andere generatie (vader op zoon) (gemeten bij vergelijkingen tussen vaders en zonen die beiden
voor militaire dienst werden gekeurd.)
- Je ziet ook stijging van het IQ als mensen van een arm land naar rijk land emigreren.

Waarschijnlijkere oorzaken:
- Toegenomen educatie en mediagebruik, toegenomen complexiteit van de beroepen en verandering in curriculum op school.

Nature-nurture paradox
IQ (en andere persoonskenmerken) is in hoge mate erfelijk (nature), maar tegelijkertijd sterk afhankelijk van de omgeving (nurture). In ondersteunende
omgevingen (zoals goede scholen en rijke leeromgevingen) komt de erfelijkheid van IQ sterker naar voren. Dit komt omdat kinderen in betere
omgevingen hun genetische potentieel optimaal kunnen ontwikkelen. In minder ondersteunende omgevingen kunnen omgevingsfactoren echter
meer beperkingen opleggen waardoor erfelijkheid minder invloed heeft.
Voorbeeld woordenschat: Woordenschat is zowel genetisch bepaald als sterk afhankelijk van de taalomgeving. Kinderen kunnen een genetische
aanleg hebben voor een grote woordenschat maar zonder een rijke taalomgeving zullen ze minder woorden leren.
biologisch determinisme: Stel je hebt talent, maar krijgt geen kans tot uiting hiervan > gedrag mensen niet enkel door genen bepaald maar ook
door kansen.

Epigenese: G x E (genen en omgeving) . Dit verwijst naar het proces waarbij omgevingsinvloeden bepalen hoe en wanneer genen tot expressie
komen. Genen zijn niet statisch; omgevingsfactoren kunnen genen aan- of uitzetten, wat weer invloed heeft op eigenschappen zoals IQ. Dit is een
belangrijk mechanisme waarmee nature en nurture op elkaar inwerken.

Gilbert Gottlieb
Gilbert Gottlieb deed experimenten met eendenkuikens. Direct nadat ze uit het ei waren gekropen, begonnen ze met het volgen van moeder eend
(Imprinting). Dit zit in de genen.
Voor zijn onderzoek stelde hij de eieren tijdens de broedtijd bloot aan harde geluiden of maakte hij bevoordeeld een klein gaatje in het ei. Deze
kuikens bleken geen moeder-volggedrag te hebben. Veranderingen in de ‘normale’ omgeving kunnen dus tot hele andere uitkomsten leiden
(nurture).

Geschreven voor

Instelling
Middelbare school
Niveau
Onbekend
School jaar
1

Documentinformatie

Geüpload op
24 juni 2025
Aantal pagina's
35
Geschreven in
2024/2025
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

€6,48
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
fleurhaarsamenvattingen

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
fleurhaarsamenvattingen Universiteit Utrecht
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
2
Lid sinds
3 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
9
Laatst verkocht
1 week geleden

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen