1. inleiding kunstgeschiedenis – Capita Selecta
Wunderkammer / Cabinet of Curiosities
Ontstaan 16de eeuw, humanistische filosofie werd
belangrijker:
o Niet alleen weelde tonen was belangrijk
o Elk object moest ook de deugdzaamheid van de
eigenaar tonen
o Nieuwsgierigheid naar de wereld > kennis werd hoog
aangeschreven
Opdrachtgever zegt iets over hem/haarzelf met een
kabinet/wunderkammer
Koning George III en Koningin Charlot Hannover
Joyan Zoffany – Tribuna of the Uffizi – 1772-77 Opdracht: complex
Wat is er te zien in het werk:
o Naturalia (natuurobjecten)
o Mirabilia (onverwachte natuurlijke fenomenen)
o Artificialia (mensgemaakte opjecten)
o Enthnopraphica (wereldwijde objecten)
o Scientifica (wetenschappelijke objecten)
o Artefacta (historische objecten)
-> veelheid toont de verwevenheid tussen kunst, wetenschap, internationale handel, macht en
connecties, luxe en geld, identiteit & ambacht en kunde
Koenraad Jonckheere – Another History of art 2500 jaar Europese kunstgeschiedenis
In elk hoofdstuk wordt 2500 jaar kunst bekeken uit een ander perspectief zoals kunst als project,
ambacht…
Van zwart vierkant tot caleidoscoop
o Feiten:
• kunstwerk beschouwd als hoogtepunt van de Europese kunst
o Interpretatie: “Sublieme, gebalde synthese van 5 eeuwen Kunstgeschiedenis”
• Het einde van een tijdperk, iets compleet nieuws
• Maar: slechts zwarte verf op doek, ‘iedereen kan het maken’, weinig
schilder- als materiaal technische kunst
Kazimir Malevits – Zwart
o Zonder context geen reden om het als hoogtepunt te beschouwen, in contrast Vierkant – 1915
met o.a. het Lamsgod
• 5 eeuwen lang (v.a. 15de eeuw): vanaf begin renaissance 1400
zochten kunstenaars naar manieren om leven en natuur na te
bootsen
• Door herontdekking van kunstheorie van de Grieks-Romeinse
oudheid: mimesis = imitatie van de werkelijkheid was belangrijk
Hubert en Jan Van Eyck – Het Lam Gods
– 1432
, • Lijn- en kleurenperspectief: belangrijke hulpmiddelen > derde dimensie geven aan
vlakke blad
o Uitvinding fotografie
• 19de eeuw: mimesis > betere techniek, sneller, goedkoper, democratischer
• Schokgolf door beeldende kunsten: aspiraties en aanblik voorgoed veranderd
o Malevitsj: een van de eerste non-figuratieve (abstract/je herkent geen figuren) werken uit
Westerse kunstgeschiedenis
o Afwijzen mimetische principes
o Stelt 25 eeuwen kunstgeschiedenis ter discussie:
• Is technische vaardigheid noidg?
• Is kunst mogelijk zonder vorm van illusionisme?
• Zonder onderwerp? Zonder figuratie?
-> wat leren we daaruit over de kunstgeschiedenis?
Kunstgeschiedenis niet alleen resultaat van voortschrijdend esthetisch inzicht, ook van brede
veranderingen in de maatschappij:
o Nieuwe materialen, verfsoorten…
o Nieuwe technieken: worden ingezet of wordt op gereageerd (Malevitsj)
o Nieuwe inzichten (anatomie, perspectief…)
o Veranderede wereldbeelden
o Lef en durf, persoonlijkheid nieuwe wegen bewandelen
Waardebepaling?
o Verhalen en emoties die met kunstwerken verbonden raken, niet voor individu maar voor
hele gemeenschappen
o waarde kan door veel factoren worden bepaald
o Malevtisj:
• Niet technische kunde, niet materiële waarde, wel symbolische betekenis voor een
hele cultuur
• Zonder context bijna geen betekenis en geen argumenten om het als hoogtepunt te
beschouwen
<-> van Eyck: dure en zeldzame materialen, lange arbeid
o Toevoegende waarde: emoties en verhalen die versmelten in 1 werk op een magnetische
wijze op een bijzonder moment in de geschiedenis
o Damien Hirsts – For the love of God, what are you going to next?
• Doet niets zelf > medewerkers (nul ambachtelijke kunde)
• Schedel met 8601 dimanten
• Boodschap van de kunstenaar
o Memento mori (herinnering aan de dood)
o Kunsthandel en geldwaarde
o Menselijke aantrek tot ‘all that shines’
o Kitsh? Camp? Kunst?
o Waarde en geschiedschrijving hangen samen met: economie, wetenschap, neurologie,
sociologie, antropologie, godsdienstwetenschappen, chemie, wiskunde, politiek,
transportgeschiedenis, paradigma’s…
o Focus van de kunstgeschiedenis = breed maatschappelijk
, • Niet meer alleen op de esthetische waarde
• Ook op de wijze waarop het object en als beeld binnen een context functioneert
• ‘beelden vatten verhalen samen’ > kunsthistoricus leest beelden als condensaties
van heel veel complexe processen
Het idee kunst
Drie vormen van schijven over kunst:
o Esthetica: bestudeert de zintuiglijke ervaring van kunstervaring van schoonheid
o Kunsttheorie: wil ahistorisch zijn, wil een schakel zijn tussen concept en uitvoering
o Kunstgeschiedenis: geschiedkundige feiten ordenen, interpreteren, verklaren in een breder
maatschappelijk verband
-> sterk verweven disciplines
-> kunstproductie beïnvloedt schrijven over kunst en vice versa
Hoe wordt geschiedenis geschreven?
o Kunstgeschiedenis wordt vaak gedoceerd op basis van een canon (= het geel van belangrijke
personen, kunstwerken, gebouwen die toonaangevend worden bevonden voor een bepaalde
tijdsperiode en/of gebied)
o Griekse wordt Kanoni: geheel van regels en voorschriften over kunst > is verworden tot een
eregalerij van de kunstgeschiedenis
o Cfr. Verschil tussen de werken in de zalen van de musea versus de reserves (of de werken die
de officiële musea nooit bereikt hebben)
o Instellingen en mecenaat als gatekeppers > cfr. Biënale van Venetië
Is het idee van de westerse canon nog houdbaar?
o CANON: heeft te maken met de gangbare opvattingen binnen (het idee kunst) van wat
waardevol was en wat niet = altijd tijds- en cultuurgebonden
o Opvattingen die innovatie ontstaat in het westen en zich naar de periferie (=rand) verspreidt
of dat westen veel sneller evolueert dan ‘niet-westerse wereld’
• Eerste ‘barsten’ ontstaan vanaf de jaren 1980
• Racistische implicaties
• Seksistische implicaties
o Hoe werken aan een andere canon?
• Een niet exclusief ‘westerse’ canon?
• Een niet exclusief mannelijke canon?
• Relationele van kunst zien: geografisch, macht gebonden sociale perspectief
opentrekken…
Wat mag je verwachten van deze cursus?
1. Leren kijken naar kunst
2. Interpreteren van afzonderlijke kunstwerken en hun specifieke logica
3. Inzicht krijgen in verschillende aspecten van traditie en doorleving
4. Klassiek geïnspireerde gebouwen (oud- jong)
• Parthenon
• Pantheon
, • Villa Rotonda, Andrea Palladio
• La Madeleine, Pierre-Alecandre Barthélémy Vignon
• Lincoln Memorial, Henry Bacon
• Woodland begraafplaats , Gunnar Asplund
• Team Disnet Building, Michael Graves
• Schilderij; Jeunefille devant un temple (griekse ideaal op de achtergrond)
• Paviljoen De Colonnes, Charles Vandenhove (grieks portaal)
Ook in de schilderkunst inspireert men zich op het voorgaande:
1) Diego Velasquez -Las Meninas – 1656 (met Infanta Margarita)
2) Pablo Picasso – Las Meninas – 58 schilderijen – 1957
3) Salvador Dali – Las Meninas – 1960
5. Kunst leren verstaan als een vorm van culturele productie binnen een bepaalde
maatschappelijke context
Opdrachtgeverschap en mecenaat
• Pausen
• Vorsten
Venuszaal in palesi in Versailles
− = symbolische verheerlijking van de vorst (macht)
− Plafondschildering, René-Antoine Houasse
− ‘Venus die de Godheden en de Machten aan haar keizerrijk ontwerpt’
Mecenaat kan kunstenaars maken (en kraken)
Omgekeerd dragen kunstenaars bij tot verheerlijking van opdrachtgever
<-> hedendaagse kunst: vaak kritische tegenstem, durven status quo bevragen
6. Aanzet om niet enkel westerse, maar ook globale perspectieven mee te nemen > vergroten
van het bewustzijn
7. Verschuivende percepties kunnen duiden
Kunstenaar maakt kunst, kan autodidact zijn of opleiding hebben gehad
• Grenzen met volkskunst vervagen
• Grenzen met amateurkunsten kunnen ook verschuiven
• Grenzen met design en toegepaste kunsten kunnen ook vervagen
• Idem Outsiderkunst
Defenitie: spontaan en onconventioneel werk van kunstenaars die buiten het
professionele kunstcircuit werken of in de marge van de samenleving
opereren
Soms psychiatrische patiënten, mensen met een verstandelijke beperking,
mensen die geïsoleerd leven en moeilijk hun positie in de maatschappij
vinden, maar het zijn evengoed speelse creatievelingen die in hun werk
onbedwingbaar hun eigen weg gaan