Observatie:
Mogelijke settings
- Thuis
- In het lab
- Op een publieke locatie
- In praktijk instelling
- Op school
Mogelijke situaties
- Vrij spel
- Voorlezen
- Bed routine
- Bad routine
- Maaltijd
- Schoolobservatie
- Diagnostisch onderzoek
- Gestructureerd → het uitvoeren van een (lastige) taak
Meten van gedrag: Welke methode?
- Vragenlijst, Interview, Observatie
Observatie
- Voordelen
• Minder zelfrapportage bias
- Nadelen
• Ouder kan gedrag tonen waar de onderzoeker naar zoekt
• Men vergeet na een tijdje dat ze worden geobserveerd (zowel volwassenen als
kinderen)
• Observer reactivity (Hawthorne effect) → als iemand aanwezig is, dan kan het gedrag
van de respondent veranderen, wat ten koste gaat van de ecologische validiteit.
• Lab is een onnatuurlijke setting, waardoor je het meer kan standaardiseren
• Niet altijd ethisch
• Vraag veel van het gezin → een invasief proces
• Tijdrovend
Het meten van gedrag: welke methode?
,Uitdagingen Observatie en een oplossing om het nadeel te beperken
Techniek bij opnames
- Training om het zo goed mogelijk te doen
- Duidelijke instructies voor het filmen
- Gewoon opnieuw doen als het mislukt
Tijdsintensief en hoge kosten
- Dit kan opgelost worden door de duur van de opname te beperken
Belasting voor deelnemers en invasief
- Je kan hiervoor een compensatie of vergoeding geven
Duidelijk definiëren van hetgeen wat je observeert (je variabelen)
- Helder afbakenen
- Voorbeelden geven in de codeer behandeling
Moeilijk voor codeurs om betrouwbaar te worden en te blijven (intercodeursbetrouwbaarheid)
- Dit kan opgelost worden door intensieve training
- Dubbel coderen en/of intervisie
Het is een momentopname
- Je kan meerdere opnames maken
- Is het niet zoals normaal gesproken? Dan doe je het opnieuw
Hawthorne effect/ observer reactivity
- Langer observeren
- Juiste instructie
- Observeren uit zicht
- Longitudinale studie: dezelfde onderzoeker
Ethiek
- Toestemming geven voor gebruik van video’s
- Meldplicht als je ziet dat interacties niet OK zijn
Kwaliteitsmaten van observatie methode
- Betrouwbaarheid en Validiteit
,Observatie setting
Gardner 2000 →Lage correlaties tussen observaties thuis en in het lab
Coderen van gedrag: verschillende manieren
Gedragsfrequenties (je kunt het gedrag tellen; bijv tellen hoevaak een kindje een rozijn deelt met
haar broertje)
- Specifiek definities van relevante gedragingen
Event-based
- Alleen onder bepaalde omstandigheden, gedrag coderen
Micro- level (real-time)
- Micro-gedrag; bv glimlachen,fronsen, stemverheffen)
- Moment to moment (per tijdseenheid: bijv 25/ min)
- Komt het voor?: ja of nee
Macro-level schalen
- Omschrijving schaalpunten aan de hand van concrete gedragingen → je geeft hierbij pas op
het einde 1 score. Je observeert alle gedragingen. Meal-time interaction en sensitiviteit.
Verloop van een observatie training
1. Gestandaardiseert codeerprotecool
2. Intensieve training
3. Betraouwbaarheidsset
4. Intercodeursbetrouwbaarheid
5. Voorkom ‘coder drift’ → codeur mag niet afdrijven van hoe die is begonnen. Zorg dus voor
dubbelcoderen en intervisie en overleg
, Inferentieniveau
➔ De mate waarin het instrument gevoelig is voor de subjectiviteit/interpretatie en
daarmee hoeveel training nodig is om het instrument onder de knie te krijgen
Grootschalig onderzoek: Objectiviteit?
Grootschalig (longitudninale) onderzoeksprojecten
- Coderen meerdere gedragingen, van meerdere keren
- Grotere kans op subjectiviteit als:
• Je het gezin zelf hebt bezocht
• Je persoon als eerder hebt gecodeerd
- Op hetzelfde construct
- Of op een ander construct
➔ Dit zijn codeerrestricties
Coder bias
• Systematische variatie in scores die samenhangen met kenmerken codeur ipv met relevante
gedragingen van de persoon die wordt geobserveerd
Voorbeeld: ethniciteit
Context:
Onderzoek vs Praktijk
Onderzoek Praktijk
Groepsgemiddelden (het gaat over een groep Dit is meer gericht op een individu
mensen en wat zij gemiddeld doen)