Fiscaalrecht hoorcollege 1
In het strafrecht is de regel je bent onschuldig tot tegendeel is bewezen. In fiscaalrecht is
dit anders. In het fiscaalrecht hebben we de vrijebewijsleer: wie stelt bewijst. Normaal
gesproken is het zo dat de belastingplichtige zegt nee hoor belasting is lager en dan moet
hij dat aannemelijk maken en dat belastinginspecteur zegt nee hoor belasting is hoger,
dan moet hij dat aannemelijk maken. Op het moment dat je met je hoofd in strafrecht zit
en dit vergeet heb je een probleem.
Tijdens drooglegging van de VS hadden ze een iemand, AL Capone, waarvan iedereen
wist hij is een maffiabaas, hij is te glibberig, hij was niet aan te pakken met het strafrecht.
Toch hebben ze hem in de gevangeins gekregen op basis van belastingrecht, omdat hij
zijn aangifte niet had gedaan.
Als je met arbeidsrecht werkt dan heeft dat direct met belastingrecht te maken.
Ondernemingsrecht is helemaal verweven met belasting recht. Er is geen rechtsgebied
waarbij je niet met fiscaalrecht te makken hebt.
Doel van dit blok: dat als jij als advocaat/bedrijfsjurist etc. dat je ergens in je achterhoofd
denkt wacht eens even, is hier niet iets mee. Kunnen we niet als we deze fusie doen, was
het dan niet iets fiscaal en dat alarmbel afgaat en collega van fiscale afdeling belt met
verstand van belasting, dat is haar doel. We houden ons daarom met de hoofdlijnen
bezig.
HC laten zien wat de hoofdlijnen zijn
Structuur van het vak
1. Context van belastingen
• wat zijn belastingen, waarom belastingheffing, formeel belastingrecht en
introductie tot de inkomstenbelasting (hc 1, probleem 1).
2 Ondernemen en belastingen
• Winst uit onderneming in de inkomstenbelasting
• Omzetbelasting
• Belastingheffing over winst van lichamen: de vennootschapsbelasting.
• Dividendbelasting (hc 2, 3 en probleem 3, 4)
3. Vermogen en belastingen
• Inkomen uit aanmerkelijk belang en uit sparen en beleggen, de eigen woning,
periodieke uitkeringen, schenk- en erfbelasting (hc 4,probleem 2, 5)
4. Werken en belastingen
• Loonbelasting, resultaat uit overige werkzaamheden (hc 5, prb.1, 6)
5. Internationaal en Europees belastingrecht (hc 5 en probleem 7)
Waarom heeft de overheid belastingen?
Functies van belastingheffing:
• Budgettaire of financieringsfunctie: ter bekostiging van overheidsuitgaven,
ook wel klassieke functie omdat dit van oudsher de functie van belasting was.
• Herverdelende functie: inkomensherverdeling tussen personen, personen en
bedrijven, generaties.
• Instrumentele of regulerende functie: sturen van gedrag van burgers en
ondernemingen ten behoeve van beleidsdoelstellingen, gedrag aanpassen vb
stoppen met roken, bv op gebied van economie, klimaat, gezondheid, kunst en
cultuur (fiscalisten: nevendoelstellingen)
, Voorbeeld dat ze gaf: in voorjaars nota en klimaatdoelstellingen: Aantrekkelijk
maken van leaseauto’s werkgever aantrekkelijk te maken. En hier worden
belastingen voor gebruikt.
“Verwurging in Belastingland”
Door de eeuwen heen zien we dat men belasting niet wil betalen.
Definitie ‘belastingen’
Elementen van belasting:
-Moet in geld zijn
-Moet aan de overheid worden betaald
-belastingen zijn gedwongen, het zijn gedwongen bijdragen aan de overheid, kan niet
zeggen nee ik doe niet meer mee.
-Belasting zijn gedwongen bijdragen aan de overheid zonder tegen prestatie in geld, wat
is het verschil met roof? Belangrijkste fundamenteel verschil: belastingen komen tot
stand volgens op democratische wijze bepaalde regels. We hebben zelf gestemd op
volksvertegenwoordiging en volksvertegenwoordigers moet altijd instemmen met
belasting hebben en dit is dus materiele definitie.
• Materiële definitie: Gedwongen financiële bijdragen van burgers en bedrijven aan de
overheid zonder individuele tegenprestatie, ter financiering van collectieve uitgaven die
geheven worden volgens democratisch tot stand gekomen regels (belastingwetten(als we
het over het rijk hebben en -verordeningen( als we het over mede overheden hebben).
• Formele definitie: belasting is elke heffing die door de wet zo wordt genoemd. Vb art.
1.1 IB: belasting dus drm formele definitie.
• Belang: art 104 GW: belastingen mogen slechts uit kracht van een wet worden
geheven (legaliteitsbeginsel). Omdat het dus belangrijk is dat het volgens democratische
wijze bepaalde regels is bepaald. Omdat belasting heffen in feite in een breuk is op het
mensenrecht ongestoord genot van eigendom, omdat belasting iets wegneemt van
mensen. Tegengaan van willekeur hierdoor.
“No Taxation without representation’
1215 Magna Carta: King John die ging willekeurig belasting opleggen. Baronnen vonden
dat niet zo een goed idee. Magna Carta werd ingesteld, waarin is bepaald dat de koning
alleen met toestemming van de baronnen belasting mag heffen.
1773: No taxation without representation: heel krachtig eerst werd ook door Feministen
gebruikt, ze moesten wel belasting bepalen maar geen rechten. Aletta Jacobs girls boss.
Welke belasting levert de overheid het meeste op? En welke het minste?
Kun je terugvinden in de miljoenen nota.
Loon- en inkomensbelasting levert het meest op.
2e grote belasting is omzetbelasting, is een belangrijk inkomen voor overheid.
Vennootschapsbelasting is heel gevoelig voor economie, daar niet veel op rekenen. Hoog
conjectuur meer vennootschapsbelasting gezien Trump nu zal dit wss leiden tot late
vennootschapsbelasting.
Kernprobleem belastingwetgeving, belastingbeginselen
Belasting beginselen zijn enorm belangrijk en moeten aan bepaalde waarborgen voldoen
De belangrijkste vraag daarbij is:
• Hoe wordt de ‘belastingdruk’ verdeeld over de burgers? → dat is dus eigenlijk de
vraag naar de bijdrage ‘fair share’ aan overheidsuitgaven.
• Primair politieke keuze (hoe je belastingdruk wil verdelen) als wetenschapper kun
je voor- en nadelen van keuzes laten zien maar het is aan politiek om keuze te
maken.
• Algemene beginselen eisen in ieder geval dat belasting is:
In het strafrecht is de regel je bent onschuldig tot tegendeel is bewezen. In fiscaalrecht is
dit anders. In het fiscaalrecht hebben we de vrijebewijsleer: wie stelt bewijst. Normaal
gesproken is het zo dat de belastingplichtige zegt nee hoor belasting is lager en dan moet
hij dat aannemelijk maken en dat belastinginspecteur zegt nee hoor belasting is hoger,
dan moet hij dat aannemelijk maken. Op het moment dat je met je hoofd in strafrecht zit
en dit vergeet heb je een probleem.
Tijdens drooglegging van de VS hadden ze een iemand, AL Capone, waarvan iedereen
wist hij is een maffiabaas, hij is te glibberig, hij was niet aan te pakken met het strafrecht.
Toch hebben ze hem in de gevangeins gekregen op basis van belastingrecht, omdat hij
zijn aangifte niet had gedaan.
Als je met arbeidsrecht werkt dan heeft dat direct met belastingrecht te maken.
Ondernemingsrecht is helemaal verweven met belasting recht. Er is geen rechtsgebied
waarbij je niet met fiscaalrecht te makken hebt.
Doel van dit blok: dat als jij als advocaat/bedrijfsjurist etc. dat je ergens in je achterhoofd
denkt wacht eens even, is hier niet iets mee. Kunnen we niet als we deze fusie doen, was
het dan niet iets fiscaal en dat alarmbel afgaat en collega van fiscale afdeling belt met
verstand van belasting, dat is haar doel. We houden ons daarom met de hoofdlijnen
bezig.
HC laten zien wat de hoofdlijnen zijn
Structuur van het vak
1. Context van belastingen
• wat zijn belastingen, waarom belastingheffing, formeel belastingrecht en
introductie tot de inkomstenbelasting (hc 1, probleem 1).
2 Ondernemen en belastingen
• Winst uit onderneming in de inkomstenbelasting
• Omzetbelasting
• Belastingheffing over winst van lichamen: de vennootschapsbelasting.
• Dividendbelasting (hc 2, 3 en probleem 3, 4)
3. Vermogen en belastingen
• Inkomen uit aanmerkelijk belang en uit sparen en beleggen, de eigen woning,
periodieke uitkeringen, schenk- en erfbelasting (hc 4,probleem 2, 5)
4. Werken en belastingen
• Loonbelasting, resultaat uit overige werkzaamheden (hc 5, prb.1, 6)
5. Internationaal en Europees belastingrecht (hc 5 en probleem 7)
Waarom heeft de overheid belastingen?
Functies van belastingheffing:
• Budgettaire of financieringsfunctie: ter bekostiging van overheidsuitgaven,
ook wel klassieke functie omdat dit van oudsher de functie van belasting was.
• Herverdelende functie: inkomensherverdeling tussen personen, personen en
bedrijven, generaties.
• Instrumentele of regulerende functie: sturen van gedrag van burgers en
ondernemingen ten behoeve van beleidsdoelstellingen, gedrag aanpassen vb
stoppen met roken, bv op gebied van economie, klimaat, gezondheid, kunst en
cultuur (fiscalisten: nevendoelstellingen)
, Voorbeeld dat ze gaf: in voorjaars nota en klimaatdoelstellingen: Aantrekkelijk
maken van leaseauto’s werkgever aantrekkelijk te maken. En hier worden
belastingen voor gebruikt.
“Verwurging in Belastingland”
Door de eeuwen heen zien we dat men belasting niet wil betalen.
Definitie ‘belastingen’
Elementen van belasting:
-Moet in geld zijn
-Moet aan de overheid worden betaald
-belastingen zijn gedwongen, het zijn gedwongen bijdragen aan de overheid, kan niet
zeggen nee ik doe niet meer mee.
-Belasting zijn gedwongen bijdragen aan de overheid zonder tegen prestatie in geld, wat
is het verschil met roof? Belangrijkste fundamenteel verschil: belastingen komen tot
stand volgens op democratische wijze bepaalde regels. We hebben zelf gestemd op
volksvertegenwoordiging en volksvertegenwoordigers moet altijd instemmen met
belasting hebben en dit is dus materiele definitie.
• Materiële definitie: Gedwongen financiële bijdragen van burgers en bedrijven aan de
overheid zonder individuele tegenprestatie, ter financiering van collectieve uitgaven die
geheven worden volgens democratisch tot stand gekomen regels (belastingwetten(als we
het over het rijk hebben en -verordeningen( als we het over mede overheden hebben).
• Formele definitie: belasting is elke heffing die door de wet zo wordt genoemd. Vb art.
1.1 IB: belasting dus drm formele definitie.
• Belang: art 104 GW: belastingen mogen slechts uit kracht van een wet worden
geheven (legaliteitsbeginsel). Omdat het dus belangrijk is dat het volgens democratische
wijze bepaalde regels is bepaald. Omdat belasting heffen in feite in een breuk is op het
mensenrecht ongestoord genot van eigendom, omdat belasting iets wegneemt van
mensen. Tegengaan van willekeur hierdoor.
“No Taxation without representation’
1215 Magna Carta: King John die ging willekeurig belasting opleggen. Baronnen vonden
dat niet zo een goed idee. Magna Carta werd ingesteld, waarin is bepaald dat de koning
alleen met toestemming van de baronnen belasting mag heffen.
1773: No taxation without representation: heel krachtig eerst werd ook door Feministen
gebruikt, ze moesten wel belasting bepalen maar geen rechten. Aletta Jacobs girls boss.
Welke belasting levert de overheid het meeste op? En welke het minste?
Kun je terugvinden in de miljoenen nota.
Loon- en inkomensbelasting levert het meest op.
2e grote belasting is omzetbelasting, is een belangrijk inkomen voor overheid.
Vennootschapsbelasting is heel gevoelig voor economie, daar niet veel op rekenen. Hoog
conjectuur meer vennootschapsbelasting gezien Trump nu zal dit wss leiden tot late
vennootschapsbelasting.
Kernprobleem belastingwetgeving, belastingbeginselen
Belasting beginselen zijn enorm belangrijk en moeten aan bepaalde waarborgen voldoen
De belangrijkste vraag daarbij is:
• Hoe wordt de ‘belastingdruk’ verdeeld over de burgers? → dat is dus eigenlijk de
vraag naar de bijdrage ‘fair share’ aan overheidsuitgaven.
• Primair politieke keuze (hoe je belastingdruk wil verdelen) als wetenschapper kun
je voor- en nadelen van keuzes laten zien maar het is aan politiek om keuze te
maken.
• Algemene beginselen eisen in ieder geval dat belasting is: