Opfriscolleges
1 Meten en meetniveaus
Meten: op consistente wijze getallen toekennen aan objecten/personen
- Vragenlijsten
- Interviews
- Observaties
Vier meetniveaus
1. Nominaal (waarde van het getal bevat weinig informatie)
- Classificatie/lidmaatschap: we zijn bezig van classificeren van eigenschappen van mensen
- Waarde van getallen zijn arbitrair: getal kan als naam worden opgevat
- Onderzoeker bepaalt categorieën
Geslacht
Haarkleur: onderzoeker wil bijvoorbeeld groep onderverdelen in licht en donker haar, en
bepaalt dat 0= licht haar en 1= donker haar
2. Ordinaal
- Sortering/rangordening
- Afstand tussen getallen arbitrair (er is sprake van een schaal, de afstand tussen de waardes van
de getallen heeft geen betekenis). De afstand tussen 1 en 2is niet gelijk als de afstand tussen 4 en
5
- Bijvoorbeeld
Interessant college
3. Interval (er is geen absoluut nulpunt)
- Als de categorieën even groot zijn
- Verschillen zijn betekenisvol
- Bijvoorbeeld, temperatuur
Graden Celsius: het verschil tussen de graden 2 en 3 is even groot als het verschil tussen 14
en 15 graden
Is 20 graden twee keer zo warm als 10 graden?
4. Ratio (absoluut nulpunt is aanwezig)
- Ratio (verhouding) betekenisvol
- Bijvoorbeeld, lengte
Meter
Is 2 meter twee keer zo lang als 1 meter?
,Hiërarchie meetniveaus
2 beschrijven van verdelingen
Steekproef <> populatie
- Beschrijven van verdelingen: normale verdeling bv.
- Beschrijvingen van samenhang
Doel statistiek: uitspraken over de populatie kunnen doen, niet de steekproef
- Uitzonderingen:
De steekproef = de populatie. Wanneer de steekproef zo groot is dat het de hele populatie
bevat (verkiezingsuitslagen)
Testscore (uitspraken over individu)
Verdelingen
- Wat kan je met statistiek doen, om dingen te zeggen over grote groepen mensen
Sorteren (frequentietabellen)
Verdeling (normale verdeling)
Centrummaten
o Beschrijf midden van de verdeling
o Gemiddelde, mediaan, modus (meest voorkomend)
Spreidingsmaten
o Beschrijf de spreiding rondom het centrum
o Variantie, standaarddeviatie
Standaardisatie (om vergelijkingen tussen verschillende studies of variabelen met verschillende
maten makkelijker te maken, gebruiken we vaak lineaire transformatie die standaardisatie meet)
- Z-score: hoeveel standaarddeviaties wijkt iemand af van het steekproefgemiddelde
Z=0 score is gelijk aan het gemiddelde
Z=-1 score ligt 1 SD onder gemiddeld
Standaardnormaalverdeling
= Een normale verdeling van de gestandaardiseerde scores
3 beschrijving van samenhang
Samenhang bij testen
- Samenhang van de testscore met eigenschappen van de participant (vb.: halen oudere mensen
lagere scores dan jonge mensen en is dit in lijn met onze verwachting)
- Samenhang van testitems onderling (correlatie, covariantie)
,Covariantie (de mate waarin twee variabelen met elkaar samenhangen)
- Maat van gedeelde variantie
- In hoeverre gaat een relatief hoge score op variabele X samen met een relatief hoge score op
variabele Y
Correlatie (r)
- Interpretatie grootte covariantie niet makkelijk
- Gestandaardiseerde covariantie; correlatie
- Altijd een waarde tussen -1 en 1
-1= perfect negatief lineair verband
0= geen lineair verband
1= perfect positief lineair verband
- Cohen: .10 zwakke correlatie, .30 matige correlatie, .50 sterke correlatie
4 lineaire regressie
Lineair verband
- Relatie tussen twee variabelen
- Y als lineaire transformatie van X
- Y= ax + b
- Hoe ingewikkelder het model, hoe beter de beschrijving is
- Hoe simpeler het model, hoe beter de voorspelling
We zoeken een model dat zo simpel mogelijk is, maar wel zo goed mogelijk onze data beschrijft
,
, College 1- 14 april 2025
Waarom het vak Testtheorie
- Begin bij het begin: wat zijn testen eigenlijk?
- Meetinstrumenten: het zijn meetinstrumenten voor het meten van eigenschappen of
vaardigheden van mensen zoals bv faalangst, of situaties zoals klimaat van klassen.
- Hier zijn allerlei soorten benamingen voor: zoals test, proeven, vragenlijsten,
observatieformulieren etc.
- Deze testen kunnen allemaal verschillende vormen of afnames hebben. Hier zit een
wetenschappelijke benadering achter.
Nut van testen
- Dit doen we om onderscheid tussen mensen of groepen te maken, mensen met elkaar te
vergelijken, of mensen te beschrijven (wat vooral het geval is bij sociale wetenschappen).
- Het heeft ook een maatschappelijk nut: proberen stoornissen te diagnosticeren (bijv. Freek
uit groep 3 kan niet goed lezen, wat is er aan de hand?). Hier zijn wel veel discussies over,
proberen we niet alles te testen of in hokjes te plaatsen?
- Ook wordt het gebruikt voor schoolvorderingen, voorspellen, plaatsing, toelating en selectie.
Testen worden dus op verschillende niveaus en in verschillende settingen gebruikt.
Onderzoek
Bij onderzoek gebruiken we testen voor:
- Vergelijking tussen groepen
Is er een verschil tussen jongens en meisjes wat betreft faalangst? Dan ben je opzoek naar
een meetinstrument voor faalangst.
- Relatie tussen variabelen
Is er een verband tussen de mate waarin leerkrachten zich persoonlijk verantwoordelijk
voelen voor hun onderwijs en de mate waarin ze in hun klas de focus leggen op leren of op
presteren?
- We gaan ervan uit dat de meting ook daadwerkelijk wat zegt over de persoon en dat deze
meting betrouwbaar is, maar is dat ook echt zo?
Testtheorie
- Wetenschappelijke benadering van het ontwerpen en evalueren van een test
- In hoeverre zegt de test iets over een individueel persoon
- Inhoevere zou je dezelfde uitslag krijgen onder andere of dezelfde omstandigheden?
- Meet je wat je wilt meten?
- Dragen alle vragen in de test daadwerkelijk bij aan de betrouwbaarheid en kwaliteit van de
testuitslag?
Dus waarom het vak testtheorie? Om dus juist antwoord te kunnen geven op dit soort vragen!
Fases van testconstructie
Het ontwikkelen van een test noemen we testconstructie, en dat vindt plaats in verschillende fases.
1. Wat willen we meten en waarom? Vaak wil je een onderliggend construct meten: een
compliceerde variabele, denk aan bv motivatie, intelligentie etc.
2. Hoe kunnen we dit operationaliseren in vragen, opgaven en uitspraken. Of wel hoe kun je
het meetbaar maken?
3. Wat is de relatie tussen de delen (of wel de items) en de gehele test?
4. Wat is uiteindelijk de kwaliteit van de test, zoals het doel, construct, betrouwbare meting
etc.