(2020)
Hoofdstuk 2 Alberts, Nakayama & Martin
(onderzoeksbenaderingen)
+ kennisclip onderzoeksbenaderingen
Belangrijkste informatie
Soorten benaderingen:
Sociaal-wetenschappelijke benadering: kwantitatief, probeert het gedrag van mensen
te voorspellen. (Methoden zoals vragenlijsten en experimenten)
Interpretatieve benadering: probeert gedrag in context te begrijpen, subjectief en
kwalitatief. (Methoden zoals interviews en focus-groups)
Kritische benadering: probeert de samenleving en machtsverhoudingen binnen de
samenleven te begrijpen, kwalitatief. (Methoden zoals tekstuele analyses en media
analyses)
, “key terms” uit het hoofdstuk
Paradigma = een systeem waarin een onderzoeker gelooft, wat een afzonderlijk
wereldbeeld presenteert.
Theorie = een set aan verklaringen die een desbetreffend fenomeen uitleggen.
Methode = een specifieke manier waarop geleerden data verzamelen en analyseren
die ze daarna gebruiken om een theorie te onderbouwen of te weerleggen.
Rhetorici = geleerden die de kunst van publiekelijk spreken en overtuigen
bestuderen.
Elocutionisten = geleerden die in de 19e eeuw onderzoek naar de mechanische
werking van publiek spreken deden, inclusief uitspraak, grammatica en gebaren.
Behaviorisme = de focus op onderzoek naar gedrag als wetenschap
Naturalistisch = gerelateerd aan dagelijkse, “echte” situaties, zoals een klaslokaal,
café of winkelcentrum.
Kwantitatieve methoden = methoden die data converteren naar numerieke
indicatoren, waarna deze nummers worden geanalyseerd aan de hand van
statistieken om relaties tussen concepten te schetsen.
Demand-withdrawal = een interactiepatroon waarbij de ene gesprekspartner de
andere gesprekspartner bekritiseerd of probeert te veranderen, waarop de andere
gesprekspartner zich begint te verdedigen en zich terugtrekt uit de conversatie
(fysiek of mentaal).
Attachment = een emotionele band, zoals bijvoorbeeld kinderen die met hun ouders/
verzorgers ontwikkelen.
Retorica = communicatie die wordt gebruikt om de houdingen of gedragingen van
anderen te beïnvloeden.
Humanisme = een denksysteem dat de menselijke natuur en zijn potentie viert.
Kwalitatieve methoden = methoden waarbij onderzoekers kijken naar natuurlijk
plaatsvindende communicatie, in plaats van naar data en nummers.
Content analyse = een benadering om communicatie te begrijpen binnen een
specifieke inhoud van een tekst of een groep aan teksten.
Ethnografie = onderzoeken waarin onderzoekers actief engageren/deelnemen met
participanten.
Rethorische analyse = wordt door onderzoekers gebruikt om teksten of publieke
speeches te onderzoeken met als doel het interpreteren van tekstuele betekenissen.
Kritische benadering = een benadering die niet alleen doelt op het begrijpen van
menselijk gedrag, maar ook als doel heeft om de samenleving te veranderen.
Tekstuele analyse = wordt gebruikt om culturele “producten” zoals media en
publieke speeches te analyseren. (lijkt op retorische analyse).