Hoofdstuk 2 - Materieel strafrecht: de structuur van het strafbare feit
Samenvatting:
Aan de eis van strafbaarheid is slechts voldaan als er sprake is van:
1) Menselijke gedraging;
2) Delictsomschrijving;
3) Wederrechtelijkheid;
4) Schuld.
1) (Ad) Menselijke gedraging:
Iets moet zijn gebeurd door een menselijk individu waarbij die
gebeurtenis ook is gewild.
Het moet gaan om een door een mens verrichte gedraging (bijv. de ene
mens die een anders mens door middel van een mes neersteekt).
Het hoeft niet steeds te gaan om een actieve gedraging, ook het niet-
handelen of ‘nalaten’ kan worden aangemerkt als een gedraging.
Voorwaarde 1: Menselijke gedraging
Hoofdregel: Fysieke handeling door menselijk individu
Aanvulling hoofdregel:
- Nalaten
- Rechtspersonen
- Deelnemingsvormen
2) (Ad) Delictsomschrijving:
Een strafbepaling bestaat altijd uit twee onderdelen:
Omschrijving van een gedraging
De negatieve reactie op dit gedrag
Het eerste onderdeel (omschrijving van een gedraging) noemen we de
delictsomschrijving, het tweede deel noemen we sanctienorm.
Strafbepaling = delictsomschrijving + sanctienorm
Sanctienorm: geeft aan welke
Delictsomschrijving: wijst gedrag sanctie mag worden opgelegd bij
aan dat strafbaar is overtreding van de
delictsomschrijving
Voorbeeld:
Doodslag (art. 287 Sr): ‘Hij die een ander opzettelijk van het leven
berooft, wordt, als schuldig van doodslag, gestraft met
gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de
vijfde categorie.
Delictsomschrijving ‘Hij die een ander opzettelijk van het leven
: beroofd…’
‘…wordt als schuldig aan doodslag gestraft met
Sanctienorm: gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of
geldboete van de vijfde categorie.’
, 3) (Ad) Wederrechtelijkheid (tegen het recht / onrechtmatig):
Het gedrag moet in strijd met het objectieve recht zijn, voor dergelijk
gedrag is geen rechtvaardiging te vinden.
Indien de feitelijke gedraging (eerste voorwaarde) valt binnen een
delictsomschrijving (tweede voorwaarden), dan wordt de
wederrechtelijkheid (derde voorwaarde) veelal aangenomen.
4) (Ad) Aan schuld te wijten:
We moeten de verdachte een verwijt kunnen maken van zijn gedraging.
Het verwijt bestaat hieruit dat de verdachte de onwenselijke gedraging
niet heeft vermeden terwijl daartoe wel de reële mogelijkheid bestond.
1. Een menselijke gedraging
Een fisieke handeling door natuurlijke persoon of rechtspersoon
2. Een gedraging die valt onder een delictsomschrijving
De fysieke handeling moet in de Nederlandse wet strafbaar zijn gesteld
3. De gedraging moet wederrechtelijk zijn
Het gedrag moet in strijd zijn met het objectieve recht, er is geen
rechtvaardiging voor de gedraging
4. De gedraging moet aan de schuld van de dader te verwijten zijn
De persoon van de dader moet een verwijt kunnen worden gemaakt van
zijn gedrag, er is geen schulduitsluitingsgrond.
Samenvatting:
Aan de eis van strafbaarheid is slechts voldaan als er sprake is van:
1) Menselijke gedraging;
2) Delictsomschrijving;
3) Wederrechtelijkheid;
4) Schuld.
1) (Ad) Menselijke gedraging:
Iets moet zijn gebeurd door een menselijk individu waarbij die
gebeurtenis ook is gewild.
Het moet gaan om een door een mens verrichte gedraging (bijv. de ene
mens die een anders mens door middel van een mes neersteekt).
Het hoeft niet steeds te gaan om een actieve gedraging, ook het niet-
handelen of ‘nalaten’ kan worden aangemerkt als een gedraging.
Voorwaarde 1: Menselijke gedraging
Hoofdregel: Fysieke handeling door menselijk individu
Aanvulling hoofdregel:
- Nalaten
- Rechtspersonen
- Deelnemingsvormen
2) (Ad) Delictsomschrijving:
Een strafbepaling bestaat altijd uit twee onderdelen:
Omschrijving van een gedraging
De negatieve reactie op dit gedrag
Het eerste onderdeel (omschrijving van een gedraging) noemen we de
delictsomschrijving, het tweede deel noemen we sanctienorm.
Strafbepaling = delictsomschrijving + sanctienorm
Sanctienorm: geeft aan welke
Delictsomschrijving: wijst gedrag sanctie mag worden opgelegd bij
aan dat strafbaar is overtreding van de
delictsomschrijving
Voorbeeld:
Doodslag (art. 287 Sr): ‘Hij die een ander opzettelijk van het leven
berooft, wordt, als schuldig van doodslag, gestraft met
gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de
vijfde categorie.
Delictsomschrijving ‘Hij die een ander opzettelijk van het leven
: beroofd…’
‘…wordt als schuldig aan doodslag gestraft met
Sanctienorm: gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of
geldboete van de vijfde categorie.’
, 3) (Ad) Wederrechtelijkheid (tegen het recht / onrechtmatig):
Het gedrag moet in strijd met het objectieve recht zijn, voor dergelijk
gedrag is geen rechtvaardiging te vinden.
Indien de feitelijke gedraging (eerste voorwaarde) valt binnen een
delictsomschrijving (tweede voorwaarden), dan wordt de
wederrechtelijkheid (derde voorwaarde) veelal aangenomen.
4) (Ad) Aan schuld te wijten:
We moeten de verdachte een verwijt kunnen maken van zijn gedraging.
Het verwijt bestaat hieruit dat de verdachte de onwenselijke gedraging
niet heeft vermeden terwijl daartoe wel de reële mogelijkheid bestond.
1. Een menselijke gedraging
Een fisieke handeling door natuurlijke persoon of rechtspersoon
2. Een gedraging die valt onder een delictsomschrijving
De fysieke handeling moet in de Nederlandse wet strafbaar zijn gesteld
3. De gedraging moet wederrechtelijk zijn
Het gedrag moet in strijd zijn met het objectieve recht, er is geen
rechtvaardiging voor de gedraging
4. De gedraging moet aan de schuld van de dader te verwijten zijn
De persoon van de dader moet een verwijt kunnen worden gemaakt van
zijn gedrag, er is geen schulduitsluitingsgrond.