Hoofdstuk 3 - Materieel strafrecht: Opzet en Schuld
Samenvatting:
Opzet (dolus):
De dader is bewust geweest in zijn handeling en heeft dit ook gewild.
In de meeste delictsomschrijvingen wordt opzet geëist via
bewoordingen als ‘opzettelijk’, ‘wetende dat’ of ‘kennis dragende dat’.
Ingeblikte opzet:
In het werkwoord dat de gedraging omschrijft, is het opzet verwerkt
(met andere woorden dan het woord ‘opzet’).
Drie gradaties van opzet:
1) ‘Oogmerk’;
2) ‘Opzet bij zekerheidsbewustzijn’;
3) ‘Voorwaardelijk opzet’.
1) (Ad) Oogmerk:
De ‘zwaarste’ schuldvorm (opzet) in het Nederlandse strafrecht.
Het verwezenlijken van het directe naaste doel van de dader.
De dader handelt willens en wetens om een naastgelegen doel te
bereiken.
Van groot belang is te beseffen dat het oogmerk op het naastgelegen
doel ziet en niet op het uiteindelijke doel:
ECLI:NL:HR:1983:AC8152
2) (Ad) Opzet bij zekerheidsbewustzijn:
Wanneer iemand weet dat een zekere handeling naast zijn
oorspronkelijke bedoeling, ook andere gevolgen moet hebben en hij
toch handelt, is het weten dat dit gevolg toch intreedt, genoeg om
opzet aan te nemen.
Handelen terwijl je weet dat een bepaald gevolg intreedt, hoewel dat
gevolg niet je oorspronkelijke bedoeling was, maakt dat ‘het opzet’
aanwezig is.
3) (Ad) Voorwaardelijk opzet:
Ook wel ‘opzet bij mogelijkheidsbewustzijn’ genoemd.
De situatie waarin iemand kon inzien dat het gevolg dat hij niet
beoogde, wel zou kunnen intreden, en hij desondanks toch zijn
handeling voortzette.
De dader staat onverschillig of bijna cynisch ten opzichte van het
mogelijke gevolg.
ECLI:NL:HR:2004:AO1498
Er kan worden gesteld dat voorwaardelijk opzet het volgende
impliceert:
Het willens en wetens
Aanvaarden van de aanmerkelijke kans dat een bepaald gevolg
intreedt en;
Een onverschillige en cynische houding ten opzichte van het gevolg.
, Voorwaardelijk opzet Bewust (willens en wetens)
Onverschilligheid met Aanmerkelijke kans
betrekking tot het gevolg aanvaarden
De aanmerkelijke kans; Wat is ‘de aanmerkelijke kans’ eigenlijk?
Zie: ECLI:NL:HR:2005:AR1860 + ECLI:NL:HR:2007:AY9659
De Hoge Raad oordeelt over de aanmerkelijke kans dat de
vraag of er sprake is van een aanmerkelijke kans dat een
bepaalde gedraging een gevolg in het leven roept, afhankelijk
is van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis
toekomt aan de aard van de gedraging en de
omstandigheden, waaronder deze is verricht.
De aanmerkelijke kans wordt naar ervaringsregels
vastgesteld en is niet op basis van statistische gegevens te
bepalen.
Schuld (culpa):
Nalatigheid / onvoorzichtigheid staan centraal.
Het gaat om een daadwerkelijk onvoorzichtig en onoplettend handelen
dat aan de dader wordt verweten.
We vragen ons bij het bepalen van schuld af wat de gemiddelde
‘wetsgetrouwe’ andere ‘Nederlandse’ mens in de gegeven
omstandigheden zou hebben gedaan, het gaat om een aanmerkelijke
schuld (culpa lata).
Lichte schuld = Culpa levis.
Garantenstellung:
Er wordt aangeduid dat er een grotere verantwoordelijkheid rust op
een persoon met een bijzondere kwaliteit. Denk hierbij aan een
chirurg of sportleraar die zijn werkzaamheden niet goed verricht
waardoor er blessures worden veroorzaakt.
Drie gradaties van schuld:
1) ‘Bewuste schuld’;
2) ‘Onbewuste schuld’;
3) ‘Schuld in roekeloosheid’.
1) (Ad) Bewuste schuld:
De ‘zwaarste’ vorm van schuld in het Nederlandse strafrecht.
De dader heeft wel stilgestaan bij de mogelijkheid dat zijn handeling tot
een bepaald gevolg kon leiden, maar heeft vervolgens te optimistisch
gehandeld bij het inschatten van de daadwerkelijke gevaren.
Samenvatting:
Opzet (dolus):
De dader is bewust geweest in zijn handeling en heeft dit ook gewild.
In de meeste delictsomschrijvingen wordt opzet geëist via
bewoordingen als ‘opzettelijk’, ‘wetende dat’ of ‘kennis dragende dat’.
Ingeblikte opzet:
In het werkwoord dat de gedraging omschrijft, is het opzet verwerkt
(met andere woorden dan het woord ‘opzet’).
Drie gradaties van opzet:
1) ‘Oogmerk’;
2) ‘Opzet bij zekerheidsbewustzijn’;
3) ‘Voorwaardelijk opzet’.
1) (Ad) Oogmerk:
De ‘zwaarste’ schuldvorm (opzet) in het Nederlandse strafrecht.
Het verwezenlijken van het directe naaste doel van de dader.
De dader handelt willens en wetens om een naastgelegen doel te
bereiken.
Van groot belang is te beseffen dat het oogmerk op het naastgelegen
doel ziet en niet op het uiteindelijke doel:
ECLI:NL:HR:1983:AC8152
2) (Ad) Opzet bij zekerheidsbewustzijn:
Wanneer iemand weet dat een zekere handeling naast zijn
oorspronkelijke bedoeling, ook andere gevolgen moet hebben en hij
toch handelt, is het weten dat dit gevolg toch intreedt, genoeg om
opzet aan te nemen.
Handelen terwijl je weet dat een bepaald gevolg intreedt, hoewel dat
gevolg niet je oorspronkelijke bedoeling was, maakt dat ‘het opzet’
aanwezig is.
3) (Ad) Voorwaardelijk opzet:
Ook wel ‘opzet bij mogelijkheidsbewustzijn’ genoemd.
De situatie waarin iemand kon inzien dat het gevolg dat hij niet
beoogde, wel zou kunnen intreden, en hij desondanks toch zijn
handeling voortzette.
De dader staat onverschillig of bijna cynisch ten opzichte van het
mogelijke gevolg.
ECLI:NL:HR:2004:AO1498
Er kan worden gesteld dat voorwaardelijk opzet het volgende
impliceert:
Het willens en wetens
Aanvaarden van de aanmerkelijke kans dat een bepaald gevolg
intreedt en;
Een onverschillige en cynische houding ten opzichte van het gevolg.
, Voorwaardelijk opzet Bewust (willens en wetens)
Onverschilligheid met Aanmerkelijke kans
betrekking tot het gevolg aanvaarden
De aanmerkelijke kans; Wat is ‘de aanmerkelijke kans’ eigenlijk?
Zie: ECLI:NL:HR:2005:AR1860 + ECLI:NL:HR:2007:AY9659
De Hoge Raad oordeelt over de aanmerkelijke kans dat de
vraag of er sprake is van een aanmerkelijke kans dat een
bepaalde gedraging een gevolg in het leven roept, afhankelijk
is van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis
toekomt aan de aard van de gedraging en de
omstandigheden, waaronder deze is verricht.
De aanmerkelijke kans wordt naar ervaringsregels
vastgesteld en is niet op basis van statistische gegevens te
bepalen.
Schuld (culpa):
Nalatigheid / onvoorzichtigheid staan centraal.
Het gaat om een daadwerkelijk onvoorzichtig en onoplettend handelen
dat aan de dader wordt verweten.
We vragen ons bij het bepalen van schuld af wat de gemiddelde
‘wetsgetrouwe’ andere ‘Nederlandse’ mens in de gegeven
omstandigheden zou hebben gedaan, het gaat om een aanmerkelijke
schuld (culpa lata).
Lichte schuld = Culpa levis.
Garantenstellung:
Er wordt aangeduid dat er een grotere verantwoordelijkheid rust op
een persoon met een bijzondere kwaliteit. Denk hierbij aan een
chirurg of sportleraar die zijn werkzaamheden niet goed verricht
waardoor er blessures worden veroorzaakt.
Drie gradaties van schuld:
1) ‘Bewuste schuld’;
2) ‘Onbewuste schuld’;
3) ‘Schuld in roekeloosheid’.
1) (Ad) Bewuste schuld:
De ‘zwaarste’ vorm van schuld in het Nederlandse strafrecht.
De dader heeft wel stilgestaan bij de mogelijkheid dat zijn handeling tot
een bepaald gevolg kon leiden, maar heeft vervolgens te optimistisch
gehandeld bij het inschatten van de daadwerkelijke gevaren.