Burgerlijk procesrecht
Hoorcollege 1
‘Van gelijk hebben naar gelijk krijgen’
Burgerlijke rechter: houdt zich bezig met geschillen gebaseerd op het burgerlijk recht
Varianten van geschiloplossing
Minnelijke oplossing mediation (doet als derde mee in de discussie)
Particuliere geschiloplossing arbitrage/ bindend advies (geeft partijen bindende
oplossing)
Naar de rechter procedure (via het wetboek van burgerlijke rechtsvordering) –
vonnis (beslissing van de rechter) – executie (= uitvoering van het vonnis)
Eigen verantwoordelijkheid van partijen, schikken staat voorop
Titel 11 boek 3 BW, de ‘brug’ van burgerlijk recht naar burgerlijk proces recht
o Rechtsvorderingen (art. 3:296 BW)
o Executie (art. 3:299 BW)
Basis
o Titel 11 boek 3 BW
o art. 3:276 BW en 3:296 BW
Randvoorwaarden
o art. 6 EVRM
o Grondwet (later meer)
Organisatie
o Wet op de Rechterlijke Organisatie
Wijze van procederen
o Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering
o Procesreglement
Wet op de rechterlijke organisatie
Inrichting van de civiele rechtspraak (art. 2 Ro)
a. De rechtbanken: in eerste aanleg (art. 42 Ro)
b. De gerechtshoven: in hoger beroep (art. 60 Ro)
c. De Hoge Raad: in cassatie (art. 78 Ro)
Naar de overheidsrechter
o Partij neem initiatief (eiser)
1. Bodemprocedure:
a. Dagvaardingsprocedure (boek 1, titel 2 Rv) =
b. Verzoekschriftprocedure (boek 1, titel 3 Rv) =
2. Spoed of anticiperen op bodemzaak
a. Kort geding (titel 2 Rv, art. 254 Rv)
b. Bewarende maatregelen (derde boek Rv)
c. Bewijsmateriaal op voorhand art. 186 Rv
, 3. Vervolg
a. Hoger beroep (boek 1, Titel 7 Rv)
b. Cassatie (boek 1, Titel 11 Rv)
Digitaal of niet digitaal?
De weg in de rechtsvordering
Boek 1, de wijze van het procederen voor de rechtbanken, de hoven en de Hoge Raad
Titel 1 Algemene bepalingen
Titel 2 Dagvaardingsprocedure
Titel 3 Verzoekschriftprocedure
Titel 7 Hoger beroep
Titel 11 Cassatie
Boek 2, Executie
Boek 3, Bijzondere procedureregels
Boek 4, Arbitrage
Procesreglementen
Art. 6 EVRM: recht op een eerlijk proces
o Mondelinge behandeling?
o Recht op twee instanties/cassaties? (Ongelijk bij rechtbank? Mag je dan in hoger
beroep art. 332 Rv, art. 337 lid 2 Rv)
o Verplichte procesvertegenwoordiging?
Is het begrensd?
o Griffierechten
o Verplichte rechtsbijstand
o Maar gefinancierde rechtsbijstand
Botsende hoofdbeginselen?
Hoofdrolspelers proces
1. Partijen
2. Rechtshulpverlener
3. Deurwaarder
4. Rechter
5. Griffier
Partij belang
o Geen belang, geen actie art. 3:303 BW (zonder voldoende belang komt niemand een
rechtsvordering toe)
o Rechtsvordering als processueel middel om (vorderings)recht aan oordeel rechter te
onderwerpen (= actie dat je mag procederen)
o Kan tenietgaan door verjaring (art. 3:306-325 BW) ‘Als je te lang dwaalt maak
je jezelf edentaat’
o Misbruik van (proces)recht, art. 3:13 jo. 3:15 BW
,Partijen en rechter
o Partij neemt initiatief (partij-autonomie): natuurlijke personen, rechtspersonen (art.
2:5 BW), v.o.f maatschap (art. 51 Rv)
*Minderjarige, ondercuratele gestelde? Formele/materiële procespartijen
Art. 1:234/245 lid 4/art.2253 i/1:386 jo. 337 lid 1 BW
Formele procespartij: ouders/voogd/curator/bewindvoerder
Materiële procespartij: degene door wie wordt opgetreden
Procesvertegenwoordiging? Art. 93 Rv (kantonzaken)
o Art. 23 Rv: de rechter beslist over al hetgeen partijen hebben gevorderd of
verzocht
o Art. 24 Rv: rechter onderzoekt en beslist de zaak op de grondslag van hetgeen
partijen aan hun vordering, verzoek of verweer ten gronde hebben gelegd,
tenzij uit de wet anders voortvloeit
o Rechter oordeelt lijdelijk?
o Art. 23 Rv
o Art. 24 Rv
o Art. 35 Rv: de rechter vult ambtshalve (vanuit zijn functie) de rechtsgronden
aan
o Art. 112 Gw: aan de rechterlijke macht is opgedragen de berechting van
geschillen over burgerlijke rechten en over schuldvorderingen
Deurwaarder en de advocaat
o Deurwaarder: openbaar ambtenaar, maar ook rechtshulpverlener
Art. 45 Rv: exploten worden door een daartoe bevoegde deurwaarder gedaan op de wijze in
deze afdeling bepaald
Gerechtsdeurwaarderswet
o Advocaat: rechtshulpverlener van de eiser/gedaagde
Tuchtrecht: rechtspraak die erop toeziet dat de leden van een
beroepsgroep zich aan de gedragsregels van hun beroep houden
Beroepsopleiding
Advocatenwet
o Verplichte procesvertegenwoordiging? Voor dagvaarding: art. 79 Rv,
verzoekzaken art. 255 Rv
Rechter
o Oordeelt over een voorgelegd geschil art. 23,24,25 Rv, art. 112 Gw
o Is onafhankelijk/onpartijdig, art. 36 Rv
o Waakt over voortgang procedure, hoor en wederhoor, art. 19-20 Rv
o Doet een gemotiveerde uitspraak art. 5 Ro, art. 30 Rv
Procesrecht
(Procesdossiers) lezen
, Week 1
Leerdoelen P1
1. Aan de hand van welke regels wordt bepaald of een procedure met een dagvaarding
of een verzoekschrift begint?
2. Aan welke vereisten moet een inleidend processtuk (dagvaarding/verzoekschrift)
voldoen en hoe moeten de voorvragen worden beantwoord?
o Welke is de bevoegde rechter (het gaat hier niet om de vraag naar internationale
bevoegdheid/rechtsmacht)
o Hoe komt het inleidende processtuk bij de rechter/wederpartij
o Hoeveel tijd moet de gedaagde/verweerder krijgen om te kunnen verschijnen?
o In weke zaken geldt verplichte procesvertegenwoordiging (en kunnen partijen dus
alleen maar met hulp van een advocaat procederen)?
o Hoe bepaal je wat de bevoegde rechter is en wat gebeurt er als een onbevoegde
rechter wordt gekozen?
3. Welke regels gelden voor de gevolgen van een fout in de dagvaarding/het
verzoekschrift?
Vermogensrechtelijke zaken beginnen met een dagvaarding en zaken die niet
vermogensrechtelijk zijn beginnen met een verzoekschrift
Titel 1 Rv: geldt voor zowel de dagvaardingsprocedure als de verzoekschriftprocedure
(gelden in eerste aanleg, hoger beroep en in cassatie)
Dagvaardingsprocedure (Titel 2 Rv)
1. Eerste aanleg art. 78 Rv: alle zaken waarop art. 261 Rv niet van toepassing is of een
andere, bijzondere wettelijke regeling
Zaken die bij dagvaarding moeten worden ingeleid: ‘VORDERING(EN)’
o Open systeem
Verzoekschriftprocedure (Titel 3 Rv)
1. Eerste aanleg art. 261 Rv: voor zover uit de wet niet anders voortvloeit van
toepassing op alle zaken die met een verzoekschrift moeten worden ingeleid,
alsmede op zaken waarin de rechter ambtshalve een beschikking geeft
Zaken waarvan dit uit de wet voortvloeit: ‘VERZOEK(EN)’
o Gesloten systeem
Verschillen
o De dagvaardingsprocedure vangt aan met een dagvaarding (een oproep om een
bepaalde dag voor de rechter te verschijnen) die wordt geleverd door een
deurwaarder aan de gedaagde. Een verzoekschriftprocedure vangt aan met een
schriftelijk verzoek, ingediend bij de griffie van de bevoegde rechterlijke instantie.
o Bij dagvaardingszaken is in beginsel de rechter van de woonplaats van de gedaagde
bevoegd. Bij verzoekschriftzaken is het juist de rechter van de woonplaats van de
verzoeker
o Bij een dagvaardingsprocedure reageert het gedaagde schriftelijk op de dagvaarding
in de conclusie van antwoord. Dan kan vervolgens eventueel een comparitie (= een
Hoorcollege 1
‘Van gelijk hebben naar gelijk krijgen’
Burgerlijke rechter: houdt zich bezig met geschillen gebaseerd op het burgerlijk recht
Varianten van geschiloplossing
Minnelijke oplossing mediation (doet als derde mee in de discussie)
Particuliere geschiloplossing arbitrage/ bindend advies (geeft partijen bindende
oplossing)
Naar de rechter procedure (via het wetboek van burgerlijke rechtsvordering) –
vonnis (beslissing van de rechter) – executie (= uitvoering van het vonnis)
Eigen verantwoordelijkheid van partijen, schikken staat voorop
Titel 11 boek 3 BW, de ‘brug’ van burgerlijk recht naar burgerlijk proces recht
o Rechtsvorderingen (art. 3:296 BW)
o Executie (art. 3:299 BW)
Basis
o Titel 11 boek 3 BW
o art. 3:276 BW en 3:296 BW
Randvoorwaarden
o art. 6 EVRM
o Grondwet (later meer)
Organisatie
o Wet op de Rechterlijke Organisatie
Wijze van procederen
o Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering
o Procesreglement
Wet op de rechterlijke organisatie
Inrichting van de civiele rechtspraak (art. 2 Ro)
a. De rechtbanken: in eerste aanleg (art. 42 Ro)
b. De gerechtshoven: in hoger beroep (art. 60 Ro)
c. De Hoge Raad: in cassatie (art. 78 Ro)
Naar de overheidsrechter
o Partij neem initiatief (eiser)
1. Bodemprocedure:
a. Dagvaardingsprocedure (boek 1, titel 2 Rv) =
b. Verzoekschriftprocedure (boek 1, titel 3 Rv) =
2. Spoed of anticiperen op bodemzaak
a. Kort geding (titel 2 Rv, art. 254 Rv)
b. Bewarende maatregelen (derde boek Rv)
c. Bewijsmateriaal op voorhand art. 186 Rv
, 3. Vervolg
a. Hoger beroep (boek 1, Titel 7 Rv)
b. Cassatie (boek 1, Titel 11 Rv)
Digitaal of niet digitaal?
De weg in de rechtsvordering
Boek 1, de wijze van het procederen voor de rechtbanken, de hoven en de Hoge Raad
Titel 1 Algemene bepalingen
Titel 2 Dagvaardingsprocedure
Titel 3 Verzoekschriftprocedure
Titel 7 Hoger beroep
Titel 11 Cassatie
Boek 2, Executie
Boek 3, Bijzondere procedureregels
Boek 4, Arbitrage
Procesreglementen
Art. 6 EVRM: recht op een eerlijk proces
o Mondelinge behandeling?
o Recht op twee instanties/cassaties? (Ongelijk bij rechtbank? Mag je dan in hoger
beroep art. 332 Rv, art. 337 lid 2 Rv)
o Verplichte procesvertegenwoordiging?
Is het begrensd?
o Griffierechten
o Verplichte rechtsbijstand
o Maar gefinancierde rechtsbijstand
Botsende hoofdbeginselen?
Hoofdrolspelers proces
1. Partijen
2. Rechtshulpverlener
3. Deurwaarder
4. Rechter
5. Griffier
Partij belang
o Geen belang, geen actie art. 3:303 BW (zonder voldoende belang komt niemand een
rechtsvordering toe)
o Rechtsvordering als processueel middel om (vorderings)recht aan oordeel rechter te
onderwerpen (= actie dat je mag procederen)
o Kan tenietgaan door verjaring (art. 3:306-325 BW) ‘Als je te lang dwaalt maak
je jezelf edentaat’
o Misbruik van (proces)recht, art. 3:13 jo. 3:15 BW
,Partijen en rechter
o Partij neemt initiatief (partij-autonomie): natuurlijke personen, rechtspersonen (art.
2:5 BW), v.o.f maatschap (art. 51 Rv)
*Minderjarige, ondercuratele gestelde? Formele/materiële procespartijen
Art. 1:234/245 lid 4/art.2253 i/1:386 jo. 337 lid 1 BW
Formele procespartij: ouders/voogd/curator/bewindvoerder
Materiële procespartij: degene door wie wordt opgetreden
Procesvertegenwoordiging? Art. 93 Rv (kantonzaken)
o Art. 23 Rv: de rechter beslist over al hetgeen partijen hebben gevorderd of
verzocht
o Art. 24 Rv: rechter onderzoekt en beslist de zaak op de grondslag van hetgeen
partijen aan hun vordering, verzoek of verweer ten gronde hebben gelegd,
tenzij uit de wet anders voortvloeit
o Rechter oordeelt lijdelijk?
o Art. 23 Rv
o Art. 24 Rv
o Art. 35 Rv: de rechter vult ambtshalve (vanuit zijn functie) de rechtsgronden
aan
o Art. 112 Gw: aan de rechterlijke macht is opgedragen de berechting van
geschillen over burgerlijke rechten en over schuldvorderingen
Deurwaarder en de advocaat
o Deurwaarder: openbaar ambtenaar, maar ook rechtshulpverlener
Art. 45 Rv: exploten worden door een daartoe bevoegde deurwaarder gedaan op de wijze in
deze afdeling bepaald
Gerechtsdeurwaarderswet
o Advocaat: rechtshulpverlener van de eiser/gedaagde
Tuchtrecht: rechtspraak die erop toeziet dat de leden van een
beroepsgroep zich aan de gedragsregels van hun beroep houden
Beroepsopleiding
Advocatenwet
o Verplichte procesvertegenwoordiging? Voor dagvaarding: art. 79 Rv,
verzoekzaken art. 255 Rv
Rechter
o Oordeelt over een voorgelegd geschil art. 23,24,25 Rv, art. 112 Gw
o Is onafhankelijk/onpartijdig, art. 36 Rv
o Waakt over voortgang procedure, hoor en wederhoor, art. 19-20 Rv
o Doet een gemotiveerde uitspraak art. 5 Ro, art. 30 Rv
Procesrecht
(Procesdossiers) lezen
, Week 1
Leerdoelen P1
1. Aan de hand van welke regels wordt bepaald of een procedure met een dagvaarding
of een verzoekschrift begint?
2. Aan welke vereisten moet een inleidend processtuk (dagvaarding/verzoekschrift)
voldoen en hoe moeten de voorvragen worden beantwoord?
o Welke is de bevoegde rechter (het gaat hier niet om de vraag naar internationale
bevoegdheid/rechtsmacht)
o Hoe komt het inleidende processtuk bij de rechter/wederpartij
o Hoeveel tijd moet de gedaagde/verweerder krijgen om te kunnen verschijnen?
o In weke zaken geldt verplichte procesvertegenwoordiging (en kunnen partijen dus
alleen maar met hulp van een advocaat procederen)?
o Hoe bepaal je wat de bevoegde rechter is en wat gebeurt er als een onbevoegde
rechter wordt gekozen?
3. Welke regels gelden voor de gevolgen van een fout in de dagvaarding/het
verzoekschrift?
Vermogensrechtelijke zaken beginnen met een dagvaarding en zaken die niet
vermogensrechtelijk zijn beginnen met een verzoekschrift
Titel 1 Rv: geldt voor zowel de dagvaardingsprocedure als de verzoekschriftprocedure
(gelden in eerste aanleg, hoger beroep en in cassatie)
Dagvaardingsprocedure (Titel 2 Rv)
1. Eerste aanleg art. 78 Rv: alle zaken waarop art. 261 Rv niet van toepassing is of een
andere, bijzondere wettelijke regeling
Zaken die bij dagvaarding moeten worden ingeleid: ‘VORDERING(EN)’
o Open systeem
Verzoekschriftprocedure (Titel 3 Rv)
1. Eerste aanleg art. 261 Rv: voor zover uit de wet niet anders voortvloeit van
toepassing op alle zaken die met een verzoekschrift moeten worden ingeleid,
alsmede op zaken waarin de rechter ambtshalve een beschikking geeft
Zaken waarvan dit uit de wet voortvloeit: ‘VERZOEK(EN)’
o Gesloten systeem
Verschillen
o De dagvaardingsprocedure vangt aan met een dagvaarding (een oproep om een
bepaalde dag voor de rechter te verschijnen) die wordt geleverd door een
deurwaarder aan de gedaagde. Een verzoekschriftprocedure vangt aan met een
schriftelijk verzoek, ingediend bij de griffie van de bevoegde rechterlijke instantie.
o Bij dagvaardingszaken is in beginsel de rechter van de woonplaats van de gedaagde
bevoegd. Bij verzoekschriftzaken is het juist de rechter van de woonplaats van de
verzoeker
o Bij een dagvaardingsprocedure reageert het gedaagde schriftelijk op de dagvaarding
in de conclusie van antwoord. Dan kan vervolgens eventueel een comparitie (= een