Week 2:
Objectieve zijde van een strafbaar feit: bestanddelen die de gedraging uitdrukken, niet gericht op de
geestesgesteldheid van de dader. Er moet gekeken worden naar wederrechtelijkheid en causaliteit.
Subjectieve zijde zijn de bestanddelen die de inerlijke gesteldheid van de dader ten tijde van het
begaan van de gedraging uitdrukken. Altijd bij misdrijven een vd twee: (overtredingen niet per se)
Opzet: willens en wetens handelen, verschillende gradaties:
-oogmerk: iemand handelde doelbewust
-noodzakelijkheidsbewustzijn: de dader wilde iets anders bereiken dan het bereikte
-mogelijkheidsbeuwstzijn: opzet is gericht op de mogelijke gevolgen
-voorwaardelijke opzet: Als het willen en weten ontkent wordt door de dader/niet helemaal duidelijk
zijn, maar als je zo handelt had je kunnen bedenken dat bepaalde risico’s zich voor zouden doen,
maar toch doorgegaan met handeling.
Dus: op de koop toenemen, Bewust(1) de aanmerkelijke kans(2) aanvaarden(3).
(3 voorwaardes) >Porsche arrest
Culpa: handelen in strijd met de normen van zorgvuldigheid (HR: Verpleegster) er is aanmerkelijk,
verwijtbaar en onvoorzichtig gehandeld. Bewuste schuld: iemand zag de gevolgen maar dacht dat het
lichtzinnig zou aflopen. Onbewuste schuld: iemand heeft de gevolgen niet voorzien, maar had ze
kunnen weten.
Voorwaarden voor strafbaarheid:
-een menselijke gedraging
-die valt binnen de grenzen van de wettelijke delictsomschrijving
-die wederrechtelijk is
- en aan schuld te wijten is
Het strafrecht wordt ingeperkt door:
-rechtvaardigingsgronden
-schudluitsluitingsgronden
Strafrecht wordt uitgebreid door:
-poging en voorbereiding
-deelneming
Causaliteit: de leer van oorzaak en gevolg
Belangrijk bij materiele delicten en bij door het gevolg gekwalificeerde delicten.
-condicio sine qua non: hier wordt gekeken welke gedraging noodzakelijk is geweest voor het
ontstaan van het strafbare gevolg, als het strafbare gevolg ook was gebeurd als de gedraging niet had
plaatsgevonden, was de gedraging niet relevant.
De reikwijdte van de opzet: waar is het opzet op gericht? Reikwijdte wordt bepaald door: de plaats
waar het woord opzet staat in de delictsomschrijving, alles na het woord ‘opzet’, wordt door de
opzet beheerst. Uitzonderingen: als opzet in een vd volgende artikel (Lid) staan:
-art 139 h Sr (formeel delict)
-art 287 Sr (materieel delict)
-art 248 b (geobjectiveerd delict)
-art 302 Sr (door het gevolg gekwalificeerd delict)
Hoe kun je opzet in delictsomschrijving herkennen?
‘opzet’/ ‘oogmerk’>voorwaardelijk opzet niet voldoende/ ‘wetende dat/ ingeblikt opzet
Ingeblikt opzet: opzet ingesloten in ander bestanddeel, kan handeling/werkwoord zijn.
Vb. ‘seksueel binnendringen’
,
Objectieve zijde van een strafbaar feit: bestanddelen die de gedraging uitdrukken, niet gericht op de
geestesgesteldheid van de dader. Er moet gekeken worden naar wederrechtelijkheid en causaliteit.
Subjectieve zijde zijn de bestanddelen die de inerlijke gesteldheid van de dader ten tijde van het
begaan van de gedraging uitdrukken. Altijd bij misdrijven een vd twee: (overtredingen niet per se)
Opzet: willens en wetens handelen, verschillende gradaties:
-oogmerk: iemand handelde doelbewust
-noodzakelijkheidsbewustzijn: de dader wilde iets anders bereiken dan het bereikte
-mogelijkheidsbeuwstzijn: opzet is gericht op de mogelijke gevolgen
-voorwaardelijke opzet: Als het willen en weten ontkent wordt door de dader/niet helemaal duidelijk
zijn, maar als je zo handelt had je kunnen bedenken dat bepaalde risico’s zich voor zouden doen,
maar toch doorgegaan met handeling.
Dus: op de koop toenemen, Bewust(1) de aanmerkelijke kans(2) aanvaarden(3).
(3 voorwaardes) >Porsche arrest
Culpa: handelen in strijd met de normen van zorgvuldigheid (HR: Verpleegster) er is aanmerkelijk,
verwijtbaar en onvoorzichtig gehandeld. Bewuste schuld: iemand zag de gevolgen maar dacht dat het
lichtzinnig zou aflopen. Onbewuste schuld: iemand heeft de gevolgen niet voorzien, maar had ze
kunnen weten.
Voorwaarden voor strafbaarheid:
-een menselijke gedraging
-die valt binnen de grenzen van de wettelijke delictsomschrijving
-die wederrechtelijk is
- en aan schuld te wijten is
Het strafrecht wordt ingeperkt door:
-rechtvaardigingsgronden
-schudluitsluitingsgronden
Strafrecht wordt uitgebreid door:
-poging en voorbereiding
-deelneming
Causaliteit: de leer van oorzaak en gevolg
Belangrijk bij materiele delicten en bij door het gevolg gekwalificeerde delicten.
-condicio sine qua non: hier wordt gekeken welke gedraging noodzakelijk is geweest voor het
ontstaan van het strafbare gevolg, als het strafbare gevolg ook was gebeurd als de gedraging niet had
plaatsgevonden, was de gedraging niet relevant.
De reikwijdte van de opzet: waar is het opzet op gericht? Reikwijdte wordt bepaald door: de plaats
waar het woord opzet staat in de delictsomschrijving, alles na het woord ‘opzet’, wordt door de
opzet beheerst. Uitzonderingen: als opzet in een vd volgende artikel (Lid) staan:
-art 139 h Sr (formeel delict)
-art 287 Sr (materieel delict)
-art 248 b (geobjectiveerd delict)
-art 302 Sr (door het gevolg gekwalificeerd delict)
Hoe kun je opzet in delictsomschrijving herkennen?
‘opzet’/ ‘oogmerk’>voorwaardelijk opzet niet voldoende/ ‘wetende dat/ ingeblikt opzet
Ingeblikt opzet: opzet ingesloten in ander bestanddeel, kan handeling/werkwoord zijn.
Vb. ‘seksueel binnendringen’
,