NEDERLANDS
POWERPOINTS / LESSEN
LES 1
Wat is geletterdheid ? Geletterdheid is het vermogen om taal te begrijpen, gebruiken, lezen, schrijven en er
kritisch over na te denken, zodat je effectief kunt communiceren en functioneren in de samenleving.
Wanneer ben je geletterd? Je bent geletterd wanneer je:
1. Kunt lezen en begrijpen wat er staat (zoals een boek, bord, brief of website).
2. Kunt schrijven en jezelf schriftelijk kunt uitdrukken (zoals een e-mail, verhaal of formulier).
3. Taal bewust en doelgericht kunt gebruiken, bijvoorbeeld om informatie te vinden, een mening te
vormen of deel te nemen aan een gesprek of discussie.
Welke stappen doorlopen kinderen voordat ze toe zijn aan het leren lezen ?
1. Door voorlezen leren omgaan met boeken.
2. Ze leren daardoor de taal in boeken begrijpen.
3. Ze ontdekken dat taal een functie heeft en dat ze er zelf ook gebruik van kunnen maken.
4. Voor het overbrengen van hun eigen boodschap gebruiken ze kriebels, krabbels letters, eigen
bedachte spelling en uiteindelijk conventioneel schrift.
5. Tijdens schrijfontwikkeling ontwikkelt zich het fonologisch bewustzijn/klankbewustzijn: kinderen
ontdekken de relatie tussen gesproken en geschreven taal.
6. Kinderen ontwikkelen een fonemisch bewustzijn.
7. Kinderen zien een overeenkomst tussen klanken (fonemen) en letters (grafemen).
Metalinguïstisch bewustzijn -> het vermogen om na te denken over taal en de manier waarop taal is
opgebouwd en werkt, los van de inhoud of betekenis.
In begrijpelijke termen: Het betekent dat je niet alleen taal gebruikt, maar ook kunt reflecteren op taal.
Kinderen (en volwassenen) met metalinguïstisch bewustzijn kunnen bijvoorbeeld:
nadenken over woorden en zinnen (bijv. “Wat voor soort woord is dit?”)
vragen stellen over taal (zoals “Waarom schrijf je dat zo?”)
merken dat een zin raar klinkt, ook al klopt de betekenis.
Voorbeeld:
Een kind zegt het woord "Frans" en merkt op dat de naam van opa Frank erin zit als je "Frankrijk" zegt. Dit laat
zien dat het kind taalvormen herkent en analyseert, dus metalinguïstisch nadenkt.
, Fonologisch bewustzijn (vanaf ca. 3 jaar)
Onderdeel van metalinguïstisch bewustzijn.
Focus op klankvorm van taal, niet op betekenis.
Vaardigheden:
o Rijmen: Piet rijmt op niet
o Klankstructuur herkennen: kabouter is langer dan reus
o Klankgroepen herkennen in woorden: zon in zonnebloem
o Klappen van woorden of zinnen
Fonemisch bewustzijn (groep 1-3)
Gevorderde vorm van fonologisch bewustzijn.
Besef dat woorden bestaan uit losse klanken (fonemen).
Vaardigheden:
o Hakken en plakken van klanken (bijv. k-a-t → kat)
o Klankpositie bepalen
o Koppeling met grafemen (letters)
Foneem vs. Grafeem
Foneem: de klank van een woord (bijv. /k/ in "kat").
Grafeem: de geschreven weergave van een klank (de letter "k").
Belangrijk om te weten:
Één foneem kan meerdere grafemen hebben → bijv. de klank /oe/ in “boek” en “doek”.
Één grafeem kan meerdere fonemen weergeven → bijv. “e” in "herleven" klinkt telkens anders.
Alfabetisch principe
Gaat over klank-tekenkoppeling.
Letters (grafemen) verwijzen naar klanken (fonemen).
Belangrijk principe voor het leren lezen en spellen.
Wat is het alfabetisch principe ook alweer?
Het alfabetisch principe betekent dat je begrijpt dat er een systematisch verband is tussen klanken (fonemen)
en letters of lettercombinaties (grafemen). Met andere woorden:
Wat je hoort ↔ schrijf je op
Wat je leest ↔ spreek je uit