Periode 2 Sociale kwaliteit
Leerdoel 14: Je weet wat sociale kwaliteit is en je weet wat de
voorwaarden zijn voor sociale kwaliteit.
Leerdoel 15: Je kan de juridische bevoegdheden herkennen die een ouder
heeft.
Leerdoel 16: Je weet hoe een mensbeeld van invloed is op de opvoeding.
Leerdoel 17: je kent de meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling.
Leerdoel 18: Je kunt de invloed van sociaal-economische omstandigheden
beschrijven.
Leerdoel 19: Je kent de theorie van Durkheim over sociale cohesie.
Leerdoel 20: Je kent de theorie over leefwereld, systeemwereld en het
driewereldenmodel van Jurgen Habermas.
Leerdoel 21: Je kent relevante sociale wetgeving voor het sociaal werk.
Leerdoel 22: Je kent de verschillende machtsstructuren in de samenleving.
Leerdoel 23: Je kent verschillende machtsstructuren binnen relaties.
Leerdoel 24: Je kan de invloed van verschillende netwerken op het individu
beschrijven.
Leerdoel 25: Je kent de juridische aspecten rondom echtscheiding.
Leerdoel 26: Je bent je bewust van de grenzen van autonomie.
Begrippen les 1
Sociale cohesie
Sociale inclusie
Sociaal economische zekerheid
Sociaal empowerment
Mensbeelden
Opvoeddoelen
Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling
Gezag
Juridisch ouderschap
,Periode 1 – Inhoudsopgave
1. Mensbeelden en basisbegrippen
Autonoom & zorgend mensbeeld
Hobbes & Rousseau
Recht, filosofie, sociologie
2. Modellen en paradigma's
Medisch & ontwikkelingsmodel
Burgerschapsmodel
Paradigma's & paradigmashift
3. Professionele kaders en ethiek
WGBO & beroepscode
Normatieve & persoonlijke professionaliteit
Ethiek & tuchtrecht
4. Rechtvaardigheid en autonomie
Kant & Rawls (sluier, verschilprincipe)
Aristoteles & Nussbaum
Positieve gezondheid
5. Rechten en sociaal contract
Locke & zelfbeschikking
Mensenrechten (EVRM/UVRM)
WGBO: toestemming, privacy
6. Diversiteit en cultuur
Superdiversiteit & identiteit
Cultuurmodellen (Kağıtçıbaşı)
Kruispuntdenken & socialisatie
7. Kapitaal en sociaal werk
Sociaal, cultureel & economisch kapitaal
Symbolisch kapitaal
Veld, habitus, kapitaal (Bourdieu)
Sociale kwaliteit:
Gaat over de leefbaarheid en het welzijn binnen een samenleving. Het
richt zich op de manier waarop mensen met elkaar omgaan, de
, omstandigheden waarin ze leven, en de mogelijkheden die ze hebben om
een goed leven te leiden.
Voorwaarden Op welke manier zorg je Waar is Voorbeelden
hiervoor? de
voorwaar
de op
gericht?
Sociaal economische Behouden van essentiële Sociale
zekerheid basisbehoeftes voor ieder mens rechtvaardi
via mensenrechten, wetgeving gheid
en voorzieningen. Overheid
moet ervoor zorgen dat de
basisbehoeftes beschikbaar zijn
voor iedereen en dat er
toegang tot is. Recht: wetten
vaststellen en voorzieningen
zijn dat je uitkering kan geven.
Sociale inclusie Hoe snel groepen, Gelijkwaar
gemeenschappen en systemen digheid
reageren en hoe toegankelijk
ze zijn. Gelijke kansen, kansen
creëren om mee te kunnen
doen, open staan. Toegang voor
iedereen.
Sociale cohesie Gelijke normen en waarden, Solidariteit Docent was zwanger met
erkenning en respect, (iets voor kerst kon geen alcohol
wederkerigheid, verbonden iemand drinken en haar man dronk
voelen. over ook niet uit solidariteit
hebben)
Sociale empowerment Mogelijkheden tot Menselijke
zelfbeschikking, ondersteund waardighei
versterkt door relaties en d (iedereen
structuren. Mensen mogen heeft een
eigen keuzes maken, systeem eigen
is er op ingericht dat je zelf waarde,
keuzes mag maken. Eigen een
kracht ontwikkelen door waardig
programma’s, studies, leven)
cursussen.