inleiding in de gezondheidspsychologie PB0552-242533B van de
hoofdstukken 1 t/m 14 incl tabellen en afbeeldingen + de extra
tentamenstof op Brightspace
+
Beknopte samenvatting van H1 t/m 14
Bo van der Zee
cijfer: 8,3
, INHOUDSOPGAVE
HOOFDSTUK 1 EEN OVERZICHT VAN PSYCHOLOGIE EN GEZONDHEID 3
HOOFDSTUK 2: HET MENSELIJK LICHAAM 11
1.3 INTERVENTIECYCLUS – CASUS MONIEK 30
HOOFDSTUK 3: STRESS - BETEKENIS, IMPACT EN BRONNEN 33
HOOFDSTUK 4: STRESS, BIOPSYCHOSOCIALE FACTOREN EN ZIEKTE 47
HOOFDSTUK 5: OMGAAN MET EN VERMINDEREN VAN STRESS 63
HOOFDSTUK 6 GEZONDHEID GERELATEERD GEDRAG EN GEZONDHEIDSBEVORDERING 74
DETERMINANTEN VAN GEDRAG (EXTRA STOF) 92
HOOFDSTUK 7 MIDDELENGEBRUIK EN -MISBRUIK 97
HOOFDSTUK 8 VOEDING, GEWICHTSCONTROLE EN DIEET, LICHAAMSBEWEGING EN VEILIGHEID 114
HOOFDSTUK 9 GEZONDHEIDSDIENSTEN GEBRUIKEN 130
HOOFDSTUK 10 IN HET ZIEKENHUIS: DE SETTING, PROCEDURES EN EFFECTEN OP PATIËNTEN 142
HOOFDSTUK 11 DE AARD EN SYMPTOMEN VAN PIJN 154
HOOFDSTUK 12 OMGAAN MET EN CONTROLEREN VAN PIJN 166
HOOFDSTUK 13 ERNSTIGE EN INVALIDERENDE CHRONISCHE ZIEKTEN: OORZAKEN, MANAGEMENT EN
VERWERKING 178
HOOFDSTUK 14 HARTZIEKTEN, BEROERTE, KANKER EN AIDS: OORZAKEN, MANAGEMENT EN COPING
(OMGAAN) 192
BEKNOPTE SAMENVATTING INLEIDING IN DE GEZONDHEIDSPSYCHOLOGIE PB0552-242533B AAN DE HAND VAN
DE LEERDOELEN VAN H1 T/M 14 & BRIGHTSPACE 205
, Hoofdstuk 1 een overzicht van psychologie en gezondheid
Leerdoelen:
Nadat je hoofdstuk 1 uit het tekstboek en deze studietaak hebt bestudeerd, kun je
• verschillende visies op het begrip ‘gezondheid’ beschrijven. Kernwoorden: ziekte, gezondheid,
symptomen, ziekte-gezondheidscontinuüm, biomedisch model, biopsychosociaal model
• beschrijven hoe de begrippen ‘gezondheid’ en ‘ziekte’ in verschillende perioden in de geschiedenis
werden opgevat
• de belangrijkste ziektematen beschrijven en gebruiken. Kernwoorden: morbiditeit, prevalentie,
incidentie
• het belang van de discipline psychologie in de problematiek rond ziekte en gezondheid uitleggen.
Kernwoorden: chronische aandoeningen, kosten van de gezondheidszorg, lifestyle en gedrag,
persoonlijkheid en ziekte
• aangeven welke wetenschappen aan gezondheidspsychologie verwant zijn en wat het verschil is tussen
de verschillende vakgebieden. Kernwoorden: psychosomatische geneeskunde, sociale geneeskunde,
epidemiologie, medische sociologie en antropologie, gezondheidswetenschappen
• beschrijven wat gezondheidspsychologie inhoudt, wat haar aandachtsgebieden zijn en wat de
achterliggende visie is. Kernwoorden: biopsychosociaal model.
Lesstof tentamen:
• Health psychology: biopsychosocial interactions (10th ed.) (pp. 1-18)
• Alle stof van deze studietaak in de online leeromgeving (Brightspace), inclusief de opdrachten met
terugkoppeling
Geen tentamenstof:
• De paragraaf ‘Health and psychology across cultures’ (pp. 20-21) en de paragraaf ‘Research methods’ (pp.
21-28) kun je als leesstof beschouwen. ‘Research methods’ geeft een beknopte samenvatting van de
methoden die in gezondheidspsychologisch onderzoek worden gebruikt. Deze methoden komen uitgebreid
aan de orde in het methoden-en-techniekenonderwijs van de Open Universiteit.
• video Thema 1: in gesprek met prof. dr. Lilian Lechner
Wat is gezondheid?
• Algemene visie op gezondheid:
o Afwezigheid van objectieve tekenen van lichamelijke disfunctie (bv. hoge bloeddruk).
o Afwezigheid van subjectieve symptomen van ziekte of verwonding (bv. pijn, misselijkheid).
• Gezondheid als continuüm (volgens Antonovsky) (figuur 1-1):
o Gezondheid en ziekte zijn geen tegenstellingen, maar bevinden zich op een continuüm.
o Aan de ene kant van het spectrum overheerst gezondheid, aan de andere kant domineren ziekte of
verwonding, zichtbaar via destructieve processen, symptomen of beperkingen.
o Iedereen beweegt zich ergens tussen die twee uitersten.
WHO: Gezondheid is een toestand van volledig lichamelijk, geestelijk en sociaal welbevinden.
o Het is niet enkel de afwezigheid van ziekte of lichamelijke gebreken.
• Gezondheidspsychologie houdt zich bezig met:
o Bevorderen en handhaven van de gezondheid.
o Preventie, behandeling en verwerking van ziekte.
o Onderzoek naar oorzaken (etiologie) en diagnostische factoren bij gezondheid en ziekte.
o Analyse en verbetering van gezondheidszorg en -beleid.
Ziekte vandaag en in het verleden
,17e – 19e eeuw (VS): Twee hoofdcategorieën van ziekte:
• Dietary diseases (voedingsziekten): ziekte door ondervoeding, bijv. beriberi (tekort aan vitamine B).
• Infectious diseases (infectieziekten): acute ziektes veroorzaakt door de beschadigende inwerking van
micro-organismen in het lichaam, bijv. bacteriële of virale infecties.
18e eeuw:
• Kolonisten: epidemieën zoals mazelen, gele koorts, difterie, windpokken, griep, malaria en dysenterie.
• Vooral kinderen zwaar getroffen.
• Inheemse bevolking zwaar getroffen door gebrek aan eerdere blootstelling aan deze ziekten + lage
genetische variatie = beperkte immuun functies.
19e eeuw:
• Infectieziekten blijven grootste bedreiging.
• Nieuwe ziektes zoals tuberculose ("consumption").
• Beterschap door preventie maatregelen:
o Persoonlijke hygiëne.
o Betere voeding = sterkere weerstand.
o Overheidsmaatregelen zoals waterzuivering en riolering.
20e eeuw:
• Baby’s geboren in 1900: levensverwachting bij overleven van eerste jaar = ongeveer 56 jaar.
• Wie 20 werd in die tijd, had een levensverwachting van 63 jaar.
Heden (ontwikkelde landen):
• Chronische ziektes (hartziekte, kanker, beroertes) belangrijkste doodsoorzaken.
• Mogelijke oorzaken:
o Mensen leven langer → meer kans op chronische ziektes op latere leeftijd.
o Industrialisering → meer blootstelling aan stress en schadelijke stoffen.
• Kinderen en adolescenten: overlijden vooral door ongevallen, naast moord, zelfmoord, kanker, en
aangeboren afwijkingen.
Geschiedenis van fysiologie, ziekteverloop en de geest
Vroege culturen:
• Overtuiging dat ziektes ontstaan door mystieke krachten (bijv. geesten).
• Trephination: gaten in de schedel maken om op die manier demonen te laten
ontsnappen. (Afbeelding hiernaast →)
• Geen geschreven bronnen uit die tijd.
Oude Grieken en Romeinen:
• Hippocrates (‘’vader van de geneeskunde’’):
o Humorale theorie: vier lichaamsvloeistoffen (humors) moeten in evenwicht zijn
om gezond te zijn.
→ Ziekte treedt op wanneer de balans tussen de humors verstoord is.
→ Behandeling via dieet en vermijden van excessen.
• Griekse filosofen (vnl Plato):
o lichaam en geest zijn afzonderlijke entiteiten.
o Mind/body problem: we kunnen conceptueel lichaam en geest wel scheiden, maar de vraag is of ze
ook afzonderlijk functioneren.
• Galen:
o Dierdissecties → lokale oorzaken van ziektes.
o Belangrijke ontdekkingen over de hersenen, bloedsomloop en nieren.
Middeleeuwen:
• Kerkelijke invloed remde wetenschap.
• Volgens de kerk had elk mens een vrije wil, men was losgekoppeld van natuurkundige wetten en enkel
onderhevig aan de eigen wil en die van God.
• Het lichaam werd als heilig beschouwd en dissectie kon niet.
• Ziekte als religieus verschijnsel; geloof in demonen keert terug.
,• Thomas van Aquino (13e eeuw) → verwierp het idee dat lichaam en geest afzonderlijke entiteiten waren
en stelde dat ze samenwerken.
Renaissance en daarna:
• Renaissance = wedergeboorte (van onderzoek, cultuur en politiek).
• René Descartes (17e eeuw):
1. Lichaam werkt als een machine.
2. Lichaam communiceert met de geest via de pijnappelklier (pineal gland).
3. Geest verlaat lichaam bij overlijden; dieren hebben geen geest.
• 18e en 19e eeuw:
o Begrip van lichaamswerking neemt toe.
o Ontdekking: micro-organismen veroorzaken specifieke ziektes.
o Antiseptica en anesthesie maken chirurgie veiliger en effectiever in de geneeskunde.
→ Ziekenhuizen worden plekken van genezing, vergeleken met de periode hiervoor waarbij mensen
eerder ziek werden door al aanwezige ziekten in het ziekenhuis.
• Biomedisch model:
o Alle ziektes en fysiologische stoornissen kunnen uitgelegd worden als storingen in fysiologische
processen door verwondingen, bacteriële infecties, virale infecties of biochemische onevenwichten.
o Ziekte is een puur aandoening van het lichaam en staat los van psychologische/sociale processen van
de geest.
• Late 19e eeuw:
o Steeds meer artsen erkennen dat de geest invloed heeft op gezondheid.
De rol van psychologie in gezondheid
Biomedisch model: successen en beperkingen
• Voordelen van het biomedisch model:
o Succesvolle bestrijding van infectieziekten door ontwikkeling van vaccinaties (bv. polio, mazelen).
o Genezing van bacteriële infecties d.m.v. antibiotica.
• Beperkingen van het model (hieronder verder uitgebreider besproken):
Problemen in het zorgstelsel
• Stijgende medische kosten drukken op het zorgsysteem.
• De mens zelf is veranderd:
o Meer bewust van hun symptomen.
o Gemotiveerder om actief te zijn in hun eigen gezondheidszorg.
• De persoon als een uniek individu was echter niet opgenomen in het biomedisch model.
De persoon in ziekte en gezondheid
• Tegen het einde van de 19e eeuw: afname van infectieziekten door verbeterde levensstijl.
• Heden: Levensstijl van de patiënt veroorzaakt vaak het ziektebeeld (bv. ongezonde voeding, gebrek aan
beweging) en de samenleving draagt meestal de kosten voor de gevolgen van ongezonde keuzes.
• Risicofactoren voor ziekte (geen directe oorzaak, maar verhoogde kans):
o Biologisch: bijv. genetische aanleg.
o Gedrag: bijv. roken, weinig lichaamsbeweging.
• Persoonlijkheid: cognitieve, emotionele en gedragskenmerken van een persoon die relatief stabiel blijven
over tijd en situaties.
• Wetenschappers ontdekten links tussen persoonlijkheid en gezondheid
o Minder gewetensvolle mensen (consciëntieus) → hoger risico op vroegtijdige dood (bijv.
cardiovasculaire ziektes).
o Positieve emoties (geluk, enthousiasme) → langere levensduur.
o Negatieve emoties (angst, depressie, vijandigheid, pessimisme) → verhoogd risico op overlijden en de
ontwikkeling van diverse ziektes, vooral hartaandoeningen.
• De link tussen persoonlijkheid en ziekte is geen éénrichtingsverkeer → Ziekte kan ook
de gemoedstoestand beïnvloeden:
, o Angst, hulpeloosheid, depressie.
o Zelfs milde fysieke klachten (bv. tandpijn) kunnen negatieve gevoelens oproepen.
Hoe de rol van de psychologie is ontstaan
• Sigmund Freud (begin 20e eeuw):
o Sommige patiënten hadden fysieke symptomen die niet van organische oorsprong waren.
o Ontwikkelde de psychoanalyse: symptomen ontstaan door onbewuste emotionele conflicten.
→ Noemde dit fenomeen ‘conversion hysteria’ (bijv. ‘glove anesthesia’: gevoelloosheid van de hand
zonder neurologische verklaring).
• Psychosomatische medicatie (1950s):
o Lichaam én geest zijn betrokken bij ziekte.
o Symptomen zijn niet ingebeeld, maar psychosomatisch → fysiek én mentaal.
• Gedragsgeneeskunde en gezondheidspsychologie (1970s)
o Gedragsgeneeskunde (Behavioral Medicine): Interdisciplinair veld met invloeden uit psychologie,
sociologie en diverse takken van de geneeskunde.
▪ Gegroeid uit het behaviorisme:
1. Klassieke conditionering: de geconditioneerde stimulus lokt door associatie een respons
uit.
2. Operante conditionering: de consequenties van beloning/reinforcement (versterkt het
gedrag) en straf (vermindert het gedrag) zorgen voor een verandering van gedrag.
o Onderzoek en toepassingen:
▪ Mensen kunnen fysiologische processen beïnvloeden via feedback.
→ Biofeedback therapie = fysiologische processen (bijv bloeddruk) worden door de persoon zelf
opgevolgd om controle erover te winnen (via operante conditionering, feedback fungeert als
beloning).
▪ Toont aan dat de link tussen lichaam en geest meer direct en indringend is dan voorheen
gedacht werd.
o Behaviorisme was een van de belangrijke grondslagen van gezondheidspsychologie.
o De 4 doelstellingen van de gezondheidspsychologie:
1. Promotie en behoud van gezondheid: Onderzoek naar (schadelijke) gedragingen om
preventiecampagnes (bijv. op school of via media) te ondersteunen.
2. Preventie en behandeling van ziekte:
• Psychologie inzetten om ziekte te voorkomen (bijv. stressreductie tegen hoge bloeddruk).
• Psychologische ondersteuning voor ernstig zieken.
3. Identificeren van oorzaken en diagnostische verbanden: Onderzoek naar de relatie tussen
gezondheid, ziekte en gerelateerde dysfuncties.
4. Analyse en verbetering van zorgsystemen en beleid: Efficiënter en patiëntgerichter maken van
gezondheidszorg.
Huidige perspectieven op gezondheid en ziekte
Het biopsychosociaal perspectief
• Biopsychosociaal model (Engel, 1977): Gezondheid wordt beïnvloed door:
o Biologische factoren (bv. genetica, lichaamsstructuren).
o Psychologische factoren (bv. gedachten, emoties, gedrag).
o Sociale factoren (bv. relaties, cultuur).
→ Deze factoren interageren onderling en beïnvloeden elkaar continu.
De rol van biologische factoren
• Biologische factoren omvatten:
o Genetisch materiaal geërfd van ouders.
o Functie en structuur van het lichaam.
• Het efficiënt, effectief en gezond functioneren van de lichaamssystemen hangt af van hoe hun
componenten met elkaar functioneren en samenwerken.
,De rol van psychologische factoren
Hierbij wordt gekeken naar gedrags- en mentale processen:
• Cognitie: de mentale activiteit van perceptie, leren, herinneren, denken, interpreteren, geloven en
problemen oplossen.
• Emotie: een subjectief gevoel dat onze gedachten, gedrag en fysiologie beïnvloedt en erdoor beïnvloed
wordt.
→ Belangrijke rol in de besluitvorming van mensen over zoeken/gaan naar een behandeling.
• Motivatie: het proces waardoor individuen aan een taak beginnen, richting kiezen en ermee doorzetten.
De rol van sociale factoren
• Door de interactie met anderen beïnvloeden we hen en worden we ook weer door hen beïnvloed.
• Interactie met anderen beïnvloedt gezondheid:
o Relaties met anderen kunnen gezondheidsvoorspellers zijn.
o Sociale context reikt verder dan vrienden/familie → ook cultuur en maatschappij spelen een rol.
Het concept van ‘systemen’
• Holistische benadering: alle aspecten van iemands leven en lichaam hebben een effect op ziekte en
gezondheid en dienen als geheel bekeken te worden.
• Systeem: een dynamische entiteit met componenten die voortdurend met elkaar samenhangen.
Levensloop- en genderperspectieven
Levensloopperspectief: kenmerken van een persoon worden beschouwd met betrekking tot hun eerdere
ontwikkeling, huidige niveau en waarschijnlijke ontwikkeling in de toekomst. Kenmerken van gezondheid en
ziekte variëren met de ontwikkeling.
→ Bijv: In vergelijking met oudere mensen hebben kinderen minder kans op activiteit beperkingen door
chronische ziekten
• Kindergeneeskunde (pediatrics) en ouderengeneeskunde (geriatrics) zijn takken van de geneeskunde die
zich bezighouden met de gezondheid en ziekte van respectievelijk kinderen en ouderen.
• Veranderingen in biologische systemen
o Lichaamssystemen groeien tijdens de kindertijd en nemen af op latere leeftijd.
o Ouderen → systemen takelen af, bijv.:
a. Minder spierkracht.
b. Minder uithoudingsvermogen.
c. Langzamer herstel van ziektes en letsel.
o Vroege invloeden op biologische systemen kunnen op lange termijn grotere gevolgen hebben.
▪ Bijv: hart- en vaatziekten ontstaan door veranderingen in de bloedvaten tijdens de jeugd.
o Stressvolle negatieve ervaringen in de kindertijd kunnen het risico op volwassen ziekten vergroten.
• Veranderingen in psychologische systemen
, o Cognitieve processen ontwikkelen zich door de jaren heen.
o Peuters hebben beperkte kennis en denkvermogen, maar dit groeit snel in de kindertijd.
o Kinderen moeten leren begrijpen hoe hun gedrag hun gezondheid beïnvloedt.
o Verbeterde cognitieve vaardigheden helpen kinderen beter de impact van hun gedrag op hun
gezondheid te begrijpen.
• Veranderingen in sociale relaties en systemen
o Gebruikelijke levensprogressies: onderwijs → carrière → ouderschap → pensioen.
o Gezondheid van kinderen: afhankelijk van ouders en leerkrachten.
o Tieners: meer eigen verantwoordelijkheid, maar leeftijdsgenoten beïnvloeden hen sterk.
o Ouderen: vaak minder sociaal actief, kans op eenzaamheid, zeker bij chronische ziekte.
Genderperspectief: Mannen en vrouwen verschillen in biologisch functioneren en gezondheid gerelateerd
gedrag.
• Factoren die ziektes beïnvloeden, symptomen en ziekteverloop kunnen verschillen tussen mannen en
vrouwen.
• Specifieke gezondheidsrisico’s, zoals borstkanker, spelen een rol bij genderverschillen in gezondheid en
ziekte.
Gerelateerde wetenschappelijke disciplines
• De gezondheidspsychologie kent vele invloeden uit verschillende andere wetenschappelijke velden zoals
psychologie, geneeskunde, sociologie, antropologie, gezondheidseconomie, …
• Epidemiologie: de wetenschappelijke studie naar het voorkomen en de frequentie van ziekte en
verwonding. Enkele termen:
o Mortaliteit: overlijden, vaak op grote schaal.
o Morbiditeit: ziekte, verwonding of beperking: elke afwijking van gezondheid.
o Prevalentie: het aantal cases van personen die een ziekte hebben of risicofactoren ervoor.
o Incidentie: het aantal nieuwe gevallen gedurende een bepaalde periode.
o Epidemie: situatie waarin incidentie snel toeneemt.
• Gebruik van percentages in gezondheidsstatistieken
o Sommige termen worden gebruikt met het woord "percentage," wat relatieve betekenis toevoegt.
o Het sterftecijfer geeft het aantal sterfgevallen per populatie-eenheid in een bepaalde periode weer.
o Bijv: 5 sterfgevallen per 1.000 geboorten in het eerste levensjaar in Canada.
• Rol van epidemiologie:
o Epidemiologen identificeren risicofactoren voor ziekten en gezondheidsverschillen.
o Onderzoek richt zich op zowel nationale als internationale populaties.
o Mensen met een laag inkomen of opleidingsniveau hebben vaak:
▪ Een kortere levensverwachting.
▪ Een hoger risico op chronische ziekten.
→ Dit verband kan niet volledig worden verklaard door beperkte toegang tot gezondheidszorg.
• Volksgezondheid en gezondheidspsychologie
o Volksgezondheid richt zich op het beschermen, behouden en verbeteren van de gezondheid via
gemeenschapsinitiatieven.
→ Activiteiten binnen de volksgezondheid: Onderzoek en programma's voor vaccinaties, sanitaire
voorzieningen, gezondheidsvoorlichting en -bewustzijn.
→ Gezondheidspsychologen bestuderen de impact van volksgezondheidsprogramma's op individuen.
• Sociologie en antropologie in de gezondheidszorg
o Sociologie: onderzoekt sociale structuren en de invloed op gezondheid.
▪ Bestudeert factoren zoals massamedia, bevolkingsgroei en epidemieën.
o Medische sociologie richt zich op:
▪ De impact van sociale relaties op ziekten.
▪ Sociaaleconomische factoren die invloed hebben op zorggebruik.
▪ De organisatie van ziekenhuisdiensten en medische praktijken.
o Medische antropologie onderzoekt:
▪ Culturele verschillen in gezondheid en zorg.
, ▪ Hoe mensen in verschillende culturen ziekten definiëren, behandelen en ervaren.
▪ Hoe verschillende culturen gezondheidszorgsystemen structureren.
o Sociologie en antropologie bieden een brede sociale en culturele kijk op gezondheidsvraagstukken.
• Gezondheidseconomie en gezondheidsbeleid
o Gezondheidseconomie onderzoekt:
▪ De vraag en het aanbod van gezondheidszorg.
▪ De kosten en baten van medische behandelingen.
▪ Bijv: stoppen-met-roken-interventies kunnen dezelfde gezondheidsvoordelen opleveren als
medische behandelingen, maar tegen veel lagere kosten.
o Gezondheidsbeleid (health policy) onderzoekt overheids- en organisatiestrategieën met betrekking
tot gezondheidszorg.
▪ Beleidsmaatregelen zoals:
i) Verzekering voor rookstop-programma’s.
ii) Belasting op tabak.
▪ Beleidsmaatregelen kunnen een grote invloed hebben op gezondheidsgedrag.
• Multidisciplinair perspectief binnen gezondheidspsychologie
o Gezondheidspsychologie combineert inzichten uit:
▪ Geneeskunde
▪ Epidemiologie
▪ Volksgezondheid
▪ Sociologie
▪ Antropologie
▪ Gezondheidseconomie
▪ Gezondheidsbeleid
→ Doel: inzicht in hoe gezondheid, ziekte en individuen zich ontwikkelen binnen sociale systemen.
Korte samenvatting
Gezondheid en ziekte als continuüm:
• Gezondheid en ziekte overlappen en bestaan langs een continuüm.
o Gezondheid: een positieve staat van fysiek, mentaal en sociaal welzijn.
o Ziekte: aanwezigheid van tekenen, symptomen en handicaps.
Veranderingen in ziektepatronen door de geschiedenis heen:
• Infectieziekten zijn niet langer de belangrijkste doodsoorzaak in ontwikkelde landen.
• Chronische ziekten vormen nu het grootste gezondheidsprobleem.
Geschiedenis van ziekteopvattingen:
• Vroege culturen geloofden dat ziekte werd veroorzaakt door boze geesten.
• Griekse filosofen ontwikkelden vroege ideeën over ziekte en gezondheid.
• Middeleeuwen: kerk beïnvloedde ziekteopvattingen, geloof in mystieke oorzaken nam toe.
• 17e-20e eeuw: ontwikkeling van het biomedische model.
Het biomedische en biopsychosociale model:
• Biomedisch model leidde tot vooruitgang in behandeling en vaccinontwikkeling.
• Moderne inzichten tonen aan dat biologische, psychologische en sociale factoren ook belangrijk zijn.
→ Biopsychosociaal model erkent wisselwerking tussen deze factoren.
• Opkomst van psychosomatische geneeskunde, gedragsgeneeskunde en gezondheidspsychologie.
• Belang van levensduur, geslacht en cultuur in gezondheid en ziekte.
Gezondheidspsychologie en interdisciplinariteit:
• Gebruikt inzichten uit psychologie, geneeskunde, biologie, sociologie, epidemiologie, volksgezondheid,
economie en gezondheidsbeleid.
• Epidemiologie bestudeert mortaliteit, morbiditeit, prevalentie, incidentie en epidemieën.
(Extra) informatie uit de opdrachten van brightspace
, Definitie van gezondheidspsychologie = ‘het bevorderen en het handhaven van de gezondheid en de preventie, de
behandeling en de verwerking van ziekte, de identificatie van etiologische en diagnostische factoren bij gezondheid
en ziekte, en de analyse en verbetering van gezondheidszorg en gezondheidsbeleid’.
Verschil tussen gezondheidspsychologie en andere wetenschapsgebieden:
• Er zijn raakvlakken tussen gezondheidspsychologie en andere wetenschapsgebieden, maar ook accentverschillen, de
verschillende wetenschapsgebieden leggen net weer een andere nadruk op bepaalde onderwerpen en
gezichtspunten uit hun onderzoeksveld.
• Gezondheidspsychologie richt zich niet alleen op ziektegedrag, maar ook op preventie en het bevorderen en
bewaken van gezondheid.
→ Dit onderscheidt de gezondheidspsychologie van de medische psychologie, die zich voornamelijk richt op
ziektegedrag.