Week 1
S.F. Moore - Recht en maatschappelijke verandering - p.137-145
Inleiding
Sally F. Moore onderzoekt de interactie tussen recht en maatschappelijke verandering, met
focus op het concept van het ‘semi-autonoom sociaal veld’. Het 'semi-autonoom sociaal
veld' heeft het vermogen regels voort te brengen en middelen om naleving te bevorderen of
af te dwingen; maar het bevindt zich tegelijkertijd in een grotere sociale omgeving die het
beïnvloedt en binnendringt, soms op verzoek van personen die zich daarbinnen bevinden,
soms uit eigen beweging. Moore betoogt dat recht niet op zichzelf staat, maar moet worden
bestudeerd binnen zijn sociale context.
Malinowski
Malinowski stelde dat je recht niet alleen moet bestuderen als formele wetten, maar ook
moet kijken naar hoe mensen zich in het dagelijks leven aan regels houden.
Weber
Volgens weber geldt het volgende:
1. Tussen de staat en het individu zijn verschillende kleinere georganiseerde
sociale velden waar het individu deel van uitmaakt.
○ Deze sociale velden hebben hun eigen gewoonten en regels, en middelen om
gehoorzaamheid af te dwingen of te bevorderen. Zij hebben een 'rechtsorde',
zoals Weber dat noemt.
2. De moeilijkheden die het uitoefenen van effectieve juridische dwang in de
economische sfeer in de weg staan. Weber benoemt dat er 2 redenen hiervoor
zijn:
○ Mensen zijn van elkaar afhankelijk. Omdat bedrijven en handelaren met
elkaar verbonden zijn, is het moeilijk om altijd precies volgens de wet te
handelen.
○ Economisch voordeel gaat boven de wet. Mensen laten zich niet snel
tegenhouden door regels als ze er geld mee kunnen verdienen, tenzij er een
sterke gewoonte is om de wet wel te volgen.
Complexe samenlevingen
Het 'semi-autonoom sociaal veld' wordt niet begrensd door zijn organisatie, maar door een
functioneel kenmerk:
● Het feit dat het regels maakt en ervoor zorgt dat mensen die regels volgen, op welke
manier dan ook (gehoorzaamheid).
● Voorbeeld: een arena waarin een aantal bedrijven met elkaar omgaan kan een 'semi-
autonoom sociaal veld' zijn. Ze hebben hun eigen afspraken en manieren om ervoor
te zorgen dat iedereen zich eraan houdt.
Vele 'semi-autonome sociale velden' kunnen zich bij elkaar aansluiten en zo complexe
(oneindige) ketens vormen. De aanwezigheid van vele, onderling afhankelijke en op elkaar
aansluitende sociale velden is een van de belangrijkste eigenschappen van complexe
samenlevingen.
,Het semi-autonoom sociaal veld (SASF)
Een SASF is een sociaal veld dat eigen regels en dwangmechanismen heeft, maar ook
gevoelig is voor externe invloeden (bv. wetten van de staat). De kenmerken van een SASF
zijn:
● Creëert eigen normen en handhaaft deze via sociale sancties (bv. uitsluiting,
economische druk).
● Wordt beïnvloed door formele wetgeving, maar past deze vaak aan lokale praktijken
aan.
● Komt voor in zowel tribale als complexe samenlevingen.
Een SASF is gedeeltelijk autonoom, omdat:
● Het beïnvloed kan worden door krachten van buitenaf die het sociale veld raken.
● De mensen binnen het sociale veld deze krachten van buiten kunnen inroepen of
daarmee dreigen bij hun onderhandelingen met elkaar.
Voorbeeld SASF - New Yorkse kledingindustrie
In de New Yorkse kledingindustrie bestaan informele netwerken van gunsten, cadeaus en
overuren draaien naast formele arbeidsovereenkomsten. Deze uitwisseling van prestaties
zijn niet juridisch afdwingbaar, maar wel belangrijk voor het functioneren van de sector.
● Al deze buiten-wettelijke giften zouden 'omkoperij' genoemd kunnen worden, als men
hun buiten-wettelijk karakter voorop wil stellen.
● Men kan hier ook van 'morele' verplichtingen spreken: het gaat er namelijk om uit
een relatie voortvloeiende verplichtingen, die niet rechtens afdwingbaar zijn, maar die
voor hun handhaving afhangen van de waarde van de relatie zelf.
De prestaties, aandacht en gunsten naar de mensen die het in hun macht hebben arbeid,
kapitaal of handelsrelaties te verdelen kunnen worden beschouwd als een 'allocatieprijs'.
Deze 'allocatieprijs' wordt symbolisch voorgesteld als een ongevraagd cadeau, oftewel de
vrucht van vriendschap
Drijfveer tot naleving
Als het spel niet gespeeld wordt volgens de regels die in de kledingindustrie (als voorbeeld)
in feite gelden, staan hier de volgende sancties op:
● Economisch verlies.
● Verlies van goede naam en van goodwill.
● Uitsluiting van de mogelijkheden om in die branche geld te verdienen.
De drijfveer tot naleving is te vinden in de wens mee te blijven doen, om er beter van te
worden. De druk om je te houden aan 'het recht' ontstaat vaak binnen de verschillende
sociale milieus waarvan individuen deel uitmaken. De mogelijkheid dat de staat actie zou
ondernemen is vaak veel minder aanwezig dan andere druk en prikkels.
Effectiviteit van wetten in SASF
● Wettelijke regels worden vaak omzeild of aangepast binnen semi-autonome velden.
, ● Sancties binnen deze velden (bv. reputatieverlies) kunnen krachtiger zijn dan
juridische sancties.
Conclusies
1. Recht als factor. De werking van wetten hangt af van hoe ze worden opgenomen in
de SASF. Het recht moet dus bekeken worden in de context van het alledaagse
sociale leven. De spelregels die hierin gelden zijn zowel de wetten als de andere
geldende normen en gebruiken.
2. SASF is overal. Bijna alle groepen in de samenleving hebben een mix van eigen
regels en invloed van buitenaf. Volledige onafhankelijkheid of volledige controle door
de overheid komt bijna nooit voor.
3. Wetten versus gewoonte. Mensen laten zich niet alleen leiden door wetten, maar
vooral door dagelijkse gewoonten, onderlinge afspraken en wat in hun groep
belangrijk is. Wetten proberen soms gedrag te veranderen, maar hebben vaak maar
beperkt effect.
4. Soorten regels.
○ Bewust gemaakte regels: wetten van de overheid of formele instanties
○ Spontane regels: ongeschreven afspraken die ontstaan door dagelijkse
interactie (bv. "zo doen we dat hier").
5. Invloed op wetten. Sociale groepen hebben vaak meer invloed op gedrag dan
wetten. Om recht écht te begrijpen, moet je kijken naar hoe mensen het in de praktijk
toepassen, en niet alleen naar wat er op papier staat.
Moore sluit af met de observatie dat de studie van semi-autonome velden essentieel is voor
een realistisch beeld van de sociale werking van het recht.
, Week 2
M. Galanter - Why the Haves come out ahead - p.95-124
Inleiding
Dit essay onderzoekt de structurele kenmerken van het Amerikaanse rechtssysteem en
waarom gevestigde partijen ("haves") systematisch voordeel hebben ten opzichte van
eenmalige gebruikers ("have-nots"). Galanter benadrukt dat zijn analyse speculatief en
voorlopig is, maar hij wil begrijpen hoe de architectuur van het rechtssysteem mogelijkheden
voor herverdeling creëert én beperkt.
Samenleving en rechtssysteem
In de samenleving hebben partijen verschillende hoeveelheden rijkdom en zij zijn continu in
strijd of samenwerking met elkaar, waarin ze verschillende/tegenstrijdige interesses hebben.
De samenleving heeft een rechtssysteem waarin conflicten worden opgelost in rechtszalen
door wettelijke regels. De wettelijke regels zijn complex. De rechtbanken passen de wetten
toe en bepalen de uitkomst in de zaken. Het beste is als er een gemeenschappelijke
acceptabele uitkomst is.
Partijen
Partijen kampen vaak met verschillen in omvang, rechtsstaat en middelen. Sommige partijen
procederen vaker, terwijl sommigen het nooit doen. Zo kunnen we de partijen verdelen in
Repeat players en One-shotters.
Repeat players en one-shotters
Galanter introduceert een onderscheid tussen:
● Repeat Players (RPs): partijen die herhaaldelijk betrokken zijn bij juridische
geschillen (bijv. verzekeringsmaatschappijen en overheden).
● One-Shotters (OSs): partijen die slechts af en toe met het rechtssysteem te maken
hebben (bijv. letselschadeslachtoffers en huurders).
RPs hebben strategische voordelen, zoals:
● Ervaring: RPs zijn vaker betrokken geweest bij juridische geschillen.
● Expertise en middelen: RPs hebben toegang tot gespecialiseerde juridische kennis
en kunnen zaken op lange termijn plannen.
● Relaties: RPs hebben mogelijkheden om informele relaties met instituties te vormen.
● Reputatie: RPs willen hun reputatie behouden.
● Strategie: RPs kunnen meer investeren in een strategie, zodat ze minimale
verliezen leiden.
● Invloed op regelgeving: ze investeren in het vormgeven van wetten en
precedenten, door bijv. lobbyen.
● Middelen. RPs hebben meer middelen, zoals kennis, geld en diensten.
● Selectieve rechtszaken: ze kiezen welke zaken ze voor de rechter brengen om
gunstige jurisprudentie te creëren.
OSs daarentegen zijn vaak gericht op directe uitkomsten en hebben minder invloed op
rechtsontwikkeling.
S.F. Moore - Recht en maatschappelijke verandering - p.137-145
Inleiding
Sally F. Moore onderzoekt de interactie tussen recht en maatschappelijke verandering, met
focus op het concept van het ‘semi-autonoom sociaal veld’. Het 'semi-autonoom sociaal
veld' heeft het vermogen regels voort te brengen en middelen om naleving te bevorderen of
af te dwingen; maar het bevindt zich tegelijkertijd in een grotere sociale omgeving die het
beïnvloedt en binnendringt, soms op verzoek van personen die zich daarbinnen bevinden,
soms uit eigen beweging. Moore betoogt dat recht niet op zichzelf staat, maar moet worden
bestudeerd binnen zijn sociale context.
Malinowski
Malinowski stelde dat je recht niet alleen moet bestuderen als formele wetten, maar ook
moet kijken naar hoe mensen zich in het dagelijks leven aan regels houden.
Weber
Volgens weber geldt het volgende:
1. Tussen de staat en het individu zijn verschillende kleinere georganiseerde
sociale velden waar het individu deel van uitmaakt.
○ Deze sociale velden hebben hun eigen gewoonten en regels, en middelen om
gehoorzaamheid af te dwingen of te bevorderen. Zij hebben een 'rechtsorde',
zoals Weber dat noemt.
2. De moeilijkheden die het uitoefenen van effectieve juridische dwang in de
economische sfeer in de weg staan. Weber benoemt dat er 2 redenen hiervoor
zijn:
○ Mensen zijn van elkaar afhankelijk. Omdat bedrijven en handelaren met
elkaar verbonden zijn, is het moeilijk om altijd precies volgens de wet te
handelen.
○ Economisch voordeel gaat boven de wet. Mensen laten zich niet snel
tegenhouden door regels als ze er geld mee kunnen verdienen, tenzij er een
sterke gewoonte is om de wet wel te volgen.
Complexe samenlevingen
Het 'semi-autonoom sociaal veld' wordt niet begrensd door zijn organisatie, maar door een
functioneel kenmerk:
● Het feit dat het regels maakt en ervoor zorgt dat mensen die regels volgen, op welke
manier dan ook (gehoorzaamheid).
● Voorbeeld: een arena waarin een aantal bedrijven met elkaar omgaan kan een 'semi-
autonoom sociaal veld' zijn. Ze hebben hun eigen afspraken en manieren om ervoor
te zorgen dat iedereen zich eraan houdt.
Vele 'semi-autonome sociale velden' kunnen zich bij elkaar aansluiten en zo complexe
(oneindige) ketens vormen. De aanwezigheid van vele, onderling afhankelijke en op elkaar
aansluitende sociale velden is een van de belangrijkste eigenschappen van complexe
samenlevingen.
,Het semi-autonoom sociaal veld (SASF)
Een SASF is een sociaal veld dat eigen regels en dwangmechanismen heeft, maar ook
gevoelig is voor externe invloeden (bv. wetten van de staat). De kenmerken van een SASF
zijn:
● Creëert eigen normen en handhaaft deze via sociale sancties (bv. uitsluiting,
economische druk).
● Wordt beïnvloed door formele wetgeving, maar past deze vaak aan lokale praktijken
aan.
● Komt voor in zowel tribale als complexe samenlevingen.
Een SASF is gedeeltelijk autonoom, omdat:
● Het beïnvloed kan worden door krachten van buitenaf die het sociale veld raken.
● De mensen binnen het sociale veld deze krachten van buiten kunnen inroepen of
daarmee dreigen bij hun onderhandelingen met elkaar.
Voorbeeld SASF - New Yorkse kledingindustrie
In de New Yorkse kledingindustrie bestaan informele netwerken van gunsten, cadeaus en
overuren draaien naast formele arbeidsovereenkomsten. Deze uitwisseling van prestaties
zijn niet juridisch afdwingbaar, maar wel belangrijk voor het functioneren van de sector.
● Al deze buiten-wettelijke giften zouden 'omkoperij' genoemd kunnen worden, als men
hun buiten-wettelijk karakter voorop wil stellen.
● Men kan hier ook van 'morele' verplichtingen spreken: het gaat er namelijk om uit
een relatie voortvloeiende verplichtingen, die niet rechtens afdwingbaar zijn, maar die
voor hun handhaving afhangen van de waarde van de relatie zelf.
De prestaties, aandacht en gunsten naar de mensen die het in hun macht hebben arbeid,
kapitaal of handelsrelaties te verdelen kunnen worden beschouwd als een 'allocatieprijs'.
Deze 'allocatieprijs' wordt symbolisch voorgesteld als een ongevraagd cadeau, oftewel de
vrucht van vriendschap
Drijfveer tot naleving
Als het spel niet gespeeld wordt volgens de regels die in de kledingindustrie (als voorbeeld)
in feite gelden, staan hier de volgende sancties op:
● Economisch verlies.
● Verlies van goede naam en van goodwill.
● Uitsluiting van de mogelijkheden om in die branche geld te verdienen.
De drijfveer tot naleving is te vinden in de wens mee te blijven doen, om er beter van te
worden. De druk om je te houden aan 'het recht' ontstaat vaak binnen de verschillende
sociale milieus waarvan individuen deel uitmaken. De mogelijkheid dat de staat actie zou
ondernemen is vaak veel minder aanwezig dan andere druk en prikkels.
Effectiviteit van wetten in SASF
● Wettelijke regels worden vaak omzeild of aangepast binnen semi-autonome velden.
, ● Sancties binnen deze velden (bv. reputatieverlies) kunnen krachtiger zijn dan
juridische sancties.
Conclusies
1. Recht als factor. De werking van wetten hangt af van hoe ze worden opgenomen in
de SASF. Het recht moet dus bekeken worden in de context van het alledaagse
sociale leven. De spelregels die hierin gelden zijn zowel de wetten als de andere
geldende normen en gebruiken.
2. SASF is overal. Bijna alle groepen in de samenleving hebben een mix van eigen
regels en invloed van buitenaf. Volledige onafhankelijkheid of volledige controle door
de overheid komt bijna nooit voor.
3. Wetten versus gewoonte. Mensen laten zich niet alleen leiden door wetten, maar
vooral door dagelijkse gewoonten, onderlinge afspraken en wat in hun groep
belangrijk is. Wetten proberen soms gedrag te veranderen, maar hebben vaak maar
beperkt effect.
4. Soorten regels.
○ Bewust gemaakte regels: wetten van de overheid of formele instanties
○ Spontane regels: ongeschreven afspraken die ontstaan door dagelijkse
interactie (bv. "zo doen we dat hier").
5. Invloed op wetten. Sociale groepen hebben vaak meer invloed op gedrag dan
wetten. Om recht écht te begrijpen, moet je kijken naar hoe mensen het in de praktijk
toepassen, en niet alleen naar wat er op papier staat.
Moore sluit af met de observatie dat de studie van semi-autonome velden essentieel is voor
een realistisch beeld van de sociale werking van het recht.
, Week 2
M. Galanter - Why the Haves come out ahead - p.95-124
Inleiding
Dit essay onderzoekt de structurele kenmerken van het Amerikaanse rechtssysteem en
waarom gevestigde partijen ("haves") systematisch voordeel hebben ten opzichte van
eenmalige gebruikers ("have-nots"). Galanter benadrukt dat zijn analyse speculatief en
voorlopig is, maar hij wil begrijpen hoe de architectuur van het rechtssysteem mogelijkheden
voor herverdeling creëert én beperkt.
Samenleving en rechtssysteem
In de samenleving hebben partijen verschillende hoeveelheden rijkdom en zij zijn continu in
strijd of samenwerking met elkaar, waarin ze verschillende/tegenstrijdige interesses hebben.
De samenleving heeft een rechtssysteem waarin conflicten worden opgelost in rechtszalen
door wettelijke regels. De wettelijke regels zijn complex. De rechtbanken passen de wetten
toe en bepalen de uitkomst in de zaken. Het beste is als er een gemeenschappelijke
acceptabele uitkomst is.
Partijen
Partijen kampen vaak met verschillen in omvang, rechtsstaat en middelen. Sommige partijen
procederen vaker, terwijl sommigen het nooit doen. Zo kunnen we de partijen verdelen in
Repeat players en One-shotters.
Repeat players en one-shotters
Galanter introduceert een onderscheid tussen:
● Repeat Players (RPs): partijen die herhaaldelijk betrokken zijn bij juridische
geschillen (bijv. verzekeringsmaatschappijen en overheden).
● One-Shotters (OSs): partijen die slechts af en toe met het rechtssysteem te maken
hebben (bijv. letselschadeslachtoffers en huurders).
RPs hebben strategische voordelen, zoals:
● Ervaring: RPs zijn vaker betrokken geweest bij juridische geschillen.
● Expertise en middelen: RPs hebben toegang tot gespecialiseerde juridische kennis
en kunnen zaken op lange termijn plannen.
● Relaties: RPs hebben mogelijkheden om informele relaties met instituties te vormen.
● Reputatie: RPs willen hun reputatie behouden.
● Strategie: RPs kunnen meer investeren in een strategie, zodat ze minimale
verliezen leiden.
● Invloed op regelgeving: ze investeren in het vormgeven van wetten en
precedenten, door bijv. lobbyen.
● Middelen. RPs hebben meer middelen, zoals kennis, geld en diensten.
● Selectieve rechtszaken: ze kiezen welke zaken ze voor de rechter brengen om
gunstige jurisprudentie te creëren.
OSs daarentegen zijn vaak gericht op directe uitkomsten en hebben minder invloed op
rechtsontwikkeling.