Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

MAW samenvatting voor examen of schoolexamens

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
53
Geüpload op
02-07-2025
Geschreven in
2024/2025

Hi! Ik heb zelf vorig jaar vwo examen gedaan en heb daar een 7,9 voor gehaald met complimenten van de tweede corrector. Ik heb deze samenvatting gemaakt en nog een paar andere en dit de hele tijd herhaald tot het in mijn hoofd zat gebrand! Hopelijk helpt het jullie ook!

Meer zien Lees minder

Voorbeeld van de inhoud

MAW samenvatting hfd 5 t/m 11
Hoofdstuk 5 → Politieke theorie
5.1 Staatsvorming
Staatsvorming is hoe de overheid is ontstaan. Je bent een Nederlander in Nederland
juridisch gezien als je een paspoort hebt. De taal geeft ons ook politieke bindingen,
maar ook collectieve goederen maken ons afhankelijk van elkaar. Collectieve
goederen zijn goederen die door de overheid worden geregeld. Collectieve
goederen worden door de overheid voortgezet, want de overheid heeft de macht om
deze zaken te regelen die mensen zelf niet voor elkaar kunnen krijgen. Het feit dat
deze macht als legitiem wordt beschouwd is een gevolg van staatsvorming.

Staatsvorming = het institutionaliseren van politieke macht tot een staat.

De staatsvorming in Nederland loopt gelijk aan die van West-Europa. Dit begon al in
de middeleeuwen, want toen had een bisschop of vorst soevereine macht en
beschermde de burgers tegen externe vijanden. In ruil voor de bescherming betalen
de burgers belasting. Juist om deze wederzijdse afhankelijkheid vorm te kunnen
geven ontstonden er politieke instituties en instellingen. Het ontstaan van
politieke instituties zorgt dat het feodale stelsel langzaam aan het verdwijnen is tot
het begin van de Nederlandse staat.

In West-Europa hadden we uiteindelijk een statenvergadering, waarin de adel
samen kwam om afspraken te maken over wetten en belasting. In Nederland
hadden wij iets bijzonders, want wij hadden geen vorst. In Nederland was er sprake
van dat Nederland erg verdeeld was in provincies. Ook viel Nederland onder het
Bourgondisch rijk, die niet zo blij waren met de verdeeldheid, waardoor ze
uiteindelijk centralisatiepolitiek gingen doen. Centralisatiepolitiek houdt in dat de
provincies verenigd worden en dezelfde belasting en regels krijgen. Dit is een
voorbeeld van het institutionaliseren van de politieke macht. Toen het bourgondisch
rijk viel werd het overgenomen door de Spanjaarden, toen ging Karel V wetten
introduceren die ook in Spanje golden. Filips de tweede deed dat nog een stapje
verder en ging de belastingen verhogen en protestanten vervolgen. Hier kwam
protest op en dat leidde tot de Tachtigjarige Oorlog. Vanaf 1588 was sprake van
staatsvorming.

Samenwerken is een belangrijk onderdeel van de Nederlandse cultuur, dat kan je
ook zien aan de staten generaal (die bestaat uit de eerste en tweede kamer).

Maar voordat we kunnen spreken van staatsvorming moeten we eerst weten wat
een staat is: Interne soevereiniteit
1.​ Als het hoogste gezag regeert over een groep mensen
2.​ Binnen een bepaald grondgebied valt
3.​ Geweld en belastingmonopolie bezit.

, Externe soevereiniteit
1.​ Het staatsgezag is niet ondergeschikt aan een ander gezag en staten moeten
erkend worden door anderen landen. Als dit niet het geval is noem je het een
vazalstaat, en dat is een staat die feitelijk onder het gezag van een ander land
valt.
Het proces van staatsvorming is een combinatie van economische, culturele en
politieke ontwikkelingen. Door de toename van handel groeide in de late
middeleeuwen de welvaart en economische positie van de burgers. Dat zorgde
tevens voor een grotere zelfstandigheid op economisch en politiek gebied tegenover
de adel. In Nederland werd de burgerij steeds rijker en domineerde ze uiteindelijk de
politiek van de republiek (regenten). De burgerij kon politieke macht krijgen, doordat
ze belastinggeld betaalde, waar een leger van betaald kon worden. Om deze macht
te behouden werd in ruil voor het geld van de burgers gezorgd voor vrij handel en
een eenheid qua munten en wetten. Ook zorgde de burgerij voor veiligheid en
bescherming. Bij onderlinge conflicten was er sprake van een rechtsprekende die
een uitspraak kon doen.

In 1648 ontstond het moderne statensysteem met de vrede van Westfalen, waarbij
er regelingen ontstonden tussen de onderlinge verhoudingen van het proces van
staatsvorming in de late middeleeuwen. Het non-interventiebeginsel kwam op na
de tachtigjarige oorlog en hield in dat staten zich niet met interne zaken van
andere staten mochten bemoeien. De hoop van het non-interventiebeginsel was dat
mensen minder oorlogen wilden, maar dat viel helaas tegen.

In 1648 waren er veel staten in West-Europa die zochten naar veiligheid, waardoor
ze dus koloniën gingen stichten. Dit stimuleerde ook de vernieuwingen op
technologisch gebied (rationalisering). De concurrentie stimuleerde de expansie van
europese staten. Door de expansiedrift ontstond er een wedloop om kolonies
(gebieden die niet als staten worden behandeld). Hierdoor ontstond de scramble of
Africa. In eerste instantie was het stichten van kolonies voor economisch gewin,
maar daarna om eigen cultuur en politiek op te leggen (imperialisme).

Oorlog waren de regel en geen uitzondering, zo zorgde oorlog voor staten en
maken staten ook oorlog.

Rationalisering= het proces van ordenen en systematiseren van de werkelijkheid
om haar zo voorspelbaar en beheersbaar te maken om zo doelmatig middelen in te
zetten om een zo efficiënt of effectief mogelijk resultaat te bereiken.

Institutionalisering was niet mogelijk zonder rationalisering. Door rationalisering
vonden er veranderingen plaats in hoe de politieke macht het best kon worden
gestructureerd. Zo kwamen er ambtenaren die zo efficiënt en effectief mogelijk
werden ingezet. Rationalisering heeft dus tot staatsvorming geleid. Bepaalde
processen hebben gezorgd voor wat wij nu een moderne staat noemen:

, 1.​ Depersonalisering: Het gezag is niet meer gekoppeld aan een persoon maar
aan de specifieke rol die de persoon vervuld.
2.​ Formalisering: Politieke macht steeds minder informeel is, doordat tradities,
wetten, regels nu wel worden opgeschreven (codificatie genoemd). Door dit
proces wordt de politieke macht ingeperkt door de wet.
3.​ Integratie: Staat en samenleving worden steeds meer verweven. Dan
gebruikt een overheid enorm veel hulpbronnen.

Zonder een middenklasse komt er geen democratie.

5.2 Politieke socialisatie
Politieke socialisatie= het proces van verwerven of overdragen van de politieke
cultuur van de groep of samenleving waar mensen bij horen. Het proces bestaat uit
opleiding, opvoeding en andere vormen van omgang met mensen.

De politieke cultuur is het geheel van tradities, kennis, opvattingen en oordelen die
landen hebben. Nederland is een voorstander van het harmoniemodel, waarin
consensus centraal staat (poldermodel). Harmoniemodel zie je ook terug op
scholen en werk. Terwijl veel andere samenlevingen kiezen voor het conflictmodel,
waarbij actoren kiezen voor strijd om hun eigen doelen en belangen te realiseren.
Door strijd proberen actiegroepen anderen te overtuigen van hun gelijk, zoals de
gele hesjes.

Politieke socialisatie zorgt ervoor dat mensen de politieke cultuur overnemen. Deze
cultuur komt voor in omgang met mensen, zoals opleiding en opvoeding. Een factor
die bijdraagt aan de politieke socialisatie van burgers is het politiek systeem,
namelijk het parlementaire democratie in Nederland. In het politieke systeem
worden normen en waarden overgedragen. Politieke socialisatie zorgt ook voor of er
meer of minder participatiebereidheid is in de politiek. Als je al van jongs af aan
hebt geleerd dat stemmen belangrijk is, dan doe je dat ook sneller.

Politieke socialisatie draagt ook bij aan het voortbestaan van de politieke cultuur en
daardoor ook van het politieke systeem. Doordat politieke socialisatie en politieke
cultuur een verband hebben blijven politieke instituties ook bestaan, want een
politieke socialisatie zorgt dat de politieke cultuur blijft bestaan en door politieke
cultuur wordt de politieke socialisatie gevoed. Voorbeelden van politieke instituties
zijn de parlementaire democratie en de Tweede Kamerverkiezingen.

Mensen hebben ook politieke opvattingen over bijvoorbeeld zwarte piet. Deze
opvattingen blijken uit variabelen als opleidingsniveau, religie en
sociaal-economische klasse te komen. Mensen internaliseren politiek gedrag of
opvattingen van hun eigen omgeving. Gedrag en opvattingen worden, doordat het
ook in de rest van hun omgeving gebeurt, vanzelfsprekend.

, 5.3 Politics: Ideologie

Politics gaat om de processen waardoor conflicten via strijd of consensus worden
opgelost, ook wel het spel genoemd.

Politieke partijen debatteren uit hun eigen overtuigingen en hun ideeën over hoe de
samenleving moet worden vormgegeven. Het doel van het debat is om te zorgen dat
de uitkomst goedgekeurd wordt door een groter deel. Het debat gaat over
verschillende opvattingen, die passen bij het kernconcept ideologie.

Ideologie: Het samenhangend geheel van beginselen en denkbeelden, uitmondend
in ideeën over de meest wenselijke maatschappelijke en politieke verhoudingen.

Elke politieke partij heeft andere ideeën over de meest wenselijke maatschappelijke
en politieke verhoudingen. Zo wil de een meer sociale gelijkheid en minder belasting
en wil een andere juist het tegenovergestelde. Maar niet iedere politieke partij is
eenvoudig in een bepaalde categorie in te delen (PVV). Dit kan je ook zien in
dimensies, waarin een pool tegenover een tegenpool staat.

Verschillende dimensies:

Links vs Rechts → Gaat over standpunten die sociaal-economisch zijn. Links geeft
de voorkeur aan overheidsingrijpen en rechts aan de eigen verantwoordelijkheid
voor het welzijn
Progressief vs Conservatief→ Progressief kijkt vooruit in de wereld, maar bij
conservatief gaat het juist omdat dingen die goed zijn hetzelfde blijven.
Materialisme en Postmaterialisme → Gaat over zaken waarop de nadruk op
materiële of immateriële zaken wordt gelegd. Bij materialisme het gaat om
economische groei of hogere belasting aan de rijke, terwijl het bij het
postmaterialisme gaat om duurzaamheid, diversiteit, normen en waarden.
Postmaterialisten stellen abstract denken centraal, terwijl materialisten meer
concreet denken.
internationalisme en nationalisme → internationalisme gaat over open grenzen en
verregaande samenwerking, terwijl nationalisme juist gaat om het beschermen van
de eigen natiestaat.

Mensen kunnen standpunten hebben die niet bij elkaar passen, zo kan het ene links
zijn en het ander conservatief, dit wordt ook wel supermarkt ideologie genoemd. Bij
een echte ideologie moeten de ideeën/ standpunten wel echt bij elkaar passen.

Confessionalisme gaat over rentmeesterschap en naastenliefde. Het gezin in
deze ideologie is belangrijk en het kan zowel links als rechts zijn. Partijen die hierbij
passen zijn de SGP (rechts), ChristenUnie (links) en CDA (midden).

Geschreven voor

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
5 t/m 7 en 9 t/m 11
Geüpload op
2 juli 2025
Aantal pagina's
53
Geschreven in
2024/2025
Type
SAMENVATTING
€5,29
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
sjoukjesmith

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
sjoukjesmith Universiteit Leiden
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
-
Lid sinds
11 maanden
Aantal volgers
0
Documenten
3
Laatst verkocht
-

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen