Principes van Interventie en Techniek
Samenvatting – Blokscan 1: Farmacologie
Samenvatting – Blokscan 1: Farmacologie
Inhoudsopgave
Farmacodynamiek ........................................................................................................................ 2
Checklist ......................................................................................................................................... 2
Werkingsmechanisme ..................................................................................................................... 7
Receptorliganden en e8ect .............................................................................................................. 9
Gevolgen van herhaald/langdurig gebruik .........................................................................................11
Farmacokinetiek ......................................................................................................................... 14
Integratie van ADME ........................................................................................................................14
Intraveneuze bolusinjectie .......................................................................................................... 15
Eenmalige orale dosis ................................................................................................................. 15
Infuus (druppelzak) ..................................................................................................................... 16
Meermalige orale dosis ............................................................................................................... 17
Hepatische klaring ..........................................................................................................................17
Diersoortverschillen in de farmacokinetiek .......................................................................................19
Absorptie ................................................................................................................................... 19
Distributie .................................................................................................................................. 20
Metabolisme .............................................................................................................................. 20
Excretie ...................................................................................................................................... 21
NB. Formules in blauw worden gegeven, groen met je uit je hoofd kennen en de oranje formules
moet je kunnen omschrijven aan de hand van de blauwe en groene.
1
,Principes van Interventie en Techniek
Samenvatting – Blokscan 1: Farmacologie
Farmacodynamiek
Checklist
Concepten Uitleg Bekend?
De neiging van het farmacon om te binden aan de receptor. Geeft de sterkte van de
A2initeit ✅
binding aan.
De tijdsduur dat een ligand geboden blijft aan een receptor. Geeft de duur van de
Residence time ✅
binding aan.
Het vermogen van een farmacon om na receptoractivatie een maximale biologische
respons te geven. Geeft de eIectiviteit van het geneesmiddel aan in het opwekken van
E2icacy een fysiologisch eIect. ✅
Een hoge eIicacy geeft aan dat het geneesmiddel een groot biologisch eIect kan
geven.
De hoeveelheid farmacon die nodig is om een bepaald eIect te verkrijgen.
Potency Een hoge potency geeft aan dat er een kleine concentratie geneesmiddel nodig is om ✅
een groot biologisch eIect te krijgen.
Spare receptors/reservereceptoren Niet alle receptoren hoeven bezet te zijn om een maximaal eIect te verkrijgen. ✅
Receptordrempel Een bepaald aantal receptoren moet bezet zijn om een eIect te verkrijgen. ✅
Competitieve antagonisten: binden reversibel aan de orthostere bindingsplaats van de
receptor.
Niet-competitieve antagonisten: binden irreversibel aan de orthostere bindingsplaats,
(niet)-competitieve antagonisten of binden reversibel aan de allostere bindingsplaats van de receptor. ✅
Beide zorgen voor het blokkeren van de receptor zodat (endogene) agonisten geen
eIect kunnen verzorgen. Hun intrinsieke activiteit is 0, ze blokkeren alleen (α = 0).
Inverse agonisten: agonisten die de constitutionele activiteit van receptoren
Inverse agonisten en constitutionele blokkeren. Ze hebben een negatieve intrinsieke activiteit (α < 0).
✅
activiteit Constitutionele activiteit: de activiteit die een receptor heeft in afwezigheid van een
ligand.
2
, Principes van Interventie en Techniek
Samenvatting – Blokscan 1: Farmacologie
Allostere antagonisten: antagonisten die reversibel binden op de allostere zijde van de
receptor. Hier zorgen ze voor een conformatieverandering van de orthostere zijde. Deze
conformatieverandering zorgt ervoor dat de (endogene) agonist niet meer kan binden
op de receptor.
Allostere (ant)agonisten ✅
Allostere agonisten: agonisten die binden op de allostere zijde van de receptor. Hier
zorgen ze ook voor een conformatieverandering van de orthostere zijde. Deze
conformatieverandering zorgt ervoor dat de (endogene) agonist beter kan binden op de
receptor.
Partiële agonisten werken in lage concentraties als agonisten en bij hogere
concentraties als antagonisten. Varencline in de afbeelding is hier een voorbeeld van.
Partiële agonisten als antagonisten ✅
Een receptor kan verschillende transductiepaden induceren als er een agonist
gebonden wordt aan de receptor. De agonist is een biased agonist als het een voorkeur
heeft voor een specifiek transductiepad.
Biased agonism ✅
Dit transductiepad zal dus geactiveerd worden als de biased agonist gebonden wordt.
Dit kan gebruikt worden voor ontwikkeling van geneesmiddelen, omdat je op deze
manier mogelijk de kans op bijwerkingen kunt verminderen.
3
Samenvatting – Blokscan 1: Farmacologie
Samenvatting – Blokscan 1: Farmacologie
Inhoudsopgave
Farmacodynamiek ........................................................................................................................ 2
Checklist ......................................................................................................................................... 2
Werkingsmechanisme ..................................................................................................................... 7
Receptorliganden en e8ect .............................................................................................................. 9
Gevolgen van herhaald/langdurig gebruik .........................................................................................11
Farmacokinetiek ......................................................................................................................... 14
Integratie van ADME ........................................................................................................................14
Intraveneuze bolusinjectie .......................................................................................................... 15
Eenmalige orale dosis ................................................................................................................. 15
Infuus (druppelzak) ..................................................................................................................... 16
Meermalige orale dosis ............................................................................................................... 17
Hepatische klaring ..........................................................................................................................17
Diersoortverschillen in de farmacokinetiek .......................................................................................19
Absorptie ................................................................................................................................... 19
Distributie .................................................................................................................................. 20
Metabolisme .............................................................................................................................. 20
Excretie ...................................................................................................................................... 21
NB. Formules in blauw worden gegeven, groen met je uit je hoofd kennen en de oranje formules
moet je kunnen omschrijven aan de hand van de blauwe en groene.
1
,Principes van Interventie en Techniek
Samenvatting – Blokscan 1: Farmacologie
Farmacodynamiek
Checklist
Concepten Uitleg Bekend?
De neiging van het farmacon om te binden aan de receptor. Geeft de sterkte van de
A2initeit ✅
binding aan.
De tijdsduur dat een ligand geboden blijft aan een receptor. Geeft de duur van de
Residence time ✅
binding aan.
Het vermogen van een farmacon om na receptoractivatie een maximale biologische
respons te geven. Geeft de eIectiviteit van het geneesmiddel aan in het opwekken van
E2icacy een fysiologisch eIect. ✅
Een hoge eIicacy geeft aan dat het geneesmiddel een groot biologisch eIect kan
geven.
De hoeveelheid farmacon die nodig is om een bepaald eIect te verkrijgen.
Potency Een hoge potency geeft aan dat er een kleine concentratie geneesmiddel nodig is om ✅
een groot biologisch eIect te krijgen.
Spare receptors/reservereceptoren Niet alle receptoren hoeven bezet te zijn om een maximaal eIect te verkrijgen. ✅
Receptordrempel Een bepaald aantal receptoren moet bezet zijn om een eIect te verkrijgen. ✅
Competitieve antagonisten: binden reversibel aan de orthostere bindingsplaats van de
receptor.
Niet-competitieve antagonisten: binden irreversibel aan de orthostere bindingsplaats,
(niet)-competitieve antagonisten of binden reversibel aan de allostere bindingsplaats van de receptor. ✅
Beide zorgen voor het blokkeren van de receptor zodat (endogene) agonisten geen
eIect kunnen verzorgen. Hun intrinsieke activiteit is 0, ze blokkeren alleen (α = 0).
Inverse agonisten: agonisten die de constitutionele activiteit van receptoren
Inverse agonisten en constitutionele blokkeren. Ze hebben een negatieve intrinsieke activiteit (α < 0).
✅
activiteit Constitutionele activiteit: de activiteit die een receptor heeft in afwezigheid van een
ligand.
2
, Principes van Interventie en Techniek
Samenvatting – Blokscan 1: Farmacologie
Allostere antagonisten: antagonisten die reversibel binden op de allostere zijde van de
receptor. Hier zorgen ze voor een conformatieverandering van de orthostere zijde. Deze
conformatieverandering zorgt ervoor dat de (endogene) agonist niet meer kan binden
op de receptor.
Allostere (ant)agonisten ✅
Allostere agonisten: agonisten die binden op de allostere zijde van de receptor. Hier
zorgen ze ook voor een conformatieverandering van de orthostere zijde. Deze
conformatieverandering zorgt ervoor dat de (endogene) agonist beter kan binden op de
receptor.
Partiële agonisten werken in lage concentraties als agonisten en bij hogere
concentraties als antagonisten. Varencline in de afbeelding is hier een voorbeeld van.
Partiële agonisten als antagonisten ✅
Een receptor kan verschillende transductiepaden induceren als er een agonist
gebonden wordt aan de receptor. De agonist is een biased agonist als het een voorkeur
heeft voor een specifiek transductiepad.
Biased agonism ✅
Dit transductiepad zal dus geactiveerd worden als de biased agonist gebonden wordt.
Dit kan gebruikt worden voor ontwikkeling van geneesmiddelen, omdat je op deze
manier mogelijk de kans op bijwerkingen kunt verminderen.
3