Samenvatting Anatomie MVGEZ-2
Inhoud
Samenvatting Anatomie MVGEZ-2 ......................................................................................................... 1
❖ Anatomie: ................................................................................................................................... 2
Module 1: Gezond van start! ........................................................................................................... 2
Module 2: stap voor stap, indicatie fysiotherapie ......................................................................... 12
Module 3: Leefstijl: de basis voor gezondheid .............................................................................. 25
Module 5: Innovatie: Lage rugpijn de baas ................................................................................... 29
Module 6: Vitaal en zelfredzaam ................................................................................................... 35
1
, ❖ Anatomie:
Module 1: Gezond van start!
Kennisclip 1 → Inleiding 1 – Algemeen:
Wat is Anatomie/Fysiologie/Biomechanica/Psychologie en Pathologie?
Anatomie houdt in dat we het hebben over alle structuren van je lichaam, op macro en micro niveau.
Dit heeft ook te maken met bewegingen wat Biomechanica ook heeft, alleen daarbij richt je je meer
op de natuurkunde achter de anatomie. Fysiologie heeft te maken met alle functies van je lichaam en
hoe dit te werk gaat, bijvoorbeeld ademhaling. Bij psychologie kijken we niet alleen naar lichamelijke
klachten maar ook naar klachten die er in je hoofd kunnen spelen bijvoorbeeld stress/depressie etc.
maar ook hoe je om gaat met de klachten die je hebt. Pathologie is ziekteleer, hierbij leer je van
allerlei soorten blessures die je gaat tegenkomen bij patiënten in de toekomst
Wat is de samenhang van deze vakken?
Je hebt van alle vakken voldoende kennis nodig om later in de praktijk een goed onderzoek uit te
kunnen voeren en daarbij een diagnose te stellen. Hierdoor vind je de optimale behandelopties en
help je je patiënt het beste.
Psychologisch model:
In het BPS-model (Bio Psychosociaal) kijk je niet alleen naar natuurlijke klachten maar ook naar hoe
het met iemand gaat buiten de klachten om. En welke factoren er van invloed kunnen zijn op de
blessure.
2
,Kennisclip 2 → Inleiding 2 – Anatomie Geschiedenis:
Hippocrates van Kos (460-377 v. Chr.)
Hij wordt gezien als de vader van de geneeskunde, hij zocht de oorzaak van ziektes op. Veel mensen
geloofden in die tijd in goden en dachten dat als je ziek werd dat het kwam omdat de goden je
strafte. Hippocrates vond dat gek en zocht de oorzaken in hygiëne/eet- en drinkgewoonten etc. Hij
benoemde vier lichaamssappen: slijm, bloed, gele gal en zwarte gal.
Galenus (130 – 216)
Dit was een Grieks/Romeinse filosoof die de ideologie van Hippocrates opvolgde. Hij verdiepte zich
meer in 4 elementen aan grondkwaliteit zoals kou, warm, vochtigheid en droogheid. Hij was een
soort Griekse arts die voor Romeinse keizers werkte in Rome.
Andreas Vesalius (1514-1564)
In de middeleeuwen was het lichaam wat minder belangrijk omdat het meer over de geest ging.
Anatomisch onderzoek was ook verboden tot de renaissance. Deze man wordt gezien als grondlegger
van de humane anatomie. Hij deed als een van de eerste onderzoek in het menselijk lichaam door te
kijken naar lijken en daarmee te experimenteerde. Zo kwam hij er achter dat sommige kennis van
Galenus niet helemaal klopte.
William Harvey (1578-1657)
William Harvey hield zich meer bezig met de bloedsomloop van ons lichaam. Hij ontdekte dat het
hard een soort pomp is en we aderen en venen hebben.
René Descartes (1596-1650)
Hij hield zich bezig met het oog, maar waar we hem vooral van kennen is zijn kennis over de
samenhang tussen lichaam en geest. Hij zag het lichaam als een soort grote machine.
Schwammerdam en Ruysch (1670-1690)
Verdiepte zich vooral in insecten en zij hadden anatomische apparaten waardoor hun kennis verdiept
werd.
Hoe is de kennis verbreding nu?
Tegenwoordig verbreden we onze kennis ook nog steeds op macro niveau maar vooral op micro
niveau. Denk hierbij aan verschillende apparatuur die we inzetten om ziekten te kunnen ontdekken
en behandelen zoals MRI scans.
Inspanningsfysiologie/ganganalyse
Door de vernieuwde technische middelen kan je steeds meer inzicht krijgen in iemand zijn
loopvaardigheid. Ook door protheses kunnen mensen tegenwoordig aangepast hun dagelijkse
activiteiten uitvoeren.
3
, Kennisclip 3 → Nomenclatuur 1 - namen:
Latijnse taal
De basistaal voor de gezondheid is Latijn, hierdoor kan je altijd de benamingen benoemen en met de
hele wereld communiceren over hetzelfde. Soms is het een soort mix met het Engels omdat dat de
moderne taal word.
Grieks en Latijn
Nederlands: Grieks: Latijn:
Hoofd Cephal- Capit-
Hersenen Encephal- Cerebr-
Boven Hyper- Super-
Vinger Dactyl- Digit-
Neus Rhin- Nas-
Woordenvorming
Veel Latijnse namen hebben een stam, dus het begint met een ‘standaard’ woord voor de benaming
van iets, bijvoorbeeld postoperatief → na de operatie of tendinitis → peesontsteking.
Afkortingen
• Arcomioclaviculair gewricht → AC-gewricht
• SAPS → Sub Acromiaal Pijn Syndroom
• A. → Arterie
• V. → Vena
• Art. → Articulatio
• M. → Muscules
• Lig. → Ligamentum
Eponymen
• Ziekte van Parkinson
• Gewricht van Lisfranc
• Bechterew
4
Inhoud
Samenvatting Anatomie MVGEZ-2 ......................................................................................................... 1
❖ Anatomie: ................................................................................................................................... 2
Module 1: Gezond van start! ........................................................................................................... 2
Module 2: stap voor stap, indicatie fysiotherapie ......................................................................... 12
Module 3: Leefstijl: de basis voor gezondheid .............................................................................. 25
Module 5: Innovatie: Lage rugpijn de baas ................................................................................... 29
Module 6: Vitaal en zelfredzaam ................................................................................................... 35
1
, ❖ Anatomie:
Module 1: Gezond van start!
Kennisclip 1 → Inleiding 1 – Algemeen:
Wat is Anatomie/Fysiologie/Biomechanica/Psychologie en Pathologie?
Anatomie houdt in dat we het hebben over alle structuren van je lichaam, op macro en micro niveau.
Dit heeft ook te maken met bewegingen wat Biomechanica ook heeft, alleen daarbij richt je je meer
op de natuurkunde achter de anatomie. Fysiologie heeft te maken met alle functies van je lichaam en
hoe dit te werk gaat, bijvoorbeeld ademhaling. Bij psychologie kijken we niet alleen naar lichamelijke
klachten maar ook naar klachten die er in je hoofd kunnen spelen bijvoorbeeld stress/depressie etc.
maar ook hoe je om gaat met de klachten die je hebt. Pathologie is ziekteleer, hierbij leer je van
allerlei soorten blessures die je gaat tegenkomen bij patiënten in de toekomst
Wat is de samenhang van deze vakken?
Je hebt van alle vakken voldoende kennis nodig om later in de praktijk een goed onderzoek uit te
kunnen voeren en daarbij een diagnose te stellen. Hierdoor vind je de optimale behandelopties en
help je je patiënt het beste.
Psychologisch model:
In het BPS-model (Bio Psychosociaal) kijk je niet alleen naar natuurlijke klachten maar ook naar hoe
het met iemand gaat buiten de klachten om. En welke factoren er van invloed kunnen zijn op de
blessure.
2
,Kennisclip 2 → Inleiding 2 – Anatomie Geschiedenis:
Hippocrates van Kos (460-377 v. Chr.)
Hij wordt gezien als de vader van de geneeskunde, hij zocht de oorzaak van ziektes op. Veel mensen
geloofden in die tijd in goden en dachten dat als je ziek werd dat het kwam omdat de goden je
strafte. Hippocrates vond dat gek en zocht de oorzaken in hygiëne/eet- en drinkgewoonten etc. Hij
benoemde vier lichaamssappen: slijm, bloed, gele gal en zwarte gal.
Galenus (130 – 216)
Dit was een Grieks/Romeinse filosoof die de ideologie van Hippocrates opvolgde. Hij verdiepte zich
meer in 4 elementen aan grondkwaliteit zoals kou, warm, vochtigheid en droogheid. Hij was een
soort Griekse arts die voor Romeinse keizers werkte in Rome.
Andreas Vesalius (1514-1564)
In de middeleeuwen was het lichaam wat minder belangrijk omdat het meer over de geest ging.
Anatomisch onderzoek was ook verboden tot de renaissance. Deze man wordt gezien als grondlegger
van de humane anatomie. Hij deed als een van de eerste onderzoek in het menselijk lichaam door te
kijken naar lijken en daarmee te experimenteerde. Zo kwam hij er achter dat sommige kennis van
Galenus niet helemaal klopte.
William Harvey (1578-1657)
William Harvey hield zich meer bezig met de bloedsomloop van ons lichaam. Hij ontdekte dat het
hard een soort pomp is en we aderen en venen hebben.
René Descartes (1596-1650)
Hij hield zich bezig met het oog, maar waar we hem vooral van kennen is zijn kennis over de
samenhang tussen lichaam en geest. Hij zag het lichaam als een soort grote machine.
Schwammerdam en Ruysch (1670-1690)
Verdiepte zich vooral in insecten en zij hadden anatomische apparaten waardoor hun kennis verdiept
werd.
Hoe is de kennis verbreding nu?
Tegenwoordig verbreden we onze kennis ook nog steeds op macro niveau maar vooral op micro
niveau. Denk hierbij aan verschillende apparatuur die we inzetten om ziekten te kunnen ontdekken
en behandelen zoals MRI scans.
Inspanningsfysiologie/ganganalyse
Door de vernieuwde technische middelen kan je steeds meer inzicht krijgen in iemand zijn
loopvaardigheid. Ook door protheses kunnen mensen tegenwoordig aangepast hun dagelijkse
activiteiten uitvoeren.
3
, Kennisclip 3 → Nomenclatuur 1 - namen:
Latijnse taal
De basistaal voor de gezondheid is Latijn, hierdoor kan je altijd de benamingen benoemen en met de
hele wereld communiceren over hetzelfde. Soms is het een soort mix met het Engels omdat dat de
moderne taal word.
Grieks en Latijn
Nederlands: Grieks: Latijn:
Hoofd Cephal- Capit-
Hersenen Encephal- Cerebr-
Boven Hyper- Super-
Vinger Dactyl- Digit-
Neus Rhin- Nas-
Woordenvorming
Veel Latijnse namen hebben een stam, dus het begint met een ‘standaard’ woord voor de benaming
van iets, bijvoorbeeld postoperatief → na de operatie of tendinitis → peesontsteking.
Afkortingen
• Arcomioclaviculair gewricht → AC-gewricht
• SAPS → Sub Acromiaal Pijn Syndroom
• A. → Arterie
• V. → Vena
• Art. → Articulatio
• M. → Muscules
• Lig. → Ligamentum
Eponymen
• Ziekte van Parkinson
• Gewricht van Lisfranc
• Bechterew
4