Probleem 1 – Seriemoordenaars (Edmund “The
Co-ed Killer” Kemper)
Leerdoelen:
1.Hoe wordt het ontstaan, de ontwikkeling en het einde van de criminele carrières van dit type daders
verklaard?
2.Welke theorieën worden gebruikt om de criminele carrières van dit type daders te verklaren?
3.Welke methoden van onderzoek worden gebruikt om zicht te krijgen op de criminele carrières van dit soort
daders?
4.Hoe verhouden de criminele carrières van deze daders zich tot de andere criminele carrières uit dit blok?
Leerdoel 1: Hoe wordt het ontstaan, de ontwikkeling en het einde van
de criminele carrières van dit type daders verklaard?
Documentaire Edmund Kemper
Bij Edmund Kemper wordt er gekeken naar biologische en psychologische factoren vanuit de life span
developmental psychology. Deze theorie bestudeert hoe mensen zich lichamelijk, cognitief, sociaal
en emotioneel ontwikkelen gedurende hun hele leven. Het richt zich op veranderingen én
continuïteit van gedrag vanaf de geboorte tot de dood.
In zijn kindertijd wordt Edmund Kemper blootgesteld aan risicofactoren, met als grootste de slechte
relatie die hij heeft met zijn moeder, doordat zij hem de schuld geeft van de mislukking van haar
huwelijk. Edmund Kemper voelt zich hierdoor in zijn jonge jaren afgewezen en gaat hierdoor
antisociaal gedrag vertonen. Hiervoor wordt hij door zijn moeder des te meer gestraft (ook
opgesloten in kelder). De achterstand in sociale ontwikkeling die hij hierdoor oploopt, resulteert in
seksuele fantasieën die voortkomen uit trauma. Bij het omzetten van deze fantasieën tot echte
daden, krijgt Edmund Kemper controle over het slachtoffer. In eerste instantie probeert hij zijn
sociale achterstand in te halen door gesprekken te voeren met de vrouwelijke studenten (en ze later
te vermoorden). Dit kalmeert voor hem de pijn die zijn moeder hem heeft aangedaan. Hij zegt dat
ook dat de schuld bij zijn moeder ligt en neemt zelf geen verantwoordelijkheid, ondanks dat hij
handelde vanuit een semi-bewustzijn.
Miller, L. (2014). Serial killers: I. Subtypes, patterns, and motives.
Definitie en omschrijving van een seriemoordenaar: Een seriemoordenaar dood minstens drie
mensen over een bepaalde periode met daartussen “afkoelperiodes”, anders zouden ze bestempeld
worden als massamoordenaar die meerdere slachtoffers maken binnen een enkel incident.
Hier bestaat wel discussie over en er is geen eenduidig antwoord, maar hanteer deze definitie om
onderscheid massamoordenaar en seriemoordenaar te kunnen uitleggen
Karakteristieken van seriemoordenaars
Seriemoordenaars kennen verschillende demografische en beschrijvende kenmerken:
- Een witte man tussen de 20 en 40 jaar; hoewel dit ook steeds vaker bij minderjarigen
voorkomt en het ook bij ouderen wel eens voorkomt
- Eenzaam, alhoewel ze vaak wel getrouwd zijn of een stabiele relatie hebben
- Komen vaak intelligent en charmerend over
- Kan een stabiele huis- en werksituatie hebben maar kan ook vaak van werk- en woonlocatie
wisselen
,Kenmerken slachtoffer
- De slachtoffers van seriemoordenaars zijn voornamelijk vrouwen, wit en jongvolwassenen.
Moorden van hetzelfde geslacht komen ook voor en sommige seriemoordenaars richten zich
op kinderen.
- De meerderheid van de misdaden is intraraciaal (dader en slachtoffer van dezelfde etnische
achtergrond) van aard, hoewel enkele seriemoordenaars etnische groepen als doelwit
hebben gekozen die anders zijn dan henzelf.
- Als een opvallende uitzondering op de algemene regel dat we het meest waarschijnlijk
worden gedood door iemand die we kennen, zijn seriële seksuele moorden twee keer zo
vaak als andere moorden gepleegd door een onbekende.
Het delict
- Veel seriemoordenaars verzamelen trofeeën van het delict, als herinnering.
- Sommige seriemoordenaars hebben seks met het lijk (necrofilie= een seksuele voorkeur voor
het bedrijven van seks met een dood lichaam). Soms bewaren ze zelfs lichaamsdelen om er
later seks mee te hebben, of ze keren terug naar het ontbindende lijk.
- Sommige seriemoordenaars manipuleren of mutileren het lijk nog, door bvb delen van het
lijk te eten of het bloed te drinken (antropofagie=kannibalisme).
- Sommige karakteristieke gedragingen van seriemoordenaars kunnen één of meer parafiliën
(=een afwijkende of ongebruikelijke seksuele voorkeur, vaak gericht op objecten, situaties, of
personen die niet seksueel gangbaar zijn) omvatten, zoals fetisjisme (seksuele fixatie op
lichaamsdelen, levenloze objecten of bizarre activiteiten), transvetisme (het dragen van
kleding van het andere geslacht), exhibitionisme (seksuele vertoningen in het openbaar), en
voyeurisme (heimelijk kijken naar andermans seksuele activiteiten).
- Veel seriemoordenaars blinddoeken hun slachtoffers (=veel voorkomende fetisj) niet om
herkenning te voorkomen, maar om extra angst op te wekken en dehumanisering te
versterken. Soms worden ook de ogen verwijderd. Dit kan ook dienen om
schaamtegevoelens bij de dader te onderdrukken, al hebben de meesten weinig geweten.
- De seriemoordenaar spendeert veel energie en tijd aan het plannen en de uitvoering van de
aanval.
- Vaak zijn seriemoordenaars gefascineerd met de politie en detectivewerk.
Einde criminele carrière
Daarnaast zijn seriemoordenaars zo gevaarlijk en eng doordat ze zeldzaam stoppen tenzij ze
doodgaan of opgepakt worden. Seriemoordenaars worden wel vaak geïdentificeerd, doordat ze hun
signatuur/handtekening (‘signature’) achterlaten door bijvoorbeeld aanvalspatronen, manieren van
bondage of marteling, manier van doden, weggenomen trofeeën.
Miller, L. (2014). Serial killers: II. Development, dynamics, and forensics.
Kindertijd
De gewelddadige en seksuele fantasieën beginnen vaak in de kindertijd of jongvolwassenheid, welke
ontwikkelen in hun leven tot ze het werkelijk gaan uitvoeren. Veel seriemoordenaars zijn fysiek en
seksueel misbruikt als kind. Een aantal hadden ook een tegenstrijdige/wisselende band met hun
moeder. Er is regelmatig een familiegeschiedenis van psychiatrische afwijkingen, middelengebruik
en/of juridische problemen. Er zijn daarentegen ook genoeg seriemoordenaars die in een stabiele
omgeving zijn opgegroeid.
Hoe seriemoordenaars als kinderen speelden, liet al een repetitief, stereotyperend en agressief
patroon zien. Ze logen, stolen, vernielden, zetten dingen in de fik, en waren wreed en ongevoelig
naar andere kinderen. Vaak plasten ze ook nog in hun bed, zetten ze dingen in de fik en waren ze
wreed in de omgang met dieren, wat een voorspeller was voor antisociaal gedrag in de toekomst.
Vooral het plezier halen uit het martelen van dieren op deze jonge leeftijd, was een duidelijke
voorspeller.
2
,Adolescentie en jongvolwassenheid
Doordat ze zich als kind vaak geïsoleerd voelden, keren de toekomstige seriemoordenaars in hun
adolescentie in zichzelf en ontstaan er sadistische (sadisme=plezier beleven aan het veroorzaken van
pijn of leed bij anderen) seksuele fantasieën. Hierbij ontstaan fetisjen zoals transvestisme (dragen
van kleding die cultureel wordt geassocieerd met het andere geslacht), voyeurisme (het heimelijk
bespieden van anderen die naakt zijn of seksuele handelingen verrichten, vaak voor seksuele
opwinding) en exhibitionisme (tonen van de geslachtsdelen aan anderen zonder hun toestemming,
vaak voor seksuele opwinding), vaak vergezeld met het kijken van gewelddadige pornografie. Op een
gegeven moment betrekt de toekomstige seriemoordenaar mensen die hij in het echt kent in deze
seksuele moordfantasieën, waardoor hij realistische scenario’s gaat voorbereiden, zoals hoe hij
iemand het beste kan stalken, ontvoeren en martelen tot de dood. Het slachtoffer wordt in de
fantasieën gedepersonaliseerd tot een object dat bestaat voor de voldoening van de dader.
De criminele carrières starten in de adolescentie vaak met gevechten en escaleert tot mishandeling,
brandstichting en verkrachting, en dan uiteindelijk tot moord. Als de moordenaar wegkomt met de
moord en zijn fantasieën zijn volbracht, dan voelt hij zich enorm machtig. De moorden voeden weer
nieuwe fantasieën voor toekomstige moorden
Campedelli, G.M. & D’Orsogna, M.R. (2024). Homocide and Criminal C An Empirical Study on Serial
Murderers.
Het artikel onderzoekt hoe moord zich verhoudt tot bredere criminele carrières. De auteurs stellen
dat moord zelden een op zichzelf staand incident is. In plaats daarvan is het vaak het resultaat van
een opeenstapeling van risicofactoren en een patroon van eerdere gewelddadige of antisociale
gedragingen. Het beeld van de moordenaar als “uniek” wordt dus genuanceerd: moordenaars
hebben doorgaans al een geschiedenis van criminaliteit, met name geweldsdelicten.
Moord als onderdeel van een criminele carrière
Uit verschillende longitudinale studies blijkt dat veel plegers van moord op jonge leeftijd al betrokken
zijn bij criminaliteit. In het bijzonder jongens die vroeg starten met gewelddadig gedrag (zoals
vechten, wapenbezit, bedreiging) hebben een grotere kans om later iemand te doden. Moord is
zelden de eerste geweldsdaad van een dader: het is meestal een escalatie.
Er zijn ook aanwijzingen dat plegers van moord vaker betrokken zijn bij een breed scala aan
criminaliteit dan niet-gewelddadige delinquenten. Dit wijst op een meer algemene antisociale
levensstijl. Wel blijkt uit sommige studies dat een klein deel van de moordenaars weinig andere
delicten heeft gepleegd – dit zijn vaak daden met een “emotionele” of relationele context, zoals
partnerdoding.
Ontwikkeling over de levensloop
De auteurs gebruiken inzichten uit de life-course criminology om te verklaren hoe delinquent gedrag
ontstaat, zich ontwikkelt en soms beëindigd wordt. Risicofactoren zoals armoede, gezinsproblemen,
slechte schoolprestaties en vroege gedragsstoornissen verhogen de kans op een criminele carrière.
Tegelijkertijd kunnen beschermende factoren (zoals stabiele relaties, werk of ouder worden)
bijdragen aan het beëindigen van crimineel gedrag — het zogeheten “desistance”.
Bij moordenaars blijkt echter dat ze vaak tot de hardnekkigere groep daders behoren. Vooral
degenen die al jong beginnen met ernstige delicten hebben een hogere kans op levenslange
criminele activiteit, inclusief moord.
Verschillende typen moordenaars
Het artikel maakt onderscheid tussen verschillende typen moordenaars:
- Impulsieve moordenaars: vaak jong, agressief, gebruik van wapens, weinig planning.
- Relationele moordenaars: doden in relationele context, vaak na conflicten.
3
, - Professionele/criminele moordenaars: plegen moord in context van georganiseerde
criminaliteit.
- Psychopathische moordenaars: tonen kenmerken van antisociale persoonlijkheidsstoornis of
psychopathie (=een persoonlijkheidsstoornis gekenmerkt door gebrek aan empathie,
gewetenloos gedrag, oppervlakkige charme, en neiging tot manipulatie en impulsiviteit), met
weinig empathie of berouw.
Niet al deze typen vertonen dezelfde criminele carrièrepatronen. Zo hebben relationele
moordenaars soms nauwelijks eerdere politiecontacten, terwijl andere typen juist intensieve
strafbladen hebben.
Methodologisch perspectief
De auteurs maken gebruik van data uit verschillende bronnen:
- De Pittsburgh Youth Study: een longitudinale studie over jongens waarin gedrag, omgeving
en criminaliteit systematisch zijn gevolgd.
- Arrestgegevens en zelfrapportages: combineren van officiële data en zelfrapportage om een
completer beeld te krijgen.
- Vergelijkingen tussen geweldplegers en moordenaars: om te onderzoeken of moordenaars
echt “anders” zijn.
Er wordt ook gebruikgemaakt van trajectanalyse om verschillende ontwikkelpaden in kaart te
brengen: sommigen beginnen vroeg met geweld en escaleren, anderen plegen pas op latere leeftijd
een ernstig delict.
Belangrijkste empirische resultaten
- Grote overlap tussen moordenaars en andere gewelddadige delinquenten 90% van de
moordenaars in de onderzochte steekproef had vóór de moord al geweldsdelicten gepleegd.
Ze zijn gemiddeld jonger dan andere geweldplegers, maar hebben vaak een langer strafblad.
- Vroege start van crimineel gedrag veel moordenaars begonnen voor hun 15e met
geweldpleging. Jongens die al op jonge leeftijd betrokken zijn bij geweld hebben een
significant hoger risico op het plegen van moord op latere leeftijd.
- Breed delictpatroon moordenaars pleegden vaak ook niet-gewelddadige delicten zoals
diefstal, inbraak en drugsdelicten. Hun criminele carrière is dus zelden uitsluitend
gewelddadig van aard.
- Vergelijking met niet-moordenaar geweldplegers moordenaars hadden gemiddeld meer
geweldsincidenten in hun jeugd dan andere delinquenten. Toch was er geen “uniek” profiel
dat alle moordenaars van niet-moordenaars onderscheidde.
- Minderheid zonder voorgeschiedenis een klein deel (ongeveer 10%) van de moordenaars
had geen eerder politiecontact of strafblad — vaak relationele of impulsieve moorden.
- Desistance (stoppen met criminaliteit) veel daders stoppen met ernstige delicten
naarmate ze ouder worden (rond 25-30 jaar). Degenen die blijven recidiveren hebben vaak
antisociale persoonlijkheidsstoornissen of psychopathie.
Conclusie
Moord is in de meeste gevallen géén afwijking van een normale levensloop, maar een extremere
uiting binnen een reeds bestaande criminele carrière. Vroege interventie bij gewelddadige jongeren
is daarom cruciaal, aangezien zij het hoogste risico lopen om later moord te plegen. Toch blijft moord
een zeldzaam delict, en de context (bijv. relaties, emoties, sociale omstandigheden) speelt een
belangrijke rol in het begrijpen van individuele gevallen.
4