Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Case uitwerking

Casus colleges Internationaal Privaatrecht antwoorden

Beoordeling
4,0
(1)
Verkocht
17
Pagina's
9
Geüpload op
13-10-2020
Geschreven in
2020/2021

Antwoorden volledige uitwerking van de casuscolleges voor het van Internationaal Privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Mijn eigen antwoorden zijn in het zwart, de antwoorden gegeven in de werkgroepen zijn rood gemarkeerd.

Meer zien Lees minder

Voorbeeld van de inhoud

Casuscollege IPR week 1, 15 september 2020

Vragen casus I

1a. Janneke vraagt op 11 februari 2019 de echtscheiding aan bij de rechtbank te Amsterdam. Tim
woont op dat moment al een jaar in Parijs. Zij hebben tot 2018 3 jaar in Nederland gewoond,
waardoor de Nederlandse rechter op grond van art. 3 lid 1 sub a (tweede streepje) Brussel II bis.
bevoegd is om kennis te nemen van het echtscheidingsverzoek goed beantwoord, er zijn ook
andere gronden. Het tweede, vijfde of zesde streepje zijn ook goed. Veel gemaakte fout is het
noemen van art. 10:55 BW; dit is geen vraag naar de bevoegdheid. Het noemen van de materiele,
temporele en formele toepassingsgebied is niet nodig in deze vraag. Wat de
echtscheidingsregeling betreft, is er geen andere regeling dan Brussel II bis. Bij
huwelijksvermogensrecht zou je het wel kunnen noemen. Het is ook niet nodig om de lidstaten te
noemen die ‘partij’ zijn bij de verordening. Tijdens de bachelor zijn we gedrilld om alles zo veel
mogelijk uit te werken, dat is bij dit vak niet per definitie meer nodig.

Familierechtelijke casus: op tentamen handig om alle gebeurtenissen/nationaliteiten op een rijtje
te zetten. Er zijn meerdere gronden waarop de Nederlandse rechter bevoegd is, maar het is
voldoende om één grond te noemen in deze vraag. Het enkel vermelden van een wetsbepaling is
onvoldoende, u moet de feiten van de casus toepassen op de wetsbepaling.

1b. Op grond van art. 10:56 lid 1 worden echtscheidingen uitgesproken met toepassing van
Nederlands recht. In afwijking van lid 1 wordt het recht van de staat van een gemeenschappelijke
nationaliteit van de echtgenoten toegepast. In casu is dat niet het geval: Tim en Janneke hebben
beide een andere nationaliteit (Canadees en Nederlandse). Tim zegt: op het
echtscheidingsverzoek toepasselijke recht is Frans, dus wij kunnen niet scheiden. In lid 2 staat:
partijen kunnen kiezen hetzij eenzijdig hetzij gemeenschappelijk het recht kiezen van de
gemeenschappelijke nationaliteit. Alleen Tim heeft de Franse nationaliteit. De toepassing van
Frans recht is dus niet mogelijk en de Nederlandse rechter zal dit Franse recht dus buiten
toepassing laten.

2a. Het gaat hier om de bevoegdheid bij het huwelijksvermogen. Tim heeft een verklaring voor
recht verzocht bij afzonderlijke procedure. De Verordening Huwelijksvermogensstelsel is op
grond van art. 69 van die verordening van toepassing, omdat de vordering op of na 29 januari
2019 is ingesteld. Art. 5 is niet van toepassing, omdat de vordering afzonderlijk is ingesteld.
Ingevolge art. 6 sub b en c is de Nederlandse rechter bevoegd. Voor volledig antwoord; de feiten
van de casus toepassen.

2b. Ingevolge art. 21 lid 1 van het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 is de
verdragsregeling van toepassing op echtgenoten die na de inwerkingtreding van het verdrag (dus
na 1 september 1992) zijn gehuwd. Op grond van art. 6 van het verdrag zijn partijen vrij om na de
huwelijkssluiting om ander recht van toepassing te laten zijn op hun huwelijk. In de casus is dat
Canadees recht. Deze rechtskeuze werkt terug tot het tijdstip van de huwelijkssluiting (art. 6 lid
2). De Nederlandse rechter kan de verklaring voor recht niet uitspreken, omdat Canadees recht
van toepassing is. art. 13 ook nog noemen! Het gekozen recht is dus van toepassing.

, 3a. Ingevolge art. 61 van de Brussel II bis verordening is de verordening van toepassing wanneer
het betrokken kind zijn gewone verblijfplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat. Jack
heeft zijn verblijfplaats in Nederland, dus de Brussel II bis verordening is van toepassing.
Ingevolge art. 8 van de verordening is de Nederlandse rechter dus bevoegd. nog het Haags
Kinderbeschermingsverdrag erbij noemen, maar dat de verordening voor gaat.

3b. Het recht wordt beheerst door het Haags Kinderbeschermingsvderdrag, waarin het
Gleichlauf-beginsel is opgenomen: de internationale bevoegdheid en toepasselijk recht zijn
gekoppeld. Dit betekent dat de bevoegde rechter of andere autoriteit bij het treffen van een
maatregel (ouderlijke verantwoordelijkheid ex. art. 3 sub a) zijn eigen recht toepast (art. 15 lid 1).
Het verdrag legt de bevoegdheid om maatregelen te nemen primair in handen van de rechter van
het land waar het kind zijn gewone verblijfplaats heeft (art. 5). volledig antwoord.

4a. Op het terrein van onderhoudsverplichtingen is de Alimentatieverordening van toepassing op
grond van art. 1 van die verordening. Het gaat over onderhoudsverplichtingen die voortvloeien
uit huwelijk. Bevoegd is in de eerste plaats de rechter van de plaats waar de verweerder (Janneke)
haar gewone verblijfplaats heeft (art. 3 sub a). volledig antwoord, 3 sub c is ook goed.

4b. Op onderhoudsverplichtingen is het recht van toepassing, bepaald door het Haagse Protocol
2007 in de lidstaten die door het Protocol gebonden zijn. Tenzij het Protocol anders bepaalt,
worden onderhoudsverplichtingen beheerst door het recht van de staat waar de
onderhoudsgerechtigde zijn gewone verblijfplaats heeft (art. 3 Protocol). Wie is de
onderhoudsgerechtigde? In de onderhavige casus is Frans (Tim is gerechtigd) recht van
toepassing. volledig antwoord. Art. 15 van de Alimentatieverordening (waarin het Haagse
Protocol wordt genoemd), niet noemen! Het Haagse Protocol staat op zichzelf en art. 15 AlimVo
is overbodig geworden. Je komt ook niet bij het BW, omdat je eerst vaststelt dat er een verdrag
(Protocol) van toepassing is en het BW derhalve niet. Let op dat er geen kinderalimentatie van
toepassing is, maar dat het gaat om alimentatie ouders jegens elkaar.

5a. De algemene regel is dat de erfopvolging in haar geheel het recht van de staat is waar de
erflater op het tijdstip van overlijden zijn gewone verblijfplaats had (art. 21 lid 1
Erfrechtverordening). In lid 2 wordt gesteld dat als blijkt dat, alle omstandigheden in aanmerking
genomen, de erflater een nauwere band heeft met een andere lidstaat, dat dat recht van toepassing
is. In casu lijkt mij dat niet het geval; Tim woonde weer een jaar in Parijs, waar hij voor zijn
huwelijk ook al woonde. volledig antwoord.

5b. Allereerst speelt het leerstuk van de voorvraag een rol, omdat in het kader van een
erfrechtelijke vraag eerst de vraag opkomt omtrent de geldigheid van het huwelijk. Art. 10:33
BW stelt dat indien er wordt gevraagd naar een huwelijk, dit zelfstandig behandelt dient te
worden op grond van art. 10:31 jo. 10:33 BW. Art. 10:31 BW bepaalt dat het moet gaan om het
recht van de plaats van de huwelijkssluiting. In casu is dat Frankrijk (en dus het ipr van dat land).
Ten tweede speelt het leerstuk van de verdere verwijzing. Als het huwelijk volgens het Franse ipr
rechtsgeldig is, is het ook naar Nederlands recht rechtsgeldig.

Documentinformatie

Geüpload op
13 oktober 2020
Aantal pagina's
9
Geschreven in
2020/2021
Type
Case uitwerking
Docent(en)
Onbekend
Cijfer
Onbekend

Onderwerpen

€9,49
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle reviews worden weergegeven
5 jaar geleden

4,0

1 beoordelingen

5
0
4
1
3
0
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
annapothof12 Vrije Universiteit Amsterdam
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
20
Lid sinds
5 jaar
Aantal volgers
17
Documenten
2
Laatst verkocht
2 jaar geleden

4,0

1 beoordelingen

5
0
4
1
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen