INTERVENTIES VOOR JEUGDIGE
DADERS EN RISICOJONGEREN
HO O F D S TU K 2 T/ M 6 , 7 . 1 T/ M 7 . 3 , 1 1 T / M 1 3 , 1 4 . 1 , 1 5 . 1 & 1 5 . 2 , 1 6 . 1 & 1 6 . 2 , 1 8 . 1 & 1 8 . 2 , 1 9 . 1
& 1 9 . 2 , 2 0 . 1 & 2 0 . 2 , 2 1 . 1 T/ M 2 1 . 3 , 2 2 . 1 T/ M 2 2 . 3 , 2 3 . 3 , 2 4 . 1 , 2 5 .
W E I J E R S , I . ( 2 0 1 2 ) . D E N HA A G : B O O M L E M M A
Hoofdstuk 2: De jeugdstrafrechtketen
2.1 Inleiding
In dit hoofdstuk worden de verschillende organisaties uit de jeugdstrafrechtketen geordend en kort
besproken in volgorde van betrokkenheid. De vijf figuren in dit hoofdstuk geven de verschillende fasen en
betrokken partners weer in het gehele proces van aanhouding tot afdoening. Ook wordt er aandacht
besteed aan de samenwerking tussen deze verschillende partners, de zogenoemde ‘ketensamenwerking’.
2.2 Ketenpartners
Figuur 2.1 (zie einde hoofdstuk) geeft van boven naar beneden aan op welke wijze een jongere door de
keten gaat en op welke niveaus een afdoening plaats kan vinden. Alle betrokkenen (politie, RvdK, OM en
jeugdreclassering) zullen worden besproken in de meest logische volgorde ná aanhouding na een
gepleegd delict.
Politie
Dit is de eerste waar een jongere mee te maken krijgt na het plegen van een strafbaar feit. Maar ook bij het
rondhangen op straat, het verstoren van openbare orde, geweld in het gezin of andersoortige zichtbare
problemen is de politie een belangrijke partij. Jongeren hebben bij de politie te maken met de wijk-
/buurtagent, de jeugdcoördinator of de jeugd- en zedenrechercheur, maar ook met de politieagenten die
incidenten moeten afhandelen op straat. Twee belangrijke wijzen waarop jeugd met politie in aanraking
komt, zijn te onderscheiden: door het zichtbare gedrag buiten (rondhangen) en het plegen van delicten.
Het is aan de wijkagent om informatie te verkrijgen over de jongeren (wie zijn het, waar zitten ze op
school, wie zijn hun vrienden, wat spoken ze uit, hoe gaat het thuis én blijven ze uit handen van justitie of
plegen ze strafbare feiten?). Bij het plegen van een strafbaar feit bekijkt de politie of de zaak kan worden
afgedaan met een sepot, of er sprake is van een Halt-waardig feit, of er een mogelijkheid en reden is voor
een transactie (geldboete), of dat proces-verbaal moet worden opgemaakt en ingezonden aan de officier
van justitie. De betrokken politieagent pleegt overleg met de hulpofficier van justitie (en OvJ). Deze laatste
besluit of de jongere in verzekering moet worden gesteld. De politie zendt het proces-verbaal in naar de
OvJ, die zal besluiten over het vervolg van de afdoening. Ook neemt de betrokken politieagent contact op
met de ouders van de jongere en de RvdK (Raad). De taken van de politie bestaan uit het opsporen van
strafbare feiten, het handhaven van orde en veiligheid, het signaleren van problemen (maar geen
hulpverlenende instantie!), en het doorverwijzen naar de juiste hulpverlening. Specifiek voor de jeugd:
signaleren van problemen (rondhangen op straat, spijbelen, strafbare feiten plegen) en het doorverwijzen
naar de juiste begeleiding (welzijn, jongerenwerk, jeugdzorg). Daarnaast kunnen ze een zorgmelding doen
bij Bureau Jeugdzorg bij vermoeden van problematiek bij de jongere. Het CVS-JC (Cliënt-Volgsysteem
Jeugdcriminaliteit) is een landelijk informatiesysteem waarin info over strafbare feiten en hun afdoening
is opgenomen door verschillende ketenpartners.
Samenvatting justitiële interventies 1
, Raad voor de Kinderbescherming
De RvdK heeft een aantal functiegebieden: adoptie, scheiding & omgang, bescherming en straf. In het
jeugdstrafrechtkader zijn deze laatste twee van belang. De RvdK is casusregisseur. Hij houdt toezicht op
het geheel proces van aanhouding tot zitting en soms zelfs daarna nog. De RvdK coördineert, toetst,
controleert en adviseert gedurende het gehele proces.
Na aanhouding en inverzekeringstelling wordt contact opgenomen met de RvdK om door te geven dat een
minderjarige is aangehouden wegens een strafbaar feit. Ook als een jongere naar huis wordt gestuurd met
een dagvaarding (‘loopzaken’), wordt de RvdK hiervan op de hoogte gesteld (dit hoeft dan echter niet
direct).
De raadsonderzoekers zoekt de jongere op in de politiecel (‘vroeghulp’), JJI of thuis. Er wordt met de
jongere gesproken en daarna wordt de BARO afgenomen (Basis Raadsonderzoek), om inzicht te krijgen op
de verschillende leefgebieden van de jongere en het gezin. De vragen worden zowel aan de jongere als aan
de ouder(s) gesteld. Ook zoekt de raadsonderzoeker contact met andere betrokkenen, bv. school, de
wijkagent, welzijnswerk. De raadsonderzoeker maakt een verslag, waarin een diagnose wordt gegeven
van de situatie van de jongere en diens ontwikkeling op verschillende gebieden, resulterend in een advies.
Dit advies kan betrekking hebben tot advies tot schorsing of verlenging van voorlopige hechtenis, of een
strafadvies voor de kinderzitting. Wanneer er een vervolgonderzoek nodig is naar de leefomstandigheden
van de jongeren, kan de RvdK dit uit eigen beweging doen of op verzoek van de OvJ of rechter-
commissaris.
Bureau Jeugdzorg, jeugdreclassering
De jeugdreclassering (JR) is onderdeel van Bureau Jeugdzorg (BJZ), en begeleidt de strafrechtelijke
verdachten of veroordeelde jongeren. De RvdK kan de jeugdreclassering verzoeken om begeleiding van
een strafrechtelijke verdachte, tot aan de strafzitting. Deze vorm van begeleiding is vrijwillig en wordt
Toezicht & Begeleiding (TB) genoemd. Daarnaast zijn er de begeleidingsmaatregelen in het gedwongen
kader: de Maatregel Hulp en Steun (MHS), Individuele Traject Begeleiding (ITB) in twee vormen, namelijk
ITB-CRIEM (criminaliteit in relatie tot integratie van etnische minderheden) en ITB-harde kern.
De jeugdreclasseerder heeft door de begeleiding aan de jongere goed zicht op zijn dag- en
vrijetijdsbesteding, het gezinssysteem en de evt. risicofactoren. Zodoende neemt de RvdK altijd contact op
met de jeugdreclasseerder bij een nieuwe aanhouding om de huidige stand van zaken op te nemen én te
verzoeken om een advies omtrent schorsing (bij inverzekeringstelling of voorlopige hechtenis) of een
strafadvies voor de zitting.
Bij het overtreden van afspraken en de algemene voorwaarde (opgelegd door de rechter) doet de
jeugdreclasseerder een melding aan de RvK, die hiermee wel of niet akkoord gaat en deze doorstuurt naar
de OvJ, die vervolgens een beslissing moet nemen over het vervolg.
Een belangrijk onderdeel van BJZ is de gezinsvoogdij (GVI). Dit betreft de civielrechtelijk gedwongen
hulpverlening aan kind/gezin. Indien een jongere begeleid wordt in het kader van gezinsvoogdij
(ondertoezichtstelling of voogdijmaatregel), zal ook de gezinsvoogd altijd worden benaderd voor een
(straf) advies voor de jongere.
Openbaar Ministerie, officier van justitie
Een zaak betreffende een jongere die bij de politie een proces-verbaal heeft gekregen, kan door de OvJ op
een aantal manieren worden ‘afgedaan’: (on)voorwaardelijk sepot, transactie (strafbeschikking) en
dagvaarding voor de kinderzitting. Het OM is verantwoordelijk voor de wetshandhaving, vervolging van
strafbare feiten en het doen uitvoeren van strafvonnissen. De parketsecretaris is als naaste medewerker
van de OvJ betrokken bij de voorbereiding van strafzaken en het optellen van de tenlastelegging. In
jeugdzaken hout de OvJ vanuit het pedagogische aspect van het jeugdstrafrecht ook rekening met de
omstandigheden van de jongere.
2.3 Ketenoverleg en ketensamenwerking
De laatste jaren wordt geprobeerd de aanpak van jeugdcriminaliteit efficiënter en effectiever uit te voeren.
Belangrijk aspect van dit proces is een zogenoemde ‘sluitende aanpak in de keten’; de civiele en strafkant
samen voegen voor een volledig beeld én alle mogelijkheden van begeleiding uitbuiten. Men beoogt met
deze samenwerking tussen de verschillende partners een stabiele keten op te bouwen, opdat informatie
niet verloren gaat, geen dubbel werk wordt gedaan en een gezamenlijke aanpak wordt ingezet om de
effectiviteit te bevorderen en geen gaten te laten vallen. Hiervoor is overleg nodig.
Zoals in figuur 2.4 te zien is, vindt er op casusniveau tussen verschillende partijen op bepaalde momenten
standaard overleg plaats. In de adviserende fase van de RvdK overlegt de raadsonderzoeker of
Samenvatting justitiële interventies 2