Geschreven door Roos Verhagen
MAN-BCU2035
Radboud universiteit
Inhoudsopgave:
Hoorcollege 1 introductie
Hoorcollege 2 de stad als banenmotor
Hoorcollege 3 de ondernemende en innovatieve stad
Hoorcollege 4 herstructurering en de stad als Boomtown
Hoorcollege 5 huisvesting
Hoorcollege 6 de toeristenstad
Hoorcollege 7 smart city & regiostad
Hoorcollege 8 malaga
Alle literatuur
Rijtjes en concepten die je uit je hoofd moet kennen voor het tentamen
1
,Hoorcollege 1 – Introductie (11 april 2025)
Introductie van het vak
Dit vak gaat over steden in Europa die een economie hebben, zich ontwikkelen en daarbij te
maken krijgen met zowel problemen als kansen. We bekijken hoe steden zich ontwikkelen in
de tijd, en hoe stedelijke economieën werken.
Er worden gangbare theorieën besproken die worden gekoppeld aan praktijkvoorbeelden: je
ziet de theorie terug om je heen in echte steden. Er komen zowel klassieke als actuele thema’s
aan bod. De stad is namelijk al een oud concept — steden zijn eeuwenoude motoren van
economische en maatschappelijke ontwikkeling — maar de vraagstukken van vandaag zijn
uiterst actueel (denk aan digitalisering, overtoerisme, smart cities).
Naast kennis is een kritische houding belangrijk. Steden gebruiken bijvoorbeeld
citymarketing om zich aantrekkelijker voor te stellen dan ze in werkelijkheid zijn. Ze
proberen mensen te lokken met voorzieningen of hun centrale ligging.
Tot slot: economie in dit vak is niet alleen kwantitatief (cijfers en modellen), maar ook
kwalitatief. Het draait uiteindelijk om mensen, gedrag en cultuur.
De stad als spiegel van de tijd
De stad wordt wel gezien als de belangrijkste uitvinding van de mensheid.
Oorspronkelijk leefden mensen als nomaden. Vanaf ca. 3500 v.Chr. gingen zij zich vestigen
op vaste plekken, zoals in Uruk in Mesopotamië. Hier ontstonden de eerste echte steden. De
overgang van een nomadisch naar een sedentair bestaan bracht enorme maatschappelijke
veranderingen mee.
Een stad kende:
• Stadsmuren → bescherming tegen vijanden en wilde dieren. Tegelijk hielden de
muren ook mensen binnen: veel mensen wilden de stad juist ontvluchten vanwege
hiërarchie en uitbuiting.
• Hiërarchie en macht → waar jagers/verzamelaars egalitair leefden, ontstonden in de
stad grote ongelijkheden. Mensen werden gedomineerd of uitgebuit.
• Schrift → ontwikkeld om oogst, handel en belastingen te administreren. Het schrift
was dus direct verbonden aan economische en machtsprocessen.
• Wetgeving → om het complexe stedelijke leven te reguleren.
Steden, samenleving en politiek
Met het ontstaan van steden ontstond ook het eerste bestuurlijke model: er was behoefte aan
governance.
In Athene vond het vroege experiment met democratie plaats (demos kratein = het volk
regeert), al was dit beperkt tot vrije mannen. Slavinnen, vrouwen en kinderen waren
uitgesloten.
2
,In het Griekse model van de polis — de stadstaat — kregen burgers zelfbestuur. Dit was een
belangrijke stap in politieke ontwikkeling, voortgekomen uit het stedelijke samenleven.
De stad als kruispunt en roltrap
De stad was en is altijd een plek geweest waar je vooruit kunt komen. Mensen trekken van
het platteland naar de stad om hun positie te verbeteren.
• De stad fungeert als kruispunt → waar mensen, middelen en macht samenkomen.
• De stad fungeert als roltrap → plek die mensen in staat stelt om sociaal-economisch
op te klimmen.
Dit is vandaag nog steeds zichtbaar: studenten trekken naar steden om te studeren en hun
kansen te vergroten.
Het Egyptische hiëroglief voor 'stad' — een cirkel met kruis — is een krachtig symbool
hiervoor: het centrum van macht, middelen en mogelijkheden.
Steden tussen ideaal en realiteit
De stad in de Oudheid
Al in de Oudheid werd er nagedacht over hoe steden gebouwd moesten worden:
• Hippodamos van Milete ontwierp het eerste rasterpatroon voor steden. Voordeel:
o Wind kon goed door de straten waaien → koeling en hygiëne.
o Overzichtelijke en functionele structuur.
• Vitruvius schreef De Architectura (25 v.Chr.): praktische handleiding voor
stedenbouw. Hierin beschreef hij o.a. het gebruik van cement als bouwmateriaal en
gaf voorschriften voor gezonde en esthetische steden.
De stad in de Middeleeuwen
In de Middeleeuwen was de stad vooral een economisch principe.
• Stadsrechten → verleend door heersers, gaven steden privileges zoals marktrecht.
Daardoor konden steden floreren als regionale economische centra.
• Jaarmarkten en verzorgingsfunctie voor omliggend platteland → de stad als
centrale plek voor handel en diensten.
• Kerk als skyline → de dominante positie van de kerk werd zichtbaar in het
stadsbeeld.
• Incrementele planning → steden groeiden langzaam en organisch, zonder
masterplan. Dit leidde tot kronkelige straatjes en onregelmatige stadsvormen → beeld
van de stad als hardgekookt ei: muur eromheen, met in het midden kerk en
marktplein.
De stad in de nieuwe tijd
In de vroegmoderne tijd verschoof de nadruk:
3
, • Leon Battista Alberti → het plein als belangrijk principe. Pleinen werden het sociale,
economische en representatieve hart van de stad.
• Residentiestad → heersers gaven steden aanzien via paleizen, boulevards en
waterwerken.
o Voorbeeld: Amsterdamse grachtengordel → economische infrastructuur
(voor handel), maar ook prestige (architectuur en macht).
Stadsplanning: actie en reactie
19e eeuw: industrialisatie en urbanisatie
De industriële revolutie leidde tot massale migratie van platteland naar stad.
• Urbanisatie → voor het eerst als term gebruikt door stedenbouwkundige Cerdà.
• Superblocks (nu in Barcelona) grijpen terug op Cerdà’s ideeën → vergroening en
herstructurering van stadswijken.
• Haussmann transformeerde Parijs:
o Brede boulevards voor mobiliteit én grandeur.
o Architectuur en infrastructuur als uiting van politiek en economische macht.
20e eeuw
• 1900–1930 → tuinstad-idee (Engeland): reactie op ongezonde industriestad.
o Meer groen, betere leefomstandigheden.
o Vaak ontwikkeld door werkgevers met eigenbelang → gezondere arbeiders.
• 1930–1960 → Le Corbusier en CIAM → modernistische visie:
o Alles moest efficiënt en gescheiden: wonen, werken, recreëren.
o Snelle mobiliteit van A naar B → autogerichte stadsplanning.
o Deze functiescheiding is tot op de dag van vandaag zichtbaar (bv. Vinex-
wijken).
• 1960–1990 → Italiaanse tegenbeweging:
o Idee van het geheugen van de stad (Aldo Rossi).
o Pleidooi voor behoud van historische lagen en het hergebruik van oude
gebouwen (bv. industrieel erfgoed).
21e eeuw: smart cities en iconen
• Wereldwijde concurrentie tussen steden → steden proberen zich te onderscheiden.
• Middelen:
o Smart cities → technologie inzetten voor leefkwaliteit en innovatie.
o Stedelijke iconen → architectonische landmarks en citymarketing.
• Let op het gevaar van clone cities → overal dezelfde generieke oplossingen. Daarom
is het streven naar de rooted city belangrijk: iconen moeten een duidelijke lokale
verankering hebben.
Wat is een stad? (Glaeser: The Triumph of the City)
Edward Glaeser, econoom en auteur van The Triumph of the City, stelt dat de belangrijkste
innovaties en maatschappelijke ontwikkelingen plaatsvinden in steden. Volgens hem is de 21e
eeuw de eeuw van de stad.
4