Wetenschapsfilosofie (HC1)
Q: Wat zijn de drie reflectievragen in de wetenschapsfilosofie?
A: 1) Wat is het doel van wetenschap? 2) Wat is de waarde ervan? 3) Wat
maakt iemand tot een goede wetenschapper?
Q: Wie stelde dat wetenschap paradigma-gebonden is en verandert bij
crisis?
A: Thomas Kuhn
Q: Wat bedoelde Karl Popper met “wetenschap is open voor kritiek”?
A: Wetenschap moet falsifieerbaar zijn en is nooit puur objectief.
Q: Wat is de kern van feministische standpunttheorie volgens Sandra
Harding?
A: Iedereen kijkt vanuit een positie. Gemarginaliseerde groepen bieden
waardevolle perspectieven.
Q: Wat is een paradigma-verandering?
A: Fundamentele omslag in manier van denken/onderzoek doen, zoals bij
autisme (van “deficit” naar “double empathy problem”).
Q: Wat is framing in onderzoek?
A: De manier waarop je een probleem presenteert; beïnvloedt hoe anderen
het zien.
Onderzoeksethiek (HC2)
Q: Wanneer moet je rekening houden met ethiek in onderzoek?
A: Altijd als je deelnemers betrekt.
Q: Wat betekent “minimaal risico”?
A: Het risico moet gelijk zijn aan wat iemand in zijn dagelijkse leven
normaal meemaakt.
Q: Noem drie soorten risico’s voor deelnemers.
A: 1) Privacyrisico’s,
2) Psychische of fysieke schade,
3) Framing of reputatieschade.
Q: Wat moet je doen als onderzoeker om risico te beperken?
A: Herkennen, mitigeren, verantwoord omgaan met data en methode.