Strafrechtelijke aansprakelijkheid
Annick Diesfeldt
Eerste hoorcollege van Strafrecht van Rv.
WE gaan het vandaag hebben over Rv dat ziet op materiele strafrecht.
Onderscheid tussen formeel en materiaal Sr.
Vandaag dus materiaal. Bij formeel heb je allerlei regels > bijv. wanneer mot verdachte
dagvaarding ontvangen en heeft verdachte recht op rechtsbijstand. Gaan we het niet over
hebben. Gaan kijken wat is een strafbaar feit en wie kan daarvoor verantwoordelijk worden
gesteld? en eigenlijk is Rv op het gebied van materiele Sr best bijzonder. Omdat niet zoveel
mensen onderzoek hebben gedaan op gebied van materieel Sr. Besef je dus dat Rv op gebied
van materiele Sr is er niet zoveel. Dus literatuur die we hebben gelezen, die thema’s komen
ook het meeste voor.
Als een rechter dan heeft vastgesteld diegene heeft een strafbaar feit gepleegd en diegene is
ook verantwoordelijk > dan moet er ook een straf worden opgelegd (althans in de meeste
gevallen). Hoe die sanctiestelsels in elkaar zitten > zien we maandag. Welke straffen zijn er in
de wereld. Dat zien we maandag.
CIVIL LAW VS. COMMON LAW
CIVIL LAW COMMON LAW
(DU, NL) (V.S.)
Systematisch Onsystematisch
Gecodificeerd Casuïstisch
Doctrinair Pragmatisch
Vandaag dus strafrechtelijke aansprakelijkheid. Tijdens dit HC gaan we het hebben over Sr
aansprakelijkheid van NL – DU – VS. Het is steeds van belang om je te beseffen dat er in de
wereld twee soorten rechtsstelsel bestaan. Je hebt civil law (continentale stelsel) en
common law. Groot verschil tussen:
- Civil: recht is gecodificeerd en zit een bepaalde structuur in. en het is doctrinair
(ofwel: dogmatisch en heel goed doordacht over welke concepten in de wet moeten
komen).
- Comon: er is geen structuur, recht is heel erg casuïstisch. Maar vooral heel erg
pragmatisch. Dus wat is de wenselijke uitkomst? Dan gaan we het in het vervolg op
die manier doen.
Bij Rv kan het verschil in rechtsstelsel soms verklaren waarom het ene stelsel voor een
bepaald concept gaat en het anderen niet.
Verschillende leerstukken
- Methode van het zoeken van functionele equivalenten
- Leerstukken:
1. legaliteit
2. de structuur van een strafbaar feit
3. opzet en schuld
, 4. daderschap en deelneming
5. voorbereiding
Gaan het in dit HC over de volgende leerstukken hebben. Gaan bij al die leerstukken kijken
hoe het in de verschillende landen is geregeld. Maken gebruik van methode van functionele
equivalenten. Wat is dat? Je pakt bijv. leerstuk legaliteit en gaat opzoek naar functionele
equivalent in bijv. VS. Je gaat eerst kijken hoe is dat in NL geregeld en dan ga je kijken hoe is
VS geregeld en dan kan je ze naast elkaar leggen en de verschillen ontdekken.
Leerstuk 1: het legaliteitsbeginsel
‘nullum crimen, nulla poena sine praevia lege poenali’
(Von Feuerbach, 1801)
- Burgers beschermen tegen willekeur
- Leer van de psychologische dwang
Het eerste leerstuk, het legaliteitsbeginsel. Dat legaliteitsbeginsel is lang geleden in 1801
voor het eerst door F geformuleerd > zie sheet. Ofwel: geen delict zonder daaraan
voorafgaande strafbepaling. Daarom wordt het nu ook nog wel eens het nulla puna beginsel
genoemd. En dat legaliteitsbeginsel is eigenlijk een uitwerking van de verlichtingsgedachte.
Er werd toen namelijk nagedacht van hoe moeten we de samenleving eigenlijk gaan
inrichten. Hoe kunnen we de wetenschap bevorderen? Je ziet dan ook dat het
legaliteitsbeginsel de rechtstaatsgedachte van nu nog belichaamd. Er worden op twee
manieren naar het legaliteitsbeginsel gekeken:
1. Burger moet beschermd worden tegen een machtige overheid. Die soms wel eens
willekeurig te werk gaat. Als je overheid bint aan regels die op democratische wijze
tot stand zijn gekomen, dan kan je willekeur voorkomen. Is bij Sr van groot belang,
want macht van overheid kan heel groot zijn. Denk aan een huiszoekingsbevel of
opleggen van levenslange gevangenisstraf (is ook echt levenslang). Bevoegdheden
gaan dus voor. Maar F zag dat iets anders. Die keek er anders tegenaan.
2. Hij zag het als een onderdeel van de psychologische dwang: zolang je maar hele hoge
straffen stelt op bepaalde feiten dan creëer je daarmee automatisch de
psychologische dwang om geen stafbare feiten te plegen. Maar dan is het wel van
belang dat de burger vooraf kan bepalen van oké dit is een strafbaar feit, ik ga me er
wel of niet schuldig aan maken, maar als ik mij schuldig maak dan krijg ik deze
gevangenisstraf. Hij zag het dus niet zozeer als bescherming tegen de overheid, maar
hij zag het ideaal van een legaliteitsbeginsel meer in een duidelijke wet. Voor burger
moet vaststaan wat strafbaar is en welke straffen erop staan.
Leerstuk 1: het Legaliteitsbeginsel
Sub-regels van het legaliteitsbeginsel:
- -straf moet berusten op een wet
- het bestimmtheitsgebot/lex certa-beginsel
- verbod van terugwerkende kracht
- verbod van analogie
In de NL’se literatuur vind je een soort van 4 subregels van dat legaliteitsbeginsel: