Filosofie
Les 8: Rati onalisme, empirisme en de wetenschappelijke revoluti e: wetenschap
Nieuwe wetenschap en nieuwe modellen
Eenheid tussen waarheid, goedheid en schoonheid (kenmerkend bij Plato en christendom)
valt uit elkaar
Klemtoon: kennisleer en vraag naar waarheid
Nieuwe mensbeeld begon al in de 15 de en 16de eeuw -> humanitas-ideaal in renaissance,
reformatie en belang van individuele relatie tot god en werken van Copernicus en Vesalius
Door instrumenten en experimenten was er groeiend geloof in nieuwe wetenschappelijke
methode -> Galileo Galilei (1564-1642) toonde met behulp van telescoop aan dat Copernicus
gelijk had: aarde draait rond de zon
Isaac Newton (1643-1727): Britse wiskundige en filosoof
Beschrijft in hoofdwerk Philosophia Naturalis Principia Mathematica (Natuurfilosofie
volgend wiskundige principes) 3 wetten van mechanica en zwaartekracht
Hij ontdekte de wetten van zwaartekracht toen hij onder appelboom zat en een
appel op zijn hoofd viel
Gevolg van het inzicht dat de appel ‘doen vallen’, fenomenen als eb en vloed,
krachten die planeten in baan houden -> kunnen verklaard worden door
natuurwetten
De wetenschap is geboren en de filosofie zou zich verder vertakken in natuurkunde,
scheikunde, sterrenkunde en biologie -> ondersteunend door wiskundige principes
Verband tussen wetenschap en wiskunde was het eerst inzicht dat in die periode naar boven
kwam
Meeste wetenschappers waren wiskundigen en toonden aan dat natuurwetten konden
uitgedrukt worden in wiskundige formules -> samenspel tussen wiskunde en wetenschap gaf
nieuwe inzichten
Het ‘Newtoniaanse’ wereldbeeld zag de wereld als mechanisch systeem, bestuurd door
natuurwetten die in wiskundige formules gegoten konden worden
Nieuwe wereldbeeld had een andere visie op God: Hij had de wereld geschapen en
bemoeide hem er daarna niet meer mee, maar Hij had de mens uitgerust met vermogen tot
nadenken en dit kon de mens gebruiken om de wereld en wetten de leren kennen
Britse filosoof Hobbes ontwierp (ten tijde van Britse burgeroorlog) een beeld van de mens
als gedreven door egoïstische verlangens en angst voor de dood
We zijn belust op macht en eigen gewin en leven ‘solitary, poor, nasty, brutish and short ->
want in de natuurstaat leidt deze menselijke grondhouding tot een oorlog van allen tegen
allen.
Mens staat vrijheid af aan de absolute vorst in ruil voor bescherming
Het menselijk denken is tool om wereld anders te begrijpen en vorm te geven via rede en
ervaring; we zijn klaar voor de verlichting na de duistere middeleeuwen
2 begrippen: denken en ervaring, verstand en zintuigen -> Welke van de 2 het belangrijkste
is bij verwerven van kennis
Nieuw fundament van zekerheid: het twijfelende/denkende IK (Descartes)
, Nieuwe wetenschap: Galileo Galilei en zijn telescoop, Newton en de vallende appel: mechanistisch
wereldbeeld en universele natuurwetten “zo boven, zo beneden”
Wat met waarheid van bijbel? Vraag naar waarheid/fundering van kennis (epistemologie)
Begrip van de wereld via rede (rationalisten) en ervaring (empiristen)
Hobbes: ook de mens ook onderhevig aan ‘mechanistische wetten’ (verlangen en angst)
Rationalisme vs. Empirisme
Rationalisme
Zekere kennis vertrekt vanuit het denken (bron van nieuwe kennis ligt in gebruik van rede en
logica)
Via denken kom je tot heldere ideeën
Deze ideeën zijn essentieel om de rest te begrijpen
Continentaal, belangrijkste vertegenwoordigers: Descartes, Spinoza, (Leibniz)
Empirisme
Zekere kennis vertrekt vanuit zintuiglijke ervaring (empirie)
Alle kennis begint bij ervaring en observatie -> belang van experimenten
Mens bij geboorte een blanco blad
Alle kennis berust op zintuiglijke ervaring
Angelsaksisch, belangrijkste vertegenwoordigers: Locke, (Berkeley), Hume
René Descartes
Fransman, Le Haye, 1596-1650
“Vader van de moderne westerse filosofie”
Opleiding bij Jezuïeten-scholastiek-dient in het leger
Wiskunde en wetenschappen
Ontwierp analytische meetkunde (was onder indruk van de
elegantie en kracht van de wiskunde, opkomst van nieuwe
wetenschap -> ontdekken van Galilei en manen van Jupiter)
“Als onze ervaring niet lijkt te kloppen met wat zich werkelijk
voordoet en als ook de Bijbel het niet bij het rechte eind
heeft, wat biedt ons dan wel zekerheid”
Hij leefde in tijd van politiek-religieuze onrust -> vraag naar
zekerheid was noodzakelijk
Initiële vraag: ‘Waar kunnen we zeker van zijn?’ -> om vanuit
die zekerheid onze kennis te funderen
Methodische twijfel
Om die te vinden gebruikt hij -> methodische twijfel = eerst aan alles twijfelen, al onze
zekerheden waarop we ons gewoonlijk beroepen aan rigoureus onderzoek moeten
onderwerpen en in vraag stellen om alle aannames overboord te gooien, tot we uiteindelijk
iets vinden waar we niet aan kunnen twijfelen (“Twijfel aan alles tot je iets vind waar niet
aan te twijfelen valt)
Hij twijfelt aan zintuigen (die kunnen ons bedriegen), wiskunde (kwaadaardige geest kan
verkeerde ideeën hebben ingefluisterd), ons lichaam (we zijn nooit zeker of we al dan niet
dromen)
Waaraan kunnen we niet twijfelen?
Les 8: Rati onalisme, empirisme en de wetenschappelijke revoluti e: wetenschap
Nieuwe wetenschap en nieuwe modellen
Eenheid tussen waarheid, goedheid en schoonheid (kenmerkend bij Plato en christendom)
valt uit elkaar
Klemtoon: kennisleer en vraag naar waarheid
Nieuwe mensbeeld begon al in de 15 de en 16de eeuw -> humanitas-ideaal in renaissance,
reformatie en belang van individuele relatie tot god en werken van Copernicus en Vesalius
Door instrumenten en experimenten was er groeiend geloof in nieuwe wetenschappelijke
methode -> Galileo Galilei (1564-1642) toonde met behulp van telescoop aan dat Copernicus
gelijk had: aarde draait rond de zon
Isaac Newton (1643-1727): Britse wiskundige en filosoof
Beschrijft in hoofdwerk Philosophia Naturalis Principia Mathematica (Natuurfilosofie
volgend wiskundige principes) 3 wetten van mechanica en zwaartekracht
Hij ontdekte de wetten van zwaartekracht toen hij onder appelboom zat en een
appel op zijn hoofd viel
Gevolg van het inzicht dat de appel ‘doen vallen’, fenomenen als eb en vloed,
krachten die planeten in baan houden -> kunnen verklaard worden door
natuurwetten
De wetenschap is geboren en de filosofie zou zich verder vertakken in natuurkunde,
scheikunde, sterrenkunde en biologie -> ondersteunend door wiskundige principes
Verband tussen wetenschap en wiskunde was het eerst inzicht dat in die periode naar boven
kwam
Meeste wetenschappers waren wiskundigen en toonden aan dat natuurwetten konden
uitgedrukt worden in wiskundige formules -> samenspel tussen wiskunde en wetenschap gaf
nieuwe inzichten
Het ‘Newtoniaanse’ wereldbeeld zag de wereld als mechanisch systeem, bestuurd door
natuurwetten die in wiskundige formules gegoten konden worden
Nieuwe wereldbeeld had een andere visie op God: Hij had de wereld geschapen en
bemoeide hem er daarna niet meer mee, maar Hij had de mens uitgerust met vermogen tot
nadenken en dit kon de mens gebruiken om de wereld en wetten de leren kennen
Britse filosoof Hobbes ontwierp (ten tijde van Britse burgeroorlog) een beeld van de mens
als gedreven door egoïstische verlangens en angst voor de dood
We zijn belust op macht en eigen gewin en leven ‘solitary, poor, nasty, brutish and short ->
want in de natuurstaat leidt deze menselijke grondhouding tot een oorlog van allen tegen
allen.
Mens staat vrijheid af aan de absolute vorst in ruil voor bescherming
Het menselijk denken is tool om wereld anders te begrijpen en vorm te geven via rede en
ervaring; we zijn klaar voor de verlichting na de duistere middeleeuwen
2 begrippen: denken en ervaring, verstand en zintuigen -> Welke van de 2 het belangrijkste
is bij verwerven van kennis
Nieuw fundament van zekerheid: het twijfelende/denkende IK (Descartes)
, Nieuwe wetenschap: Galileo Galilei en zijn telescoop, Newton en de vallende appel: mechanistisch
wereldbeeld en universele natuurwetten “zo boven, zo beneden”
Wat met waarheid van bijbel? Vraag naar waarheid/fundering van kennis (epistemologie)
Begrip van de wereld via rede (rationalisten) en ervaring (empiristen)
Hobbes: ook de mens ook onderhevig aan ‘mechanistische wetten’ (verlangen en angst)
Rationalisme vs. Empirisme
Rationalisme
Zekere kennis vertrekt vanuit het denken (bron van nieuwe kennis ligt in gebruik van rede en
logica)
Via denken kom je tot heldere ideeën
Deze ideeën zijn essentieel om de rest te begrijpen
Continentaal, belangrijkste vertegenwoordigers: Descartes, Spinoza, (Leibniz)
Empirisme
Zekere kennis vertrekt vanuit zintuiglijke ervaring (empirie)
Alle kennis begint bij ervaring en observatie -> belang van experimenten
Mens bij geboorte een blanco blad
Alle kennis berust op zintuiglijke ervaring
Angelsaksisch, belangrijkste vertegenwoordigers: Locke, (Berkeley), Hume
René Descartes
Fransman, Le Haye, 1596-1650
“Vader van de moderne westerse filosofie”
Opleiding bij Jezuïeten-scholastiek-dient in het leger
Wiskunde en wetenschappen
Ontwierp analytische meetkunde (was onder indruk van de
elegantie en kracht van de wiskunde, opkomst van nieuwe
wetenschap -> ontdekken van Galilei en manen van Jupiter)
“Als onze ervaring niet lijkt te kloppen met wat zich werkelijk
voordoet en als ook de Bijbel het niet bij het rechte eind
heeft, wat biedt ons dan wel zekerheid”
Hij leefde in tijd van politiek-religieuze onrust -> vraag naar
zekerheid was noodzakelijk
Initiële vraag: ‘Waar kunnen we zeker van zijn?’ -> om vanuit
die zekerheid onze kennis te funderen
Methodische twijfel
Om die te vinden gebruikt hij -> methodische twijfel = eerst aan alles twijfelen, al onze
zekerheden waarop we ons gewoonlijk beroepen aan rigoureus onderzoek moeten
onderwerpen en in vraag stellen om alle aannames overboord te gooien, tot we uiteindelijk
iets vinden waar we niet aan kunnen twijfelen (“Twijfel aan alles tot je iets vind waar niet
aan te twijfelen valt)
Hij twijfelt aan zintuigen (die kunnen ons bedriegen), wiskunde (kwaadaardige geest kan
verkeerde ideeën hebben ingefluisterd), ons lichaam (we zijn nooit zeker of we al dan niet
dromen)
Waaraan kunnen we niet twijfelen?