Hoorcollege 01
Pedagogische Vraagstukken rond Polarisatie
-College 1: scheidslijnen in de Nederlandse samenleving-
De ‘verborgen agenda’
De basishouding van de pedagoog wordt gebaseerd op reflexiviteit en perspectiviteit
Reflexiviteit: Nadenken over jezelf, nadenken over je eigen opvattingen, nadenken over de kennis waarop je dingen
baseert, nadenken over je eigen perspectief en bubbel.
Perspectiviteit: het kunnen verplaatsen in de positie van een ander.
Pedagogische Prudentie
Pedagogische prudentie is het vermogen van opvoeders om zorgvuldig en wijs beslissingen te nemen, gebaseerd op
de specifieke behoeften en context van het kind, rekening houdend met morele overwegingen en
langetermijneffecten op de ontwikkeling.
Prudentie is voorzichtigheid
De paradox: hoe meer je weet hoe meer vragen je hebt
De paradox "hoe meer je weet, hoe meer vragen je hebt" verwijst naar het idee dat kennis en begrip vaak leiden tot
een groter besef van de complexiteit en de onbekende aspecten van een onderwerp. Naarmate je meer leert,
ontdek je vaak nieuwe vragen en onbekende gebieden die eerst niet zichtbaar waren, waardoor je inzicht verdiept
maar ook nieuwe onzekerheden en nieuwsgierigheid ontstaan.
Kinderrechten:
1. Non-discriminatie: alle rechten gelden voor alle kinderen;
2. Kinderen hebben recht op bijzondere bescherming om zich te kunnen ontwikkelen;
3. Ieder kind heeft recht op een naam en nationaliteit;
4. Ieder kind heeft recht op sociale zekerheid en gezondheidszorg, waaronder prenatale zorg;
5. Kinderen met een handicap hebben recht op bijzondere zorg;
6. Ieder kind heeft recht op liefde, begrip en ouderlijke zorg;
7. Ieder kind heeft recht op onderwijs;
8. Kinderen hebben prioritair recht op hulp;
9. Ieder kind heeft recht op bescherming tegen mishandeling, uitbuiting en kinderarbeid;
10. Ieder kind heeft recht op een opvoeding tot begrip en verdraagzaamheid, vrede en vriendschap.
Polarisatie als maatschappelijk vraagstuk
Tot eeuwwisseling: polder model (zoeken naar consensus)
Focusing events: ingrijpende, plotselinge gebeurtenissen die het debat over een onderwerp sterk
aanwakkeren
Tegenstellingen worden benadrukt
Tweedeling in Nederland?
Van onderscheid naar scheidslijn
Dimensies:
1. Differentiatie (objectieve verschillen)
2. Identificatie (mate van identificatie met onderscheiden groepen)
3. Representatie (mate van representatie van onderscheid tussen groepen in de media)
Hoe hoger een onderscheid tussen groepen ‘scoort’ op deze dimensies, hoe meer reden er is om te spreken van een
scheidslijn
Identificatie: tot welke groepen behoor ik?
Representatie
Hoe goed ‘klopt’ een representatie?
Verhulling (onder-representatie)
, Correspondentie (‘fit’ tussen representatie en werkelijkheid)
Overdeterminering (over-representatie: wij tegen zij)
Anderson, B. (1983) Imagined communities: reflection on the origen and spread of nationalism. London: Verso Books.
Polarisatie zonder problemen?
Verzuiling in Nederland tot de jaren zestig van de vorige eeuw
Wat is er eigenlijk mis met de maatschappelijke scheidslijnen?
Er is een principieel bezwaar:
1. Het bestaan van maatschappelijke scheidslijnen is in strijd met ultieme waarden.
Het heeft negatieve consequenties:
1. Het bestaan van maatschappelijke scheidslijnen zorgt ervoor dat het land uit elkaar valt.
Het is in strijd met de ultieme waarden
Gelijkheid en vrijheid
→ scheidslijnen betekenen ongelijkheid
→ scheidslijnen beperken de vrijheid
Dan valt het land uit elkaar
Corrosie van de maatschappelijke cohesie
→ verlies van de solidariteit en gebondenheid
→ wantrouwen
→ conflict
Onderwijs segregatie
gevaar voor:
Sociale cohesie (sociologisch perspectief)
gelijke kansen (pedagogisch perspectief)
Zijn gemengde scholen de enige/beste manier om sociale cohesie te vergroten en/of kansenongelijkheid tegen te
gaan?
Bakker (2012)
Merry, Driessen en Oulali (2012)
Pedagogische Vraagstukken rond Polarisatie
-College 1: scheidslijnen in de Nederlandse samenleving-
De ‘verborgen agenda’
De basishouding van de pedagoog wordt gebaseerd op reflexiviteit en perspectiviteit
Reflexiviteit: Nadenken over jezelf, nadenken over je eigen opvattingen, nadenken over de kennis waarop je dingen
baseert, nadenken over je eigen perspectief en bubbel.
Perspectiviteit: het kunnen verplaatsen in de positie van een ander.
Pedagogische Prudentie
Pedagogische prudentie is het vermogen van opvoeders om zorgvuldig en wijs beslissingen te nemen, gebaseerd op
de specifieke behoeften en context van het kind, rekening houdend met morele overwegingen en
langetermijneffecten op de ontwikkeling.
Prudentie is voorzichtigheid
De paradox: hoe meer je weet hoe meer vragen je hebt
De paradox "hoe meer je weet, hoe meer vragen je hebt" verwijst naar het idee dat kennis en begrip vaak leiden tot
een groter besef van de complexiteit en de onbekende aspecten van een onderwerp. Naarmate je meer leert,
ontdek je vaak nieuwe vragen en onbekende gebieden die eerst niet zichtbaar waren, waardoor je inzicht verdiept
maar ook nieuwe onzekerheden en nieuwsgierigheid ontstaan.
Kinderrechten:
1. Non-discriminatie: alle rechten gelden voor alle kinderen;
2. Kinderen hebben recht op bijzondere bescherming om zich te kunnen ontwikkelen;
3. Ieder kind heeft recht op een naam en nationaliteit;
4. Ieder kind heeft recht op sociale zekerheid en gezondheidszorg, waaronder prenatale zorg;
5. Kinderen met een handicap hebben recht op bijzondere zorg;
6. Ieder kind heeft recht op liefde, begrip en ouderlijke zorg;
7. Ieder kind heeft recht op onderwijs;
8. Kinderen hebben prioritair recht op hulp;
9. Ieder kind heeft recht op bescherming tegen mishandeling, uitbuiting en kinderarbeid;
10. Ieder kind heeft recht op een opvoeding tot begrip en verdraagzaamheid, vrede en vriendschap.
Polarisatie als maatschappelijk vraagstuk
Tot eeuwwisseling: polder model (zoeken naar consensus)
Focusing events: ingrijpende, plotselinge gebeurtenissen die het debat over een onderwerp sterk
aanwakkeren
Tegenstellingen worden benadrukt
Tweedeling in Nederland?
Van onderscheid naar scheidslijn
Dimensies:
1. Differentiatie (objectieve verschillen)
2. Identificatie (mate van identificatie met onderscheiden groepen)
3. Representatie (mate van representatie van onderscheid tussen groepen in de media)
Hoe hoger een onderscheid tussen groepen ‘scoort’ op deze dimensies, hoe meer reden er is om te spreken van een
scheidslijn
Identificatie: tot welke groepen behoor ik?
Representatie
Hoe goed ‘klopt’ een representatie?
Verhulling (onder-representatie)
, Correspondentie (‘fit’ tussen representatie en werkelijkheid)
Overdeterminering (over-representatie: wij tegen zij)
Anderson, B. (1983) Imagined communities: reflection on the origen and spread of nationalism. London: Verso Books.
Polarisatie zonder problemen?
Verzuiling in Nederland tot de jaren zestig van de vorige eeuw
Wat is er eigenlijk mis met de maatschappelijke scheidslijnen?
Er is een principieel bezwaar:
1. Het bestaan van maatschappelijke scheidslijnen is in strijd met ultieme waarden.
Het heeft negatieve consequenties:
1. Het bestaan van maatschappelijke scheidslijnen zorgt ervoor dat het land uit elkaar valt.
Het is in strijd met de ultieme waarden
Gelijkheid en vrijheid
→ scheidslijnen betekenen ongelijkheid
→ scheidslijnen beperken de vrijheid
Dan valt het land uit elkaar
Corrosie van de maatschappelijke cohesie
→ verlies van de solidariteit en gebondenheid
→ wantrouwen
→ conflict
Onderwijs segregatie
gevaar voor:
Sociale cohesie (sociologisch perspectief)
gelijke kansen (pedagogisch perspectief)
Zijn gemengde scholen de enige/beste manier om sociale cohesie te vergroten en/of kansenongelijkheid tegen te
gaan?
Bakker (2012)
Merry, Driessen en Oulali (2012)