Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting hoorcolleges ontwikkelingspsychologie en psychopathologie deel 1 en 2 (tentamencijfer 9.0)

Beoordeling
-
Verkocht
1
Pagina's
51
Geüpload op
17-07-2025
Geschreven in
2022/2023

Dit is een volledige samenvatting van de hoorcolleges van ontwikkelingspsychologie en psychopathologie van jaar 1 aan de VU. Met deze samenvatting heb ik een 9,0 gehaald voor mijn tentamen.

Voorbeeld van de inhoud

Week 1 - hoorcollege 1 → ontwikkeling en psychopathologie

Leerdoel → Je kunt uitleggen hoe psychopathologie past in de context van (typische)
ontwikkeling en welke rol risico- en beschermende factoren daarbij spelen.

Psychopathologie zijn intense, frequente en/of aanhoudende abnormale patronen van
emotie, cognitie en gedrag.​
Om een beter inzicht te krijgen in een stoornis, moet je deze onderzoeken in een context
van de normale ontwikkeling plaatsen. Dit is de ontwikkelingspsychologie. Om een stoornis
te begrijpen, moet je deze vergelijken met normale dagelijkse gedragingen.

Vroeger waren er 3 theorieën voor abnormaal gedrag:
1.​ Biologische theorie
2.​ Bovennatuurlijke theorieën
3.​ Psychologische theorieën

Normaal/abnormaal:
1.​ Normaal als een afwezigheid van een stoornis
2.​ Normaal als een statistisch gemiddelde → Kinderen van een bepaalde leeftijd
hebben pas een stoornis, wanneer ze boven of onder de cut-off score vallen (dus
met de normaalverdeling).
3.​ Normaal als een ideale of verlangende staat → Kinderen die niet in een bepaalde
groep of cultuur passen met hun cognitie, emotie of gedrag kunnen gezien worden
als iemand met een stoornis. Normen kunnen variëren omdat er verschillende
sociale en culturele groepen zijn. Er zijn geen universele normen voor het
categoriseren van abnormaal gedrag, het kan alleen maar gelabeld worden door de
normen van de cultuur zelf (cultuurrelativisme).
4.​ Normaal als een succesvolle aanpassing → kinderen met een succesvolle
aanpassing (voldoende of optimaal) kunnen effectief en flexibel omgaan met
verschillende mogelijkheden en moeilijkheden die zich in het dagelijks leven
voordoen.

Kinderen die mentaal goed, gezond of normaal zijn hebben ook een definitie:
-​ Ze ervaren positieve kwaliteit van het leven
-​ Ze functioneren goed in huis, school en de omgeving
-​ Ze hebben geen symptomen van psychopathologie dat invloed heeft​
op hun ontwikkeling

Soms is het duidelijk dat er een verschil is tussen normaal en abnormaal. Maar meestal is
het een groot grijs vlak dat wordt bepaald door 3 dingen:
-​ Observator
-​ Instrument
-​ Situatie
Het is heel belangrijk om kennis te hebben van de normale situatie, zodat je een goede
afweging kunt maken of iets abnormaal is of niet.

In de psychopathologie zijn er twee belangrijke woorden:

, ●​ Prevalentie → Het percentage (of proportie) in de populatie met een bepaalde
stoornis, het aantal huidige cases
●​ Incidentie → Het percentage waarmee nieuwe gevallen bijkomen, dus alle nieuwe
gevallen gegeven in een bepaalde tijdsperiode.

‘Normaal’ is een stigma. Dit zijn stereotypes, discriminatie en vooroordelen.
●​ Public stigma = een vooroordeel over de algemene populatie
●​ Personal stigma = iemands stigma over een ander
●​ Self-stigma = interne stigma. Het accepteren en toepassen van de stigma’s van
anderen over jezelf.
Kunnen schadelijk zijn en ervoor zorgen dat mensen geen hulp gaan zoeken.

Er zijn barrières voor professionele hulp:
●​ Structurele blokkades (toegankelijkheid van de zorg) →
-​ Wachtlijsten
-​ Moeite voor vervoersmogelijkheden
-​ Kosten
-​ Beperkte dekking door verzekeringen.
●​ Percepties over geestelijke gezondheidszorg →
-​ Ontkenning van de ernst van een probleem
-​ Het geloof dat de problemen over tijd vanzelf oplossen
-​ Stigmatisering (ouders schamen zich of voelen zich schuldig of kinderen
zullen ‘getekend’ zijn voor het leven)

Negatieve impacts blijven groot wanneer de problemen niet worden verholpen. Zo kan een
kind met ADHD bijvoorbeeld erger gedrag vertonen of depressief raken wanneer het niet
wordt geholpen.​
±20% van de kinderen met een heftige of chronische stoornis zullen levenslang moeite
ervaren. Ze zullen minder snel school afmaken en meer sociale problemen en
psychiatrische stoornissen hebben.

Theoretische modellen:
Wat is er aan de hand?
●​ Wat is de etiologie (oorzaak), in termen van biologische, psychologische en
contextuele processen?
●​ Welke multidimensionale modellen zijn nodig om de oorzaken en gevolgen van
gedrag te verklaren?

Modellen kunnen zich kenmerken in 2 vormen:
1.​ Continuous models (dimensioneel)
-​ De manier waarop gevoelens, gedachten en gedragingen geleidelijk ernstiger
worden
-​ Er is geen onderscheid tussen het bijstellen en verkeerd aanpassen van
gedachten, gevoelens en gedragingen
-​ Er is niet 1 specifiek punt dat aangeeft wanneer iemand precies normaal is en
wanneer diegene abnormaal is geworden. Het is een continu proces.
2.​ Discontinuous models (categorisch)

, -​ Leggen de nadruk op discrete en kwalitatieve verschillen in​
individuele patronen van emotie, cognitie en gedrag
-​ Er is een duidelijk onderscheid tussen normaal en abnormaal

Modellen, vaak afzonderlijk gepresenteerd, maar ze sluiten elkaar niet uit. Ze vormen
meestal complementaire perspectieven op complexe klinische patronen.
1.​ Fysiologische modellen → inwaartse oriëntatie, focussen zich op fysiologische
aspecten (structureel, biologisch, chemisch). Hieronder valt neurale plasticiteit. Het
geeft aan dat fysiologische processen belangrijk zijn in de ontwikkeling van de
hersenen. Het duidt op veranderingen in de organisatie van de hersenen. Positieve
en negatieve ervaringen, met name stress en fysiologische factoren kunnen de
structuur van de hersenen immens beïnvloeden. Een van de bekendste is de
diathesis-stress model. Als iemand genetisch kwetsbaar is, is de kans op een
stoornis groter wanneer deze persoon bloot wordt gesteld aan stressvolle situaties.
Als iemand minder kwetsbaar is, dan is de kans op een stoornis kleiner wanneer de
persoon aan dezelfde stressvolle situatie wordt blootgesteld. Dit sluit aan bij de
gene-by-environment-interacties. Drie soorten:
-​ Passieve rGE → kinderen ontvangen de genen en omgeving van hun ouders.
-​ Actieve rGE → kinderen vormen en selecteren hun eigen omgeving als
gevolg van hun genetische achtergrond.
-​ Evocatieve rGE → de manier waarop kinderen zich gedragen beïnvloedt de
manier waarop anderen op hen reageren.
Wanneer kinderen door hun genen kwetsbaarder zijn voor stoornissen, reageren ze
ook sterker op positieve omgevingen → gedifferentieerde gevoeligheid (voorbeeld:
genetisch kwetsbare kinderen hebben slechte resultaten bij mishandeling en
uitstekende resultaten bij hoogwaardige zorgverlening).
2.​ Psychodynamische modellen → inwaartse oriëntatie, deze benadrukken een aantal
dingen:
-​ Onbewuste cognitieve, affectieve en motiverende processen
-​ Mentale representaties van zichzelf, anderen en relaties
-​ Betekenis van individuele, subjectieve ervaringen
-​ Ontwikkelingsperspectief op persoonlijkheidsproblemen
Onderzoekers keken vroeger naar een fixation-regression model. Dit model zegt dat
mensen vastzitten in het verleden, wanneer ze niet door een moeilijke fase kunnen
komen. Hierdoor ontwikkelen ze een stoornis. De oorzaken van stoornissen zitten
eigenlijk in trauma’s en stressvolle situaties in de kindertijd.
3.​ Gedrag- en cognitieve modellen → uitwaartse oriëntatie, ze focussen zich op
individueel waarneembaar gedrag en een specifieke omgeving. Ze zeggen dat
normaal en afwijkend gedrag is aangeleerd d.m.v. klassieke en operante
conditionering en observationeel leren (behaviorisme). Reinforcement is een
belangrijk component voor al deze leerprocessen. De cognitieve modellen focussen
zich meer op de componenten en processen van de mind en mentale ontwikkeling.
Dus de manier waarop het denken van kinderen invloed heeft op de vele vormen van
leren en de manier waarop vertragingen of tekorten in de cognitie van invloed zijn op
het ontstaan van stoornissen.
4.​ Humanistische modellen → Hierbij wordt gekeken naar persoonlijke betekenisvolle
ervaringen, aangeboren motivatie voor een gezonde groei en de doelgerichte creatie
van een zelf. Een voorbeeld hiervan is de piramide van Maslov. Het kijkt naar de

, natuurlijke neigingen van het kind om een zelfbeeld te ontwikkelen. Ouders, leraren
en de kinderen zelf kunnen een gezonde ontwikkeling belemmeren. Soms kunnen de
modellen ook extreem optimistisch zijn. In dat geval zijn ze dan gelinkt aan positieve
psychologie. Deze focust zich op positieve onderwerpen, ervaringen, positieve
individuele kenmerken die ervoor zorgen om het individu, sociale en
gemeenschappelijke welzijn te bevorderen.
5.​ Familiemodellen → Veel modellen focussen zich op het individu, maar dit soort
modellen kijken naar de familie. De beste manier om de psychopathologie en
persoonlijkheid van het kind te kennen is het begrijpen van de gezinsdynamiek.
Families hebben een speciale impact op (ab)normaal, omdat ze de eerste contacten
zijn van een kind. Deze modellen kijken naar de familiekarakteristieken (dus 2
ouders, 1 ouder, of blended families, de hiërarchie etc.).
Daarnaast kijken deze modellen ook naar de shared (opvoeding) en non-shared
(kind-specifiek, dus hoeveel aandacht een kind krijgt) aspecten van alle familieleden.
6.​ Sociaal-culturele modellen → deze benadrukken de invloed van sociale contexten op
de ontwikkeling van het individu. Door allemaal veranderende theorieën is gebleken
dat culturele aspecten een grotere rol gaan spelen in de ontwikkeling. Er speelt ook
een rol van het geboortecohort: mensen die geboren zijn in een bepaalde historische
gebeurtenis delen bepaalde ervaringen en gebeurtenissen. Zoals de babyboomers in
WO en nu wij in de corona-periode.
Een belangrijk model is het bronfenbrenner-model. Het heeft 5 ringen om het individu
heen:
-​ Micro-systeem: Familie, vrienden, school, werkplaats, kerk en de buurt
-​ Meso-systeem: Dezelfde invloeden als micro, maar dan op een indirect
niveau
-​ Exo-systeem: Economisch, politiek, educatief, religieus en bestuurlijk
-​ Macrosysteem: Overkoepelende normen en waarden
-​ Chronosysteem: De generatie of het tijdperk
Dit model laat zien wat de verschillende omgevingen zijn waar een kind
opgroeit en wat voor aspecten het gebruikt om betekenis te geven aan zijn
leven. Deze gedragingen maken deel uit van ecologische modellen, zoals
thuis, klas, buurtspeelplaatsen. Daarnaast is er ook nog een invloed op het
niveau van iemands sociaal-economische status (SES).

Er zijn verschillende ontwikkelingstrajecten die aangeven dat er verschillende momenten zijn
die zorgen voor goede/verkeerde aanpassing. Deze routes zijn essentieel om erachter te
komen op welk moment het fout is gegaan in de ontwikkeling. Kinderen kunnen uit een
bepaalde stoornis groeien, maar ze kunnen er over de tijd heen ook eentje ontwikkelen. In
deze routes zijn er 2 belangrijke concepten:
●​ Verandering is op elk moment mogelijk
●​ Verandering wordt tegengehouden of juist gemotiveerd door eerdere​
adaptatie
Er zijn brede en smalle ontwikkelingstrajecten (grootschalig of meer specifiek). Ouders
hebben een belangrijke invloed op deze trajecten (initiëren van trajecten, bijvoorbeeld
selecteren van een omgeving, of ondersteunen van trajecten, door het geven van aandacht
en aanmoediging. Ook kunnen ouders zorgen voor bemiddelingstrajecten, waarbij de ouders
het kind helpen om te gaan met moeilijkheden en negatieve ontwikkelingstrajecten te
vermijden.

Documentinformatie

Geüpload op
17 juli 2025
Aantal pagina's
51
Geschreven in
2022/2023
Type
SAMENVATTING
€7,99
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
evyvanderwal Vrije Universiteit Amsterdam
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
31
Lid sinds
3 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
11
Laatst verkocht
5 dagen geleden

3,3

4 beoordelingen

5
1
4
1
3
1
2
0
1
1

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen