Dit vak bestaat uit twee delen. In het eerste deel worden de bouw en functie van het centrale en
perifere zenuwstelsel in het gezonde dier duidelijk gemaakt. In het tweede deel worden de farmacologie
(geneesmiddelenleer) en de toxicologie (vergiftigingenleer) geïntroduceerd. De kenmerken,
biochemische en fysiologische effecten, en de toepassingen van een selectie van farmaca, die aansluiten
op het fysiologie deel van dit vak, worden besproken. Hierbij wordt de basis gelegd voor de verdere
studie van diergeneesmiddelen en gifstoffen gedurende de rest van de bachelor en de master
,HC 1+2 – de exciteerbare cel
Aantekeningen HC’s
HC1
Eigenlijk zijn medicijnen en gif hetzelfde, te veel medicijn maakt het een gif wordt ook wel gezegd.
Homeostase raakt verstoord -> ziekte -> medicijnen -> weer terug naar homeostase.
Verplicht practicum, fysiologie, op de computer
Prikkelbare cellen zitten vooral in zenuwen (zenuwcellen) en spieren (spiercellen).
, → Anatomisch geen verschil tussen sensorisch en motorische neuronen, zitten allebei in zelfde
bundel
→ Onderverdeling info voor afferente neuronen -> Signaal kan komen van buitenaf of vanuit je
lichaam. Somatosensorische informatie zie je linksboven ‘signal’ en komt van buitenaf,
viscerosensorische informatie is rechtsonder ‘tissue responses’ en komt uit lichaam.
→ Onderverdeling efferente neuronen -> visceromotorische info naar organen toe (bv
darmcontracties, hart, klier die inhoud afgeeft) van autonome zenuwstelsel, en de somatische
motorneuronen die je skeletspieren aansturen.
AP (actiepotentiaal) wordt in cellichaam opgewekt meestal.
K+Na+ ATPase pomp zorgt ervoor dat intracellulair milieu nagenoeg hetzelfde blijft. 3 Na+ naar buiten, 2
K+ naar binnen.
[K+ ] i = high, [Na+ ]e = high, [Cl- ]e = high
Waar natrium is, is ook chloride. Bij kalium is vaak ook een ander negatief ion aanwezig.
De pomp is er omdat de ionen ook langs andere kanalen kunnen gaan waardoor de concentratie telkens
weer moet worden hersteld.
Membraanpotentiaal is altijd over binnen kant cel, buitenkant wordt op 0 gesteld. Dus kijk altijd naar
wat er gebeurt met lading binnen de cel.
Wanneer stopt kalium met diffunderen door kanaal? Als de lading de concentratie gradiënt gaat
tegenwerken!
, Kalium is elektrochemisch in evenwicht bij negatief potentiaal. Op het moment dat de pot negatiever
wordt omdat kalium naar buiten gaat, gaat het elektrisch gradiënt tegenwerken en komt er evenwicht.
Evenwichtspotentiaal van kalium is dus negatief!
Eion = evenwichtpot van ion
Vm = membraanpot van een membraan
E natrium is dus positief want als binnenkant positief wordt door stromen van natrium in de cel, gaat
elektrisch gradiënt tegenwerken.
De Nernst vergelijking, zie hieronder bij filmpje aantekeningen, is de evenwichtspotentiaal voor een
ENKEL ion!
Constante in de formule is anders voor verschillende ionen:
• Na+ en K+: 61 (omdat ze allebei lading hebben van +1)
• Cl-: -61 (lading van –1)
• Ca2+: 30,5 (lading van +2 dus 61/2)
Als het elektrochemisch gradiënt 0 is, is er geen netto stroom van kalium langs het membraan want in
evenwicht
Elk ion heeft zn eigen equilibrium/evenwichts pot afhankelijk van zijn lading en concentratiegradient.
Rustpotentiaal van cel is –83 mV. Dus kalium krijgt zn zin (want die heeft neg E ion), omdat er in rust
meer kalium kanalen openstaan dan natriumkanalen.
perifere zenuwstelsel in het gezonde dier duidelijk gemaakt. In het tweede deel worden de farmacologie
(geneesmiddelenleer) en de toxicologie (vergiftigingenleer) geïntroduceerd. De kenmerken,
biochemische en fysiologische effecten, en de toepassingen van een selectie van farmaca, die aansluiten
op het fysiologie deel van dit vak, worden besproken. Hierbij wordt de basis gelegd voor de verdere
studie van diergeneesmiddelen en gifstoffen gedurende de rest van de bachelor en de master
,HC 1+2 – de exciteerbare cel
Aantekeningen HC’s
HC1
Eigenlijk zijn medicijnen en gif hetzelfde, te veel medicijn maakt het een gif wordt ook wel gezegd.
Homeostase raakt verstoord -> ziekte -> medicijnen -> weer terug naar homeostase.
Verplicht practicum, fysiologie, op de computer
Prikkelbare cellen zitten vooral in zenuwen (zenuwcellen) en spieren (spiercellen).
, → Anatomisch geen verschil tussen sensorisch en motorische neuronen, zitten allebei in zelfde
bundel
→ Onderverdeling info voor afferente neuronen -> Signaal kan komen van buitenaf of vanuit je
lichaam. Somatosensorische informatie zie je linksboven ‘signal’ en komt van buitenaf,
viscerosensorische informatie is rechtsonder ‘tissue responses’ en komt uit lichaam.
→ Onderverdeling efferente neuronen -> visceromotorische info naar organen toe (bv
darmcontracties, hart, klier die inhoud afgeeft) van autonome zenuwstelsel, en de somatische
motorneuronen die je skeletspieren aansturen.
AP (actiepotentiaal) wordt in cellichaam opgewekt meestal.
K+Na+ ATPase pomp zorgt ervoor dat intracellulair milieu nagenoeg hetzelfde blijft. 3 Na+ naar buiten, 2
K+ naar binnen.
[K+ ] i = high, [Na+ ]e = high, [Cl- ]e = high
Waar natrium is, is ook chloride. Bij kalium is vaak ook een ander negatief ion aanwezig.
De pomp is er omdat de ionen ook langs andere kanalen kunnen gaan waardoor de concentratie telkens
weer moet worden hersteld.
Membraanpotentiaal is altijd over binnen kant cel, buitenkant wordt op 0 gesteld. Dus kijk altijd naar
wat er gebeurt met lading binnen de cel.
Wanneer stopt kalium met diffunderen door kanaal? Als de lading de concentratie gradiënt gaat
tegenwerken!
, Kalium is elektrochemisch in evenwicht bij negatief potentiaal. Op het moment dat de pot negatiever
wordt omdat kalium naar buiten gaat, gaat het elektrisch gradiënt tegenwerken en komt er evenwicht.
Evenwichtspotentiaal van kalium is dus negatief!
Eion = evenwichtpot van ion
Vm = membraanpot van een membraan
E natrium is dus positief want als binnenkant positief wordt door stromen van natrium in de cel, gaat
elektrisch gradiënt tegenwerken.
De Nernst vergelijking, zie hieronder bij filmpje aantekeningen, is de evenwichtspotentiaal voor een
ENKEL ion!
Constante in de formule is anders voor verschillende ionen:
• Na+ en K+: 61 (omdat ze allebei lading hebben van +1)
• Cl-: -61 (lading van –1)
• Ca2+: 30,5 (lading van +2 dus 61/2)
Als het elektrochemisch gradiënt 0 is, is er geen netto stroom van kalium langs het membraan want in
evenwicht
Elk ion heeft zn eigen equilibrium/evenwichts pot afhankelijk van zijn lading en concentratiegradient.
Rustpotentiaal van cel is –83 mV. Dus kalium krijgt zn zin (want die heeft neg E ion), omdat er in rust
meer kalium kanalen openstaan dan natriumkanalen.