,HC13 en 14 (of 12 en 13?) zullen online zijn en dan kan je tijdens MTE vragen stellen
Zs in studiewijzer vanaf p 9
HC1 – inleiding
HC-aantekeningen
Tenta: 60% MC, 40% open vragen
Wandeling door het studiemateriaal
Mycologie = fungi
Zoönotisch agens
Zoonose: dier wordt er wel OF niet (!!) ziek van, mens wordt er wel ziek van als het overgedragen
wordt.
4. Afweer: hoe houd ik een indringer buiten?
Tregs = T regulatoire cellen. Verhinderen immuunsysteem zodat andere cellen niet geactiveerd
worden. Balans!
Effector CD8+ T cellen = zeten immuunsysteem juist aan. Dus balans tussen dit en Tregs. Als dat
balans niet goed is, maar je hebt te weinig T regs, dan krijg je een autoimmuunreactie!
5. Soorten infectieuze agentia
Prionen = eiwitten die verkeerd gevouwen zijn, als deze in hersenen zijn krijg je gaten in hersenen en
dat ga je binnen paar maanden dood. Vaak bij koeien en schapen. Af en toe 1 keer in 15 jaar of zo
komt dat op. Jacob kruidsvelt ziekte = ziekte die mensen krijgen als het wordt overgedragen als je
vlees van lijder eet bv
Schimmel en parasieten zijn eukaryoten
Ectoparasieten worden niet nu behandeld, maar bij het blok huid.
,Foto zwart wit rechts op dia: radiusvirus is altijd dodelijk, ziet er een beetje uit als kogel:
Bacteriofaag kan bacteriën aanvallen
Lintworm is plat lang
Rode ring op huid is ook iets van een agens
Virussen hebben gastheer nodig om te repliceren, niet levend
Prokaryoot is eigenlijk altijd kleiner dan eukaryote cel. Prok heeft geen organellen dus organellen =
altijd euk.
Protozoa zijn eencellige euk
70S en 80S ribosomen is grootte van ribosomen, dus euk ribosomen zijn iets groter
Symbiose
Parasitisme = infectieuze agentia = zijn degene die ons ziek maken
Routes van transmissie infectieuze agentia
Transplacentaal = van moeder naar ongeboren kind overgedragen
Evasie: hoe overleef ik als infectieus agens?
De effecten van afweer ontwijken: bv enzym ontwikkelen om antilichaam eraf te knippen van
membraan, of antigene variatie waardoor je variatie krijgt in opp eiwit waardoor die niet meer
herkent worden door dezelfde immuuncellen.
YOPI = individu met minder goede afweer = voordelig voor agens
Gezond, ziek en infectieuze agentia
‘Wat zonder infectieuze agentia?’ ->
- Bij vertering knippen ze voedsel zodat we ze kunnen opnemen? Vgm in darm bv
- De term kolonisatieresistentie wordt gebruikt voor de mate waarin autochtone bacteriën,
zoals de bacteriën in de darm en op de huid, weerstand kunnen bieden tegen nieuw
koloniserende bacteriën. De resistentie wordt vooral gevormd door concurrentie voor
voedingsstoffen, groeiruimte en aanhechtplekken op de darmwand. De nieuwe bacteriën
kunnen zowel pathogeen als niet-pathogeen zijn. Als de kolonisatieresistentie laag of niet
aanwezig is kan dit sterke invloed hebben op de afweer van het organisme.
, - En immuunsysteem actief houden zodat bij een erge infectie snel reageren
Zelfstudie
Bestuderen: Quinn
- Hoofdstuk 1: blz. 3 t/m 6 Microbiology, microbial pathogens and infectious disease
Verder vgm niet zo belangrijk
- Hoofdstuk 2: blz. 7 t/m 10 Subdivisions, classification and morphological characterization of
infectious agents (tot: Biological classification and nomenclature)
Microscopische technnieken