Hoofdstuk 8
8.1 Juridisch ouderschap
Een familierechtelijke betrekking is een juridische relatie tussen een ouder en een kind, waaruit
rechten en plichten ontstaan. In de Nederlandse samenleving bestaan verschillende vormen van
ouderschap; er zijn juridische ouders, stiefouders, pleegouders, verwekkers, maar ook genetische
ouders. Dit zijn ouders die hun genetisch materiaal (DNA) doorgeven aan kinderen, zoals een
spermadonor dat doet. Alleen juridische ouders hebben een familierechtelijke betrekking met hun
kind. Enkel het biologische ouderschap heeft in het recht weinig betekenis.
Een juridische vader en moeder hebben rechten en verplichtingen ten aanzien van het kind. Het kind
heeft ook rechten en enkele verplichtingen ten aanzien van de juridische moeder en vader. Het gaat
om de volgend regels:
- De ouders hebben het recht om de geslachtsnaam door te geven aan hun kind
- De ouders hebben het recht om de nationaliteit door te geven aan hun kind
- De regels voor het erfrecht zijn van toepassing
- De woonplaats van het kind is afhankelijk van de woonplaats van de ouders
- De ouders hebben meestal het gezag over hun kind
- De ouders hebben de plicht om hun kind te onderhouden en te verzorgen
- Een ouders heeft het recht en de plicht om omgang te hebben met zijn kind
De professional zal eerst het soort ouderschap moeten vaststellen om duidelijk te krijgen wie de
zeggenschap heeft over het kind, zodat hij weet wie instemming moet geven en wie hij moet
betrekken bij een hulpverlenings- of behandelingsplan.
Juridische moeder
Het juridisch ouderschap van een vrouw ontstaat op de volgende manier:
1. De vrouw baart het kind
2. De geboorte van het kind vindt plaats binnen het huwelijk of het geregistreerde
partnerschap met de moeder van het kind en er is een onbekende donor
3. De geboorte van het kind vindt plaats binnen 306 dagen na de dood van de vrouw die was
getrouwd met de moeder die het kind baart, of een geregistreerd partnerschap met haar
was aangegaan.
4. Er is sprake van erkenning
5. Er is sprake van een gerechtelijke vaststelling van het ouderschap
6. Er is sprake van adoptie
De moeder kan het juridische moederschap alleen prijsgeven door haar kind af te staan ter adoptie.
De draagmoeder is bij de geboorte van het kind de juridische moeder. Dit geldt ook als er sprake is
geweest van embryodonatie en de wensouders de genetische ouders zijn. De wensmoeder kan
alleen door adoptie de juridische moeder worden.
Juridische vader
Het juridische ouderschap van een man ontstaat op de volgende manier:
1. Geboorte van het kind binnen het huwelijk of het geregistreerde partnerschap van de man
met de moeder van het kind
2. Geboorte van het kind binnen 306 dagen na de dood van de man die met de moeder
getrouwd was
3. Erkenning
, 4. Gerechtelijke vaststelling van het vaderschap door de moeder
5. Adoptie
Erkenning is niet mogelijk:
- Door een persoon die en te nauwe bloedverwantschap met de moeder van het kind heeft en
daarom geen huwelijk mag sluiten. Een broer of zus, de vader, moeder of de zoon of dochter
van de moeder kan een kind niet erkennen
- Door een minderjarige die nog geen 16 jaar is
- Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van het kind van 12 jaar of ouder
- Door een man die met een andere vrouw is gehuwd; als deze man een zeer nauwe band
heeft met het kind en het kind wil erkennen, kan hij de rechter vervangende toestemming
vragen, ondanks dat hij is getrouw; dit kan alleen als hij de verwekker is van het kind
- Als er al twee juridische ouders
Binnen het huwelijk of geregistreerd partnerschap gelden andere regels voor twee mannen die
beiden juridisch ouder willen worden. Zij zijn niet direct de juridische ouders van de kinderen die
worden geboren. Dit kan ook niet omdat er altijd een juridische moeder is. En de regel is dat een kind
slechts twee juridische ouders heeft. Indien bij twee mannen een van de mannen door erkenning
juridisch vader is geworden, kan zijn partner slechts door partneradoptie juridisch vader worden.
Adoptie is het ontstaan van het juridische ouderschap van een ouder of twee ouders gezamenlijk
met de bedoeling de rechtsgevolgen van het juridische ouderschap tot stand te brengen en de
oorspronkelijke banden met de biologische ouders te verbreken. Adoptie moet in het kennelijke
belang van het kind zijn. Adoptieouders die een buitenlands kind willen adopteren hebben een
beginseltoestemming tot adoptie nodig van de minister van Veiligheid en Justitie. De Raad voor de
Kinderbescherming verricht een gezinsonderzoek en adviseert de minister.
Algemene voorwaarden voor adoptie zijn:
- De adoptieouder moet 18 jaar of ouder zijn.
- Als twee personen een kind willen adopteren, moeten ze onmiddellijk voorafgaand aan het
verzoek ten minste drie jaar hebben samengeleefd. Zij hebben een proefperiode van een
jaar, waarin zij aspirant-adoptieouder zijn en het kind goed moeten verzorgen en opvoeden.
Na dit jaar kunnen zij de rechter verzoeken definitief tot adoptie over te gaan.
- De adoptie moet in het kennelijk belang van het kind zijn. Feitelijke omstandigheden.
- De adoptieouders hebben de plicht het kind voor te lichten over de adoptie.
- De oorspronkelijke ouders, mits zij ook de juridische ouders zijn, niet verzetten tegen de
adoptie.
- De adoptieouder mag niet de grootouder van het kind zijn.
- Het kind moet minderjarig zijn op de eerste dag van het adoptieverzoek.
- Er moet een leeftijdsverschil van minimaal achttien jaar zijn tussen het kind en iedere
adoptieouder.
8.2 Ouderlijk gezag en voogdij
Als gezag door een ouder of ouders wordt uitgeoefend, noemen we dit ouderlijk gezag. Gezag over
kinderen is de plicht en het recht van de ouders om de kinderen te verzorgen en op te voeden.
Meestal hebben de juridische ouders het gezag, maar dit is niet altijd het geval. Gezag betreft de
inhoud van de opvoedings- en zorgrelatie tussen een ouder en een kind, en de verplichting die de
ouders hebben om dit goed uit te voeren.
Ouderlijk gezag begint bij de geboorte. Ouders zijn verantwoordelijk voor:
- Zij dragen zorg voor het lichamelijk en geestelijk welzijn van hun kind
, - Zij bevorderen de persoonlijke ontwikkeling van hun kind
Ouders hebben speelruimte om het gezag op eigen wijze en naar eigen inzicht uit te oefenen. In de
praktijk betekent het dat ouders alle beslissingen nemen over een jong kind. Ze moeten wel rekening
houden met de mening van het kind, als het ouder wordt. Ouders beheren het vermogen als het kind
hierover beschikt en hebben het vruchtgenot hiervan. Zij zijn ook wettelijke vertegenwoordigers van
het kind. Het gezag kan niet onbeperkt naar eigen inzicht worden uitgeoefend; er zijn wettelijke
grenzen. Indien er sprake is van onzorgvuldigheid dan kan de rechter inbreuk maken op het gezag
van een of beide ouders.
Juridische ouders die niet met elkaar zijn gehuwd, kunnen gezamenlijk het gezag over hun kinderen
uitoefenen. De ouders kunnen in dit geval gezamenlijk een verzoek indienen. Een belangrijke
voorwaarde is dat de partner van de juridische moeder het kind heeft erkend. Het verzoek tot
gezamenlijk gezag moet samen met de juridische moeder worden ingediend.
Na een echtscheiding loopt het gezag samen door. Dit noem je voortgezet gezag na echtscheiding.
Ook na ontbinding van een geregistreerd partnerschap of samenwonen blijft het gezamenlijk gezag
bestaan.
Gezag wordt meestal uitgeoefend door een of beide ouders. Zijn die ouders er echter niet meer of
hebben zij geen gezag, dan wordt in het gezag voordien door een voogd. Een voogd moet net zoals
de ouders zorgdragen voor de opvoeding, het eventuele vermogen van het kind beheren en het kind
wettelijk vertegenwoordigen. Het verschil met de ouders is dat de voogd niet de plicht heeft om zelf
op te voeden en te verzorgen. Hij kan de feitelijke verzorging en opvoeding uit handen geven.
Bijvoorbeeld aan een oom of tante of aan een rechtspersoon. Bijvoorbeeld een voogdijinstelling.
Wanneer beide ouders overlijden zijn er twee mogelijkheden:
1. De ouders hebben geen regeling getroffen. De rechter benoemt dan een voogd. Dit noemt
men datieve voogdij.
2. De ouders hebben een uiterste wilsbeschikking laten opmaken, waarin is bepaald welke
persoon of personen de voogdij of gezamenlijk voogdij over de kinderen op zich zal of zullen
nemen. Dit wordt testamentaire voogdij genoemd.
8.3 Pleegouderschap
Pleegouderschap is het verzorgen en opvoeden van kinderen in het eigen gezin, omdat de ouders of
verzorgers hier zelf niet of tijdelijk niet meer toe in staat zijn. De positie van pleegouders is bijzonder.
Zij hebben een grote feitelijke verantwoordelijkheid voor de opvoeding en verzorging van kinderen
van andere ouders, terwijl zij geen juridische relatie met de kinderen hebben. Bij belangrijke
beslissingen over opvoeding en verzorging, zoals de keuze voor medische zorg, moet de juridische
ouder betrokken worden.
Per 1 januari 2015 onderscheidt men de toegang tot jeugdhulp in het vrijwillig kader en in het
gedwongen kader (ondertoezichtstelling en voogdij). Dit betekent dat de toegang tot de jeugdhulp in
het vrijwillige kader via de gemeente loopt. Het gedwongen kader wordt door de gecertificeerde
instellingen voor jeugdbescherming uitgevoerd. Zij stemmen af met de verantwoordelijke gemeente,
die een contract moet hebben gesloten met de pleegzorgaanbieder. Dit kan dus per gemeente
verschillend zijn.
Pleegouders sluiten een pleegcontract met een pleegzorgaanbieder. Voorwaarden voor een
pleegcontract:
- Een pleegouder is 21 jaar of ouder