5.1 en 5.2 wanneer de/het, wanneer bijvoeglijk naamwoord wel/geen -e
De-woorden Het-woorden
Dichtbij Deze Dit
Verder weg Die Dat
De-woorden Het-woorden
Bepaald Met -e Met -e
(De milde straf) (Het milde oordeel)
Onbepaald Met -e Zonder -e
(Een milde straf) (Een mild oordeel)
Alleen onbepaalde het-woorden zonder -e
LET OP! Uitzonderingen -en
- Afgeleid van een stofnaam (een houten stoel)
Met moderne materialen GEEN -en (een plastic krukje)
- Afgeleid van onregelmatig voltooid deelwoord
VB. Het ei is gekookt -> het gekookte ei
Het ei is gebakken -> het gebakken ei
5.3 wanneer alle/allen
Alle -> dieren en dingen (als er zn. achter staat (bijvoeglijk naamwoord))
Allen -> mensen
Vele, sommige, andere, enkele, laatste etc.
5.4 als/dan
Dan -> vergrotende trap (-er)
Als -> vergelijking (zo, even)
Hij is twee keer zo rijk als -> als, omdat er zo in de zin staat en geen
vergrotende trap.
Ik/mij
Hij is groter dan ik (ben)
Kan ben erachter dan is het ik
5.5 Wanneer zeg ik twee keer hetzelfde
Onjuiste herhaling= woord letterlijk herhaald
Vb. Ik heb geen geld om mee te gaan, maar ik heb er ook geen tijd voor ook
Tautologie= woord begrip herhaald in synoniemen