Samenstellingen
- Samenstelling met tussen letter -n:
o Hoofdregel:
In een samenstelling wordt een tussenklank /e/ met -en- geschreven als het
linkerdeel van de samenstelling een zelfstandig naamwoord is dat een
meervoud heeft op -en, maar geen meervoudop -s.
o Ezelsbruggetje
Hiermee kun je je bijna alle woorden goed schrijven: het eerste deel van een
samenstelling krijgt een vorm die het ook krijgt als los woord.
o In sommige gevallen gaat deze regel niet door:
Zelfstandige naamwoorden die een persoon aanduiden en afgeleid zijn
van een bijvoeglijk naamwoord.
Woorden die eindigen op -en en die een meervoud hebben op -s
hebben.
o Er zijn ook uitzonderingsregels:
We schrijven geen tussen-n in de woorden
koninginnenacht en Koninginnedag (tot 2014 werd in Nederland
geen Koningsdag maar Koninginnedag gevierd) en in samenstellingen
met als eerste element zon, maan, hel, Lieve-Vrouw.
We schrijven geen tussen-n in samenstellingen die als geheel een
bijvoeglijk naamwoord zijn en waarvan het eerste deel een zelfstandig
naamwoord is dat alleen een versterkende betekenis heeft.
We schrijven geen tussen-n in versteende samenstellingen. Dat zijn
woorden die niet meer herkend worden als samenstelling.
- Afleiding met tussenletter -n:
o Een afleiding is een bestaand woord waaraan een achtervoegsel (suffix) en/of
een voorvoegsel (prefix) is toegevoegd.
o Regel: Voor het achtervoegsel -lijk of -loos schrijven we een -e, behalve als het
grondwoord eindigt op een -n.
Dus: woordeloos, belangeloos, waardeloos naast meedogenloos, levenloos en
hersenloos.
o Als het eerste deel altijd eindigt op een -n, dan blijft die -n behouden in de
afleiding.
o Alleen voor een achtervoegsel -achtig, -dom, -heid of -schap kan een tussen-n
komen. We volgen hier de regels van de samenstellingen met tussen-n. Dat
wil zeggen: we schrijven -en- als het grondwoord een meervoud heeft op -en,
maar geen meervoud op -es.
- Samenstelling en afleiding met -s:
o Als je een -s- in een samenstelling of afleiding hoort, dan schrijf je hem ook.
o Soms kun je niet horen of er sprake is van een tussen-s, omdat het tweede
deel van het woord met een sisklank begint. In dat geval vervang je het
tweede deel door een woord zonder sisklank om na te gaan of er dan nog een
-s- hoorbaar is. Sisklanken zijn: /s/, /z/, /sj/, /zj/.
o Sommige woorden worden door de een met en door de ander zonder
tussenklank -s- uitgesproken. In die gevallen zijn beide spellingen
, correct. Vaak is er sprake van een regionaal verschil. Boven de rivieren hoor je
die -s- minder vaak.
Meervoudsvormen
o Hoofdregel:
De uitgang waarmee we een meervoud maken van een zelfstandig
naamwoord, wordt vastgehecht aan het grondwoord.
o Als het woord eindigt op een doffe -e, dan schrijven we de meervouds -s
gewoon vast aan het woord.
o Het woord dat eindigt op een lange klinker (of klank) -aa, -ee, -ie, -uu, -oo,
wordt met één letter geschreven en heeft geen accent.
We gebruiken een apostrof om te vermijden dat er een korte klinker wordt
gelezen.
o Letters hebben een meervoud op 's of 'en.
o Als het woord eindigt op een lange klinker die met meer dan één letter wordt
geschreven, dan gebruiken we geen apostrof.
o Als we het woord uitspreken met een lange klinker aan het eind, maar er
staat een niet-uitgesproken medeklinker, dan gebruiken we geen apostrof.
o Het woord eindigt op een -y. We gebruiken een apostrof als de -y
voorafgegaan wordt door een medeklinker en uitgesproken wordt als -ie.
In de andere gevallen gebruiken we geen apostrof.
o Het woord eindigt op -ie en heeft een meervoud op -en,
bijvoorbeeld knieën en leliën. Bij dit soort woorden hangt het van de
klemtoon af of we -ieën of -iën schrijven. We voegen -ën toe (en krijgen dus -
ieën) als de klemtoon van het woord óp de -ie valt. We voegen alleen -n toe
(en krijgen dus -iën) als de klemtoon op de lettergreep vóór de -ie valt.
o In veel gevallen van de tweede soort is ook een meervoud met -s mogelijk,
vooral in het zuiden van ons taalgebied.
o (UITZONDERING) Woorden die eindigen op -ik, -es, -it, -et, -el
zoals leeuwerik, kievit en lobbes krijgen in het meervoud -en achter het
grondwoord als de klemtoon niet valt op -ik, -es, -it, -et, -el.
o Woorden die eindigen op -us en -is krijgen wel verdubbeling van de -s, ook al
valt de klemtoon niet op de -us of -is.
Verkleinwoorden
- Gewone verkleinwoorden:
o Hoofdregel
Neem het grondwoord en schrijf er het achtervoegsel -je, -tje, -etje of -pje
aan vast.
o Als het grondwoord eindigt op de klank -ng, eindigt het verkleinwoord op -kje
of -etje. Bij -kje vervalt de -g, bij -etje blijft die staan. In de lettergreep voor -
etje passen we de regels voor de verdubbeling van medeklinkers toe. Dit zorgt
voor een goede uitspraak met een korte klinker.
o Sommige woorden hebben twee verkleinvormen, soms met een
betekenisverschil.