Voorgeschreven tekst: Stolker, ‘“Ja, geleerd zijn jullie wel”. Over de status van
de rechtswetenschap’,
Van den Bos, “Kijken naar recht”, Oratie, Universiteit Utrecht,
Boek , Introductie p. 5 – 8, Hoofdstuk 1 p. 21 -46
Van den Bos legt uit dat empirische rechtswetenschap zich richt op het
systematisch waarnemen en bestuderen van het recht in de praktijk, met als doel
objectieve data te verzamelen en te interpreteren om de werkelijkheid beter te
begrijpen. Dit gebeurt vaak inductief, waarbij men begint met waarnemingen en
daarna verklaringen toetst, en kan zowel kwalitatief als kwantitatief zijn. Een
voorbeeld is het veldexperiment van Hulst en Robijn, dat toonde hoe het
vertrouwen in rechters varieert met de opleidingsachtergrond van mensen en de
manier van interviewen, wat wijst op de invloed van maatschappelijke verschillen
op rechtsbeleving. Een tweede voorbeeld betreft onderzoek naar radicalisering,
waarin wordt aangetoond dat gevoelens van groepsonrechtvaardigheid en
onzekerheid over de maatschappelijke positie kunnen leiden tot sympathie voor
extremisme. Verschillende vormen van deprivatie (horizontaal versus verticaal)
verklaren ook verschillen tussen rechts- en moslimradicalen, wat belangrijke
inzichten biedt voor gerichte interventies om radicalisering en afkeer van de
rechtsstaat tegen te gaan. Deze voorbeelden illustreren hoe empirisch
onderzoek, met gebruik van sociaalwetenschappelijke methoden en inzichten,
cruciaal is om veranderingen en nuances in rechtsbeleving en maatschappelijke
ontwikkelingen te begrijpen. Dit versterkt niet alleen de juridische wetenschap
maar ook de sociale wetenschappen door een wederzijdse wisselwerking, en
helpt de maatschappelijke relevantie van het onderzoek te vergroten. Empirisch
onderzoek levert daardoor diepgaand inzicht in hoe burgers het recht ervaren en
reageren, wat essentieel is voor het bevorderen van rechtvaardige en
democratische rechtsontwikkeling.
Ja geleerd zijn jullie wel
Centrale boodschap → rechtswetenschap doet onvoldoende aan wetenschap
maar vertrouwt op hun traditionele methode en interpretatie
Wrongfulcases → een juridisch probleem maar 9 oplossingen, toont aan dat
juridische argumenten subjectief en pluriform zijn.
Centrale boodschap: Stolker stelt dat de rechtswetenschap onvoldoende
wetenschappelijk gefundeerd is en te veel vertrouwt op traditionele
methoden en interpretaties.
Wrongful life-casus: Eén juridisch probleem blijkt op negen verschillende
manieren oplosbaar. Dit toont de subjectiviteit en pluraliteit van juridische
argumentatie.
Dus kijken naar oplossingen voor problematiek. Daardoor komt hij op
negen uitkomsten. Hij stelt zich op basis daarvan de vraag wat is juridisch
onderzoek en is dat voldoende. Is het recht wel een intern gesloten systeem,
wanneer je de logica volgt, dat je dan op negen gelijkwaardige antwoorden hebt.
Vanaf 1814 heb je een rechtssysteem gebouwd, dus in tweeënhalf eeuw. Dat
wordt opgebouwd vanaf de grond.
Contrast tussen enerzijds gesloten systeem, waarbij onvoldoende is om daar
alleen naar te kijken en anderzijds sociaal maatschappelijke ontwikkelingen.
Externe invloeden hebben een grote rol bij het maken van wetten. Ook de wet is
ontwikkeld door bijvoorbeeld samenwerking van partijen. Machtsverhoudingen
spelen een rol, denk aan toeslagenaffaire. Het recht staat niet los van de
,maatschappij. Er wordt rekening gehouden met maatschappelijke
ontwikkelingen.
Zoals Stolker zegt: als je het alleen juridisch doctrineert, mis je een groot deel
over hoe het recht daadwerkelijk werkt. Juridisch doctrine is interpretatie. Wat
bedoelde de wetgever beoogd te doen met een wet. Een wetgever zou
bijvoorbeeld kunnen denken aan het sluiten van drugspanden, voor veiligheid.
Wetgever heeft vaak niet de doelen goed uitgewerkt en uitgelegd.
Wetsgeschiedenis en interpretatiemethoden spelen hier een rol in. Een ander
onderzoek is wetssystematisch, past het in het geheel? Past het wel in de
systematiek van de wetgeving. De wetgever moet er goed over nadenken van te
voren. Past het bij hogere regeling en lagere regeling? Nieuwe toeslagen, moeten
ze het bij het uitvoeren bij de belastingdienst geven, terwijl het zou passen bij
sociale zaken met een eigen inspectie en uitvoeringsdienst. Het ligt bij de
belastingdienst. Andere methoden naast wetsgeschiedenis en wetssystematiek is
teolologisch, levert het wel het doel op? Dit is de vraag die daarbij centraal staat.
Zijn jurisprudentie consequent? Dus het doel moet expliciet duidelijk worden. Tot
slot de grammaticale interpretatie staat centraal. Zwaar lichamelijk letsel moet
opzettelijk gepleegd worden en lichte lichamelijke letsel hoeft dat niet. Dit open
normen die niet direct ingevuld kunnen worden.
Doxing, een voorbeeld waarbij gegevens van minister op straat lagen, is nu wel
in de wet opgenomen, terwijl het voorheen nergens onder te scharen viel.
Vragen die je kan stellen en over kan nadenken:
- Mogen bedrijven of mensen wel.. normatieve vragen. Normatief van aard.
- Een empirische vraag is om te kijken naar hoe vaak mensen dat zelf
aangeven. In de feitenjurisprudentie kijken in welke omstandigheden de
rechter kijkt wanneer er sprake is van mensenhandel.
Beschrijvende sfeer: hoe vaak geven mensen zelf (subjectief) iets aan?
Normatief raakt aan empirische onderzoek: valse schriften, maar ook niet als het
niet met de waarheid overeenkomt. Dus onwaarheden op papier bijvoorbeeld.
Normatief: wat zijn redenen om iemand te straffen. Niet alles wat we normatief
beoorddleen is goed.
Empirisch onderzoek: waarheid aan de hand van wat je waarneemt. Het blijft wel
een subejctieve waarneming. Een persoon die subjectief waarneemt, kan je
objectief maken. Door het onderzoek daarop aan te passen. Je mening is wel
anders. Meningen zijn niet te objectiveren. Dus waarnemen en mening
onderscheiden, ondanks dat in een waarneming wel een subjectief element zit.
Je zou op hetzelfde resultaat kunnen komen. Dus wat er in de geschiedenis is
gebeurd is gebaseerd op subjectieve waarnemingen. Dit is anders dan de
biologie.
Kritiek op de discipline:
o Er is te weinig methodologische reflectie.
o Juristen doen vaak alsof hun oordeel logisch dwingend is, terwijl het
ook moreel of politiek gekleurd is.
Pleidooi voor verbetering:
o Meer aandacht voor methoden van rechtswetenschappelijk
onderzoek.
o Betere integratie van empirisch onderzoek: het recht bestuderen
zoals het in de praktijk functioneert.
Nut van empirisch onderzoek: Juristen kunnen betere, effectievere en
eerlijkere regels maken als zij weten hoe het recht in de werkelijkheid werkt
Van den Bos Oratie
, Wat is empirische rechtswetenschap?: Systematisch en
methodologisch verantwoord onderzoek naar het recht in de praktijk —
oftewel kijken naar het recht.
Law in books vs. Law in action:
o Law in books: bestuderen van wetteksten, logica en interpretatie.
o Law in action: onderzoeken hoe het recht daadwerkelijk werkt in het
dagelijks leven.
Belang van empirisch onderzoek:
o Het levert inzichten op over de werkelijkheid die juridisch relevant
zijn (bijv. vertrouwen in rechters).
o Kan bijdragen aan rechtvaardigheid en legitimiteit van het
rechtssysteem.
Voorbeeldonderzoek: Verschillen in vertrouwen in rechters door
presentatie van de interviewer bij laagopgeleiden — laat maatschappelijke
tweedeling zien.
Pleidooi: Voor een integratieve benadering waarbij positiefrechtelijk en
empirisch onderzoek elkaar aanvullen.
Pluralisme is-.dat wat we als juridische normen hebben in een stelsel
komt van sociale normen. -> ik doe iets voor jou en jij doet iets voor
mij.
Hoe kijkt kees van de bos -> hoe gebruiken we het recht om gedrag
te veranderen/ wat gebieden we of verbieden we. Hoe gebruiken we
het recht om sociale veranderingen teweeg te brengen. (zoals
sociale ongelijkheid tegen werken). Maar door deze gedachtegoed
mis je 2 andere perspectieven. 1. Namelijk recht komt ook in de
samenleving met andere normen die we niet juridisch kunnen
regelen (zoals vertrouwen, tussenpersonen, instanties).2. En de
wisselwerking recht beïnvloed samenleving en samenleving
beïnvloed recht (zoals fatbikes die de samenleving irriteert, dus we
zoeken juridische manieren om het te verbieden). Dus het is geen 1
richtings verkeer. Recht is niet alleen een middel.
Intro Recht in het echt
Doel: Juristen bewust maken van de kloof tussen wat in de wet staat (law
in books) en wat er in de praktijk gebeurt (law in action).
Kernidee: Rechtsnormen beïnvloeden gedrag, maar bepalen het niet
volledig. Andere sociale normen en context spelen een grote rol.
Boekstructuur:
1. Verhouding burger – recht (toegang tot recht, ervaren
rechtvaardigheid).
2. Totstandkoming en effectiviteit van wet- en regelgeving.
3. Naleving en handhaving van regels.
4. Conflictoplossing binnen/buiten de rechtspraak.
5. Invloed van internationale gerechtshoven.
6. Rol en integriteit van juristen.
Empirisch-juridische inzichten:
1. Nuttig voor wetgevingsjuristen, rechters, advocaten, beleidsmakers.
2. Helpen bij het voorkomen van rechterlijke dwalingen, betere
communicatie met burgers en realistischer wetgeving.
, Recht in de boeken (law in books) —> recht in het systeem, recht als systeem,
Nederlandse legaliteitsbeginsel, het recht zoals we dat als discipline proberen te
bestuderen
Recht in het echt (Law in action) —> In de werkelijkheid is het recht anders,
bijvoorbeeld kinderopvangtoeslagen
Waarom is het belangrijk om ook het recht te bekijken vanuit sociaal-juridisch
perspectief? Daar gaan we op in.
Montesquieu:
Wetgevende macht
Uitvoerende macht
Rechtsprekende macht
Dat is in Nederland minder gescheiden door de regering en eerste kamer, de
uitvoerders zijn tevens de wetgevers.
Met open normen geef je veel meer ruimte aan de uitvoerders om daar
aanvulling in te geven. Hetzelfde geldt voor strafrechtelijke normen voor de
rechter: redelijk bijvoorbeeld is een open norm en dat is een interpretatievrijheid.
Het gaat vooral om beargumenteren en het uitleggen van concepten in dit vak.
Waar komt het vandaan en waarom is dit relevant?
Op scherp gesteld: het recht als een afgelosten systeem met een interne logica.
Stolker zegt eigenlijk: als je kijkt naar alle oplossingen dan kom je op negen
uitkomsten waarvan je eigenlijk niet kan zeggen dat de een beter is dan de
ander. Terwijl wij als juristen dachten dat er één goede uitkomst zou zijn. Wat is
nou eigenlijk juridisch onderzoek en doen we dat wel goed genoeg?
In het kader van het strafrecht: vanaf het Nederland werd en het eigen
democratische rechtssysteem 1814. Misschien proberen we iets in het recht wat
in de werkelijkheid helemaal niet werkt.
Als je het systeem alleen maar op zich bestudeert, dan weet je onvoldoende wat
er met dat recht in de samenleving gebeurt. Het recht is niet alleen maar een
systeem van geschreven recht. Het is ook een product van externe invloeden.
Vaak is het recht een compromis met politieke aspecten erin. Net na de val van
het kabinet. Compromiswetgeving is het product van allerlei onderhandelingen.
Machtsverhoudingen zitten daarin. Bijvoorbeeld kindertoeslagen. Diegene die het
meest draagkrachtig zijn worden het meest belast.
Het recht staat niet los van de maatschappij waarin wij leven. Daarom is het van
belang om het recht niet als gesloten systeem te zien.
Als je het recht alleen nog maar bestudeert met de instrumenten die wij hebben,
dan mis je een heel groot deel om te weten hoe het recht daadwerkelijk werkt.
Juridisch doctrinair:
interpretatiemethoden. Wat had de wetgever beoogd te doen? Daar heb je voor
nodig dat de wetgever duidelijk zegt waarom. Wetgever heeft over het algemeen
de doelen niet goed geëxpliciteerd.
Wetssystematisch —> past het wel in de systematiek?
Teleologisch: wat was het doel van de wetgever? Komt dit overeen met het doel?