Onderwerpen:
Deel 1 Ethiek
Deel 2 Sociale contractstheorieën
Deel 3 Theorieën over recht
Deel 4 Rechtsstaat en grondrechten
Deel 5 Democratie
Deel 6 Maatschappelijk onrecht
Deel 7 Overheidsingrijpen
Deel 8 Strafrechtsfilosofie
Deel 9 Universalisme en relativisme
Deel 10 Beroepsethiek
1
, Deel 1 Ethiek
Deontologie, plichtenethiek (Kant)
Plichten die altijd gelden en waar geen uitzondering op mogelijk is, gevolg negeren.
Juiste keuze via categorische imperatief: doen waarvan je kunt willen dat iedereen het altijd
zo doet (of algemene wet is).
Mens nooit alleen als middel gebruiken, maar doel op zich. Zo toon je respect voor
menselijke rede en waardigheid. Vb: liegen mag nooit, je wilt niet dat iedereen dat altijd doet.
Utilisme, gevolgenethiek (Bentham)
Handeling moreel juist als die meeste geluk (pleasure) en minste pijn
(pain) oplevert voor zoveel mogelijk mensen.
- Mens is gedetermineerd, niet vrij. Altijd bezig met pijn vermijden en plezier opzoeken.
- Nutsprincipe: gevolgen staan centraal, overheid moet zich ook hieraan houden.
- Hedonistische calculus: plezier – pijn = geluk. Alle plezier is gelijk.
Bentham wilde weg van moralisme, inefficiënt. Ontwerpen: werkhuis en koepelgevangenis.
Helmplicht fatbike: beperking vrijheid vs. minder ongevallen en lagere zorgkosten.
Voltooid leven: vrijheid en minder lijden vs. risico op misbruik.
Klimaatbeleid: offers nu wegen minder dan schade toekomstige generaties.
Woningnood: algemeen belang (woningen) zwaarder dan individuele bezwaren.
Relationele ethiek, zorgethiek (Carol Gilligan)
Mens is sociaal wezen, bevindt zich binnen relaties Hieruit morele plichten, fundamenteel
uitgangspunt is beginsel wederkerigheid; als iemand wat voor jou doet, schept dat morele
verplichting tegenover die persoon.
Van der Burg trekt dit idee breder: burgers onderling, burger-staat, mensen/dieren/milieu.
Dus mensen zijn ingebed in gemeenschappen. Morele verplichtingen komen dan uit
persoonlijke relaties (familie, vrienden), professionele relaties (arts, advocaat), relaties met
groep (burger, dorp) en relaties met natuur en dier.
Persoon die veel heeft gekregen (onderwijs) moet ook veel teruggeven (goede baan).
Omgekeerd hoeft dit niet, daarmee sluit je mensen buiten.
Deugdenethiek (Aristoteles)
Door het maken van deugdzame keuzes ontwikkel je een deugdzaam karakter.
Altijd kiezen voor gulden middenweg, levenslang proces (vb speelt bij advocaten).
Nadeel: incompleet, je moet 100% voor deugd gaan en niet voor compromis.
Op tentamen echt de deugd noemen, voorbeelden:
- Verstandigheid, rechtvaardigheid, moed en gematigdheid, duurzaamheid,
- Advocaat als vertrouwenspersoon: vereist loyaliteit, eerlijkheid en integriteit.
- Luisterende overheid: toont verstandigheid en rechtvaardigheid.
- Klimaatactivisme: moedig en verantwoordelijk als het uit juiste houding komt.
- Helmplicht: balans tussen veiligheid en vrijheid vraagt praktische wijsheid.
- Liegen zou kunnen als het voortkomt uit deugd.
2
Deel 1 Ethiek
Deel 2 Sociale contractstheorieën
Deel 3 Theorieën over recht
Deel 4 Rechtsstaat en grondrechten
Deel 5 Democratie
Deel 6 Maatschappelijk onrecht
Deel 7 Overheidsingrijpen
Deel 8 Strafrechtsfilosofie
Deel 9 Universalisme en relativisme
Deel 10 Beroepsethiek
1
, Deel 1 Ethiek
Deontologie, plichtenethiek (Kant)
Plichten die altijd gelden en waar geen uitzondering op mogelijk is, gevolg negeren.
Juiste keuze via categorische imperatief: doen waarvan je kunt willen dat iedereen het altijd
zo doet (of algemene wet is).
Mens nooit alleen als middel gebruiken, maar doel op zich. Zo toon je respect voor
menselijke rede en waardigheid. Vb: liegen mag nooit, je wilt niet dat iedereen dat altijd doet.
Utilisme, gevolgenethiek (Bentham)
Handeling moreel juist als die meeste geluk (pleasure) en minste pijn
(pain) oplevert voor zoveel mogelijk mensen.
- Mens is gedetermineerd, niet vrij. Altijd bezig met pijn vermijden en plezier opzoeken.
- Nutsprincipe: gevolgen staan centraal, overheid moet zich ook hieraan houden.
- Hedonistische calculus: plezier – pijn = geluk. Alle plezier is gelijk.
Bentham wilde weg van moralisme, inefficiënt. Ontwerpen: werkhuis en koepelgevangenis.
Helmplicht fatbike: beperking vrijheid vs. minder ongevallen en lagere zorgkosten.
Voltooid leven: vrijheid en minder lijden vs. risico op misbruik.
Klimaatbeleid: offers nu wegen minder dan schade toekomstige generaties.
Woningnood: algemeen belang (woningen) zwaarder dan individuele bezwaren.
Relationele ethiek, zorgethiek (Carol Gilligan)
Mens is sociaal wezen, bevindt zich binnen relaties Hieruit morele plichten, fundamenteel
uitgangspunt is beginsel wederkerigheid; als iemand wat voor jou doet, schept dat morele
verplichting tegenover die persoon.
Van der Burg trekt dit idee breder: burgers onderling, burger-staat, mensen/dieren/milieu.
Dus mensen zijn ingebed in gemeenschappen. Morele verplichtingen komen dan uit
persoonlijke relaties (familie, vrienden), professionele relaties (arts, advocaat), relaties met
groep (burger, dorp) en relaties met natuur en dier.
Persoon die veel heeft gekregen (onderwijs) moet ook veel teruggeven (goede baan).
Omgekeerd hoeft dit niet, daarmee sluit je mensen buiten.
Deugdenethiek (Aristoteles)
Door het maken van deugdzame keuzes ontwikkel je een deugdzaam karakter.
Altijd kiezen voor gulden middenweg, levenslang proces (vb speelt bij advocaten).
Nadeel: incompleet, je moet 100% voor deugd gaan en niet voor compromis.
Op tentamen echt de deugd noemen, voorbeelden:
- Verstandigheid, rechtvaardigheid, moed en gematigdheid, duurzaamheid,
- Advocaat als vertrouwenspersoon: vereist loyaliteit, eerlijkheid en integriteit.
- Luisterende overheid: toont verstandigheid en rechtvaardigheid.
- Klimaatactivisme: moedig en verantwoordelijk als het uit juiste houding komt.
- Helmplicht: balans tussen veiligheid en vrijheid vraagt praktische wijsheid.
- Liegen zou kunnen als het voortkomt uit deugd.
2