D1. Kapzelzorg voor jeugdigen?..................................................................................................... 2
D2. Dyslexie en dyscalculie: ernstige problemen in het leren lezen en rekenen .......................... 6
D3. Van klein tot groot, de ontwikkeling van het jonge kind. ....................................................... 9
D4. Kindermishandeling. .............................................................................................................. 12
D5. RIVM brochure ICF ................................................................................................................ 16
D6. ICF beginnersguide ................................................................................................................ 17
D7. Marginalization of Immigrant Youth and Risk Factors in Their Everyday Lives..................... 18
D8. Culural Differences in Residential Child and Youth Care....................................................... 21
D9. Behandeling van jeugdige delinquenten volgens het competentiemodel ........................... 24
D10. Gezinsbenaderingen bij de behandeling van jeugdigen met justitiële contacten ............ 27
D11. Exploring the Theory and Paradigm Base For Wraparound .............................................. 30
D12. Het zal jou een zorg zijn… Knelpunten in de leerlingenzorg ............................................. 32
D13. Children in Adoptive Families: Overview and Update....................................................... 34
D14. Ontwikkelingsgericht werken ............................................................................................ 37
, D1. Kapzelzorg voor jeugdigen? Een onderzoek naar kenmerken en aanpak van jeugdigen met
sterk antisociaal en oppositioneel gedrag
Knorth, Noom, Tausendfreund, & Van den Berg
SAMENVATTING
Huidig onderzoek heeft het doel om vier vragen te bestuderen omtrent antisocial en oppositioneel
gedrag van jongeren:
1. Wat is de aard van de problematiek van jeugdigen met sterk antisociaal en oppositioneel gedrag?
2. Wat is de omvang van deze groep jongeren in Zuid-Holland?
3. Wat is nu het feitelijke hulpaanbod voor deze jongeren?
4. Wat is het gewenste hulpaanbod voor deze jongeren?
Uit de resultaten blijkt dat antisociaal gedrag van de doelgroep gekenmerkt kan worden door
agressief en crimineel gedrag, en het oppositionele gedrag vooral door manipulatief gedrag,
onbereikbaarheid, autoriteitsproblemen en wegloopgedrag. De feitelijke hulp wordt niet toereikend
of effectief geacht en men wenst hulpaanbod wat gekenmerkt moet worden als intensief en
integraal.
Inleiding
Het probleem dat een bepaalde categorie jeugdigen in de jeugdzorg verstoken blijft van adequate
hulp, lijkt toe te nemen. Deze groep betreft jeugdigen met ernstige gedragsproblemen die extreem
moeilijk te begeleiden zijn. Deze ‘EMB’ kinderen kenmerken zich vooral door:
→ Gebrek aan motivatie → Agressief gedrag → Relatiestoornissen
→ Identiteitsproblematiek → Schoolverzuim → Sociale verwaarlozing
→ Aanpassingsmoeilijkheden → Ontbreken van → Moeite zich aan afspraken te
aan maatschappij en groep toekomstperspectief houden
→ Wantrouwen, affectieve
kilheid
Deze jeugdigen zijn niet of beperkt in staat adaptief te reageren op vragen of eisen uit hun directe
omgeving, waardoor de begeleiding van deze kinderen een grote opgave is. Het kenmerk ‘sociale
verwaarlozing’ wijst er ook op dat deze kinderen te maken hebben gehad met een sociale context,
waarin voldoende positieve aandacht voor en stimulatie van de ontwikkeling ontbreekt.
Over deze groep heerst veel maatschappelijke onrust, steeds omdat meer jeugdigen niet adequaat
kunnen worden opgevangen en behandeld omdat zij zelden terecht komen in niet-justitiële
benadelingscentra, vanwege enorme wachtlijsten. Het is dan ook de vraag of kinderen met deze
complexe en moeilijk hanteerbare problemen niet een speciale benadering nodig hebben,
bijvoorbeeld een gecombineerde orthopedagogische en kinderpsychiatrische aanpak.
Op de achtergrond speelt het overheidsbeleid ook mee, wat een forse reductie van vooral
residentiële jeugdvoorzieningen heeft voorgedaan waardoor de residentiële capaciteit sterk is
afgebouwd en omgezet is naar vormen van ambulante hulp en intensieve pedagogische thuishulp.
Ondanks dat deze ambulante hulp behoorlijk succesvol is, blijven er toch situaties waar de
uithuisplaatsing een betere optie zal zijn. Ook blijkt dat de effectiviteit van residentiële interventies
groter is dan die van de ambulante thuishulp.
Anno 2004 weten we nog niet hoe groot deze groep is, hoe hun gedragsproblematiek te
differentiëren is en hoe in samenhang daarmee een hulpaanbod vorm zou moeten krijgen. Over dit
laatste punt lopen de visies uiteen van ambulante tot residentiële hulpopties.
Opzet en uitvoering onderzoek
Dossieronderzoek
BJZ kent een viertal sectoren (jeugdbescherming, jeugdreclassering, vrijwillige hulp en
casemanagemet). Uit elke sector zijn random een aantal (afhankelijk van de proportie werkbelasting)