1. De student kan de hoofdrekenstrategieën
rijgenensplitsen:
Rijgen: eerste getal blijft heel, tweede getal opdelen in kleinere (handige) stappen.
Splitsen: beide getallen worden gesplitst dit gebeurd ALTIJD in het positie-schema
(a) gebruiken bij het eigen rekenen binnen de vier
hoofdwerkingen;
126+34= 292-56= 4 x 36= 36:12=
Rijgen: Rijgen: Rijgen: Rijgen:
126+ 30= 156 292-50= 242 (herhaald optellen) 36-12-12-12= 0
156+4= 160 242-6 = 236 36 + 36 + 36 + 36 = 144 dus is het antwoord 3
Splitsen: Splitsen: Splitsen: Splitsen:
100+0= 100 200-0= 200 (mag opdelen ook anders als positieschema) 24 : 12 = 2
20+30= 50 90-50=40 4x 30 = 120 12: 12= 1
6+4= 10 2-6= -4 4 x 6 = 24
100+50+10= 160 200+40+-4 = 236 120 + 24 = 144
(b) herkennen en benoemen in leerlingwerk;
ja.
(c)m.b.v. een geschikt model visualiseren.
Rijgen: getallenlijn
Splitsen: groepjesmodel, rechthoeks-model, strookmodel
2. De student kan de verschillend rekenaanpakken die
horen bij de hoofdrekenstrategie handig rekenen/varia:
(a) gebruiken bij het eigen rekenen binnen de vier
hoofdbewerkingen;
Compenseren: veranderd de som & hersteld daarna de som.
Transformeren: Beide getallen worden verhoogd of verlaagd met de zelfde hoeveelheid voor
een makkelijkere som.
Aanvullen: je vult het laagste getal aan tot het grootste getal (dit is alleen met minsommen)
Inverse relatie: je berekent een som de inverse van de bewerking.
(erbij eraf en vermenigvuldigen delen zijn elkaars inverse)
, (b) herkennen en benoemen in leerlingwerk;
ja.
(c) m.b.v. een geschikt model visualiseren.
3. De student kan de leerlijn voor hoofdrekenen
beschrijven en herkennen.
rijgen splitsen handig rekenen/varia
4. De student kan een onderscheid maken tussen
koloms-gewijs rekenen en cijferen en beide manieren
op eigen niveau toepassen voor de vier
hoofdbewerkingen.
Kolomsgewijs: Cijferen
- rekenen onder elkaar - rekenen onder elkaar
- rekenen met waarde van getallen - Je werkt alleen met cijferen (losse cijfers)
- opsplitsen in positieschema - opsplitsen in losse cijfers
- sluit goed aan op splitsen (groep 4-5)
Splitsen is naast elkaar
Kolomsgewijs is onder elkaar
Hoofdrekenen (getallen tot 100) Schriftelijke rekenen (rekenen met grote
getallen)
Handig gebruiken van de getallen Rekenen onder elkaar
Rekenen MET je hoofd Gebruik maken van standaardprocedure
Tussenstappen noteren mag Kolomsgewijs
Aanpak wordt gestuurd op eigenschappen van Cijferen
getallen en bewerkingen
Strategie: rijgen, splitsen, handig rekenen
CRITERIA ordening van de som/ leerlijn schriftelijk rekenen:
- Grootte van de getallen
rijgenensplitsen:
Rijgen: eerste getal blijft heel, tweede getal opdelen in kleinere (handige) stappen.
Splitsen: beide getallen worden gesplitst dit gebeurd ALTIJD in het positie-schema
(a) gebruiken bij het eigen rekenen binnen de vier
hoofdwerkingen;
126+34= 292-56= 4 x 36= 36:12=
Rijgen: Rijgen: Rijgen: Rijgen:
126+ 30= 156 292-50= 242 (herhaald optellen) 36-12-12-12= 0
156+4= 160 242-6 = 236 36 + 36 + 36 + 36 = 144 dus is het antwoord 3
Splitsen: Splitsen: Splitsen: Splitsen:
100+0= 100 200-0= 200 (mag opdelen ook anders als positieschema) 24 : 12 = 2
20+30= 50 90-50=40 4x 30 = 120 12: 12= 1
6+4= 10 2-6= -4 4 x 6 = 24
100+50+10= 160 200+40+-4 = 236 120 + 24 = 144
(b) herkennen en benoemen in leerlingwerk;
ja.
(c)m.b.v. een geschikt model visualiseren.
Rijgen: getallenlijn
Splitsen: groepjesmodel, rechthoeks-model, strookmodel
2. De student kan de verschillend rekenaanpakken die
horen bij de hoofdrekenstrategie handig rekenen/varia:
(a) gebruiken bij het eigen rekenen binnen de vier
hoofdbewerkingen;
Compenseren: veranderd de som & hersteld daarna de som.
Transformeren: Beide getallen worden verhoogd of verlaagd met de zelfde hoeveelheid voor
een makkelijkere som.
Aanvullen: je vult het laagste getal aan tot het grootste getal (dit is alleen met minsommen)
Inverse relatie: je berekent een som de inverse van de bewerking.
(erbij eraf en vermenigvuldigen delen zijn elkaars inverse)
, (b) herkennen en benoemen in leerlingwerk;
ja.
(c) m.b.v. een geschikt model visualiseren.
3. De student kan de leerlijn voor hoofdrekenen
beschrijven en herkennen.
rijgen splitsen handig rekenen/varia
4. De student kan een onderscheid maken tussen
koloms-gewijs rekenen en cijferen en beide manieren
op eigen niveau toepassen voor de vier
hoofdbewerkingen.
Kolomsgewijs: Cijferen
- rekenen onder elkaar - rekenen onder elkaar
- rekenen met waarde van getallen - Je werkt alleen met cijferen (losse cijfers)
- opsplitsen in positieschema - opsplitsen in losse cijfers
- sluit goed aan op splitsen (groep 4-5)
Splitsen is naast elkaar
Kolomsgewijs is onder elkaar
Hoofdrekenen (getallen tot 100) Schriftelijke rekenen (rekenen met grote
getallen)
Handig gebruiken van de getallen Rekenen onder elkaar
Rekenen MET je hoofd Gebruik maken van standaardprocedure
Tussenstappen noteren mag Kolomsgewijs
Aanpak wordt gestuurd op eigenschappen van Cijferen
getallen en bewerkingen
Strategie: rijgen, splitsen, handig rekenen
CRITERIA ordening van de som/ leerlijn schriftelijk rekenen:
- Grootte van de getallen