A. Psychologie en ik
Kijk nog eens naar je antwoord in de schrijfopdracht van de eerste week (degene over waarom je
hebt besloten psychologie te gaan studeren). Sta je daar nog steeds achter? Waarom of waarom
niet? Gebruik nieuwe inzichten over jezelf, of over hoe je anders bent gaan kijken naar wat
psychologie is. Wat verwacht je van je verdere reis om psycholoog te worden?
“Wat maakt iemand tot de persoon die zij zijn? Hoe denken anderen, en waar komt dit vandaan?” Dit zijn
de vragen die ik mezelf stelde in de eerste schrijfopdracht, de vragen die mij hebben geïnspireerd om
psychologie te gaan studeren, en de vragen waar ik nu eindelijk antwoord op kan geven. Door kritisch te
kijken naar bestaande theorieën en vanuit mijn eigen perspectief te reflecteren op psychologische
fenomenen, heb ik een nieuwe blik op het vakgebied ontwikkeld. Dit proces heeft mij geleerd om niet
alles aan te nemen voor waarheid, en dat kritisch kunnen kijken naar bestaande theorieën een essentieel
onderdeel is van het vakgebied. Psychologie is een discipline die constant verandert op basis van nieuwe
kennis, en dus ook theorieën binnen de psychologie kunnen gebreken hebben.
Door Bowlby’s hechtingstheorie (1982) toe te passen op mijn eigen leven, heb ik nieuwe inzichten over
mezelf gekregen. Deze theorie suggereert dat de interacties in je vroege jeugd—vooral de zorg die je van
je ouders krijgt—invloed hebben op je gedrag, emoties en persoonlijkheid later in het leven (Bowlby,
1982). Dit idee heeft me geholpen om mijn eigen opvoeding en de invloed hiervan op mijn huidige
relaties beter te begrijpen. Ik realiseer me nu hoe de opvoedstijl van mijn ouders heeft bijgedragen aan
mijn huidige gedragingen en emoties in relaties.
De manier waarop mijn ouders me hebben opgevoed en wat ze me hebben bijgebracht, heeft mijn
denkwijze sterk beïnvloed. Ze zorgden goed voor me, maar toonden weinig begrip voor complexe of
negatieve emoties. Gevoelens bespreken was taboe en werd vaak niet serieus genomen. Er was een
duidelijke scheiding tussen ouder en kind; emoties uiten werd als brutaal en ongehoorzaam gezien.
Hierdoor is er altijd een emotionele barrière tussen ons geweest. Ik heb me nooit echt verbonden gevoeld
met mijn ouders, omdat een groot deel van wie ik ben niet werd begrepen of zelfs genegeerd.
In mijn huidige relaties, ook die met mezelf, heb ik moeite om mijn emoties te herkennen en te
communiceren. Er komt veel schaamte kijken bij het uiten van mijn gevoelens, vooral de negatieve. Ik
heb vaak het gevoel dat ik mijn emoties overdrijf en voel niet dat deze belangrijk genoeg zijn om te delen.
Ook vind ik het lastig om mijn emoties te identificeren. Vaak pas na bewust te reflecteren op mijn gedrag
en de oorzaak hiervan, begrijp ik wat ik precies ervaar.
Tot voor kort zag ik mijn opvoeding en huidige gedragingen als losstaande zaken. De hechtingstheorie
heeft me laten inzien dat deze twee misschien toch nauwer samenhangen, en dat mijn opvoeding meer
invloed heeft gehad op wie ik ben dan ik dacht. “Je bent het product van je ouders,” was een uitspraak
waar ik altijd tegenin ging, trots dat ik niet op hen leek. De realiteit dat ik mogelijk meer op hen lijk dan ik
wil was confronterend, maar door te reflecteren op mijn gebreken werk ik actief aan het verbeteren van
mezelf. Ik hoop dat ik niemand ooit het gevoel geef dat hun emoties geen plek hebben bij mij.
Deze inzichten hebben me niet alleen geholpen bij het begrijpen van mijn eigen gedrag, maar hebben ook
mijn kijk op wat psychologie inhoudt verruimd. Grappig genoeg zou ik nu meer moeite hebben om dit
concreet uit te leggen. Psychologie is breder en complexer dan ik had verwacht, met onderwerpen zoals
bewustzijn en perceptie, die ik niet direct had gekoppeld aan psychologie. Waar ik eerst bijvoorbeeld
vooral dacht aan verklaren en behandelen van afwijkend gedrag, zie ik nu ook het belang in van kritisch
kijken naar systemen zoals de DSM.
, Portfolio opdracht 2024-2025 AIP 03-11-2024
Wat betreft mijn verdere reis binnen de psychologie; deze kan nog alle kanten op. Ik begon met het doel
om me in forensische psychologie te specialiseren, maar door de diversiteit van het vakgebied zie ik steeds
meer mogelijkheden. Met deze bredere kennis heb ik de behoefte om mezelf beter te leren kennen en te
ontdekken waar mijn passie nou daadwerkelijk ligt. Al met al blijft mijn voornaamste doel om de
psychologie toegankelijker te maken en bij te dragen aan een inclusievere kijk op psychologische
fenomenen.
B. Concepten, theorieën en opdrachten. Geef een korte samenvatting van twee ideeën die
gerelateerd zijn aan de psychologische onderwerpen die we tijdens de cursus behandeld hebben.
Je kunt hiervoor zowel het boek als de colleges, kennisclips als de werkgroepen,
schrijfopdrachten of ZAPs/InQuizitives gebruiken. Leg uit waarom deze ideeën zo’n indruk
maken of zo relevant/interessant zijn voor jou. (Hoe) lieten ze je anders kijken naar jezelf, je
omgeving of misschien zelfs de wereld of de maatschappij?
Een concept waar ik regelmatig bij stilsta en dat me intrigeert, is bewustzijn. Bewustzijn is het ervaren van
gedachten, emoties en de wereld door onze eigen zintuigen. Het stelt ons in staat om keuzes te maken,
informatie te verwerken en na te denken over ervaringen. Het geeft inzicht in de complexiteit van onze
gedachten, waarneming en zelfervaring. Bewustzijn is een bestaande ervaring, maar de subjectieve aard
maakt het lastig dit empirisch te bestuderen (Gazzaniga et al., 2022, p. 384). Dit maakt het voor mij
ontzettend fascinerend om over na te denken.
Het thema bewustzijn bracht me terug bij de vraag: “Is mijn rood hetzelfde als jouw rood?” Deze vraag
gaat uiteindelijk over perceptie: ervaren we de wereld allemaal op dezelfde manier? Dit zette me aan het
denken over psychotische stoornissen, die vaak gepaard gaan met een verstoorde werkelijkheidservaring.
Als bewustzijn subjectief is en iedereen een unieke kijk op de wereld heeft, hoe beoordelen we dan wat
“normaal” is? En hoe bepalen we dat iemands ervaring van de wereld niet klopt?
Een belangrijk aspect van psychotische stoornissen is de vervaagde grens tussen wat iemand denkt, doet,
en wat van buitenaf komt. Schizofrenie bijvoorbeeld wordt gekenmerkt door veranderingen in denken,
waarnemingen of bewustzijn (Gazzaniga et al., 2022, p. 1583). Zij kunnen gedachten ervaren die niet
aanvoelen als hun eigen en waarnemingen hebben die afwijken van de werkelijkheid zoals de meeste
mensen die ervaren. Dit laat zien dat bewustzijn een rol speelt in het creëren van ons ‘zelf’ en onze
perceptie van de werkelijkheid. Verstoringen hierbinnen kunnen leiden tot ervaringen van hallucinaties en
wanen. Deze symptomen scheppen een beeld van hoe het brein realiteit samenstelt. Het feit dat mensen
zintuigelijke ervaringen kunnen hebben die voor anderen onzichtbaar zijn, laat zien dat onze beleving van
de buitenwereld net zo afhankelijk is van interpretatie als sensorische input.
Dit thema roept interessante vragen bij mij op. Als bewustzijn zo fluïde is dat het onze waarneming van
de werkelijkheid kan vervormen, waar ligt dan de grens tussen “werkelijk” en “onwerkelijk”? Psychotische
stoornissen lijken een deur te openen naar de grenzen van het bewustzijn en laten zien hoe dun de lijn is
tussen realiteit en hoe ons bewustzijn deze kan (ver)vormen. Ze nodigen ons uit om te onderzoeken hoe
sterk onze waarneming verbonden is met de fysieke wereld en hoeveel van onze realiteit we zelf creëren.
En in hoeverre kunnen wij, zonder zo’n stoornis, echt begrijpen hoe de werkelijkheid wordt ervaren door
iemand met een psychotische stoornis?