College 1:
KFM 7 september 2020
- Toets open vragen
- H5 en H7 niet leren van basisboek FM
- Op tijd beginnen!
- Samenvattingen maken
- Paragraaf 2.3, 4.4.2, 4.6, 4.8 en 4.10 niet
- Vragen in het boek zijn voor oefeningen voor toets
- Hospitality experience ook nodig in jaar 2
- Toets is in nederlands
Na dit college weet je:
- Wat facility management (niet) is
- Wat primair proces is
- Wat secundair proces is
- Wat Facility Management doet voor organisaties
Wat is Facility Management?
Facility management wordt in NEN norm vastgesteld.
Definitie voor facility management zodat we in heel nederland over hetzelfde praten.
Facility management is het management van alle diensten die aan de werkomgeving
gerelateerd zijn en die nodig zijn om mensen te ondersteunen bij hun streven naar
toegevoegde waarde aan de organisatie. (NEN 2748)
Oftewel: “Ik zorg dat u uw werk beter kunt doen!”
Diensten:catering, schoonmaak, beveiliging, receptie, ICT, servicedesk, huisvesting en
logistiek.
Facilitaire aanbieder Hanze
Schoonmaak: GOM
Catering: Eurest
Marketeers
Mensen:
,Definitie toepassen op de Hanze.
Docenten en studenten moeten dagelijks ondersteund worden door facility managers.
300 mensen werken bij het facilitair bedrijf van de hanze.
4.000 docenten werken bij de hanze.
25.000 studenten bij de hanze.
Primair proces
- Hoofdtaak van een organisatie
- Datgene waarmee een organisatie haar geld verdient
- Core business
- Externe klant
- Voorbeelden: Nike, verkopen sportartikelen. AH, verkopen van levensmiddelen.
Het primaire proces van de Hanze is kennis delen. Docenten werken in primair proces. De
externe klanten zijn de studenten.
Secundair proces
- Ondersteunend aan het primaire proces
- De hoofdtaak mogelijk maken
- Alle processen die er voor zorgen dat mensen hun werk kunnen doen
- Voorbeelden: zorgt ervoor dat Nike sportartikelen kan verkopen, dat AH zijn
levensmiddelen kan verkopen.
- Wij werken in het secundair proces
- FM werkt in secundair proces. Externe klant: studenten. Interne klant: docenten. Als
facilitair manager ga je een relatie aan met interne en / of externe klanten.
Primaire proces:
1. Externe klant
Secundair proces:
1. Interne klant
2. Externe klant
Tentamen vraag over slide intensiteit klantrelaties.
, - Voorbeeld kantoorhoudend bedrijf: De dikke doorgetrokken streep betekent veel
contact met klant. De stippellijn betekent weinig contact met de klant. Voorbeeld van
een bank. Facilitaire medewerker heeft veel contact met interne klant,
bankmedewerker. Omdat ze dagelijks bij hun op kantoor komt. De interne klant heeft
veel contact met de externe klant. Externe klant zijn mensen die geld op de bank
heeft staan. Facilitair medewerker heeft nauwelijks contact met externe klant. Dit
moet je kunnen uitleggen op tentamen. De relatie die je aangaat met je klanten
verschilt per bedrijf.
- Voorbeeld in de zorg: Facilitaire medewerker komt veel in contact met interne klant:
dokter, verpleegkundigen, laboranten, arts. Interne klant heeft veel contact met
externe klant, bv de patiënt. Facilitaire medewerker heeft ook veel klantcontact met
externe klant. Want moet ook schoongemaakt
worden in kamer patient.
- Voorbeeld horeca en recreatie:
Facilitair medewerker is de interne
klant. Facilitair medewerker werkt
hier in het primaire proces. Dit is een
uitzondering! Je hebt dus niet te
maken met een interne klant, want
dat zijn wij. Facilitair medewerker
heeft veel contact met externe klant,
bezoekers van pretparken,
vakantieparken, enzo.
Tip tentamen
Wat is het primaire proces ziekenhuis?: opereren, verplegen en genezen. Alle 3 opschrijven!
Facilitaire norm
Oude norm: NEN 2748
Nieuwe norm: NEN-EN 15221-4
De NEN deelt het in 5 groepen.
Werkveld van de FM’er
Hoofdgroepen:
- Huisvesting
- Diensten en middelen
- ICT
- Externe voorzieningen
- (Facility) Management (algemeen management van de afdeling)
, Huisvesting:
- Gebouwen, de hanze heeft 180.000 vierkante meter aan vastgoed.
- Gebouw gebonden installaties. Verwarming, verlichting, ventilatiesystemen,
nieuwbouw.
Diensten en middelen:
- Hard services
- Gebouw
- Installaties
- Onderhoud
- Soft services
- Gebruikersgebonden diensten
Voorbeeld: rabobank / ing huurt vaak het gebouw.
De verhuurder is vaak verantwoordelijk voor de hard services. Gebouw, installaties en
onderhoud.
Degene die het gebouw huurt is verantwoordelijke voor de gebruikersgebonden diensten.
Voorbeeld schoonmaak, catering, ICT.
ICT:
- Informatie communicatie technologie
- Telefoon, computer, printers
- Online les, mailadres
- Is vaak een aparte afdeling. Hoort niet echt meer bij ons vakgebied.
Externe voorzieningen:
- Examen hallen
- Ruimte huren buiten de Hanzehogeschool
- Wagenpark, leaseauto’s
- Thuiswerkplekken
(Facility) Management:
- Algemeen management wat nodig is voor de facilitaire organisatie.
- Voorbeelden: facilitair beleid, marketing, administratie, personeel en organisatie
( mensen aannemen, ziektevervanging, ontslaan van mensen, opleidingen
aanbieden)
- Tip tentamen: hierzo niet de definitie geven van facility management. Maar het eerste
puntje. Facility moet tussen haakjes staan en in de vraag staan de hoofdgroepen.
Werkomgeving / -plek:
- Fysieke omgeving en virtuele omgeving.
- Fysieke omgeving is vaak het werk dat op kantoor plaatsvindt. Virtuele omgeving is
overal en nergens maar niet op kantoor.
- Fysiek bij de hanze is een klaslokaal. Virtueel bij de hanze is bijvoorbeeld thuis.
College 2: