Hoorcollege 1 – UNACN H9, WHO Factsheet
Tentamen: 60 meerkeuzevragen + 4-6 open vragen
Slaap is een factor die invloed heeft om het ontwikkelen van overgewicht. Er ontstaat dan een
‘vermoeidheidshonger’ waardoor je extra gaat eten. Slaap is 1 van de 4 pijlers (samen met voeding,
bewegen en stress) voor een gezond leven.
Internationaal niveau: Richtlijnen, organisaties en totstandkoming
1. WHO Factsheet
2. European Charter on Counteracting Obesity
I. WHO Europa lidstaten hebben afspraken gemaakt. Hieruit kwamen de ‘First Action
Plan for Food and Nutrition Policy’ en de ‘Second Action Plan for Food and Nutrition
Policy’. Een belangrijk onderwerp is obesitas bij kinderen.
II. De Europese Commissie geeft geld aan het Actieplatform zodat de plannen in actie
gezet kunnen worden. Denk bij actieplatformen aan overheid, RIVM,
Voedingscentrum e.d.
3. European Association for the Study of Obesity (EASO)
I. Organisatie dat onderzoek doet naar obesitas in Europa. Als student kan je je
normaal gesproken opgeven om congressen van deze organisatie bij te wonen
Nationaal niveau: richtlijnen, organisaties en totstandkoming
1. JGZ-richtlijnen Overgewicht
2. CBO-richtlijn
3. Nederlandse Huisartsen Genootschap-Standaard
4. Zorgstandaard Obesitas van het Partnerschap Overgewicht
EPODE-aanpak: Navolging van de hele wereld, gebaseerd op 4 pijlers: politiek draagvlak, stevige
wetenschappelijke steun, sociale marketing en publiek-privaat partnerschap. In Nederland is dit de
JOGG (Jongeren Op Gezond Gewicht). Deze problematiek wordt aangepakt door toevoegingen in
voedsel aan te passen, ruimtelijke ordening in steden en marketing.
Onze hele omgeving is ingericht op eten en drinken en het maken van ongezonde voedselkeuzes.
Denk hierbij aan markten, treinstations en restaurants.
Obesogene omgeving = De omgeving bevordert overmatige energie inname en bewegingsarmoede
en daarmee het ontstaan van obesitas. Er is hier sprake van 4 soorten omgevingen:
1. Fysieke omgeving: De mogelijkheid om te sporten
2. Economische omgeving: De kosten van gezond voedsel / minder calorierijk
3. Politieke omgeving: Wetgeving rondom eten en bewegen
4. Sociaal-culturele omgeving: Maatschappelijke opvattingen / normen m.b.t. voeding
,Websites t.b.v. gezondheidsbevordering / gezond voedsel en leven
www.foodwatch.org - Zetten zich in tegen misleiding van voedsel (ongezond
voedsel, misleidende etiketten, e.d.)
www.loketgezondleven.nl - Interventies ter begeleiding naar een gezond/actieve leven
RIVM Erkende interventies zijn:
1. COOL: COaching Op Leefstijl
2. SLIMMER: Diabetes voorkomen
3. Beweeg Kuur: Het beste recept voor uw gezondheid.
NCJ = Nederlands Centrum Jeugdgezondheid. Is sinds 2018 1 v.d. partners die verantwoordelijk is
voor het uitvoeren voor het landelijk model ketenaanpak voor kinderen met overgewicht en
obesitas. De andere partijen zijn: JOGG (Jongeren Op Gezond Gewicht), NJI (Nederlands Jeugd
Instituut), NCJ (Nederlands Centrum Jeugdgezondheid), VU, RIVM
, Het is heel belangrijk dat je overgewicht samen bespreekt, dus deskundige + ouders + evt. kind. Als
ouders nooit inzien waarom hun kind overgewicht heeft gekregen, dan zullen ze hier ook niet in
veranderen.
Hoe werkt de media mee?
‘Nudging’
Nudge = een duwtje. Het gaat hier om de mensen een duwtje in de goede richting te geven om ze
weerbaarder te maken tegen verleidingen die niet in overeenstemming zijn met hun eigen waarden
en doelen.
Een voorbeeld hiervan zijn gesuikerde dranken waarbij de prijs verhoogd werd met 10%.
Industrialisatie
Beschikbaarheid apparatuur
Minder arbeidsintensieve banen
Verstedelijking
Transport
Verwarming
Als de industrialisatie zo door gaat, hebben we over 10 jaar 2,5 miljoen mensen met obesitas in
Nederland.
Samenvattend HC Nutrition 3.1
1. Verlagen van hoeveelheid vet, suiker en zout in bewerkt voedsel
2. Gezonde voeding beschikbaar en betaalbaar voor iedereen
3. Beperkte marketing voor voedingsmiddelen die veel suiker, zout en vet bevatten, in het
bijzonder voor producten voor kinderen en tieners
4. Ervoor zorgen dat gezonde keuzes gemaakt kunnen worden en bewegen word gestimuleerd
op het werk.