Samenvatting plantenrijk
Planten, algemeen
Eukaryoot
Meercellig
Immobiel
(Meestal) terrestrisch
Cellen met vacuole en celwand (cellulose)
Een haplo-diplonte levenscyclus
Vormen de zygote binnen de ouderplant
Zijn (meestal) autotroof
Chloroplasten met chlorofyl
Viridea= ‘’Echte planten”
Een terrestrische levenswijze vereist aanpassing aan droge omstandigheden. In de loop van
de evolutie hebben planten zich hieraan steeds verder aangepast.
Deze kenmerkveranderingen kunnen worden gevonden in:
De vegetatieve delen van de plant: wortels, stengels en bladeren.
De levenscyclus: generatiewisseling
De levenscyclus vertoont afwisselend een haploïd en een diploïd meercellig stadium.
Vier groepen:
1) Mossen (Bryata)
2) Varenachtigen (Pteriophyten)
3) Naaktzadigen (Gymnospermen)
4) Bedenktzadigen (Angiospermen)
Ontwikkelingsstappen planten
1. Van één naar meercelligheid;
2. Aanpassing aan uitdroging: sporepolline
3. Aanpassing van de levenscyclus: isogamie naar oögamie, haplodiplontische levenscyclus
(Embryo, sporangia, antheridia, archegonia)
4. Ontstaan van een cuticula en stomata
5. Ontstaan van vaatbundels (transportweefsel en stele)
6. Ontstaan van bladeren (lycophyllen en euphyllen);
7. Ontstaan vasculair cambium (secundaire diktegroei)
8. Ontstaan van zaadknoppen (megasporangia) omgeven door een integument en
microsporangia, waaruit stuifmeel (pollen) ontstaat
9. Vorming van bloemen en vruchten.
,Van ‘’groene planten’’ naar ‘’landplanten’’
1) Van één naar meercelligheid;
2) Aanpassing aan uitdroging: sporepolline
3) A Aanpassing van de levenscyclus: isogamie naar oögamie
, 3) B Verandering van levenscyclus
4) Ontstaan van een cuticula en stomata
Planten, algemeen
Eukaryoot
Meercellig
Immobiel
(Meestal) terrestrisch
Cellen met vacuole en celwand (cellulose)
Een haplo-diplonte levenscyclus
Vormen de zygote binnen de ouderplant
Zijn (meestal) autotroof
Chloroplasten met chlorofyl
Viridea= ‘’Echte planten”
Een terrestrische levenswijze vereist aanpassing aan droge omstandigheden. In de loop van
de evolutie hebben planten zich hieraan steeds verder aangepast.
Deze kenmerkveranderingen kunnen worden gevonden in:
De vegetatieve delen van de plant: wortels, stengels en bladeren.
De levenscyclus: generatiewisseling
De levenscyclus vertoont afwisselend een haploïd en een diploïd meercellig stadium.
Vier groepen:
1) Mossen (Bryata)
2) Varenachtigen (Pteriophyten)
3) Naaktzadigen (Gymnospermen)
4) Bedenktzadigen (Angiospermen)
Ontwikkelingsstappen planten
1. Van één naar meercelligheid;
2. Aanpassing aan uitdroging: sporepolline
3. Aanpassing van de levenscyclus: isogamie naar oögamie, haplodiplontische levenscyclus
(Embryo, sporangia, antheridia, archegonia)
4. Ontstaan van een cuticula en stomata
5. Ontstaan van vaatbundels (transportweefsel en stele)
6. Ontstaan van bladeren (lycophyllen en euphyllen);
7. Ontstaan vasculair cambium (secundaire diktegroei)
8. Ontstaan van zaadknoppen (megasporangia) omgeven door een integument en
microsporangia, waaruit stuifmeel (pollen) ontstaat
9. Vorming van bloemen en vruchten.
,Van ‘’groene planten’’ naar ‘’landplanten’’
1) Van één naar meercelligheid;
2) Aanpassing aan uitdroging: sporepolline
3) A Aanpassing van de levenscyclus: isogamie naar oögamie
, 3) B Verandering van levenscyclus
4) Ontstaan van een cuticula en stomata